Buitenaards leven

Er was een buitenaards zonnezeil op bezoek in ons zonnestelsel, Avi Loeb blijft erbij

Een impressie van ‘Oumuamua. Beeld AP
Een impressie van ‘Oumuamua.Beeld AP

Avi Loeb kreeg de hele wetenschap over zich heen toen hij beweerde dat het object dat in 2017 het zonnestelsel had doorkruist, van buitenaardse makelij was. In zijn repliek noemt hij zijn collega's kortzichtig.

Op 19 oktober 2017 ontdekten astronomen op Hawaï tussen de gegevens van hun telescoop een lichtpuntje dat zich met grote snelheid langs het hemelgewelf had bewogen. Al snel werd duidelijk dat ze de eersten ­waren geweest die een object hadden waargenomen dat vanuit de interstellaire ruimte een bezoek had gebracht aan het zonnestelsel. En wat voor een object!

‘Oumuamua werd de bezoeker gedoopt (de apostrof is onderdeel van de naam), Hawaïaans voor ‘verkenner’. Hij stelde de wetenschap voor tal van raadsels. Hij weerkaatste het zonlicht alsof hij van glimmend metaal was. De weerspiegeling varieerde zo enorm dat hij geen gladde bol kon zijn, maar een zeer asymmetrisch object dat snel om zijn as tolde. Een sigaar of een pannenkoek.

En er was iets geks met zijn baan. ‘Oumuamua was het vlak van het zonnestelsel vrijwel loodrecht genaderd, had dicht langs de zon gescheerd en was toen weer vertrokken (de meeste sterrenkundigen hebben alleen het staartje van het bezoek gezien, in de wetenschap dat we ‘Oumuamua nooit meer zullen kunnen bestuderen). Zo’n traject wordt gedefinieerd door eenvoudige formules die meer dan drie eeuwen geleden door Isaac Newton zijn opgesteld. Maar ‘Oumuamua week van die baan af. Terwijl het object zich van de zon verwijderde, versnelde het, tegen de zwaartekracht van de zon in. Alsof het werd voortgestuwd.

Dan moet het een soort komeet zijn geweest, luidde de conclusie. Als een komeet in de buurt van de zon komt, verdampt zijn ijsachtige kern. Als die gassen er aan één kant uitkomen, fungeren ze als een straalmotor. Er was één probleem: ‘Oumuamua had geen kometenstaart. Sterrenkundigen moesten zich in allerlei bochten wringen om hier een verklaring voor te vinden. Wellicht ­bestond zijn kern enkel uit waterstof; dat gas zien de infraroodcamera’s van de telescopen niet.

Flinterdun scherm

Ho eens even, moet de Amerikaanse astrofysicus Avi Loeb op een gegeven moment hebben gedacht. Voor elke curiositeit van ‘Oumuamua is wel een verklaring te bedenken, maar de kans dat een willekeurig ruimte­object al die eigenaardigheden in zich verenigt is één op quadriljoen (een quadriljoen is een biljoen maal een biljoen). Als de wetenschap zoiets buitenissigs een geloofwaardige hypothese vond, dan wist Loeb er ook nog wel een: ‘Oumuamua is een zonnezeil, vervaardigd door intelligente buitenaardse wezens.

Een flinterdun scherm, ultralicht, dat wordt voortgestuwd door het licht van de zon. Dat verklaart de versnelling, én de vreemde reflecties. Het hoeft geen compleet ruimteschip te zijn geweest. Misschien is het gewoon een brokstuk ervan, dat al millennialang door de ruimte zweeft terwijl de beschaving die het voortbracht allang is uitgestorven. Of misschien was het een baken in de kosmos, ooit neergezet door zo’n zelfde intelligente beschaving.

Want dat was nog zo’n curiositeit aan ‘Oumuamua: vergeleken met ­alle andere sterren aan het firmament stond het stil. ‘Oumuamua vloog niet door het zonnestelsel, het zonnestelsel botste op een boei die daar sinds tijden hing. Hoogst ­onwaarschijnlijk dat het eerste ­interstellaire object dat wij waarnemen, een natuurlijke oorsprong heeft en deze gemiddelde snelheid per toeval heeft gekregen.

Dat heeft hij geweten. De academische gemeenschap viel over Loeb, een gerenommeerde hoogleraar van de universiteit van Harvard, heen. Zijn hypothese werd niet transparant genoemd, misleidend, gevaarlijk zelfs. Een jaar na de publicatie van Loeb rekenden ze met hem af. In het vakblad Nature Astronomy ­liepen ze alle curiositeiten nog eens langs en concludeerden ze dat de ­bezoeker een natuurlijke oorsprong had gehad.

Maar Loeb laat zich niet uit het veld slaan. In het boek Buitenaards zet hij zijn gedachtengang nog eens uiteen. In een prettig leesbare stijl legt hij uit hoe vergezocht hij de ­wetenschappelijke verklaringen voor een natuurlijke oorsprong vindt. Zijn redenering is een exercitie in de traditie van Sherlock Holmes, schrijft hij: ‘Wat er na eliminatie van het onmogelijke nog overblijft moet, hoe onwaarschijnlijk ook, wel de waarheid zijn’. De lezer kan zich laten overtuigen. Of niet, en toch concluderen dat Loebs sprong naar een laten we zeggen minder gangbare hypothese net zo onmogelijk is.

Nieuwe hypothese

Daar gaat het hem niet eens om. In de wetenschap zoek je volgens Loeb een verklaring voor de dingen die je waarneemt. En als zich iets voordoet wat zich niet door die verklaring laat beschrijven, moet je haar verwerpen en een nieuwe hypothese opstellen. Bij zo’n nieuwe, onverwachte gebeurtenis zou elke wetenschapper moeten opveren, vindt hij.

‘‘Oumuamua heeft ons geconfronteerd met feiten die we niet goed kunnen verklaren’, schrijft hij. ‘Over die feiten is iedereen het eens. En dus is het onze taak om hypotheses op te stellen die een zo volledig mogelijke verklaring leveren voor de gegevens waar we over beschikken. Helaas is dat niet wat de meeste ­wetenschappers lijken te hebben ­besloten. Er is niets aan de hand, ­beweren zij. We hebben ervan ­geleerd wat we ervan konden leren en we kunnen nu allemaal het best maar weer gewoon verdergaan met waar we eerder mee bezig waren.’

In zijn enthousiasme spiegelt hij zich soms aan Galilei. De Italiaanse wetenschapper moest ook opboksen tegen een gevestigde orde die weigerde afstand te doen van het dogmatische idee dat de aarde het middelpunt van het heelal was. Kijk dan toch door mijn telescoop, moet Galilei regelmatig hebben uitgeroepen, en zie dat de aarde beweegt. Kijk dan toch naar de baan van ‘Oumuamua, roept Loeb hem na, en zie dat ze versnelt.

Het conservatisme in de wetenschap ergert hem. Hoe vaak heeft hij niet gezien dat jonge studenten de kans ontnomen wordt om hun nieuwsgierigheid de vrije loop te gunnen en ze het advies krijgen om op de gebaande paden te blijven. Om vooral geen grootse, dwarse vragen te willen beantwoorden.

Heliocentrisme

Is de grootste vraag van allemaal niet of wij alleen zijn in dit universum, gaat Loeb verder. Het antwoord – of het nu ja of nee is – zou onze kijk op onze positie in het heelal drastisch veranderen. Het zou een grotere schok zijn dan het heliocentrisme van Copernicus en Galilei, of de evolutie van Darwin. Het besef dat er wezens bestaan, veel intelligenter dan wij, of veel verder in hun ontwikkeling, zou ons pas echt op onze plaats wijzen, schrijft Loeb. Maar de vraag is eerst: zijn wij, gezien onze houding ten opzichte van ‘Oumuamua, wel in staat om een buitenaardse intelligentie te herkennen?

Waarom zijn we zo huiverig voor een hypothese over buitenaards ­leven? Aan het eind van zijn boek haalt Loeb de weddenschap van de zeventiende-eeuwse filosoof en wiskundige Blaise Pascal aan. Moet je als mens ervan uitgaan dat God ­bestaat of kun je gokken van niet. Het is verstandiger om te leven met het perspectief dat God bestaat, ­betoogt Pascal. De genoegens en ­ondeugden die je je daarvoor in dit korte leven moet ontzeggen, wegen niet op tegen het eeuwigdurende branden in de hel als er toch een Laatste Oordeel komt.

Het Grote Filter

Zoiets geldt ook voor buitenaards ­leven, vindt Loeb. Het is niet ondenkbaar dat onze beschaving zichzelf de komende vijf eeuwen vernietigt. Door klimaatverandering of een nucleaire oorlog. Het is wat hij ‘het Grote Filter’ noemt. Beschavingen die grote technologische vooruitgang boeken, ­lopen grote kans daarmee hun eigen einde in te luiden. Dat zou verklaren waarom we nooit door intelligente wezens zijn bezocht. Als we nu zelf op zoek gaan naar zulke (uitgestorven) beschavingen leren we misschien hoe we dat Grote Filter kunnen vermijden.

Het is een wat wild slot van zijn betoog. Zoals gezegd, je hoeft het niet met hem eens te zijn. Als je je maar blijft openstellen voor verklaringen die buiten je vertrouwde zone vallen. Loeb heeft die boodschap 250 bladzijden lang met zoveel overtuigingskracht gebracht, dat je het in dat laatste hoofdstuk niet meer waagt een ‘Ho eens even!’ te slaken.

Avi Loeb: Buitenaards. Prometheus, Amsterdam. Paperback, ca. 272 pagina’s. Prijs: € 21,99. ISBN: 978 90 446 4326 8

Lees ook:

Puinruimen in de ruimte: deze kliko gaat het doen

De mens heeft zoveel puin in een baan om de aarde gebracht, dat zijn eigen satellieten worden bedreigd. Daarom wordt nu de eerste vuilniswagen de ruimte ingestuurd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden