Beeld werry crone

ColumnJan Beuving

Er fietst een garnaal door de straat

I

Woensdag werd bekend dat de Abelprijs, de ‘Nobelprijs voor de wiskunde’, toegekend is aan Hillel Furstenberg en Gregory Margulis. Ik las het juryrapport, en hoewel ik 90 procent van de woorden begreep, snapte ik maar 10 procent van de zinnen. De eerste zin ging nog: ‘Een centrale tak van de kansrekening is de studie van toevalsbewegingen, zoals bijvoorbeeld de weg die een toerist neemt in een onbekende stad als hij op iedere kruising een muntje gooit om te bepalen of hij links of rechts gaat.’

Het eerste wat ik dacht: dan gaat die toerist dus nooit rechtdoor op een kruising. (Tenzij het muntje toevallig in de voeg tussen twee straatstenen rechtop blijft staan.) Mijn tweede gedachte (eigenlijk derde, want die gedachte over de voeg was natuurlijk de tweede, en deze gedachte is dan eigenlijk al nummer drie) was: waar vind je in deze groepsimmunitijden nog toeristen? En drie: nee, even niet over corona. Vier: nu gaat het toch weer over corona. Vijf: kun je een toevalsbeweging van je gedachten opschrijven? Zes: Er fietst een garnaal door de straat. Zeven: Huh?!

In het Engels heet een toevalsbeweging een random walk. Dat doet me denken aan de zomeravonden waarop ik als puber doelloos door de straten van ons dorp fietste. Ik kwam in wijken waar ik nooit geweest was en niemand kende; ik volgde mijn voorwiel bij iedere kruising. Later in je leven krijg je vaak te veel haast om doelloos te zijn. Misschien is dat precies wat nu – en vergeef me dat dit zijpad weer naar de nieuwssnelweg leidt – zo opbreekt in de coronacrisis: omdat we niet aan doelloosheid gewend zijn, en verplaatsing van het virus een niet meer in te dammen toevalsbeweging lijkt, zijn we de controle kwijt. Want hoewel ieder individu meestal logische bewegingen maakt, is ons gezamelijke bewegingspatroon nogal willekeurig. Zo duikt het virus overal op. Er is nog geen waarheid als het gaat om het bestrijden, en waar het heengaat is onbekend: durf dan maar eens te berusten in de toevalscomponent.

Gelukkig troost taal. Daar kun je in dwalen zonder ziek te worden. Op het oog lijkt de taal minder oneindig dan de wiskunde. Er is een woordenboek waar bijna alle woorden in staan, maar er is geen drukker die een getallenboek aandurft. Je zou het eerste exemplaar nooit af krijgen. Maar het mooie is: er zijn altijd weer zinnen die nog geen mens gehoord had. Onder de taalzon is altijd iets nieuws.

II

Er fietst een garnaal door de straat. Huh? Misschien dat het kan op een waterfiets in de Straat van Hormuz. Of van Gibraltar. Of in de Rivierenbuurt. Is er niet een lied van Herman van Veen over de Rivierenbuurt? ‘Amsterdam Zuid, Rivierenbuurt / Straten stromen door mijn hoofd.’ Tekst van Ischa Meijer volgens mij. Oef, durf ik de gedachte over Herman van Veen die door mijn hoofd flitst op te schrijven? Nee. Maar wacht, als ik de zinnen die toevallig in mij opkomen censureer, ben ik dan nog wel een toevalsbeweging van taal aan het opschrijven? Maar vraag blijft waar die garnaal vandaan kwam. Ik keek uit mijn raam, daar zag ik een straat, maar er fietste geen garnaal. Ik heb al in jaren geen garnaal meer gegeten. Er is een bundel van Daan Zonderland die ‘Er zwom een garnaal door het Kattegat’ heet. Ik kreeg hem cadeau toen ik afscheid nam als redacteur van de Vakidioot, het verenigingsblad van mijn studievereniging. Je zult niet vaak een kat door een garnalengat zien zwemmen trouwens. Maar ook die garnaal van Daan Zonderland fietste dus niet. Waar kwam die fietsende garnaal dan vandaan? Waar komt taal vandaan? Uit een waterkraan? (Past dat nog, naast al die smurfen?) Hoe zou het met Vader Abraham zijn, trouwens? Ik schrijf wel vaak ‘trouwens’, trouwens. Het songfestival is afgelast; zou hem dat nog wat doen? Of zou hij het festival haten sinds Sieneke zijn lied niet tot de finale wist te brengen? Ik heb hem ooit horen vertellen dat hij In ’t kleine café aan de haven geschreven had, en het aan Imca Marina wilde verkopen, maar dat haar manager zei: meer iets voor Herman van Veen. Dan doe ik het zelf wel, dacht Pierre Kartner, en dat heeft hem geen windeieren gelegd. Dat hardgekookte ei uit het lied dat je als enige aan eten kunt krijgen is waarschijnlijk ook geen windei. Wat gebeurt er als je een windei kookt? Zou het lekker zijn met garnalen?

Jan Beuving is wiskundige en cabaretier. Hij speelt in zijn column met natuurwetenschappen en taal. Lees zijn eerdere columns.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden