Wetenschap

Elk eiland is een uniek experiment in geïsoleerde evolutie, en toch lijken ze op elkaar

Pinnacle Rock  op de Galápagos eilanden, een geïsoleerde archipel in de Grote Oceaan. Beeld Hollandse Hoogte / Westend61
Pinnacle Rock op de Galápagos eilanden, een geïsoleerde archipel in de Grote Oceaan.Beeld Hollandse Hoogte / Westend61

Eilanden zijn een etalage van ecologische en evolutionaire creativiteit. Maar ook cultuur en taal volgen de wetten van eilandbiogeografie, vertelt Sietze Norder.

Eilanden herbergen vaak unieke fauna die je nergens anders vindt: de reusach­tige komodo­varaan, de ­lemuren van Madagaskar, en ooit liep op Mauritius een grote, niet-vliegende duif rond, de dodo. Maar terwijl elk eiland een eigen ­experiment in geïsoleerde evolutie is, lijken ze toch ook weer op elkaar.

De eilandparadox noemt biogeograaf Sietze Norder dat. “Er spelen dezelfde processen en wetmatig­heden: bijvoorbeeld hoe eilanden worden gekoloniseerd en ecologische niches worden ingevuld, of hoe de ene soort groter wordt en de andere juist kleiner.”

Biogeografie is het vakgebied dat onderzoekt welke soorten waar voorkomen en waarom. Norder schreef een boek over de lessen van eilanden voor ons begrip van de natuur. “Biologische processen zie je duidelijker aan het werk op eilanden, omdat ze als het ware vereenvoudigde ecosystemen zijn vergeleken die van het vasteland.” Minder soorten, minder ecologische relaties, een kleinere oppervlakte: je ziet meer omdat er minder is.

Eilanden tonen wat er ecologisch en evolutionair allemaal mogelijk is. “Op eilanden waar relatief weinig insecten voorkomen, wordt bijvoorbeeld de rol van bestuivers overgenomen door hagedissen. Je ziet de creativiteit van de natuur aan het werk.”

Het is ook op eilanden dat de ­natuur haar geheimen onthult. Het bekendste voorbeeld is uiteraard de evolutietheorie die Charles Darwin formuleerde na zijn reis met de ­Beagle die hem onder meer naar de Galápagoseilanden voerde. Norder: “Het viel Darwin op dat de dieren op eilanden, bijvoorbeeld de Galápagos en Kaapverdië, leken op de soorten van het dichtstbijzijnde vasteland, respectievelijk Zuid-Amerika en West-Afrika. Darwin begreep dat die overeenkomsten duiden op verwantschap en dat de eilandsoorten zijn voortgekomen uit de continentale soorten.”

Een drastische test op Florida Keys

Een ander inzicht uit de studie van eilanden, zegt Norder, is het klassieke evenwichtsmodel van ­Robert MacArthur en Edward O. Wilson uit de jaren zestig. Dat model stelt dat de biodiversiteit op een eiland wordt bepaald door zijn isolatie en oppervlakte, omdat die twee factoren bepalen hoe snel soorten het eiland koloniseren en hoe snel ze (langs natuurlijke weg) uitsterven.

“Om dat model te testen, bespoot Wilson een aantal piepkleine eilandjes van de Florida Keys met pesticiden om alle insecten te doden en daarna te monitoren hoelang het duurde voordat de eilanden werden geherkoloniseerd. Het model bleek te kloppen. Binnen een half jaar vertoonden de eilandjes weer een vergelijkbare soortenrijkdom als voor het experiment. En de meest afgelegen eilandjes bleven het langst leeg.”

Hoewel er door Wilsons experiment geen soorten voor altijd verdwenen, blijft het natuurlijk wel een beetje cru om een hele eilandfauna te verdelgen. Zeker als je bedenkt dat uitsterven op eilanden aan de orde van de dag is, zegt Norder: “Maar liefst 60 procent van alle uitgestorven soorten leefde op eilanden. Zodra mensen arriveren, beginnen soorten te verdwijnen. Dat patroon herhaalt zich keer op keer.”

De oorzaken vat Norder samen in de afkorting HOI: Habitatverlies (door de kap van bossen bijvoorbeeld, om plaats te maken voor plantages), Overexploitatie (onder meer door niet-duurzame bejaging), en ­Interacties tussen soorten (die veranderen, bijvoorbeeld door de introductie van exoten).

De zeeleguaan leeft alleen op de Galápagoseilanden.  Beeld Hollandse Hoogte / EyeEm
De zeeleguaan leeft alleen op de Galápagoseilanden.Beeld Hollandse Hoogte / EyeEm

Die exoten bereiken een eiland vaak in het kielzog van de mens. Bedoeld, zoals de geiten die hij meebrengt en die vervolgens de hele vegetatie kaal grazen. Maar ook onbedoeld, zoals ratten, die de eieren van eiland­vogels gaan eten. De oorspronkelijke eilandbewoners hebben dan geen antwoord op die indringers, zegt Norder: “Eilandsoorten hebben vaak hun verdedigingsmechanismen laten varen, ze kunnen niet meer vliegen of ze zijn niet schuw meer. Dat doet ze de das om als de mens op het toneel verschijnt.”

Een taal is net een dodo

Norder promoveerde aan de Universiteit van Lissabon op eilandbiogeografie in het antropoceen, het tijdperk van menselijke dominantie op aarde, en bezocht voor zijn onderzoek onder meer Mauritius, de Azoren en de Canarische eilanden. Nu is hij als onderzoeker neergestreken op het Leiden University Centre for Linguistics, onderdeel van de faculteit geesteswetenschappen.

Wat doet een natuurwetenschapper tussen de taalkundigen? “Vanuit het perspectief van de biogeografie bestudeer ik hoe talen zich verspreiden. Er zijn veel parallellen tussen het ontstaansproces van soorten en het ontstaan van talen.”

Hoe groter en geïsoleerder het eiland en hoe meer tijd er verstrijkt, des te groter is de rijkdom aan soorten die ontstaat. “Dat geldt ook voor de rijkdom aan talen en culturen. Voor culturen is het lastig te kwantificeren, maar bij talen kan dat beter. Neem een eiland als Papoea-Nieuw-Guinea: dat heeft een enorme oppervlakte en een heel ruige topografie. Daardoor hebben stammen en dorpen beperkt contact gehad en zich in afzondering ontwikkeld. Dat heeft geleid tot de hoogste taaldiversiteit ter wereld. Dezelfde factoren die zorgden voor een enorme diversiteit in paradijsvogels zorgden voor diversiteit in talen. Ook taal gedraagt zich volgens de eilandwetten.”

De parallel stopt daar niet. Norder wijst er in zijn boek op dat de eerste McDonald’s in een afgelegen stadje zich net zo goed als een invasieve exoot gedraagt; als een rat op een nieuw ontdekt eiland. “McDonald’s concurreert lokale eetgelegenheden weg en de diversiteit van restaurants neemt af. En in een volgende stad zie je hetzelfde gebeuren.”

Net zoals soorten op eilanden kwetsbaar zijn voor uitsterven, zijn culturen en talen dat ook. “Een voorwaarde voor uitsterven is zeldzaamheid. Zo zijn de oorspronkelijke talen en culturen die alleen op de Canarische eilanden voorkwamen allemaal verdwenen, verdrongen door de Spaanse taal en cultuur.”

Natuurlijke en menselijke factoren in de eilandbiogeografie moeten in hun samenhang worden bestudeerd, bepleit Norder: “Vandaag de dag is alles met elkaar verbonden in een web van transportmiddelen. Geografische isolatie van eilanden speelt een veel kleinere rol in de verspreiding van soorten dan vroeger. Het gaat nu vooral om economische isolatie: hoe vaak doet een vliegtuig een eiland aan? Dat bepaalt hoe snel exotische verstekelingen een eiland kunnen bereiken.” Waar vroeger bijvoorbeeld de tolerantie voor zout water bepalend was of soorten eilanden konden bereiken, is het nu een vraag of soorten het kunnen uithouden als verstekeling in een vrachtruim van een vliegtuig.

Een baken van hoop

De lessen van de eilanden zijn zo relevant voor het vasteland, omdat de natuur die nog resteert steeds meer het karakter krijgt van ‘habitateilanden’ in een zee van mensen. “Het evenwichtsmodel van Wilson en MacArthur, aangevuld met enkele nieuwe inzichten, wordt vaak toegepast om in te schatten of een stuk natuurgebied zijn soorten kan behouden”, zegt Norder. “Ook laten ­eilanden duidelijk de gevolgen zien van het uitsterven van een soort voor andere soorten. Reuzenschildpadden op Mauritius bleken belangrijke verspreiders van de zaden van de ebbenboom. Zonder schildpadden kreeg ook die boom het moeilijk.”

Norder vindt eilanden op nog een punt belangrijk: als inspiratie voor natuurherstel. “Niets doen is geen optie meer; als we iets willen doen aan de massa-extinctie, moeten we ingrijpen. Juist omdat eilanden kleinschalig en afgebakend zijn, kunnen we er heel goed kennis en ervaring opdoen met zulke ingrepen. Bij de introductie van reuzenschildpadden van de Seychellen op Mauritius bleken die ook de rol van zadenverspreider op te pakken. En neem de Mauritius-torenvalk: daar waren er in de jaren zeventig nog vier van over, maar na een intensief fokprogramma vliegen er nu weer honderden rond. In die zin vormen eilanden ook een baken van hoop.”

Sietze Norder, De wereld in het klein. Wat eilanden ons vertellen over de relatie tussen mens en natuur, ­Prometheus, 232 blz., € 21,99

Lees ook:

Georg Everhard Rumphius, de onbekende aartsvader van de Indische botanie

Bij het grote publiek is hij onbekend gebleven, maar met zijn Amboinsche kruidboek behoort Georg Everhard Rumphius tot de groten in de geschiedenis van de plantkunde

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden