null Beeld

ColumnJan Beuving

De knoop ontwart plezierig als je langzaam te werk gaat

Twee jaarlijkse prijzen trokken de voorbije weken mijn aandacht: de Abelprijs en de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. Die laatste prijs is genoemd naar een echtpaar waarvan de ene helft geheel uit initialen wilde blijven bestaan, en de andere helft voor de helft – even los van de achternaam. De zakenman Cornelis Willem van der Hoogt (1857-1928) was veel in Amerika, en ik vermoed dat hij daar zijn Amerikaanse vrouw Lucy Ballard Marks (1865-1937) ontmoette. Nog voor zijn dood financierde hij een literaire prijs, de C.W. van der Hoogtprijs, die na de dood van Lucy hun beider voornamen ging dragen, of nou ja: een kwart van hun namen en driekwart van hun voorletters. Het is waarschijnlijk de prijs met de meeste initialen erin, op de voet gevolgd door de K.H. Ollongrenprijs voor verkenners die niet de schoonheidsprijs verdienen.

De Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs – afwisselend voor proza en poëzie – is ondergebracht bij de Maatschappij der ­Nederlandse Letterkunde en ­bestemd voor mensen die net ­gedebuteerd hebben. De jury moet dus vaak op basis van één verschenen werk de prijs toekennen, maar heeft in de loop der ­jaren een goed oog ontwikkeld voor wat later grote namen worden/werden. (Hoewel zo’n prijs natuurlijk ook bijdraagt aan de grootheid van een naam, want misschien dat je onbewust een grote prijs makkelijker geeft aan iemand die al een debutantenprijs gehad heeft.) Onder andere Ida Gerhardt, Leo Vroman, Eva Gerlach en Lieke Marsman waren poëzielaureaten, en kregen dit jaar gezelschap van J.V. Neylen. Zij was de eerste winnaar sinds H.C. ten Berge in 1968 die publiceerde met initialen – dat zal de naamgevers deugd doen.

Haar bundel En niet bij machte bevat drie delen: Grondmens, Geometrie en Barok. Als amuse is een gedicht geplaatst dat voorafgegaan wordt door een witte bladzijde met een cirkel. En de toegift is afgedrukt na een pagina waar een ∞ op staat; het wiskundige symbool voor oneindig. Alles ligt dus besloten tussen nul (de cirkel) en oneindig (de lemniscaat) – kribbe en kruis van de getallen. Daartussen trekt het oog van de wiskundige natuurlijk naar dat hoofdstuk dat Geometrie heet. Het slotgedicht van die sectie gaat over het ‘horizontale leven’ in een ziekenhuis. ‘[…] nachtzusters / als heldere lampen, ze brengen valeriaanwortelthee / leggen geometrische knopen in mijn denken / waar ik geen woord van begrijp. […] En ik zeg tegen de ­babyzachte gangen dat ik heus geen redden hoef. / De knoop komt los. Ik hoor het stappen van de dokter, / zijn vervloekte geometrie. Trek mijn mond weer toe.’

‘De Nobelprijs voor de wiskunde’

Waarom zou Neylen ‘geometrische knopen’ schrijven, en niet gewoon ‘knopen’? Wilde ze de aarde die in dat ‘geo’ klinkt mee laten klitten? Of is het omdat de knopentheorie een wiskundig ideale stilering is van onze onvolmaakte aardse touwtjes? Wiskundig gezien lijkt de lemniscaat op een cirkel met één knoop erin – alsof die op de weg naar oneindig erin gelegd is. Het meest geometrische gedicht van de bundel gaat overigens over de Seine. ‘De Seine was rond en oeverloos, de dagen / zaten gegoten in afstanden, geen mens / was mij bekend. In de nachten // trokken cirkels uit trompetten […]’ Een gedicht over de mens die ‘hoekig de straat op moet’, dat eindigt in uitersten: ‘Ik ben al eens verdronken. Het was heerlijk / maar je komt er niet rechtlijnig uit.’ Voor mij bleef het beeld over van de mens in een asymptotisch bestaan: op zoek naar een aanraking die alleen in de oneindigheid bestaat. Een bundel als een in elkaar gedraaide kluwen, die als je te snel trekt, een eeuwige knoop wordt, maar als je langzaam te werk gaat plezierig ontwart.

Dan de Abelprijs, oftewel ‘de Nobelprijs voor de wiskunde’. (Dit doet denken aan de Roemeense voetballer Gheorghe Hagi die de Maradona van de Karpaten werd genoemd, zoals Luka Modric de Cruijff van de Balkan is. Inzichtelijk, maar het voelt toch ook alsof je de millimeter het lichtjaar van de deeltjesfysica noemt.) De Abelprijs ging vorige week naar László Lovász en Avi Wigderson, voor hun bijdrages aan de theoretische informatica. In tegenstelling tot J.V. Neylen wel hogere wiskunde. Zoals zo vaak was de poëzie eenvoudiger te begrijpen.

Jan Beuving is wiskundige en cabaretier. Hij speelt in zijn column met natuurwetenschappen en taal. Eerdere columns van Jan Beuving.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden