‘Deze pandemie is een ijkpunt in onze geschiedenis’

Beeld Patrick Post

De corona-pandemie opent een nieuwe horizon, zegt techniekfilosoof Peter-Paul Verbeek. De crisis helpt ons na te denken over techniek versus natuur. 

Peter-Paul Verbeek was als ethisch expert aanwezig bij een ‘corona-­appathon’ van het ministerie van volksgezondheid, welzijn en sport. In korte tijd werden zeven voorstellen van app-bouwers kritisch beoordeeld – de regering overwoog om een app landelijk in gebruik te nemen en verplicht te stellen. Je zou denken: het moment suprême voor de techniekethicus. Maar de stroom negatieve reacties van het publiek was zo overweldigend, dat het hele proces volgens Verbeek vooral ‘leermomenten’ heeft opgeleverd.

“Ik was het eens met een groot deel van de kritiek”, zegt hij. “Ik denk dat het ook goed is dat de app-ontwikkeling gestopt is – het ging allemaal te snel. We moeten op onze hoede zijn als democratische verworvenheden zoals privacy op het spel staan, en de overheid via digitale techniek diep kan ingrijpen in onze levens. 

Peter-Paul Verbeek (1970) is universiteitshoogleraar Filosofie van Mens en Techniek en wetenschappelijk co-directeur van het DesignLab van de Universiteit Twente. Daarnaast is hij voorzitter van de Unesco-commissie ethiek van wetenschap en techniek. 

“Maar ik heb me gestoord aan het frame van het hele debat. Twitteraars en anderen die live meekeken beschuldigden ons als ethici van het ‘witwassen’ van een onverantwoord middel. Terwijl ze niet zagen dat hier juist een triomf van de democratie gaande was: iedereen mocht meepraten. Bovendien waren technici bijna uitsluitend met ethische vragen bezig: hoe kun je data beschermen, hoe betrouwbaar kan de contactdetectie zijn? Er werd een tegenstelling gecreëerd tussen technici en ethici, die al lang niet meer bestaat.”

Onze patronen zijn doorbroken

Een ambivalente ervaring dus, en toch is de Twentse hoogleraar Mens en Techniek, ook nu het gewone leven na twee maanden langzaam weer opstart, optimistisch over de gevolgen van de coronacrisis – afgezien van het menselijke leed en de economische schade. “Allerlei dingen waarvan we dachten dat ze niet mogelijk waren, blijken nu ineens wél mogelijk. Al onze vaste consumptie- en reispatronen zijn doorbroken. Voor de een pakt dat beter uit dan voor de ander. Maar het geeft ook een denkruimte. Alles wat we gedachteloos deden, vraagt nu aandacht. Dat is wat filosofen ook doen: vraagtekens zetten bij vanzelfsprekendheid. In die zin is de crisis een bezinningsmoment. Ook op onze relatie met technologie.”

In een Brainwash-talk die kort vóór de coronacrisis werd opgenomen, licht Verbeek toe dat wij ons momenteel in ‘de vierde revolutie’ bevinden. Na de uitvinding van de stoommachine, de massaproductie en de digitale techniek is het nu de kunstmatige intelligentie die onze leefwereld ingrijpend verandert: machines doen wat voorheen alleen mensen konden, van auto’s besturen tot medische diagnoses stellen. 

Volgens Verbeek laat deze ‘vierde revolutie’ ons anders denken. Onze voorkeuren voor muziek en films worden mede gevormd door de algoritmes van Spotify en Netflix, die ons voortdurend suggesties doen: wat betekent dat voor culturele diversiteit? In sollicitatieprocedures kunnen algoritmes helpen om de geschiktheid van kandidaten te analyseren: is dat een manier om onbewuste bevooroordeeldheid te vermijden, of moeten we juist leren omgaan met onvermijdelijke vooroordelen in dit soort systemen?

Techniekfilosoof Peter-Paul Verbeek: "Al onze vaste consumptie- en reispatronen zijn doorbroken. Dat geeft denkruimte."Beeld Patrick Post

Hoe beïnvloedt de coronacrisis deze vierde revolutie?

“De crisis versterkt en intensiveert die revolutie. Alleen al doordat we nu nog massaler een beroep doen op digitale communicatietechniek, voor onze sociale relaties, maar ook voor werkbesprekingen en onderwijs. Dit is een ongekend sociaal-technologisch experiment. Zelfs onze jongste zoon van 9 heeft nu hele dagen school via de computer. Wat we er ook van vinden: je had een proef met digitaal onderwijs op deze schaal nooit in één klap langs een Kamercommissie gekregen. Dat brengt wel een verantwoordelijkheid met zich mee: we moeten er nu wel iets van willen leren.

“We merken wat de mogelijkheden maar ook de beperkingen van digitaal contact zijn. De Unesco-commissie waar ik voorzitter van ben, vergadert nu digitaal en dit scheelt enorm veel milieubelastende verplaatsingen. Maar net zoals onze jongste steeds meer moeite heeft om zich uitsluitend door een computer te laten motiveren, kan ook onze commissie op de langere termijn niet functioneren zonder fysieke ontmoeting. Ik denk daarom we dat ook na de crisis een andere mix van digitaal en fysiek contact zullen hanteren.”

We ervaren ook wat níet met techniek op te lossen is.

“Precies. Mijn optimisme bestaat niet uit een geloof dat we nu vanzelf een prachtige toekomst gaan krijgen, maar dat we dankzij onze ervaringen verstandiger leren omgaan met technologie, zonder naïef maakbaarheidsgeloof. Als de crisis één ding laat zien, is het dat technologie ons niet kan bevrijden van onze kwetsbaarheid – en dat is eigenlijk een religieuze notie. 

“Vaak wordt er een tegenstelling gecreëerd tussen technologie en religie, alsof in de technologie alles maakbaar is, en religie enkel om ontvankelijkheid draait. Terwijl onze hoop dat technologie een ziekte als Covid-19 zou kunnen voorkomen of verhelpen laat zien hoe kwetsbaar we zijn en hoezeer ons lot verbonden is aan technologie. 

“Ook technologie wordt bovendien gekenmerkt door ontvankelijkheid, want ze kan alleen maar werken bij de gratie van natuurwetten die we zelf niet bedacht hebben. Nu slaat de natuur terug, met een virus dat we vooralsnog niet aankunnen. We ervaren nu onze eigen kwetsbaarheid. Dat confronteert de hoogtechnologische samenleving met nieuwe vragen. En die gaan heel wat verder dan de economie en onze privacy.”

U ziet het virus in zekere zin als een geschenk.

“Ik had het liever niet gehad, maar als het er dan toch is, vind ik dat we het maar recht in de ogen moeten kijken. Juist nu wordt helder wat echt waardevol is.”

Wat hoopt u dat hiervan de uitkomst zal zijn?

“Dat de crisis een einde maakt aan losgeslagen liberalisme. Aan bedrijven die met staatssteun overeind moeten worden gehouden, kan de politiek eisen stellen. Ook hoop ik dat de crisis bijdraagt aan een betere verhouding tussen politiek en wetenschap. We zien nu hoeveel macht het RIVM kan krijgen. Daar gaat het instituut goed mee om, maar het roept vragen op. Niemand wil fact free politics – beleid moet gestoeld zijn op onderzoek. Maar we ondervinden nu ook dat politiek nooit kan volstaan met het volgen van wetenschappelijk advies. De samenleving bestaat uit meer dan enkel medische taxaties.”

En de relatie techniek en politiek?

“Techniek is nooit een neutraal instrument, dat hebben we in de discussie over de corona-apps wel ondervonden. Het technologische middel dat je inzet, verandert je kijk op de wereld en op jezelf. Een corona-app is nooit alleen maar een handig detectiemiddel om te kijken of mensen risico lopen besmet geraakt te zijn. Zo’n middel heeft direct implicaties voor de democratie, de openbare ruimte, de relatie tussen overheid en burgers. Techniek is altijd politiek. Willen we een surveillancestaat, waarin een rood of groen scherm bepaalt of je de straat op mag of naar je werk mag gaan? Of willen we een app die ons gedrag ondersteunt, zodat we beter voor onszelf en voor anderen kunnen zorgen?

“De ‘appathon’ heeft laten zien dat we niet alle heil van technologie kunnen verwachten. Dit is het verhoopte einde van het techno-solutionism: techniek is geen panacee voor elk probleem. Techniek kan iets noodlottigs veranderen in iets hanteerbaars, maar doet dat nooit op een waardenvrije manier.”

Ziet u de pandemie als een nieuw referentiepunt?

“De pandemie biedt een nieuwe horizon waartegen alles ineens in een nieuw daglicht staat. Alles krijgt een nieuwe betekenis, soms belangrijker dan voorheen, soms van minder belang. We spreken nu over ‘pre-corona’ en ‘post-corona’. Het toont de kwetsbaarheid van de mens, meer dan alles wat we ons konden heugen. Het is een maatschappelijk ontwrichtende kwetsbaarheid, en daarmee inderdaad een ijkpunt in onze geschiedenis.”

Beeld Patrick Post

De Franse denker Bruno Latour zegt dat dit de generale repetitie is voor de ecologische rampen die de mensheid te wachten staan.

“Ik ben het met hem eens. Latour heeft me altijd geïnspireerd, hoe omstreden hij ook is. In november krijgt hij in Nederland de Spinozalens. Hij heeft laten zien dat wetenschappelijke kennis een ‘constructie’ is en dat is vaak verkeerd uitgelegd als een soort relativisme: ‘het is maar een constructie en dus niet zo belangrijk’. Maar wat hij bedoelt is dat de wetenschappelijke feiten niet op zichzelf staan en ook niet voor zichzelf kunnen spreken. De opwarming van de aarde is bijvoorbeeld niet voor iedereen vanzelfsprekend, maar moet voor mensen ook waarheid worden. De huidige Amerikaanse president illustreert perfect wat er gebeurt als politici nalaten om hier hun bijdrage aan te leveren.”

Ook daar wordt u niet pessimistisch van?

“Nee, integendeel, die visie van Latour inspireert me enorm. Te lang heeft de wetenschap de houding gekozen van ‘wij hebben de waarheid en die leggen we nog eens langzaam uit als mensen te dom zijn om naar ons te luisteren’. Zelf ben ik uiteraard geen anti-vaxxer of klimaatscepticus. Maar ik begrijp wel dat een arrogante houding van de wetenschap er geen overtuigend antwoord op is.”

Welke houding zou de wetenschap dan moeten hebben?

“Wederkerigheid en interactie. Zo kunnen wetenschappelijke feiten ook sociale feiten worden. Het gaat erom de ­samenleving te betrekken, in plaats van de wetenschap er buiten of, erger nog, er boven te plaatsen. Daarom besteed ik veel tijd aan ons DesignLab, dat als hoofddoel heeft om wetenschap en samenleving te verbinden. Om maatschappelijke zorgen en uitdagingen in de techniek te verwerken.”

En hoe voorkom je dat die publieksparticipatie vooral een blokkerende proteststem wordt, zoals bij de corona-app?

“Daar hebben we ‘burgerwetenschap’ voor: burgers verzamelen zelf data en doneren die aan onderzoekers, bijvoorbeeld. Dat is een heel ander model dan een app die je contacten bijhoudt en bepaalt of je de straat op mag. 

“Als je zelf gegevens bijhoudt en die beschikbaar kunt maken voor onderzoek of een sociaal doel, draait het niet meer alleen om data ownership, maar ook om data donorship. Dat vind ik mooi, zeker als het publiek niet alleen gegevens aanlevert maar ook meehelpt de juiste vragen te stellen. Burgers willen niet meer enkel de luisteraars zijn. Experts blijven nodig, want niet iedereen heeft dezelfde kennis – zelfs binnen de wetenschap vereist elk vakgebied een groot specialisme. Het is cruciaal dat experts mensen veel sterker betrekken bij de ontwikkeling van wetenschap en technologie. Dat is een nieuwe stap in de democratisering van de wetenschap. 

“De volgende stap is het publiek ook bij het wetenschappelijke proces zelf betrekken. En bij de ethische en maatschappelijke vragen die wetenschap en technologie oproepen. Populisme komt op waar elites deze verbindingen weigeren aan te gaan.”

U bent niet bang dat alles heel snel weer precies bij het oude zal zijn?

“Daar zijn we zelf bij. Bruno Latour heeft ook hier een mooi antwoord op: hij heeft een website geopend waarop je kunt aangeven wat je hebt moeten opgeven voor de coronacrisis en wat je ook niet meer terug hoeft. Ook dit had trouwens een religieus tintje, want dit initiatief koppelde hij – met enige ironie – aan het samenvallen van de coronacrisis met de vastentijd. Zijn website is een soort digitaal vastentrommeltje waar je je snoepgoed in kan stoppen. Ik vind dit een waardevol perspectief. Als we nu gewoon overgaan tot de orde van de dag, hebben we enkel een hoop schade geleden, is het allemaal voor niets geweest en is de ramp de volgende keer nog veel erger. Alles is nu ineens vloeibaar geworden. Daar moeten we gebruik van maken voordat het weer helemaal gestold is.” 

Lees ook:

Gaat een app straks bepalen of we naar buiten mogen?

Met een corona-app kan technologie straks gaan bepalen of je twee weken thuis in quarantaine moet. Niet zozeer omdat je symptomen van het virus hebt, maar omdat de app zegt dat je in de buurt bent geweest van een patiënt. Dat vraagt om een groot vertrouwen in de app. Maar is dat vertrouwen wel terecht? 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden