Diversiteit van denken

Dekolonisatie, zelfs de natuurkunde moet eraan geloven

Wetenschappers in een laboratorium van de University of Cape Town. De universiteit, ooit opgericht om enkel witte mannen te onderwijzen, worstelt nog altijd met haar koloniale wortels.Beeld EPA

Dekolonisatie is onderwerp van debat in de sociale en geesteswetenschappen. Maar wat moet een bèta daarmee?

1 plus 1 is altijd 2. En waar ter wereld je ook bent, de hoeken van een driehoek tellen op tot 180 graden. Je culturele achtergrond heeft geen invloed op de wetten van de zwaartekracht, noch op de snelheid van het licht. De bètawetenschappen lijken op het eerste oog gegrond in universele waarheden. De roep om dekolonisatie die wereldwijd door universiteiten klinkt, richt zich dan ook meestal op de geestes- en sociale wetenschappen. Hoe zit het met de bèta’s?

Dekoloniale kritiek – die ageert tegen het idee dat westerse kennis een objectieve, universele waarheid weergeeft – is moeilijk voor te stellen bij wiskunde, natuurkunde en scheikunde. Toch valt hier een kanttekening bij te plaatsen. Want waar komen die graden in de hoeken van een driehoek vandaan? En waarom zijn het er 180, en niet 200 of 100?

Omdat een paar mensen dat zo hebben besloten, stelde de Australische wiskundige Alan Bishop na een reis naar Papoea-Nieuw-Guinea. Die reis leerde Bishop dat er in de kleine eilandenstaat maar liefst 600 verschillende telsystemen bestaan. Zo tellen ze in het Foe tot 37 door verschillende lichaamsdelen aan te wijzen, en hebben Sissano-sprekers een binair telsysteem met enkel een woord voor één en voor twee waaruit zij alle andere cijfers opmaken (vier is dan twee plus twee). Toch leren alle kinderen op school het ons bekende telsysteem, gebaseerd op tientallen. Wiskunde, concludeert Bishop, is niet universeel of cultureel neutraal. We gebruiken wereldwijd hetzelfde wiskundige systeem omdat dit stelsel is verspreid door Europees kolonialisme.

Daar komt bij dat dat ‘westerse’ telsysteem helemaal niet zo westers is. De Babyloniërs telden op basis van zestigtallen. Dat is waarom een minuut nu uit 60 seconden bestaat en een cirkel 360 graden telt, en de hoeken van een driehoek optellen tot 180 graden. Ook Indiase, Arabische, Perzische en Egyptische wiskundigen legden grondwerk voor hedendaagse wiskunde – maar krijgen weinig erkenning.

Kortom: ook die ‘universele’ exacte wetenschappen zijn gevormd in een culturele en politieke context. De vraag is wat we met dit inzicht moeten. Het huidige wiskundige stelsel mag dan andere systemen verdrongen hebben, het is wel handig dat we nu wereldwijd erkennen dat 1 plus 1 gelijkstaat aan 2. Bovendien hebben wetenschappers allerlei nieuwe inzichten opgedaan, voortbouwend op dit numerieke en geometrische stelsel. Kunnen de exacte wetenschappen toch dekoloniseren? En hoe ziet dekolonisatie er dan uit?

Sprekers van de Papoese taal Foe tellen door 37 verschillende lichaamsdelen aan te wijzen.Beeld Ganibe Sebo/YouTube

Fancy diploma’s

Het probleem van westerse dominantie in de bètawetenschappen is goed zichtbaar aan de University of Cape Town, stelt wiskundige Tiri Chinyoka. Vanuit zijn huis in Kaapstad vertelt hij wat dekolonisatie voor hem betekent. Hij benadrukt het maar even: “We proberen niets te veranderen aan het feit dat één plus één gelijkstaat aan twee.” Wat voor hem wel anders moet, is wat er met deze kennis wordt gedaan. “Wiskunde en de natuurwetenschappen moeten relevant zijn voor de context waarin ze worden bestudeerd.” Dat is in Kaapstad niet het geval, zegt hij. De universiteit – die ooit werd opgericht om enkel witte mannen te onderwijzen – worstelt nog altijd met haar koloniale wortels. “Onze universiteit is de belichaming van westerse wetenschap in Afrika.”

Kern van het probleem is volgens Chinyoka dat de docentenpopulatie geen afspiegeling is van de Zuid-Afrikaanse samenleving. Dekolonisatie moet dan ook gepaard gaan met institutionele transformatie. “Bijna alle academici hier zijn of buitenlands of wit. De meeste zijn Europees. Zij komen hier met hun fancy diploma’s van Oxford, en gaan vervolgens onderwijzen wat zij daar hebben geleerd. De wiskunde-afdeling is in feite een kosmologie-afdeling, gericht op het verkennen van de ruimte.”

En dat wringt in een land waar elektriciteits- en watertekorten prangende problemen vormen. “Twee derde van de zoetwaterbronnen in Zuid-Afrika zijn onbruikbaar. Studenten zitten in de collegebanken, wetend dat hun dorp zonder drinkwater zit. Vervolgens leren wij hen de wiskunde die nodig is om te zoeken naar water op Mars.”

Een flexibel koord

Waar Chinyoka zijn commentaar richt op de toepassing van wetenschappelijke kennis, gaan sommigen nog een stap verder en bekritiseren de wiskundige methoden. Een van de meest radicale commentaren op de exacte wetenschappen komt van C.K. Raju. De Indiase computerwetenschapper en wiskundige ontkent niet dat 1 plus 1 2 is. Het probleem zit voor hem wel in de wijze waarop we aantonen dat de rekensom juist is.

Als jonge kinderen leren rekenen, doen ze dat met empirisch bewijs. Als je een stok hebt, en je krijgt nog een stok, heb je twee stokken. Simpel. Op de middelbare school en de universiteit volstaat deze empirische methode niet meer. ‘Echte’ wiskunde, luidt de heersende academische moraal, maakt geen gebruik van empirisch bewijs maar van deductieve logica.

Om aan te tonen dat de hoeken van een driehoek samen 180 graden zijn, grijpt een wiskundige niet naar haar geodriehoek, maar beredeneert ze een wiskundig bewijs vanuit bekende aannames. Een uitzonderlijk uitgebreid voorbeeld van zo’n wiskundig bewijs, is te vinden in het werk van Alfred North Whitehead en Bertrand Russell. Het kostte hen ooit 378 pagina’s om aan te tonen dat 1 plus 1 gelijk is aan 2.

Onzin, vindt Raju, want dat kun je ook observeren in de praktijk. De focus op één logica past volgens hem bij de koloniale onderwijstraditie. Wiskunde wordt onnodig moeilijk gemaakt, en mensen wordt geleerd alleen experts te vertrouwen die door het Westen zijn goedgekeurd. Ze worden afhankelijk van de westerse kennisproductie.

Dekolonisatie van de universiteit?

Dekolonisatie van de universiteit draait om de erkenning van verschillende kennissystemen in de wereld. De moderne wetenschap is er slechts één van. Omdat de normen voor die ‘moderne’ wetenschap werden gevormd in koloniale tijden, werden Europese kennis en methodologie centraal gesteld. Westerse waarheden werden universele waarheden, terwijl kennis van gemeenschappen elders ter wereld werd weggeschoven als primitief en minderwaardig. 

Dekoloniseren van de wetenschap betekent bijvoorbeeld dat in de universiteit ruimte komt voor zwarte auteurs, Latijns-Amerikaanse filosofie, Afrikaanse orale geschiedenis, en kritiek op hoe de wetenschap heeft bijgedragen aan kolonialisme, racisme en seksisme. Nederland heeft zijn eigen koloniale geschiedenis, maar op de bèta-faculteiten wordt over dekolonisatie nauwelijks gepraat, ziet Machiel Keestra, diversity officer aan de bèta-faculteit van de Universiteit van Amsterdam. “Die discussie wordt tot nu toe vooral gevoerd bij de geestes- en sociale wetenschappen. Gesprekken bij de exacte wetenschappen gaan toch meer over diversiteit, met name over gender.”

De Indiase wiskundige ontwikkelde daarom een alternatieve, ‘normale’ wiskundemethode. Zo gebruikt hij voor het begrijpen en berekenen van de omtrek van een cirkel niet het ongrijpbare getal pi, maar gaat hij aan de slag met een flexibel koord, zoals ook werd gebruikt in de calculus in het oude Egypte en in India. Deze methode is makkelijker, en dus toegankelijker: binnen vijf dagen hebben mensen zijn methode onder de knie en kunnen ze op basis van deze kennis computermodellen bouwen voor praktisch gebruik.

Raju’s aanval op de formele wiskunde stoot echter veel wiskundigen tegen de borst. Zij stellen dat zijn empirische methode minder accuraat is, en dat je je zonder deductief bewijs niet met echte wiskunde bezighoudt. Zo ook veel van Chinyoka’s collega’s in Kaapstad. Onterecht, vind hij. “Ik denk dat Raju en ik hetzelfde doel voor ogen hebben: wiskunde voor praktische toepassingen.” Verwerpen van de gevestigde wiskundige logica, zoals Raju doet, gaat Chinyoka te ver. “Om problemen als watertekort en armoede te lijf te gaan, heb je ingewikkelde wiskundige modellen nodig. Ik zie nog niet hoe je dat met Raju’s wiskunde kunt doen. Maar als studenten met zijn methodes aan de slag willen, moet dat kunnen. Dat is toch waar wetenschap om draait? We moeten onze studenten leren zich open te stellen voor alle methodes, en via onderzoek uit te vinden welke aanpak de beste is. Alleen zo kunnen verschillende kennissystemen samenkomen.”

Licht dekoloniseren

Wetenschap inzetten voor lokaal belang en het erkennen van onderdrukte kennissystemen: natuurkundigen aan Concordia University in Montreal klinkt het bekend in de oren. De Canadese universiteit is gevestigd op land dat oorspronkelijk toebehoort aan het Kanyen’kehà:ka-volk, ook wel bekend als Mohawk. Eind vorig jaar startten drie wetenschappers het project ‘Decolonizing Light’, waarin zij aan de hand van kennis over licht samenwerken met de Mohawkgemeenschap om de natuurkunde te dekoloniseren. “Ons doel is niet om het wetenschappelijke begrip van licht te verbeteren. Maar we willen uitzoeken hoe natuurkunde de samenleving beïnvloedt. En hoe de impact verschilt voor verschillende groepen.” Hun werk is een voorbeeld van hoe dekolonisatie in de praktijk kan uitwerken.

Het project bestaat uit verschillende activiteiten. In lijn met Chinyoka’s pleidooi wordt de wetenschap ingezet voor belangen van de lokale gemeenschap. Zodra de coronamaatregelen het toelaten, gaan onderzoekers samen met mensen uit de Mohawkgemeenschap luchtkwaliteit meten met behulp van lasers. “Daarnaast willen we meer inheemse studenten trainen in natuurkunde, en krijgen studenten die negatief worden beïnvloed door kolonialisme de kans om onderzoek te doen naar wat voor hen van belang is”, vertelt initiatiefnemer Tanja Tamal.

Maar Decolonizing Light gaat niet alleen over toepassingen, of wie er in de collegebanken zit. De samenwerking met de Mohawk moet er bovendien voor zorgen dat inheemse kennis, die van generatie op generatie is overgedragen, een plaats krijgt in de universiteit. Concrete voorbeelden van deze kennis kan Tamal nog niet geven, aangezien het project net is gestart. Dat het andere kost is dan de natuurkundetheorieën die studenten normaal leren, is haar wel duidelijk. “Volgens de Haudenosaunee-filosofie van de oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika staat alles met elkaar in verband. Anders dan in de natuurkunde, zijn er geen losse concepten, zoals licht, momentum en zwaartekracht. In plaats daarvan is er altijd de vraag welk effect iets heeft op de mens. We willen dat studenten deze kennisvormen ook leren.”

Wetenschap is politiek

Want natuurkundige wetten mogen dan universeel zijn, de toegang tot wetenschap is dat niet. Ingo Salzmann, natuurkundige en collega van Tamal: “Mensen die interesse hebben in aerodynamica van vliegtuigen en auto’s, worden snel als wetenschapper gezien. We kunnen ons afvragen hoeveel mensen meer interesse hadden in het schoonhouden van de lucht en het water, maar nooit betrokken werden bij besluitvorming omdat zij niet als wetenschapper werden erkend.” Denk aan inheemse gemeenschappen wier leefgebieden worden aangetast door kolonisten – of door astronomen die grote telescopen willen bouwen op heilige grond, zoals onlangs op Hawaï.

Dekolonisatie start voor de Canadese onderzoekers daarom met een bewustzijn van de historische en politieke context van hun eigen vakgebied. ‘Dat zou onderdeel moeten zijn van ieder natuurkundecurriculum wereldwijd.’

Salzmann is stellig: ons denken over licht en ons begrip wat wel of niet wetenschappelijk is, is gekoloniseerd. Studenten leren dat licht een elektromagnetische golf is met een snelheid van 300.000 kilometer per seconde. Ze kennen de namen van Isaac Newton, Christiaan Huygens en Albert Einstein. “Maar ze leren weinig over de historische context waarin kennis tot stand komt. Waarom deden alleen witte mannen dit onderzoek? Wie financierde hen? Wie profiteerde van de uitkomsten? Welk onderzoek verrichtten inheemse mensen? Waarom weten we niets over de kennis die zij produceerden?”

Wie deze vragen stelt, ziet hoe het koloniale verleden de natuurkunde heeft gevormd, en waarom natuurkunde nog steeds koloniaal is, zeggen Tamal en Salzmann: door wetenschap los te koppelen van de geschiedenis, lijkt kennis objectief en neutraal. Maar in werkelijkheid hebben bevindingen effect op de maatschappij, en raken ze verschillende groepen op verschillende manieren. Salzmann: “Wetenschap is altijd politiek.”

Lees ook:
De reus van de Afrikaanse filosofie

Sophie Oluwole (1935-2018) zette de Afrikaanse filosofische traditie op de kaart.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden