Tafonomie

Dit lijkenveldje in Amsterdam biedt een schat aan informatie voor forensisch onderzoekers

Een weer opgegraven lichaam wordt onderzocht in het Amsterdam UMC. Beeld Amsterdam UMC
Een weer opgegraven lichaam wordt onderzocht in het Amsterdam UMC.Beeld Amsterdam UMC

Naast de kliniek van Amsterdam UMC ligt een veldje waarin lichamen begraven zijn. Hun ontbinding wordt nauwkeurig gevolgd. Inmiddels komen de eerste onderzoeksresultaten binnen.

Huurmoordenaars opgelet: jullie werken veel in Amsterdam en omstreken, maar dat is niet de beste plek om je slachtoffers te begraven. Het duurt daar erg lang voor ze zijn vergaan. Op bovenstaande foto is een lichaam te zien dat vijftien maanden in de Amsterdamse bodem heeft gelegen. Het lijkt een mummie. Om het lichaam zit een korst die zich heeft gevormd uit de aarde waarin het heeft gelegen.

Hoe precies is nog een raadsel, zeggen Roelof-Jan Oostra en Maurice Aalders, beiden verbonden aan Amsterdam UMC. Het is een van de prille, en onverwachte resultaten van een onderzoeksfaciliteit die door de twee hoogleraren werd opgericht. Die faciliteit werd een kleine drie jaar geleden geopend en Arista gedoopt: het Amsterdam Research Initiative for Sub-Surface Taphonomy and Anthropology. Ofwel: een veldlab waar lichamen onder de grond worden gestopt om te zien hoe ze ontbinden. Tafonomie is de wetenschap van de overgang van levende naar dode materie.

Verwilderd veld

Arista lijkt een erg chique naam voor een op het oog wat verwilderd veld dat door een kunststof omheining aan nieuwsgierige ogen én ongedierte wordt onttrokken. Het veld ligt naast de locatie AMC van Amsterdam UMC, aan de Meibergdreef.

Aan de opening gingen zeven jaren van voorbereiding vooraf. De leiding van Amsterdam UMC overtuigen van de wetenschappelijke waarde was nog de minste hobbel. Het bestemmingsplan moest worden aangepast, eventuele gevolgen voor het milieu bekeken, en er moest worden getoetst of zo’n onderzoeksfaciliteit wel in overeenstemming was met de wet op de lijkbezorging.

Want die wet voorziet wel in de mogelijkheid je lichaam na overlijden te doneren aan de wetenschap, maar dat betekent in de regel dat het kan worden ontleed, tijdens onderzoeksprojecten of anatomische lessen. Begraven om de ontbinding te bestuderen, was een nieuwe wetenschappelijke bestemming. “We hebben alle geregistreerde donoren aangeschreven om hun principiële toestemming te vragen hiervoor”, zegt Aalders. “99 procent van de donoren deed dat.”

Er zijn meer van dit soort onderzoeksfaciliteiten in de wereld, met name in de Verenigde Staten. Body farms, heten ze daar, en lichamen liggen er niet alleen begraven, maar ook bovengronds. Het zijn faciliteiten waarvoor onderzoekers in de rij staan, ook uit het buitenland. Dat was een reden om aan een eigen faciliteit te gaan denken. “Als je in de VS onderzoek wilt doen kom je op een wachtlijst”, zegt Oostra. “Bovendien wil je onderzoek doen in je eigen lokale omstandigheden. Bodem en klimaat zijn hier heel anders dan in de VS.”

Een 'body farm' in Texas.  Beeld Bas den Hond
Een 'body farm' in Texas.Beeld Bas den Hond

Dertig centimeter

Aalders: “We kijken hier naar lichamen die ondiep worden begraven, met zo’n dertig centimeter aarde erboven. Dieper begraven is heel veel werk, en gebeurt na een misdrijf zelden.”

Want daar ligt een belangrijk doel: bijdragen aan het oplossen van misdrijven. Toen de Amsterdamse plannen vorm kregen, kwam er belangstelling van belangrijke spelers als de politie en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Dat zijn organisaties die in hun werk regelmatig begraven lichamen tegenkomen. Is het voor de wetenschappers niet veel handiger met hen mee te gaan als er weer een lijk wordt gevonden? “Dat kan”, zegt Oostra, “maar dan heb je een veldsituatie waarin je maar één meting kunt doen. Een crime scene laat je niet nog een maand liggen voor de wetenschap. Hier kunnen we onderzoek doen onder omstandigheden die we volledig in kaart kunnen brengen. Dat levert basiskennis op die forensisch onderzoekers, toxicologen en antropologen verder helpt.”

Voor een lichaam op Arista wordt begraven, worden ligging en omringende grond nauwkeurig in kaart gebracht en vastgelegd. En er worden verschillende sensoren meebegraven, bijvoorbeeld om de temperatuur te meten. Aalders: “Begraven lichamen nemen overdag warmte op en staan die in de loop van de nacht weer af. Het verloop van die warmtewisseling zegt iets over de staat van ontbinding van een lichaam.”

De Amsterdamse onderzoeksfaciliteit werd gebouwd in samenwerking met Sweco, een ingenieursbureau dat met sensoren allerlei constructies monitort, zoals bruggen. De kennis van Sweco kreeg hier een nieuwe toepassing. Er zijn niet alleen sensoren in de grond, er is ook een installatie die over een begraafplek kan worden gezet om te meten welke gassen er vrijkomen.

En dan is er nog het oog. Op het proefveld is zelfs voor een leek te zien dat de vegetatie het op de ene plek beter doet dan op de andere. Een rijke vegetatie verraadt de aanwezigheid van een lijk. Ontbinding levert groeistoffen op. En botanici komen regelmatig langs om in kaart te brengen welke plantensoorten daarvan het meest profiteren.

Een weer opgegraven lichaam wordt onderzocht in het Amsterdam UMC. Beeld Amsterdam UMC
Een weer opgegraven lichaam wordt onderzocht in het Amsterdam UMC.Beeld Amsterdam UMC

Open voor anderen

De initiatiefnemers van Amsterdam UMC hebben in de wetenschappelijke literatuur meteen duidelijk gemaakt dat hun faciliteit openstaat voor onderzoekers uit andere landen. En die kunnen niet alleen beschikken over de onderzoeksapparatuur maar ook over de lichamen, zegt Oostra. Eigen lichamen meenemen zou aan de grens een hoop formaliteiten geven.

Er loopt inmiddels een project van Britse onderzoekers. Die kunnen een onderzoeksfaciliteit als deze in eigen land moeilijk aanleggen, omdat het daar wettelijk verplicht is doden binnen een etmaal te balsemen. En er is een ploeg van Duitse en Oostenrijkse wetenschappers, die onder meer kijken naar de insecten die door lichamen in ontbinding worden aangetrokken, en die metingen doen in het grondwater om te zien welke stoffen uitlekken.

Maar storm loopt het nog niet op Arista. En dat is jammer, wat een onderzoeksfaciliteit als deze moet het – ook financieel – hebben van onderzoeksprojecten. Aan lichamen die aan de wetenschap worden gedoneerd is geen gebrek in Nederland. Maar het kost tijd om de onderzoeksmogelijkheden bekend te maken bij wetenschappers in het buitenland.

Vijf lichamen liggen er nu in de grond bij Arista. Het eerste al bijna drie jaar. En die langst liggende is een van de weinige die nog niet weer is opgegraven. In de meeste gevallen wordt een lichaam tussentijds deels weer blootgelegd om metingen te doen. Bijvoorbeeld om te kijken hoe lang een lichaam in ontbinding nog herkenbare vingerafdrukken heeft.

Het lichaam op de foto is in zijn geheel weer bovengehaald, en bracht een verrassing voor de onderzoekers. Ze hadden verwacht dat het na vijftien maanden onder de grond veel verder zou zijn ontbonden. Maar in de Amsterdamse bodem bleek het een soort mummie geworden. Er heeft zich een korst gevormd die de ontbinding remt. Door een chemische reactie tussen lichaam en bodem, vermoedt Oostra, maar welke reactie dat is moet nog blijken.

Lees ook:

Dodentuin vol donaties

Op de body farm in San Marcos onderzoeken wetenschappers het einde van het einde. Hoe snel vergaat een dik, ziek, oud of jong lichaam? Politie en wetenschap hebben baat bij de antwoorden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden