Getekende impressie van EarthCare, de nieuwe Europese satelliet voor het observeren van klimaatverandering.

InterviewEsa-conferentie

Esa-baas: Europa moet veel onafhankelijker zijn in de ruimte

Getekende impressie van EarthCare, de nieuwe Europese satelliet voor het observeren van klimaatverandering.Beeld Esa

Ruimteorganisatie Esa heeft ambities om Europa meer autonomie te geven in de ruimtevaart. Maar Nederland matigt zijn inzet. Het laat daarmee kansen lopen, zegt Esa-baas Josef Aschbacher.

Maarten Muns

Welke ruimtevaartprogramma’s komen in 2023 op de agenda? Daar maken de 22 Esa-lidstaten komende week afspraken over, op de ministeriële conferentie van het Europese Ruimtevaartagentschap (Esa) in Parijs. Ook maken de verantwoordelijke ministers bekend voor hoeveel geld ze de komende jaren deelnemen aan de verschillende Esa-programma’s. Meebetalen aan sommige programma’s is verplicht, deelname aan andere is optioneel. Namens Nederland neemt minister Micky Adriaansens van economische zaken en klimaat de honneurs waar.

Josef Aschbacher, directeur-generaal van Esa, doet alvast een oproep aan Nederland om deze kans om te investeren in toekomstige ruimtevaart niet te laten lopen. “Nederland is tot veel in staat, er is veel kennis. De grotendeels door Nederland ontwikkelde Tropomi-satelliet, die nauwkeuriger dan ooit de luchtkwaliteit onderzoekt, is een technisch meesterwerk.” Aschbacher is bang dat Nederland zonder investeringen in Esa-verband die positie niet zal kunnen behouden.

De Europese ruimtevaart wordt steeds belangrijker, net als die van onder meer China en de VS. De driejaarlijkse Esa-ministersconferentie is daarin altijd een sleutelmoment geweest. Maar dit jaar heeft de conferentie extra gewicht. Dat heeft alles te maken met twee grote mondiale ontwikkelingen.

Ten eerste is er de klimaatcrisis. De aarde warmt in hoog tempo op. De gevolgen hiervan voor de planeet en de mensheid kunnen catastrofaal zijn. Er wordt veel onderzoek gedaan naar klimaatverandering en hierin speelt ruimtevaart een belangrijke rol. Onder meer door de diverse satellieten die wereldwijd het smeltende poolijs in kaart brengen of nauwkeurig de aanwezigheid van fijnstof en broeikasgassen in de atmosfeer meten.

Banden met Rusland doorgeknipt

En dan is er het verschuivende geopolitieke krachtenveld. De Russische invasie van Oekraïne heeft Europa ruw wakker geschud. De oorlog zorgde voor een ongekend sanctiepakket tegen Rusland. Vóór de invasie maakte Esa regelmatig gebruik van Russische lanceerraketten, zoals de Sojoez en de Proton. Als reactie op de invasie was de organisatie genoodzaakt vrijwel alle banden door te knippen.

Dat leidde al tot grote vertraging van ExoMars 2, waarin Esa en het Russische Roskosmos samen optrokken. In deze missie zou Marsrover Rosalind Franklin op de rode planeet gaan zoeken naar sporen van leven. De lancering was gepland in 2022 met een Russische Protonraket, vanaf lanceerbasis Bajkonoer in Kazachstan. Dit is definitief van de baan en Rosalind Franklin zal nu waarschijnlijk niet eerder dan 2028 naar Mars vertrekken.

Ook de economische en militaire concurrentie met China maakt de wereld instabieler. Nederland, maar vooral Europa, moet in de kantelende wereldorde op zoek naar zijn plek. En ook bij veiligheidsvraagstukken speelt ruimtevaart een steeds grotere rol. ‘De ruimte militariseert’, schreef het ministerie van defensie in de recente nota Sterker Nederland, veiliger Europa. ‘Defensie versterkt daarom gericht de gevechtskracht door onder andere de capaciteiten in het cyber- en het ruimtedomein uit te breiden’, meldt het ministerie, zonder dat al te nader te specificeren.

18 miljard euro gevraagd

Esa is zich bewust van deze ontwikkelingen en haar rol en verantwoordelijkheid. Om de plannen waar te maken heeft de organisatie dit jaar een ongekend budget van circa 18 miljard euro aangevraagd bij de lidstaten. Dat is ruim 25 procent meer dan wat op de conferentie in 2019 werd toegekend.

Josef Aschbacher, directeur-generaal van ruimtevaartorganisatie Esa. Beeld Esa
Josef Aschbacher, directeur-generaal van ruimtevaartorganisatie Esa.Beeld Esa

Aschbacher plaatst de cijfers in context. “Het budget van Esa is maar een zesde van wat het Amerikaanse ruimtevaartorganisatie Nasa te besteden heeft. En daar zitten in de VS de militaire uitgaven aan ruimtevaart nog niet eens bij. Van China is het precieze budget niet openbaar, maar wat ik ze de laatste jaren zie presteren is echt indrukwekkend. Daar moet een enorm budget achter zitten. En commerciële bedrijven investeren ook steeds meer, afgelopen jaar al ruim 13 miljard euro. De ruimtevaartsector is internationaal booming. Er gebeurt heel veel, zowel publiek als privaat. Esa moet daarin meegaan, zodat we onze beste mensen voor Europa kunnen behouden.”

Europese autonomie

“Meer Europese autonomie in de ruimte is hét sleutelbegrip tijdens de aankomende ministersconferentie”, vervolgt Aschbacher. “We moeten zelf onze lanceringen kunnen uitvoeren. Maar we moeten ook zorgen dat we allerlei kleine onderdelen en elektronica zelf kunnen maken. We hebben altijd een grote afhankelijkheid gehad op deze terreinen. Inderdaad van Rusland, maar ook van andere landen. Dat moet echt een stuk minder. De productie van onderdelen moet terug naar onze eigen industrie. Maar dit kost uiteraard tijd.”

Aschbacher vindt het daarom belangrijk dat Europa in de toekomst zelf astronauten in de ruimte kan brengen, vooral naar de maan, en dat wil hij met de ministers gaan bespreken. “De maan kun je het komende decennium zien als onze volgende economische zone. Daar wil je als Europa zelf toegang toe hebben. Je wilt niet steeds hoeven meeliften met de Amerikanen. Nasa heeft nu de Orion-capsule, en die werd onlangs voor het eerst gelanceerd als test. Daarin passen vier astronauten. Europa heeft zoiets nog niet. Dit is een fundamentele keuze voor Europa.”

Het mag duidelijk zijn dat autonomie van Esa op deze gebieden tijd kost. Ondertussen liggen er concrete problemen. Zo had Esa de komende maanden nog vijf lanceringen gepland met de Russische Sojoez-raket. Aschbacher: “Voor twee lanceringen is nu een oplossing gevonden. EarthCare, dat onderzoek gaat doen naar de rol van wolken en aerosolen bij het broeikaseffect, gaat omhoog met onze eigen nieuwe Vega C-raket. Voor Euclid, een wetenschappelijke satelliet die onderzoek gaat doen naar de mysterieuze donkere materie en donkere energie in het heelal, hebben we een deal gemaakt met SpaceX, het ruimtevaartbedrijf van Elon Musk. Dat is een niet-Europees bedrijf, maar op de korte termijn was er geen andere oplossing. Uiteindelijk gaan we al onze lanceringen zelfstandig verzorgen met de nog te bouwen Ariane 6-raket en de lichtere Vega C-raket. Het hebben van een eigen lanceersysteem is een hoeksteen voor meer autonomie.”

Weersverwachtingen

Esa’s streven naar autonomie in de ruimte heeft ook militair-strategische kanten die volgens Aschbacher belangrijk zijn voor Europa. De weersatellieten van Esa leveren bijvoorbeeld ook weersverwachtingen voor de luchtmacht. Europese legers en veiligheidsdiensten maken gebruik van Galileo, het satellietnavigatiesysteem van Esa.

Aschbacher: “Starlink, een systeem van SpaceX dat internet aanbiedt via satellieten, is sinds het begin van de Russische invasie van groot belang gebleken voor het Oekraïense leger. Het kan niet zo zijn dat Europa niet in staat is zo’n cruciale dienst aan te bieden als een van onze buurlanden aangevallen wordt. Dat moet gaan veranderen. Hier werd voor de Russische invasie in Oekraïne nauwelijks over gepraat binnen Europa, maar dat is nu echt veranderd.”

En wat doet Nederland?

Een ambitieuze en strategische agenda dus, waarmee Esa uiteindelijk zoveel mogelijk autonomie wil bereiken. Een belangrijke vraag is nu of Nederland dat ook zo ziet. Waarmee gaat minister Adriaansens komende week naar Parijs?

Onlangs maakte het ministerie van economische zaken bekend dat de totale Nederlandse inzet 375,5 miljoen euro is. 165 miljoen daarvan is de verplichte bijdrage. Daar wil Adriaansens 211,4 miljoen aan investeringen in ruimtevaart bij doen. De bijdrage was in 2019 283,5 miljoen. ‘Het Nederlandse budget is ten opzichte van 2019 dus met 32 procent verhoogd’, schrijft het ministerie in een persbericht.

Dit is inderdaad precies in lijn met wat Esa vraagt. Maar van de 211,4 miljoen is maar 170 miljoen bedoeld voor Esa. 76,4 miljoen gaat naar een specifiek, door TNO geleid project op het gebied van laser-satellietcommunicatie. Dit is nieuwe technologie om grote hoeveelheden data razendsnel te kunnen uitwisselen. Bijvoorbeeld om films te streamen of om de datastromen van zelfrijdende auto’s te ondersteunen. En los van deze primair civiele investeringen gaat er nog 25 tot 100 miljoen aan ruimtevaartgeld naar defensie.

Kritiek van bedrijven en onderzoekers

Dit is tegen het zere been van de Nederlandse bedrijven en -instituten die ruimtevaarttechnologie ontwikkelen. Voor een advies aan de minister consulteerde het Netherlands Space Office (NSO) vele van deze bedrijven. De adviseurs spraken ook met de gebruikers ervan, zoals wetenschappers, overheidsdiensten, de politie en de brandweer. Het NSO adviseerde om 275 miljoen te investeren in de Esa-programma’s. Dan zou Nederland echt kunnen profiteren van de kansen die ruimtevaart ons land biedt. ‘Denk aan de ruimtevaarttechnologie waarmee we wereldwijd luchtkwaliteit en broeikasgassen meten, maar ook dichter bij huis, het meten van verzakkingen of bodemvocht door satellieten, het gebruik van satellietdata door brandweer, politie en waterschappen,’ schrijft het NSO op zijn website.

Ook van belang is dat Nederland al jaren structureel veel minder aan Esa bijdraagt dan de meeste andere Europese landen. Het NSO schrijft dat door 275 miljoen te investeren Nederland weer stapsgewijs richting het Europese gemiddelde kan bewegen. Maar hiervoor kiest de minister dus niet. 170 miljoen is volgens het NSO-advies het minimale, ‘zodat Nederland zijn ruimtevaartcapaciteiten kan behouden en niet uit Esa-programma’s hoeft terug te treden.’

Tanja Masson is verbonden aan het Internationaal Instituut voor Lucht- en Ruimterecht. Ze herkent de teleurstelling van de Nederlandse ruimtevaartsector met het terughoudende investeringsbeleid wel. “De sector is echt ontstemd hierover, en die frustratie is ook elke keer weer hetzelfde. Er liggen enorme kansen voor Nederland, maar de politiek ziet dat maar niet in. En dat terwijl ruimtevaartprogramma’s kunnen bijdragen aan zoveel uitdagingen van nu. Neem bijvoorbeeld klimaatverandering, communicatietechnologie en veiligheid. De sector moet de politiek hiervan veel meer bewust maken.”

Aschbacher niet te spreken

En ook Aschbacher is dus niet te spreken over de voorgenomen Nederlandse bijdrage. “De nu aangekondigde bijdrage is minder dan een derde van wat je op basis van de economische kracht van Nederland zou mogen verwachten.” Bovendien is in Nederland nu de grootste Esa-locatie van Europa gevestigd, het Estec-centrum in Noordwijk, gaat Asbacher verder. “Daar werken en wonen 6000 goedbetaalde Esa-medewerkers. Nederland profiteert hier economisch enorm van. Maar, als Nederland niet meer gaat investeren, dan gaan andere Esa-landen hierover hun wenkbrauwen optrekken. Wijzend op hun grotere bijdrage aan Esa kunnen ze misschien wel voorstellen om een deel van die mensen eens in hun land te laten werken.”

Ambitieuze plannen

Esa heeft voor de komende jaren op diverse terreinen ambitieuze plannen. Zo zijn er programma’s gericht op exploratie, aardobservatie en op wetenschappelijk onderzoek van het diepe heelal. De eerstvolgende exploratiestap is de maan. Er zijn onder meer plannen om eigen Europese maanlanders te ontwikkelen, de Argonaut-landers. Ook het Moonlight-project is veelbelovend. Hierbij wil Esa, samen met de Europese ruimtevaartindustrie, een satellietcommunicatiesysteem rond de maan gaan bouwen.

Op het gebied van aardobservatie moeten de ministers onder andere een besluit nemen over de Harmony-missie. Deze kan kleine veranderingen aan het aardoppervlak in beeld brengen. Nuttig om vroegtijdig te kunnen waarschuwen voor vulkaanuitbarstingen of aardbevingen, of om het smelten van gletsjers te bestuderen.

Op wetenschappelijk gebied komt zeker de Juice-missie (Jupiter Icy Moons Explorer) aan de orde. Deze sonde vertrekt in 2023 naar gasplaneet Jupiter. Juice gaat onder meer de manen van Jupiter verkennen en op zoek naar aanwijzingen voor het bestaan van leven in de oceanen die zich vermoedelijk onder hun dikke ijslaag bevinden. Verder zullen de ruimtetelescoop Plato (om te zoeken naar exoplaneten), Athena (een nieuwe röntgenstraling-telescoop) en Lisa (een gravitatiegolvendetector) de revue passeren.

Lees ook:

Bedrijven zien nieuwe kansen in de ruimte

Het internationaal ruimtestation ISS nadert zijn levenseinde. En de betrokken overheden gaan geen opvolger bouwen. De commercie neemt het over.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden