InterviewOudheid

Een lesje economie van de oude Grieken: ‘De komst van geld dwong tot een andere kijk op vriendschap’

Gipsen bustes van grote denkers te koop. Beeld Colourbox
Gipsen bustes van grote denkers te koop.Beeld Colourbox

De oude Grieken keken heel anders naar de economie dan wij nu doen. Van de verschillen kunnen we nog wat leren.

Met een omvangrijke subsidie van onderzoeksfinancier NWO kan Tazuko van Berkel, docent aan de Universiteit Leiden, onderzoek gaan doen naar het economisch denken in het oude Griekenland. Met het geld zal ze een postdoc en een promovendus aanstellen. Samen met hen wil Van Berkel onderzoek doen naar het economisch denken in de Griekse Oudheid, en de mensbeelden die daaruit spraken.

Van Berkel: “Ik ben geschoold in de Griekse literatuur en filosofie, en hou me bezig met ideeëngeschiedenis. Ik onderzoek hoe mensen in de Oudheid over dingen dachten. In mijn promotieonderzoek heb ik gekeken hoe de komst van de geldeconomie het Griekse idee van vriendschap heeft beïnvloed. Daarna heb ik onderzoek gedaan naar de rol van getallen en rekenen in de Griekse samenleving en politiek. En met de nieuwe NWO-subsidie kan ik nu onderzoek gaan doen naar economisch denken in de Oudheid. Niet het functioneren van de economie, maar hoe mensen ernaar keken. En dan moet je niet alleen kijken naar economische verhandelingen in traktaten, maar ook naar wijsheden, mythes, fabels.”

Relaties tussen mensen

“Historici richten hun aandacht vaak op technische kwesties, zoals inflatie, en concluderen dan dat de Grieken het fijne nog niet wisten van de wet van vraag en aanbod. Maar als je alleen naar de technische kanten van het economisch denken kijkt, mis je een heleboel dingen.

“Met ieder stukje economie verandert het mensbeeld. Dat is bij ons zo, dat was in de Oudheid zo. Wij denken vaak dat economie gaat over relaties tussen spullen, maar economie gaat over relaties tussen mensen. Zo kun je zien dat met het opkomen van een geldeconomie mensen op een andere manier over vriendschap gaan nadenken.

“Vriendschap was voor de Grieken een wederkerig relatie, onderlinge afhankelijkheid. In het Griekse idee van vriendschap geef en leen je elkaar dingen zonder direct iets terug te krijgen. Er vindt geen ruil plaats, er worden gunsten verleend. Het Griekse woord is ‘kharis’, en dat kan verwijzen naar goederen of concrete gunsten, maar ook naar dankbaarheid en plezier. En in een vriendschap zullen de wederzijdse gunsten een balans vinden, niet meteen maar uiteindelijk, op de lange termijn.

“En dan komt het geld in de samenleving. Een enorm succes. Het geeft een heel andere dynamiek, want nu kun je direct uitwisselen en dingen verrekenen. Wat doet dat met het Griekse idee van vriendschap?

“Ik heb in mijn proefschrift laten zien dat de oude Grieken die twee zo veel mogelijk gescheiden wilden houden. In de schriftelijke bronnen wordt vriendschap radicaal anders omschreven dan een economische relatie. Met de komst van geld en ruilhandel, ontstaat er behoefte aan een persoonlijk sfeer waarin economie geen rol speelt. De Grieken gaan juist de gevoelsmatige aspecten van vriendschap benadrukken: de intenties, de verwachtingen, de emoties.

“In het onderzoek dat ik nu ga doen, zal vriendschap misschien nog wel even om de hoek komen kijken, maar ik wil nu expliciet gaan kijken naar de ontwikkeling van het economisch denken. Hoe werd in de Oudheid het economisch domein gedefinieerd? En dan gaat het niet alleen om de definities van geleerden, maar ook om het economisch denken in de straat, de winkel, de kroeg.

“Door te kijken naar andere culturen, krijg je een spiegel voorgehouden. Want je moet je bij dit soort onderzoek bewust zijn van je eigen premissen en vooroordelen. Om een voorbeeld te geven: de Griekse schrijver Xenophon, vierde eeuw voor Christus, legt in een van zijn geschriften uit hoe je een boerderij moet managen. ‘Je moet weten hoe je dingen moet gebruiken’, schrijft Xenophon. En dan heeft hij het niet alleen over gereedschappen, maar ook over dieren zoals paarden, en over de mensen om je heen. Gebruiken. Dan denken wij meteen: dat is een heel instrumentele kijk op dier en medemens. Maar als je naar de Griekse terminologie gaat kijken, zie je dat het woord niet verwijst naar ‘gebruiken voor je eigen doelen’, maar naar ‘omgaan met’ of ‘inzetten’, dat wil zeggen: inzetten in overeenstemming met het wezen van paard en medemens.”

Goede leven

“Onze moderne economie is heel beschrijvend, analytisch. Het economisch denken van de Grieken is normatief. Mooi voorbeeld is te vinden in Gorgias, een van Plato’s dialogen (zie kader, red.).

“Daarin komt een zekere Callicles voor, die met Socrates in ­debat gaat over de goede manier van leven. Socrates wijst naar twee mannen die elk een aantal kruiken hebben. Maar de een heeft zijn kruiken goed onderhouden, en de andere slecht, waardoor de zijne lekken. De eerste is op een gegeven moment klaar met vullen, bij de tweede houdt het werk niet op.

“Wie van hen leeft nu het goede leven? Daarover gaat de discussie. Het zijn twee mensbeelden, twee modellen van consumptie. Wat heb je nodig? Een begrensd lijstje goederen, of hebben de behoeften geen grens?

“In onze moderne tijd heeft econoom John Maynard Keynes voorspeld dat door technologische vooruitgang de productiviteit ooit zo hoog zou worden dat we niet meer zouden hoeven werken. Maar dat punt bereiken we nooit, omdat we steeds meer willen en nieuwe behoeften krijgen. Wij zijn als de man met de lekkende kruiken.”

De mannen met de kruiken

Socrates: Twee mannen hebben allebei een groot aantal vaten. Van de een zijn ze degelijk en goed gevuld met wijn, honing, melk en allerlei andere zaken, van de ander niet. Bij alle vaten is de toevoer schaars, hij verloopt moeizaam en kost veel inspanning en hard werken. Nu hoeft de één, wanneer hij zijn vaten heeft gevuld, niets meer aan te voeren; op dat punt heeft hij geen zorgen meer en kan hij gerust zijn. Maar bij de ander, die net als de eerste alleen met moeite voor toevoer kan zorgen, zijn de bakken lek en verrot. Als hij geen verschrikkelijke pijn wil lijden is hij gedwongen ze dag en nacht telkens bij de vullen. Als die twee zo’n leven zouden hebben, is dan volgens jou het leven van de onbeheerste mens gelukkiger dan dat van de sobere? Kan ik je zo een beetje overtuigen? Ben je met me eens dat het sobere leven beter is dan het onbeheerste, of niet?

Callicles: Nee, je kunt me niet overtuigen, Socrates. Want die ene man, die zich heeft gevuld, kent verder geen enkel genot. Dat is wat ik net al zei: leven als een steen, nadat je je hebt gevuld, zonder verder enig plezier en zonder pijn. Nee, het leven wordt een genot als er zo veel mogelijk toevloeit.

Uit: Plato, Gorgias. Een gesprek in Athene 2400 jaar geleden, vertaling van Jan van Gelder, herzien door Gerard Koolschijn, Amsterdam: Bert Bakker 1990.

Lees ook:

De mens is rationeler dan hij denkt

Kijkend naar de toekomst moet je je niet laten misleiden door het verleden, roept de econoom. Maar niemand luistert. Of toch?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden