InterviewAnne Schulp

Dinohoogleraar ziet het klimaat veranderen: ‘Straks kunnen we in Nederland snorkelen tussen het koraal’

Dinohoogleraar Anne Schulp in Naturalis in Leiden, bij het skelet van Trix, de Tyrannosaurus Rex die hij in 2013 opgroef in de Amerikaanse staat Montana. Beeld Werry Crone
Dinohoogleraar Anne Schulp in Naturalis in Leiden, bij het skelet van Trix, de Tyrannosaurus Rex die hij in 2013 opgroef in de Amerikaanse staat Montana.Beeld Werry Crone

Anne Schulp is de enige dinohoogleraar van Nederland. Hij is zijn hele leven al bezeten van fossielen, maar kwam bij toeval bij de grote reptielen uit. “Ik wil weten waar wij vandaan komen.”

Joep Engels

Een jongensdroom wil hij het niet noemen. Al was het maar omdat hij meer vrouwen in zijn collegebanken ziet dan mannen. Maar hij begrijpt de suggestie wel. “Wetenschap is op zich al fascinerend, maar dino’s voegen daar nog wat magie aan toe. Die beesten spreken tot de verbeelding. Ze hebben hier ooit rondgelopen. Ze zijn groot en griezelig. Maar veilig griezelig, want uitgestorven. Hoe zou die wereld eruit hebben gezien?”

Hij oogt zelf nog jongensachtig, maar inmiddels is Anne Schulp (1974) hoogleraar in de vertebratenpaleontologie (de studie van fossielen van gewervelde dieren). Vrijdag sprak hij aan de Universiteit Utrecht zijn oratie uit. Feitelijk bekleedt hij de leerstoel al sinds februari 2019, maar de oratie die twee jaar geleden op de planning stond, werd vanwege de coronapandemie uitgesteld. Hij volgt Jelle Reumer op, columnist van deze krant, die eind 2019 met emeritaat ging.

Waar Reumer zich richtte op de fossielen van kleine zoogdieren, gaat Schulps interesse uit naar de grote reptielen. Zoals de Mosasaurus, het zeemonster (geen dino) uit Maastricht waarop hij in 2006 promoveerde. Of de Tyrannosaurus rex waarvan hij in 2013 een exemplaar opgroef in de Amerikaanse staat Montana. Deze Trix staat nu te pronken in museum Naturalis, waar hij deels nog werkt en waar dit gesprek plaatsvindt.

Uit de klauwen gelopen hobby

Die fascinatie voor grote dino’s was er niet vanaf het begin. Ook Anne Schulp was zo’n jongetje dat fantaseerde over vroeger leven op aarde en zocht naar sporen daarvan in de bodem. “Al in mijn jeugd had ik een uitgebreide fossielenverzameling. Die hobby is flink uit de klauwen gelopen, het werd zelfs medebepalend voor onze vakantiebestemmingen. Als ik gelezen had dat je ergens fossielen kon vinden, gingen we daar met de familie heen.

“Maar ik had geen dino’s in mijn verzameling. Ik had schelpjes en krabbetjes uit de krijtlagen van Maastricht. Pootafdrukken van kleine sauriërs uit Winterswijk. Botjes en tanden uit Zuid-Frankrijk. Ammonieten uit Duitsland. Heel veel ammonieten. Dat zijn van die gekke, opgerolde en uitgestorven inktvissen. Maar geen dino’s. Die trof ik niet aan op mijn zoektochten. En wat je zelf vindt, is natuurlijk oneindig veel spannender dan zo’n fossiel uit een museum. Dus nee, de belangstelling voor dinosauriërs kwam later. Daar ben ik pas tijdens mijn studie ingerold.”

500 miljoen jaar

Het hadden ook andere fossielen kunnen worden, wil hij maar zeggen. En voor de grote fascinatie maakt het niet eens zoveel uit. “Bij de collega-paleontologen die zich met andere diergroepen bezighouden, zie ik hetzelfde enthousiasme. Het gaat telkens om die ene overkoepelende vraag: waar komen wij vandaan? Wat is er gebeurd waardoor de wereld eruit ziet zoals ze nu is? Wat heeft zich in de afgelopen 500 miljoen jaar op deze planeet afgespeeld?”

“We kunnen niet meer terug naar die tijd om het leven van toen te bestuderen. Maar met fossielen leggen we die puzzel toch bij elkaar. De een doet het met plantjes uit de tijd van de jura, een ander met kleine zeereptielen uit het trias en een derde met grote dino’s uit het krijttijdperk. Alles bij elkaar kunnen we dit plaatje toch redelijk inkleuren.”

Maar hoe dan? De dino’s zijn uitgestorven, de zoogdieren hebben hun heerschappij overgenomen. Wat kunnen die oude reptielen ons dan nog leren?

“Stel dat je alleen naar de evolutie van de zoogdieren kijkt. Waarom, vraag ik dan, zijn ze niet in de jura, 150 miljoen jaar geleden, tot wasdom gekomen? Toen de aarde vele miljoenen jaren later door een meteoriet werd getroffen, trokken de dino’s aan het kortste eind. Maar tot dat moment heersten zij over de aarde. De zoogdieren leefden teruggetrokken in holen onder de grond. Ze grepen hun kans toen de dino’s verdwenen waren. Toen vielen de niches in de natuur vrij. En pas als je het zo bekijkt, zie je dat de dino’s een belangrijke rol hebben gespeeld in ons evolutieverhaal.”

Hoe succesvol waren de dino’s eigenlijk?

“Enorm succesvol. Aan het eind van het krijt hadden ze zich over de hele aarde verspreid. En ze waren zeer divers. Halverwege hun heerschappij, in de Jura, zaten de continenten nog aan elkaar vast. Als je in die periode gaat graven, of het nu in Wyoming is of in Portugal, overal vind je dezelfde stekeldino. Maar dan gaat de Atlantische Oceaan open. De zeespiegel stijgt, waardoor bijvoorbeeld Noord-Amerika wordt gesplitst. Elk continent krijgt dan zijn eigen dinofauna. Een fantastische diversiteit. En ze zaten tot aan de polen toe. De dino’s hadden het prima voor elkaar.”

Is het verhaal niet dat ze het te goed hadden? Dat ze het klimaat mee hadden, maar eigenlijk al op hun achterste poten liepen toen de meteoriet insloeg?

“Het is waar: in het krijt viel er over het klimaat niets te klagen. Paar dipjes misschien, maar over het algemeen aangename temperaturen. Maar dat de dino’s op het eind liepen; die theorie kunnen we wegvinken. De dino’s deden het tot het laatst fantastisch.

“Ik heb zelf meegedaan aan een opgraving in Bolivia. Het is een site die dateert uit het eind van het krijt en het is de rijkste die ik ken. In één laag vonden we twee langnekdino’s, twee of drie vleeseters, een gepantserd dier en oh ja, ook nog een ornithopode. Die kwamen daar allemaal drinken. Maar er zijn vindplaatsen in Amerika waar de diversiteit heel arm is. Dat wijten we nu aan een veranderde sedimentafzetting, waardoor de kansen op fossilisatie sterk zijn verminderd. Maar sommige Amerikaanse onderzoekers – die niet veel verder kijken dan hun landsgrenzen – houden hardnekkig vast aan het verhaal dat het aan het eind van het krijt bergafwaarts ging met de dino’s.”

Anne Schulp in Naturalis in Leiden Beeld Werry Crone
Anne Schulp in Naturalis in LeidenBeeld Werry Crone

Wat verklaart hun succes?

“Het trias begint ruim 250 miljoen jaar geleden, na het grote uitsterven aan het eind van het perm. Twintig miljoen jaar later komen de dino’s opzetten, het hangt er een beetje van af wanneer je iets een dino noemt.

“Ze hadden wat handigheidjes die ze een voorsprong gaven. Het belangrijkste: de stand van hun poten. Tot dan liep alles zoals nu nog een krokodil of een hagedis: hun poten staan wijd uit. Ze kwamen er prima mee vooruit, maar lekker liep het niet. En de loopbeweging ging tegen de ademhaling in. De dino’s hadden hun poten onder hun lijf zitten. Er kwamen nog wat voordeeltjes bij, maar in korte tijd was er een groep dieren die flink tempo konden maken. Dat heeft ze een dikke 150 miljoen jaar geen windeieren gelegd.”

En toch kwamen zij 66 miljoen jaar geleden aan hun einde, en de zoogdieren juist niet.

“Dat was gewoon domme pech. Je zou ook kunnen zeggen: de zoogdieren waren beter toegerust voor dat moment. Bedenk wel: het licht ging ineens uit en het begon accuzuur te regenen. Tja, als je dan een grote planteneter bent die vijftig kilo groenvoer op een dag moet verstouwen en de fotosynthese houdt er ineens mee op, dan is het snel einde verhaal.

“Koudbloedigen zoals schildpadden of slangen gaan gewoon even ‘uit’ en kunnen een hele tijd zonder voedsel. En die zoogdieren waren niet zo kieskeurig. Met al die rottende troep wemelde het natuurlijk van de smakelijke insecten. Dus de zoogdieren waren spekkoper.”

Stel dat die meteoriet niet was gevallen, hadden de dino’s dan nu nog kunnen bestaan?

“Lastige vraag. Als ze hadden overleefd, zouden we dan ook de zoogdieren van nu hebben gehad? Eén ding lijkt me duidelijk: als je de dino’s van toen met een tijdmachine naar het heden verplaatst, zou dat spektakel geven, het wolvenprotocol is er niets bij. Maar ze zouden het toch niet redden. Hun voedsel bestaat niet meer en de afweer tegen microben zou een uitdaging zijn. Maar als de klap iets minder was geweest, kan ik me voorstellen dat een enkeling het had overleefd. Geïsoleerd op een eiland, een beetje zoals de buideldieren van Australië. Zo gek is die gedachte niet. Op Nieuw-Zeeland leeft bijvoorbeeld nog de tuatara, een brughagedis. Dat is met zijn primitieve kenmerken een levend fossiel te noemen.”

De sterrenkundige en wetenschapspopularisator Carl Sagan speculeerde ooit dat als de dino’s waren blijven bestaan, ze een intelligente nazaat hadden kunnen hebben. De Stenonychosaurus sapiens.

“Klopt ja. Het is een beeld uit de jaren tachtig dat maar terug blijft komen. Maar ik vraag het me af. Ik snap de redenering wel: je laat zo’n dino rechtop lopen, dan heeft-ie zijn handjes vrij en kan zijn brein groeien. Maar het is heel erg gespiegeld aan de ontwikkeling van onze eigen intelligentie.

“En waarom zo ingewikkeld? Kijk, daar zit een slimme dino (Schulp wijst naar een opgezette kraaiachtige in museum Naturalis, JE). Wij noemen het een vogel, maar kijk naar die klauwtjes. Het is gewoon een kleine velociraptor die daar zit. En kraaien zijn uiterst slim hoor, met een brein dat oneindig veel efficiënter is dan het onze. Ons brein is een energieslurper, maar die kraai heeft veel betere chips ingebouwd gekregen. Dus kijk uit met het een-op-een vertalen van evolutionaire ontwikkelingen.”

Dan is opnieuw de vraag: wat kan de evolutie van de dino’s ons leren?

“Een van de grote vragen waar ik me mee bezighoud, gaat over de veerkracht van de natuur. We hebben het over het uitsterven van de dino’s gehad. Na die meteorietinslag verdween 75 procent van alle soorten op aarde. Dat is nog niets vergeleken met de overgang van het perm naar het trias. Toen waren hele systemen naar de gallemiezen, 95 procent van de soorten was weg. Wij doen onderzoek in de steengroeve van Winterswijk, in een laag die een paar miljoen jaar na die uitstervingsgolf is ontstaan. Op sommige plaatsen in de wereld duurde het wel acht of negen miljoen jaar voordat de natuur weer opgekrabbeld was. Maar wij krijgen de indruk dat er in Winterswijk al na vijf miljoen jaar gezonde ecosystemen waren. Of misschien 5,5 miljoen jaar. Dat willen we goed dateren zodat we uitkomsten internationaal kunnen vergelijken.”

Waarom zouden we dat willen weten?

“Het is natuurlijk reuzeleuk om fossielen uit te graven en te bestuderen, maar tegen de achtergrond spelen de zorgen om klimaatverandering. We weten door die fossielen hoe veranderlijk het klimaat en de zeespiegel zijn, en hoe gevoelig het leven daarvoor is. Anderzijds, de klimaatmodellen zijn tegenwoordig zo goed en de computers zo krachtig dat we in een handomdraai het klimaat van het vroege krijt of het trias tevoorschijn kunnen toveren. En verdorie, ze passen precies op het beeld dat de fossielen schetsen.

“Of kijk naar de zogeheten Skeleton Coast van Angola die in het krijt ontstond en waar ik binnenkort weer heenga voor opgravingen. Dat is precies de kust van het Namibië van nu. Kortom, de puzzel is redelijk compleet, we snappen hoe het werkt. Die kennis leert ook dat we nu hard op weg zijn naar het klimaat uit het paleo-eoceen. Kunnen we straks in Nederland snorkelen tussen het koraal. Bedenk wel: het strandhotel staat dan ergens bij Aken.”

Lees ook:

Wordt het eindelijk lente, slaat er een planetoïde in

Het einde van de dinosauriërs is inmiddels 66 miljoen jaar geleden. En toch kunnen wetenschappers precies vertellen in welke jaargetijde dat gebeurde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden