null Beeld

ColumnJan Beuving

De kwetsbaarheid van onze digitale afhankelijkheid

Op 20 september 2001 ging in New York de satirische musical Urinetown in première op Broadway. De eerste grap zit al in de titel, omdat je in het Engels urine leest, maar ook you’re in kunt horen. Zo omvat de titel zowel ‘Urinestad’ als ‘Je bent in de stad’. Zie dat maar eens te vertalen. Jurrian van Dongen, die de klus in Nederland op zich nam (en er terecht een musicalaward voor won), koos voor ‘Zeikstad’, dat niet dezelfde, maar wel een dubbele betekenis bewaart.

Het tamelijk grappige verhaal, geschreven door Greg Kotis en Mark Hollmann, gaat over een ­samenleving waarin na jaren van droogte zo’n watertekort is ontstaan, dat het gebruik van een ­eigen wc verboden is. Je moet je behoefte nu dus doen in een van de openbare toiletten, die beheerd worden door een bedrijf dat Urine Good Company heet. Uiteraard vraagt het bedrijf daar veel geld voor, en wie niet kan of wil betalen, en zijn gevoeg op straat doet, wordt verbannen naar de strafkolonie Zeikstad, waaruit niemand terugkeert. Uiteraard zijn er protesten (demonstraties met borden als ‘Baas in eigen blaas!’, waar de vertaler het origineel naar de kroon steekt), maar de musical eindigt weinig hoopvol.

Tussen alle grappen door wordt de toeschouwer een (nacht)spiegel voorgehouden waarin de kwade kanten van kapitalisme, bureaucratie en populisme reflecteren. Het klinkt natuurlijk krankzinnig, betalen voor ieder plasje, maar toch moet ik steeds vaker aan het scenario denken. Vervang het toiletbezoek in de musical door internetgebruik, en je staat oog in oog met een dictatuur die ons opwacht met dezelfde onontkoombaarheid als de Dood die in Isfahan naar de tuinman uitziet.

Internet is net zo onmisbaar geworden als elektriciteit

Toen de musical in 2000 werd geschreven, stond internet net niet meer in de kinderschoenen, maar het had ook nog niet de zevenmijlslaarzen aan waarmee het nu voor ons uit dendert. Ik herinner mij een ingezonden brief, eind jaren negentig, van iemand die pleitte voor een wet die erin zou voorzien dat je zonder internet kunt leven in dit land. Die afslag zijn we jakkerend (en op onze telefoons kijkend) voorbijgereden – internet is net zo onmisbaar geworden als elektriciteit. Zelfs zonder smartphone leven (wat ik zelf doe) wordt steeds moeilijker. Probeer maar eens schoolouder te zijn zonder in de klassenapp te zitten. Je bent je leven niet zeker. En wie als kind in groep 8 geen smartphone heeft, valt buiten de boot. Vrijheid heeft isolement als prijs. Of meewarigheid: toen ik anderhalve maand geleden getest en wel naar het theater ging, werd ik met mijn uitgeprinte uitslag aangekeken alsof ik uit een andere eeuw kom. (Wat trouwens strikt genomen zo is.)

De kwetsbaarheid van onze digitale afhankelijkheid blijkt telkenmale. Nu zijn het nog grote en kleine bedrijven die lamgelegd worden door hackers, en zich vervolgens met veel geld los kopen. Maar voor dit losgeld geldt dat het geld niets oplost. Februari vorig jaar schreef ik dat we digitale dijkbewaking zouden moeten instellen, en iedereen al op school de risico’s moesten voorhouden. En ik maakte me er daarna vanaf met een visioen dat in een internetloze wereld juist allerlei problemen verdwijnen.

Naïef columnistje toch. Het is een veel reëlere optie dat we een hackende dictator gewoon gaan betalen, verslaafd als we zijn. We internetten nog vaker dan (en zelfs tijdens) plassen en poepen. De dictator begint natuurlijk met schappelijke bedragen, zoals alle dictators eerst willen laten merken dat het heus wel meevalt. ‘Voor vijf euro per maand blijft alles zoals het was!’ (Iets wat we met corona blind gedaan zouden hebben, als het gekund had.)

Een verslaafde kan niet handelen naar de risico’s. Hij of zij is namelijk verslaafd. De brievenschrijver van toen had gelijk: de overheid moet zorgen dat een plan voor een offline samenleving klaar ligt. Een veilige modus van Nederland. Nu leven er nog mensen die weten hoe dat eruitzag; het plan moet dus zo snel mogelijk gemaakt worden. We hebben net zo’n analoge back-up nodig als Rijkswaterstaat. Dat kan onze belangrijke stormvloedkeringen met de hand en zonder internet sluiten, om de zee buiten de deur te houden. En gelukkig is er achter onze dijken altijd nog genoeg water om de wc door te spoelen.

Jan Beuving is wiskundige en cabaretier. Hij speelt in zijn column met natuurwetenschappen en taal. Eerdere columns van Jan Beuving. Lees hier zijn eerdere columns.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden