Cees Buisman, directeur van Wetsus.

Wetsus

De Sillicon Valley onder de wateruniversiteiten staat gewoon in Leeuwarden

Cees Buisman, directeur van Wetsus. Beeld reyer boxem

In Leeuwarden staat een wateruniversiteit die in korte tijd wereldtop is geworden. Toch is de financiële toekomst onzeker.

Iedere achtergebleven Europese regio wil een Silicon Valley worden, en gaat op studiereis naar Californië om te zien hoe dat moet. Ze zouden ook naar Leeuwarden kunnen gaan. Daar staat Wetsus, de ­‘wateruniversiteit’, die in vijftien jaar is gegroeid van niets tot ’s wereld grootste in zijn soort.

Het gebouw heeft een golvende, houten ­façade. Binnen is het opmerkelijk licht en transparant; wetenschappers van heel verschillende disciplines zien elkaar werken, kunnen bij elkaar binnenlopen of elkaar treffen in het atrium. Het zijn overwegend jonge mensen. In Wetsus werken zo’n zeventig promotieonderzoekers. De hoogleraren die hen begeleiden zitten niet hier, maar op hun universiteiten.

Dit is precies wat Cees Buisman voor ogen stond toen hij de fundamenten legde voor Wetsus. Buisman, een Wageningse ingenieur gespecialiseerd in recycling, was directeur bij technologiebedrijf Paques in Friesland, toen hij betrokken raakte bij plannen voor een Fries kenniscentrum. “Ik had slechte ervaringen met projecten waarin promovendi van hoogleraren van verschillende universiteiten moesten samenwerken. Een hoogleraar houdt zijn promovendus in de cultuur van de eigen ­onderzoeksgroep, en denkt dat samenwerken hetzelfde is als twee keer per jaar vergaderen om de voortgang te bespreken.”

Het is logisch, weet Buisman die inmiddels behalve directeur van Wetsus ook hoogleraar is, in Wageningen. “Een hoogleraar moet twintig dingen tegelijk doen, en komt voor ieder van die dingen tijd tekort. Maar bovendien spiegelt hij zich aan zijn vakgenoten, niet aan wetenschappers in andere disciplines. Takken van wetenschappen die inhoudelijk centimeters van elkaar liggen, hebben toch een heel ­eigen cultuur en jargon, en komen niet bij ­elkaar over de vloer.”

Beeld Reyer Boxem

Buisman besefte dat je voor een topinstituut jonge onderzoekers fysiek bijeen moet brengen. Dat werd het vertrekpunt voor Wetsus. “Hier kan een chemisch technoloog met een vraag binnenlopen bij een bioloog en kan een natuurkundig ingenieur een microbioloog iets zien maken wat hij goed kan gebruiken.”

Het is lang een discussie geweest in het kennisveld. En daar is de overtuiging gegroeid dat je met alle moderne communicatiemiddelen geen fysiek instituut meer nodig hebt om samen te werken, dat je beter virtuele instituten kunt bouwen, die alleen online bestaan. In een externe evaluatie van Wetsus, die net is gemaakt in opdracht van onderzoeksfinancier NWO, komt ook die suggestie naar voren. Tot verbazing van Buisman: “Voor een project met maar een of twee disciplines kan dat prima werken, maar zijn er meer wetenschappen ­betrokken dan werkt het veel beter om bij ­elkaar te zijn. Wij kunnen hier iedere discipline die we nodig hebben bij een project betrekken, want we hebben ze allemaal in huis. Dat moet je eens aan een universiteit proberen; daar kan het maanden kosten om met een vraag op een andere afdeling binnen te komen en bruikbaar antwoord te krijgen.”

Fosfaatwinning uit rioolwater

Fosfaat is zegen en vloek; plant, dier en mens hebben deze fundamentele bouwstof nodig, maar te veel ervan kan het milieu verpesten, bijvoorbeeld door een explosieve algengroei. Fosfaat wordt daarom verwijderd bij afvalwaterzuivering, maar het komt daar dan in het slib van de reinigingsinstallatie terecht, dat als chemisch afval moet worden verbrand.

Terugwinnen van fosfaat kan, met chemische en met biologische middelen, maar is nog te weinig efficiënt om rendabel te zijn. In een project van Wetsus wordt gewerkt aan ijzeroxiden in de vorm van heel kleine deeltjes, die fosfaat uit het afvalwater binden. Het fosfaat kan chemisch van de deeltjes worden losgeweekt, waarna die weer bruikbaar zijn voor een nieuwe zuiveringsronde.

Met dit project bereikte promotie-onderzoeker Prahanth Suresh ­Kumar (TU Delft) de finale van de competitie om de prestigieuze ­George Barley Water Prize in de Verenigde Staten. In de vierde en laatste ronde van deze competitie zitten nog vier kandidaten, die voor het finale onderzoekswerk 1 miljoen aan eigen onderzoeksgeld moeten inzetten. Dat geld heeft Wetsus op dit moment niet.

Bedrijven worden lid

En dan is er die rotsvaste overtuiging dat virtueel goedkoper zou zijn dan een instituut van hout en beton. Een waanidee, zegt Buisman: “De omgebouwde industriehal waarin mijn vakgroep aan Wageningen Universiteit huist, kost evenveel als dit hele pand van drie verdiepingen van Wetsus. Universiteiten zijn heel erg duur. Je kunt makkelijk instituten als dit bouwen. En dan de universiteiten wat kleiner maken natuurlijk.”

Daar komt bij dat in Leeuwarden de kosten voor de helft worden gedragen door bedrijven. En niet alleen de kosten van projecten, maar álle kosten inclusief gebouw. Zo is Wetsus ­opgezet: bedrijven worden lid, ze betalen een jaarlijkse contributie, en ze betalen per project waaraan ze deelnemen. De bijdrage van bedrijven is daardoor vier maal zo groot als bij vergelijkbare instituten die door de overheid zijn geïnitieerd.

De Nederlandse overheid is voorstander van publiek-private samenwerking in onderzoek en ontwikkeling. Kennisinstellingen zoals universiteiten hebben de opdracht samen te werken met bedrijven in onderzoeksprojecten, en zo een deel van hun inkomsten uit private bron te halen. En de afgelopen decennia zijn, uit de toen rijkelijke vloeiende aardgasbaten, op allerlei gebieden topinstituten opgezet voor publiek-private kennisontwikkeling. Sommige zijn alweer ter ziele omdat de overheid, die haar aardgasinkomsten aan hun eind zag komen, de financiering niet voortzette. Andere zijn gekrompen maar leven nog, doorgaans in virtuele gedaante.

De samenwerking met bedrijven is cruciaal, zegt Buisman: “Logisch wetenschappelijk ­nadenken is maar een klein deel van het innovatieproces. Het knutselen, de intuïtie, de ­ondernemerszin, daar gaat het om. Dat is de duistere kant van innovatie; moeilijk te doorgronden maar cruciaal. Op die duistere kant hebben wij ons helemaal gericht. In andere topinstituten wordt het onderzoeksgeld verdeeld over projecten, die door hoogleraren worden geleid. Dat verschilt niet heel veel van de manier waarop de overheid via onderzoeksfinancier NWO het geld verdeelt. Voor die hoogleraren maakt het geen verschil.”

Welke buis vervangen we het eerst?

Het Nederlandse waterleidingnet is 120.000 kilometer lang en bestaat voor het grootste deel uit leidingen van pvc en beton. Die zijn aan slijtage onderhevig en moeten op enig moment worden vervangen.

Maar op welk moment? Welke buis is er het slechtst aan toe en moet als eerste worden vervangen? Bij Wetsus werkt promotie-onderzoeker Hector Hernandez Delgadillo (Universiteit Twente) aan de ontwikkeling van een apparaatje dat door de leiding kan worden gestuurd en dat met ultrasoon geluid de toestand van de buis in kaart brengt.

Er zijn meer systemen die de kwaliteit van een leiding kunnen meten zonder meteen te gaan graven, maar de toepassing van ultrasoon geluid moet de nauwkeurigheid naar een nieuw niveau brengen. Het kan waterbedrijven helpen hun onderhoud efficiënter te plannen. Dat kan veel geld schelen; het gemiddelde waterbedrijf besteedt jaarlijks miljoenen aan onderhoud van zijn deel van het net.

Intensieve samenwerking

Publiek-private samenwerking vergt meer, zegt Buisman: “Je kunt allerlei bedrijven bij ­elkaar halen en de vraag stellen: Wat moeten we gaan onderzoeken? Maar dan blijft het stil, niemand zal iets zeggen. Bedrijven komen om te luisteren en ze zien wel of er iets interessants gaat gebeuren. Het is voor hen toch goedkoop aan boord te blijven. Hier in Wetsus worden onderzoeksthema’s voorgesteld waarop bedrijven kunnen intekenen. En een bedrijf kan alleen meedoen als bestaande deelnemers aan het thema daarmee instemmen. De ­samenwerking met bedrijven is hier veel ­intensiever dan aan een universiteit.”

Bij Wetsus lopen nu zo’n twintig onderzoeksthema’s, waaraan ruim tachtig ­bedrijven deelnemen. Onder die bedrijven veel kleine en middelgrote ondernemingen, de ‘motors van innovatie’, maar ook grote spelers als Shell, Unilever, Heineken en FrieslandCampina.

De bron is droog

Het is de vraag of Wetsus op deze weg kan doorgaan. De wateruniversiteit heeft lang kunnen profiteren van het overheidsgeld voor de ontwikkeling van de noordelijke provincies. Geld dat een goedmaker was omdat de snelle treinverbinding tussen de Randstad en het noorden werd geschrapt. Dat geld is voornamelijk aan infrastructuur besteed, maar ook aan deze kennisinstelling.

Beeld Reyer Boxem

Die bron is nu droog. Het ziet ernaar uit dat onderzoeksfinancier NWO zijn bijdrage aan Wetsus zal verhogen. Maar dan nog is er een gat van 1,9 miljoen in de overheidsfinanciering. Buisman hoopt dat die kan komen uit de gelden de Nederland van de EU krijgt voor ­regionale ontwikkeling. Mocht dat niet gebeuren, dan dreigt er een sneeuwbaleffect, want met een lagere overheidsfinanciering moet het aantal onderzoeksthema’s worden teruggebracht, waardoor minder bedrijven kunnen deelnemen en de private geldstroom krimpt, waardoor ook minder EU-subsidies voor projecten kunnen worden binnengehaald – nu goed voor 1,5 miljoen euro per jaar.

Buisman: “In het ergste geval moeten we Wetsus stoppen en de promotieonderzoekers terugsturen naar hun universiteiten. Nederland zou daarmee een uniek instituut verliezen. Je vindt in de wereld geen vergelijkbare wateruniversiteit. Onze grote concurrenten zijn allemaal slechts een afdeling van een universiteit met vier of vijf hoogleraren. We hebben onze grote concurrenten gevraagd Wetsus te evalueren. Ze zijn hier geweest, en ze waren onder de indruk.”

Buisman kan er kwaad over worden: “Excellentie garandeert je in Nederland geen toekomst. En het feit dat we in Friesland, een achterblijvende provincie, zo’n kennisinstituut hebben gebouwd, blijkbaar ook niet.”

Lees ook:

Kleineren, roddelen, bedreigen: misstanden op universiteiten treffen vrouwen vaker dan mannen

Een hiërarchische, sterk competitieve wereld waarin medewerkers lijden onder misdragingen als pesten, vernederen en seksuele intimidatie. Dat beeld strookt niet met het imago van universiteiten als omgeving van hoogopgeleide, weldenkende mensen

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden