null

InterviewVoedingsonderzoeker Guido Camps

Een slim horloge dat je vertelt die vette hap te laten staan, en voedingsadvies dat jou op het lijf is geschreven

Beeld Patrick Post

Gezond eten - niet te veel, niet te weinig, niet te snel, niet te eenzijdig - het blijft lastig. De geest is gewillig, maar het vlees is zwak. Smartwatches kennen die zwakte niet en kunnen de mens terzijde staan, zegt onderzoeker Guido Camps. Op naar een toekomst met je horloge als gezagvoerder?

Lidwien Dobber

Kunstmatige intelligentie maakt de mens gelukkiger en de maatschappij gezonder, zegt Guido Camps van de Wageningen Universiteit. Zijn lab werkt aan manieren om die technologie in ons leven te brengen. Want hoe fijn zou het zijn als je smartwatch je hielp om je aan je dieet je houden? En als je wist dat courgettes prima zijn voor anderen, maar dat jij ze moet laten staan?

We kunnen al jaren toe met de schijf van vijf. Die helpt ons om gezond te eten. Wat is daar mis mee?

“Helemaal niks, ik ben er groot voorstander van.”

Toch werk je aan technologie voor gepersonaliseerde voedingsadviezen.

“De schijf van vijf is gebaseerd op tientallen jaren aan voedingsonderzoek. Vaak zijn dat studies die mensen elk jaar een vragenlijst laten invullen: wat eet je, sport je, heb je ziektes gekregen, mogen we je medisch dossier doorlichten? Maar de antwoorden kloppen vaak niet helemaal. Wat je anderhalve week geleden hebt gegeten, is moeilijk terug te halen. Je vergeet dingen, de hoeveelheden zijn verkeerd, mensen geven wenselijke antwoorden. Die studies zijn het beste wat we hebben om patronen in grote groepen te zien, zoals wat zoutconsumptie doet met gezondheid.

“Experimentele studies met controlegroepen zijn betrouwbaarder, maar lastig. Muizen kun je hun hele leven in een kooitje opsluiten en zeggen: jij krijgt dit eten en jij dat, en we kijken wie er het eerste ziek wordt. Mensen niet. Dus zijn betrouwbare data in het voedingsonderzoek een superingewikkeld probleem.”

Guido Camps (38) studeerde diergeneeskunde in Utrecht, kunstmatige intelligentie in Nijmegen en data science en IT aan de Harvard Universiteit in de VS. Hij promoveerde op voedingsonderzoek in Wageningen. Hij werkt als onderzoeker voeding en kunstmatige intelligentie aan die laatste universiteit en leidt een lab van het Innovation Centre for Artificial Intelligence. Dat lab, een samenwerking tussen Wageningen, Nijmegen, OnePlanet Research Center en Imec, wil technologie gebruiken om mensen gezonder te laten eten en zo hun welzijn te vergroten en de gezondheidszorg te ontlasten.

En dat probleem kun je oplossen met kunstmatige intelligentie?

“Het is nu januari 2022 en stel, jij hebt je voorgenomen dit jaar gezonder te eten op basis van de schijf van vijf-adviezen. Dan moet je jezelf monitoren, dat kost moeite en tijd. Het vergt discipline en zelfbeheersing en we weten dat mensen daar niet goed in zijn.

“Als je dat monitoren automatiseert, krijg je veel betere feedback. Mijn slimme horloge houdt de hele dag ­keurig bij wat mijn hartslag is, hoeveel calorieën ik verbrand, hoe vaak ik actief ben en hoe vaak ik zit. Die zegt tegen mij: jongen, je hebt nu heel lang stilgezeten, misschien goed om even een rondje te lopen. Of: je lijkt ­gestrest, even rustig aan.

“Maar mijn horloge kan niet bijhouden hoeveel ik eet. Dat willen we oplossen.”

Hoe zou een horloge dat kunnen bijhouden?

“We hebben echt heel cool onderzoek gedaan met de bewegingssensor in je horloge. Die werkt ongeveer zoals een stappenteller, maar dan iets beter. Op basis van experimenten met voornamelijk ouderen hebben we nu een model dat tot in de 90 procent nauwkeurig detecteert wanneer je aan het eten bent. Puur op basis van bewegingen in je horloge.

“Je kunt zeggen: wat heb ik daaraan, ik weet zelf wel wanneer ik eet. Maar voor ouderen is ondervoeding een issue. Voor hen of hun mantelzorger kan het nuttig zijn om te weten dat er te weinig eetbewegingen zijn gedetecteerd.

“Technologie wordt beter, computers goedkoper en chips kleiner. Onder invloed daarvan vindt een grote omslag plaats. We meten niet meer aan een groep, we meten aan het individu. Mijn rusthartslag van de af­gelopen zeven dagen was ...” Hij kijkt op zijn horloge. “Gemiddeld 54. Volgens de medische inzichten moet dat tussen de 60 en de 100 zijn. Dus heb ik formeel een bradycardie, een te lage hartslag. Maar ik weet dat ik al tien jaar met die hartslag leef en dat ik me daar gezond bij voel. Ik zou me zorgen maken als ik een hartslag van 67 had.”

Je hebt het over afvallen of over juist voldoende eten. Behalve naar hoeveelheden kijken jullie ook naar wat je zoal eet, toch?

“Die beweging naar personalisatie zal ons denken over gezondheid veranderen. Van een individu wil je ­zo veel mogelijk data koppelen. Je wilt ook weten wát ­iemand eet en wat dat doet in zijn darmen. Er begint nu net een nieuwe onderzoeker die gaat werken met een ingestible smart pill die binnen het OnePlanet Research Centre wordt ontwikkeld. Letterlijk een pil met technologie erin, die je inslikt en die in je darmkanaal bijvoorbeeld je pH-waarde meet of monsters neemt. Daar rolt nog geen specifiek voedingsadvies uit, het is in een experimenteel stadium, we zijn nog even bezig.

“Die technologie zal aanvankelijk ook veel te duur zijn om voor iedereen beschikbaar te zijn. Die gaat eerst naar specifieke patiënten, voor specifieke doelen. Maar op ­zeker moment zal het zo zijn dat de huisarts zegt: o, u heeft buikklachten – wat voor een arts een van de ingewikkeldste symptomen is – neemt u drie dagen achter elkaar deze pil, dan kunnen we meten of er iets geks gebeurt.”

Het is de arts die die pil voorschrijft. Houd je dit soort technologie binnen de medische professie of is die straks online te koop?

“Je ziet dat die grens vervaagt. Ik heb zelf net twee weken met een glucosesensor op mijn arm rondgelopen, dat is een button die je in je bovenarm prikt. Die is ontwikkeld voor diabetici, en ik heb geen diabetes, maar die sensor is gewoon te koop en ik wilde weten wat mijn bloedsuiker doet.”

Worden die nuttige dingen die jullie ontwikkelen dure speeltjes voor mensen met veel geld?

“Die discussie voeren wij veel: ontwikkelen wij niet dingen die de happy few nog happier maken? Dat is een issue, een smartwatch zal niet iedereen hebben. Dus hebben we dat laten onderzoeken: wie maken er precies gebruik van slimme gezondheidstechnologie, vooral smartwatches? En dat viel ons mee, in Nederland in elk geval was dat veel meer door alle lagen van de bevolking dan wij hadden verwacht. Dus is het wellicht breder ­inzetbaar dan we dachten.

null Beeld Patrick Post
Beeld Patrick Post

“Deze technologieën maken de zorg goedkoper. De diëtist hoeft niet meer te vragen of je dinsdag bruin- of witbrood hebt gegeten. Met margarine of boter? 100 gram of 150 gram? Die dure tijd kunnen zorgprofessionals in oplossingen steken. Betere oplossingen bovendien, op basis van objectieve data. Ze hoeven mensen niet meer te peilen. De een wuift immers alles weg en de ander maakt van een mug een olifant. Objectieve data geven een beter beeld.”

Algoritmes kunnen behoorlijk dwingend zijn. En mensen houden van houvast. Worden we straks geleefd door onze slimme horloges?

“Mijn insteek zal altijd zijn: keuzevrijheid staat voorop.”

Hoe regel je dat?

“Neem het systeem niet of luister er niet naar. Er zijn ook mensen die hun smartphonegebruik willen verminderen. Daar zijn apps voor die hun telefoon na een uur schermtijd uitschakelen. Of na twee uur, dat kun je zelf instellen.”

Je moet lekker die boterham met volvette edammer kaas eten, ook al zegt je horloge ‘nee’?

“Sowieso, mijn doel is om technologieën te ontwikkelen die mensen vrolijker, gezonder en beter maken. In die volgorde.

“Je kunt je voorstellen dat je horloge zegt: je eet wat snel, wil je er niet wat meer van genieten? Want we weten dat mensen die langzamer eten eerder verzadigd zijn, minder eten en dus vaak slanker zijn. Maar als je met je vrienden in de bioscoop zit met een bak popcorn, dan is het misschien verstandig om mindful te genieten van elk hapje, maar daar in het donker heb je de behoefte om ongegeneerd scheppen popcorn in je gezicht te duwen. Dat hoort bij het leven. Dus dan negeer je ’m. Of je zet ’m uit. Wat jij wil.

“Maar waar ik tegen aanloop zijn mensen die gaan tennissen en dan zeggen: na al die inspanning mogen we wel een glaasje jus d’orange en een croissantje. In een glas jus zit 10 gram suiker per 100 milliliter en een roombotercroissant is 350 calorieën. Een half uurtje tennis is, als je stevig doorspeelt, 250 calorieën. Dan heb je nog 100 calorieën te veel. Je hebt het recht om dat te negeren, maar je hebt ook het recht om dat te meten, zodat je betere beslissingen neemt.”

Want de mens is niet zo’n logisch denkend wezen?

“Nee, en een manier om ons te trainen in rationaliteit en logica is door data. Dan hoef je minder vaak terug te vallen op je gevoel.”

Het viel mij op dat jullie het welzijn van mensen en het ontlasten van de zorg in een adem noemen. Die twee kunnen botsen. Wat als ik gelukkig ben, maar te dik en dus gezondheidsrisico’s loop? Kan de verzekeraar of mijn baas dan zeggen: val af en we houden je in de gaten?

“Die belangen kunnen botsen, daar heb je gelijk in. En het is ingewikkeld. Maar vraag je af wat het alternatief is. Het stopt niet. Technologie zal altijd wel door ­iemand worden ontwikkeld en dan kun je er maar beter van tevoren goed over nadenken.

“Dit is meer een politieke discussie dan een wetenschappelijke. Vergelijkbaar met de vraag of je iemand mag dwingen om een covid-vaccin te nemen. Daar ga ik niet over. Maar het zou een raar paardenmiddel zijn om te zeggen: laten we de technologie niet ontwikkelen, want dan hoeven we die discussie niet te hebben. Er moet over worden nagedacht. Beslist. Maar ergens ­anders. Dit moet een maatschappelijk debat zijn, een politiek debat.”

Nog een heet hangijzer: privacy. Waar komen al die data terecht? Ook in Silicon Valley?

“Onze universiteit wil zeer privacy-respecterend zijn. Onlangs hebben we een dienblad getest dat gewichts­veranderingen op je bord en in je kopje registreert, zodat je kunt zien wat er verdwijnt aan eten. Daarbij hebben we een camera gericht op de gezichten van proefpersonen om hun kauwbewegingen te detecteren die, zoals gezegd, verband houden met verzadiging.

“Eerst moest iemand al die filmpjes bekijken en kauwbewegingen turven. Dat is arbeidsintensief en subjectief, dus ik dacht: als we daar een algoritme overheen leggen, dan meten we veel beter. Maar dit zijn de data die je het minst graag wilt opslaan: gezichten van mensen. Als die ergens op een server staan, komt er wellicht een bedrijf – ik noem geen namen – dat denkt: mooi, dan kunnen we die mensen meteen taggen. We bekijken nu of we infrastructuur kunnen ontwikkelen om zelfverzamelde gezondheidsdata goed op te slaan en beschikbaar te maken voor de consument en eventueel zorgprofessionals, maar alleen als die consument dat wil.

“De universiteit heeft een privacy officer en een medisch-ethische commissie, we werken het liefst open source, dus met publiek toegankelijke software, zodat iedereen de code kan bekijken, de universiteit heeft geen verdienmodel. Wat wij ontwikkelen mag best commercieel worden verkocht, maar ik wil niet dat de prijs van dat dienblad vijftien keer over de kop gaat als een farmaceut het aan de man brengt. En artsen zover krijgt dat ze het voorschrijven, al kost het kapitalen. Dat risico zie ik wel.

“Mensen zeggen: als al die data er niet zijn, kun je er ook geen slechte dingen mee doen. Mijn antwoord is: denk je echt dat er nog een realistisch pad is naar minder data verzamelen? Ik zie dat pad niet. En als ik bij de arts kom met hartkloppingen, dan zou ik wíllen dat die vraagt of ik een smartwatch om heb gehad in mijn leven en of hij mijn data mag inzien. Dat geeft meer inzicht dan een meting op dat ene moment in die ene artsen­kamer.”

Lees ook:

Column: Ik laat mijn kind niet door een robot opvoeden

Terwijl mijn pasgeboren zoon mij indringend aankijkt, schrijft columnist Ilyaz Nasrullah, vraag ik me half verwonderd en half bezorgd af hoe de wereld eruit zal zien als mijn dochter (5) en hij volwassen zijn. Een van mijn zorgen is de verdergaande digitalisering. Ik ben bezorgd om de domme ideeën over het gebruik van ‘slimme’ technologie.

Essay: Geef eens wat privacy op (en maak de wereld zo een beetje mooier)

In het Wilde Westen van de techgiganten is de sheriff gearriveerd, die waakt over onze privacy. Maar zijn regels en boetes hebben ook hun keerzijde, schrijven Hans de Bruijn en Bram Klievink, want data zijn hard nodig voor betere zorg, beter onderwijs en meer veiligheid.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden