Paleontologie

De reuzenbever komt weer tevoorschijn, maar zo groot was die eigenlijk niet

Remie Bakker van Manimal Works werkt in zijn atelier in Rotterdam aan een model van een reuzenbever. Beeld Boudewijn Bollmann
Remie Bakker van Manimal Works werkt in zijn atelier in Rotterdam aan een model van een reuzenbever.Beeld Boudewijn Bollmann

Nederland is een hotspot van fossielen van de prehistorische reuzenbever. Voor het eerst is nu een model gemaakt van het uitgestorven knaagdier, mede dankzij het werk van amateur-paleontologen.

Paul de Vries

‘Reuzenbever’ klinkt indrukwekkend, maar zo groot was Trogontherium cuvieri eigenlijk niet. Het dier, dat van 2,5 miljoen jaar tot 300.000 jaar geleden leefde in Noord- en Midden-Europa, Rusland en China, was maar iets groter dan de moderne bever (Castor fiber).

“Een van de eerste onderdelen die ooit van hem gevonden is, was een kop met enorme snijtanden”, zegt paleontoloog Rob van den Berg. Van den Berg is hoofd collectiemanagement bij Naturalis in Leiden en voorzitter van de Werkgroep Pleistocene Zoogdieren (WPZ), een vereniging van amateur- en beroepspaleontologen. “Daarom nam men aan dat dit beest, zoals zo veel pleistocene zoogdieren, ook vrij groot geweest zou zijn.”

De Noord-Amerikaanse reuzenbevers van het geslacht Castoroides, die waren pas groot. “Ze konden het formaat bereiken van een zwarte beer”, zegt Peter de Bruijn, een amateur-paleontoloog aangesloten bij de WPZ.

Knaagden zulke gigantische bevers dan ook navenant grote woudreuzen om? De Bruijn: “Er is geen enkele aanwijzing dat deze dieren überhaupt bomen omknaagden. Ze maakten ook geen dammen. Hetzelfde geldt voor onze Europese reuzenbever Trogontherium.”

Moderne bevers leven in stromende rivieren en bouwen dammen om het waterpeil in hun omgeving te fixeren, zodat de ingang naar hun burcht veilig onder de oppervlakte blijft liggen. De reuzenbever gaf waarschijnlijk de voorkeur aan stilstaand water en at planten in het water en op het land. “De huidige bever heeft plat uitlopende, beitelachtige tanden om mee te knagen, de reuzenbever had puntige tanden” zegt Ingrid de Bruijn, eveneens amateur-paleontoloog. “En hij had geen platte beverstaart, maar een ronde staart als een muskusrat. Al met al kunnen we in plaats van reuzenbever beter spreken over een beverachtige.”

IJstijden

De reuzenbever leefde gelijktijdig met de moderne bever, maar terwijl de laatste de ijstijden doorstond, verdween Trogontherium naar schatting 300.000 jaar geleden, in het Midden-Pleistoceen. In China hield hij het wellicht langer uit, tot 40.000 jaar geleden. “De moderne bever had een groter verspreidingsgebied, dat zich uitstrekte tot Zuid-Europa, misschien kon hij zich daar handhaven tijdens de ijstijden”, zegt Rob van den Berg. “Misschien had de reuzenbever een ander eetpatroon en verdween zijn voedsel door de klimaatverandering, of kreeg hij concurrentie van grazers als paarden. Je ziet vaak dat generalisten overleven waar specialisten het loodje leggen. Maar het blijft speculatie.”

Overbejaging door mensen heeft in dit geval nu eens geen rol gespeeld, waarschijnlijk. Van den Berg: “Ze leefden gelijktijdig met Homo heidelbergensis, onze voorouder. Homo sapiens was nog niet uit Afrika vertrokken. Mogelijk dat Heidelbergensis reuzenbevers at, maar we hebben er geen enkel bewijs van.’

Bewijs van de reuzenbever dat er wel is, bestaat uit fossiele botresten. De kleigroeven van Tegelen in Limburg waren in Nederland de belangrijkste vindplaats van reuzenbeverbotten. Maar toen werd in 2013 bij de Rotterdamse haven de Tweede Maasvlakte in gebruik genomen. “Het zand voor die vlakte is van een diepte van twintig meter onder de bodem van de Noordzee opgezogen. Daar was vroeger land, het Doggerland”, zegt Peter de Bruijn. “Twintig meter is de ideale diepte voor fossielen uit het Vroeg- en Midden-Pleistoceen. Die werden allemaal mee opgespoten. De Tweede Maasvlakte is daarom nu een mekka voor fossielenliefhebbers.”

Peter de Bruijn is dat al van kinds af aan en echtgenote Ingrid de Bruijn is inmiddels net zo enthousiast: “Het virus is ook op mij overgesprongen. Wij kunnen nergens meer gewoon over het strand lopen, we staren altijd naar de grond. Op de Maasvlakte kan het behoorlijk druk zijn met bottenjagers, maar heel soms loop je er alleen. Heerlijk is dat.”

Een donkerbruin botje

Op een van die expedities vonden ze het kleine, donkerbruine botje “waar het allemaal mee begon”. Ze konden zien dat het een opperarmbeen was, maar van welk dier dan? Op een determinatiedag kwamen Peter en Ingrid de Bruijn in contact met de bekende amateur-paleontoloog Dick Mol. Hij nam het botje mee naar huis voor verder onderzoek. Uiteindelijk leerde hij dat het een opperarmbeen van Trogontherium cuvieri was, de reuzenbever. De interesse was gewekt.

Er bleken nog veel meer fossiele resten van het dier op de Maasvlakte te liggen. “Daarmee is Nederland nu een hotspot van resten van de reuzenbever”, zegt Peter de Bruijn. Ze verzamelden er zo veel mogelijk, om te bestuderen tijdens determinatiesessies met paleontologen. “Je kunt ook foto’s van zulk materiaal delen in online determinatiegroepen , maar daar komt meestal niet veel uit”, zegt Peter de Bruijn. “Een foto van een botje uit de achterpoot van de reuzenbever heb ik gedeeld op Facebook. De een zei dat het van een kat was, de ander opperde beer, toen werd het een zeehond, uiteindelijk een zwijn. Het blijkt wel dat je zo’n bot niet alleen op basis van een foto kunt determineren, je moet het kunnen aanraken, omdraaien, van alle kanten bekijken en vergelijken.”

Een eigen team

Zoveel resten als er werden gevonden, zo weinig was er gepubliceerd over de reuzenbever. Er was een proefschrift van Antje Schreuder uit 1929, en dat was het eigenlijk wel. Om daarin verandering te brengen, werd Team Trogontherium opgericht, bestaande uit het echtpaar De Bruijn, Rob van den Berg, Dick Mol en Bram Langeveld, conservator bij het Natuurhistorisch Museum Rotterdam.

Ze gingen langs de collecties van het Natuurhistorisch Museum in Maastricht, Teylers Museum in Haarlem en Naturalis in Leiden – die soms al vijftig jaar niet aangeraakt waren – om wat er lag aan beverresten te beschrijven en te fotograferen. En diverse privéverzamelaars werden benaderd om hun collecties te inventariseren en te onderzoeken of er reuzenbevermateriaal tussen zat. Het plan was een boek uit te brengen over de determinatie van reuzenbeverresten (dat komt eind dit jaar). En om de reuzenbever op ware grootte te reconstrueren.

Daarvoor klopten ze aan bij Remie Bakker van Manimal Works uit Rotterdam, een ‘paleokunstenaar’ die eerder modellen maakte van een holenbeer, steppewisent, wolharige neushoorn en sabeltandkat. Bakker maakte schetsen die het team uitgebreid besprak. Peter de Bruijn: “Welke pose moet de reuzenbever hebben? Hoe groot moeten de oren zijn? Had hij wel of geen zwemvliezen? We weten het niet, maar de huidige bever heeft ze ook, dus we besloten van wel.”

Van den Berg: “Zo’n model maken is altijd tot op zekere hoogte een kwestie van interpreteren. Veel wetenschappers houden er daarom niet zo van. Maar we willen ook het publiek aanspreken, en dan is het erg mooi als je zo’n uitgestorven dier in een reconstructie weer tot leven kunt wekken.”

De presentatie

Het model – het eerste ooit van de reuzenbever – wordt zondag gepresenteerd op het symposium ‘Ice Age Cemeteries’ in het Natuurhistorisch Museum in Maastricht. Dan wordt ook meteen het 40-jarig jubileum van de Werkgroep Pleistocene Zoogdieren gevierd. Na het symposium zal het model tentoongesteld worden in Het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam en Historyland in Hellevoetsluis.

Het model is de kroon op het werk van Team Trogontherium. Is er leven na de reuzenbever? “Eerst doen we even helemaal niets”, zucht Ingrid de Bruijn. “We hebben hier zo veel uren werk in gestoken – zoektochten, collecties bekijken, vergaderingen, determinatiedagen.” Peter de Bruijn: “Klopt. Maar ik weet dat ze in Naturalis een laadje hebben met botresten die zijn gevonden op de Eerste Maasvlakte. Ze zijn mogelijk van prehistorische damherten, maar nooit als zodanig beschreven. Daar ben ik wel benieuwd naar...”

Lees ook:

Kan een nieuw leven ingeblazen mammoet het nieuwste wapen in de klimaatstrijd worden?

Een kruising tussen een Aziatische olifant en een wolharige mammoet moet de Russische en Canadese toendra’s weer gaan begrazen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden