Spitsen die door de bewoners van Doggerland werden gemaakt, zo'n 11.000 jaar geleden.

Archeologie

Doggerland: het verdronken land onder de Noordzee geeft steeds meer geheimen prijs

Spitsen die door de bewoners van Doggerland werden gemaakt, zo'n 11.000 jaar geleden.Beeld Rijksmuseum van Oudheden

Het verdronken land tussen Nederland en Groot-Brittannië is een archeologisch walhalla. We begrijpen nu steeds beter hoe onze verre voorouders leefden met een veranderlijk klimaat.

Onder de bodem van de Noordzee ligt een verdwenen landschap. Op zijn hoogtepunt strekte het zich uit van Nederland tot Groot-Brittannië naar Denemarken en de zuidelijke punt van Noorwegen. In totaal meer dan 200.000 vierkante kilometer. De menselijke geschiedenis gaat er een miljoen jaar terug.

Het is een van de belangrijkste archeologische vindplaatsen van Europa. “Het gebied is ook een schatkamer voor geologen en paleontologen”, zegt archeoloog Luc Amkreutz, conservator van de collectie Prehistorie bij het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. “De collectie pleistocene zoogdieren die er is opgevist, is een van de grootste ter wereld.”

Tijdens de ijstijden was het oude Doggerland een koude mammoetsteppe, doorsneden door Rijn, Maas, Schelde en Theems. Ook in die ijstijden had het gebied een relatief mild klimaat doordat het aan de rand van het continent lag, zegt Natasja den Ouden, collectiebeheerder bij natuurmuseum Naturalis. De aanwezigheid van rivieren maakte de mammoetsteppe aantrekkelijk. Dieren moeten drinken en zijn daarom nooit heel ver van water verwijderd. “In de koude perioden leefden er vooral grote dieren, zoals mammoeten en wolharige neushoorns. Die aten grassen en kruidachtige planten die in overvloed groeiden. Er leefden ook kuddes paarden en rendieren, op de voet gevolgd door grottenleeuwen, hyena’s, bruine beren en wolven.”

De eerste sporen van bewoners zijn 950.000 jaar oud

Langs de rivieren en kuststroken kwamen de eerste mensachtigen vanuit het zuiden naar dit gebied. Britse archeologen hebben aanwijzingen voor vroege bewoning gevonden van zo’n 950.000 jaar oud. Pal aan de overkant van de Noordzee. Veel later kwamen de Neanderthalers, die zich alleen lieten verjagen door twee opeenvolgende ijstijden. Een van hen was Krijn, de eerste ­Neanderthaler van wie in Nederland een stukje bot is gevonden. Zo’n 50.000 tot 100.000 jaar oud is zijn fossiel. Het gaat om een stukje van zijn voorhoofd, herkenbaar aan de dikke wenkbrauwboog. Een MRI-scan onthulde een klein gaatje in het schedelbot; een bewijs dat de Neanderthaler-man leed aan een onderhuidse, goedaardige tumor. Hij zal daar ongetwijfeld last van hebben gehad, maar ging er niet aan dood.

Reconstructietekening van Neanderthaler Krijn. Beeld Kennis & Kennis
Reconstructietekening van Neanderthaler Krijn.Beeld Kennis & Kennis

Voor de piek van de laatste ijstijd stierven de Neanderthalers uit. Daarna nam de moderne mens het gebied vanaf 14.000 jaar geleden gretig in bezit, zij het niet voorgoed. In het holoceen verwoestte klimaatverandering hun Europese paradijs binnen zesduizend jaar definitief. Door hogere temperaturen en smeltende gletsjers steeg de zeespiegel in snel tempo, in totaal zo’n 50 meter. Het oude land verdween onder de Noordzee. De bewoners trokken zich nog een tijdje terug op duinen en zandruggen, zoals de Bruine Bank en de Doggersbank, de naamgever van het gebied. Zij hadden zich goed aangepast aan de veranderingen. In een steeds natter wordende omgeving leefden zij van visvangst en gebruikten kano’s om zich te verplaatsen. Maar de zee steeg door en uiteindelijk was een tsunami, ontstaan voor de kust van Noorwegen, het begin van einde van Doggerland.

Vissers halen het verleden boven

Al in de jaren twintig van de vorige eeuw vonden vissers fossiele botten van onbekende dieren in hun netten. Soms gooiden ze die overboord, maar fossielen belandden ook bij wetenschappers. Zo ontstond langzaam het inzicht dat de kusten van Nederland en Engeland niet ophouden bij de zee, maar dat het land onder water verder loopt. Dat vermoeden bestond al langer. De beroemde ‘verdronken bossen’, zoals voor de kust van Wales, zijn een aanwijzing dat daar land moet zijn geweest. In eerste instantie spraken onderzoekers van een landbrug die Engeland en Europa verbond. Maar de vondsten stapelden zich op. Het gebied bleek veel groter.

“Pas als je landkaarten ziet die verschillende perioden weergeven, dringt het goed door hoe veranderlijk Doggerland is geweest”, zegt fysisch geograaf Kim Cohen van de Universiteit Utrecht. Met collega’s van Deltares en TNO Geologische Dienst maakte hij kaarten die een miljoen jaar in beeld brengen. “Langs de randen van de huidige Noordzee kunnen we nog zien hoe het land eruit heeft gezien. Hier hebben verschillende ijstijden de boel goed omgeploegd, maar daarbij zijn wel afzettingen bewaard gebleven. In het midden was de vernietiging tijdens zo’n periode enorm. Toch zijn de sedimenten ook daar niet weg, ze liggen alleen ergens anders. Met die informatie proberen we te herleiden hoe het verdwenen land er uit moet hebben gezien.”

Doggerland, het land dat nu Noordzee is, zo'n 10.000 jaar geleden. Beeld Olav Odé voor Rijksmuseum van Oudheden
Doggerland, het land dat nu Noordzee is, zo'n 10.000 jaar geleden.Beeld Olav Odé voor Rijksmuseum van Oudheden

Dankzij vissers en verkennend onderzoek voor zandwinning en windparken komt steeds meer van het verdronken land boven water. Ook de landopspuitingen van de Eerste en Tweede Maasvlakte en de Zandmotor voor de kust van Kijkduin leveren veel prehistorische schatten op. Een collectie vuistbijlen bijvoorbeeld, afkomstig van een grindverwerkingsbedrijf in Vlissingen. Tussen de hopen stenen vond amateur­archeoloog Jan Meulmeester in 2007 tientallen vuurstenen vuistbijlen en fossiele botten uit het midden-paleolithicum, het tijdperk van de Neanderthalers.

Het grind was uit de Noordzee gehaald door een baggerschip. Met de gps-data was precies te achterhalen waar het vandaankwam: ongeveer 13 kilometer uit de kust bij Great Yarmouth. Dit was niet zomaar een vondst, zegt Amkreutz. “Hoe groot is de kans dat op één plek zo veel artefacten liggen?”

Direct na de melding staakte het bedrijf de baggerwerkzaamheden. Wetenschappers zochten naar meer artefacten en brachten het gebied in kaart. Dit onderzoek leverde een betrouwbare reconstructie op van het landschap, waardoor de vondsten een wetenschappelijke context kregen.

De vuistbijl: een van de beste gereedschappen ooit

Een vuurstenen vuistbijl is bijna een synoniem voor de prehistorie. Het werktuig is een van de efficiëntste gereedschappen ooit ontwikkeld en is anderhalf miljoen jaar gebruikt, zo’n 50.000 generaties lang. “De vuistbijl is een icoon, het Zwitserse zakmes van de oermensen”, zegt Amkreutz enthousiast. “We kennen die grote, scherp afgeslagen stukken steen, maar met vuistbijlen kun je snijden, schrapen, hakken en zelfs vuur maken. Of je haalt er kleine stukjes af voor mesjes. Neanderthalers en andere vroege mensen maakten steeds kleinere en verfijndere mesjes voor verschillend gebruik. Van speer- en pijlpunten tot verschillende soorten schaven en schrapertjes. Aan die vormen en steensoorten kun je vondsten dateren en tradities aflezen.”

Een ander bijzonder object is een vuistbijl van Wommersom-kwartsiet, gevonden op de Tweede Maasvlakte. Die kenmer­kende steensoort met glimmertjes van mica komt maar op één plek voor: stroomopwaarts langs de Schelde bij Tienen in België. Dat betekent dat een Neanderthaler daar is geweest. Hij nam een stuk steen mee of maakte de bijl ter plekke. Daarna maakte hij een reis van 140 kilometer naar Doggerland. Volgens Amkreutz is dit een van de langste afstanden die een Neanderthaler aan­toonbaar heeft afgelegd.

Mammoet en neushoorn verlieten dit land

Na de laatste ijstijd, toen het klimaat warmer werd, ontstond een nieuw ecosysteem. “De megafauna van mammoeten en neushoorns in grassteppes verdween. Ook de grote migratiestromen hielden op”, zegt Den Ouden. Nieuw in het landschap waren herten en everzwijnen die het hele jaar in bossen op dezelfde plek bleven. Menselijke bewoners hoefden niet langer met hun prooi mee te trekken en gingen vaste kampplekken gebruiken. Wel verdronken de bossen langzaamaan. In het moerasachtig gebied met veel water ging de jagende mensen zich richten op kleinere zoogdieren, vogels en vis. De gereedschappen veranderden mee. Op de Zandmotor en de Maasvlakte zijn honderden speerpunten en vishaken gevonden gemaakt uit gewei en bot. Soms heel precies bewerkt met weerhaakjes, zodat de punt goed in de prooi bleef zitten.

Luc Armkreutz Beeld Rob Overmeer
Luc ArmkreutzBeeld Rob Overmeer

Mensen gingen objecten een bijzondere functie toedichten, bijvoorbeeld in rituelen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een vondst bij de Bruine Bank, in het Nederlandse deel van de Noordzee. Hier haalden vissers een middenvoetsbeen van een oeros of bizon naar boven met V-vormige versieringen. Het bot is 13.000 jaar oud en daarmee de oudste Nederlandse kunst. Er zijn slechts een handvol botdelen met soortgelijke decoraties in Europa aangetroffen.

Ook zijn twee spitsen gevonden gemaakt van menselijk bot. Amkreutz: “Iemand heeft er bewust voor gekozen om bot van een mens te gebruiken, want er was voldoende dierlijk bot voorradig. Misschien was het gunstig om op die manier met de voorouders op jacht te gaan.”

De zee heeft organisch materiaal bewaard

Er liggen nog vele vondsten in de depots van het Rijksmuseum van Oudheden, bij Naturalis en het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam, en bij verzamelaars thuis. Voor onderzoek naar die bestaande vondsten heeft NWO ruim 500.000 euro beschikbaar gesteld. In het project Resurfacing Doggerland onder leiding van Hans Peeters, hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen, werken wetenschappers van verscheidene kennisinstellingen samen. De Noordzee­bodem mag dan een lastige onderzoeksplek zijn, hij heeft een groot voordeel. Menselijke en dierlijke resten zijn al duizenden jaren afgedekt in veen, klei, zand en grind, waardoor veel organisch materiaal bewaard is gebleven. Die organische component ontbreekt meestal in de vondsten op het vasteland. Die resten zijn daar verdroogd, weggesleten en verteerd.

“We kijken naar bijvoorbeeld menselijke resten, werktuigen en voedselafval”, zegt Amkreutz. “We hopen te achterhalen wat die vroege mensen aten of welke genetische groepen ze vormden. Waar kwamen ze vandaan en waar gingen ze heen? Misschien vinden we leden van zo’n groep of hun verwanten ook op andere plekken in Europa. Dat werpt dan een heel nieuw licht op die samenlevingen.”

Amkreutz is steeds opnieuw verbaasd over de hoeveelheid vondsten uit betrekkelijk kleine wingebieden voor zand en grind, zogenoemde winputten. Van die locaties ontstaat langzamerhand een bijzonder compleet beeld. “We moeten daarom meer samenwerken met partijen die actief zijn op de Noordzee. Dat betekent niet dat er niets meer mag, maar we kunnen in de toekomst wel adviseren om een windmolenpark een eindje verderop te bouwen. Hoe meer we weten, hoe beter we dit gebied kunnen beschermen.”

Expositie Doggerland

De expositie ‘Doggerland. Verdwenen wereld in de Noordzee’ is te zien in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden zodra het museum weer open kan, tot en met 31 oktober 2021. Vooraf kaartjes reserveren is noodzakelijk. Bij de tentoonstelling zijn twee boeken uitgegeven:

Het tentoonstellingsboek Doggerland. Verdwenen wereld in de Noordzee met een compleet overzicht van het actuele Doggerland-onderzoek (Uitg. Sidestone Press)

Het kinderboek Onder de golven van Linda Dielemans.

Lees ook:

Archeologie zonder te graven

Grondradar brengt een complete Romeinse stad in kaart

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden