Levenslessen Vinod Subramaniam

De druk moet van de ketel en tegelijk moet de lat hoog

Vinod Subramaniam (52) – sinds vier jaar rector-magnificus van de Vrije Universiteit – maakt zich zorgen over de druk die zijn studenten voelen en hun geldproblemen. Zelf had hij indertijd het geluk met een beurs vanuit India in de VS te gaan studeren.

1 Kijk verder dan je eigen kring

“Toen ik op m’n achttiende vanuit New Delhi naar de VS vertrok om te studeren, nam ik me al voor niet samen te klitten met soortgenoten. Die neiging heb je wel natuurlijk, lekker in een veilige bubbel, ik had heimwee, samen vertrouwde dingen eten. Maar dan kom je niet in aanraking met anderen.

Ik heb er bewust voor gekozen om daar op de campus te wonen. Een soort Uilenstede zoals wij dat hier kennen. Ik zat samen met Steve Szabo uit Connecticut op een kamer. Hij deed chemische technologie, ik elektrotechniek. Twintig jaar later kwam ik hem weer tegen via Facebook en Linkedin, heel leuk. Nog steeds ben ik bevriend met studenten uit het blok waar ik woonde. We hebben laatst in Vermont ons 30-jarig vriendenjubileum gevierd.

Mijn vrouw leerde ik pas later kennen, op het verlovingsfeest van haar broer in Madras, in het zuiden van India, waar ik ook ben geboren. Onze families kenden elkaar al. We waren allebei vanuit het buitenland komen overvliegen. In Madras sprong de vonk over. En wat ik niet wist, maar toen hoorde, was dat mijn oma van vaderskant de allerbeste vriendin van háár oma was. A small world. Toch een Indiaas kliekje, wij, wat ik eigenlijk niet wilde, geen little India. Maar liefde kun je niet sturen, it just happens. We hebben door onze internationale blik gelukkig vrienden van allerlei afkomst.

De diversiteit op de VU vind ik ook gaaf. Die geeft kracht. Die kracht benut je niet als je in je eigen kringetje blijft hangen.”

2 Omring je met allerlei religies

“De zomervakanties brachten we vroeger altijd door in het huis van mijn oma, in Madras, 2200 kilometer van New Delhi waar ik ben opgegroeid. Een groot omheind huis met een veranda, en een tuin met zo’n schommelbank, met veel neefjes en nichtjes. Mijn vader was accountant, hij werkte bij de Indiase variant van de PWC’s en Ernst & Youngs van die tijd.

Ik zat op een katholieke jongensschool, van de Irish Christian Brothers. Met medescholieren uit die tijd heb ik nog steeds een whats-appgroep. Als ik in Delhi ben, is er altijd wel een diner of feest van iemand. De schooldirecteur, Brother Pinto, was een geweldige man. Hij gaf ons Engels, en zat later nog een tijd in het Vaticaan.

Op mijn school had je kinderen van allerlei religies, uit heel India: Punjab, Tamil-Nadu, Jammu en Kashmir, West Bengal... Ze spraken wel 25 verschillende talen, het Hindi en Engels bond ons. Ook hoe je die moedertalen schrijft is heel anders, noord en zuid zijn zo verschillend. Ikzelf spreek Nederlands, Engels, Duits, Tamil, Hindi en een klein beetje Spaans.

Ik ben een geboren hindoe, maar geen trouw tempelbezoeker, zoals mijn moeder. Ik noem mezelf agnostisch, maar sta wel achter de hindoeïstische filosofie van vrede. Eind oktober vierden we nog het lichtjesfeest Divali bij vrienden. Zo krijgt onze dochter, ze is elf, ook iets van onze cultuur mee. Maar we vieren net zo goed Kerst. Zij zorgt ervoor dat er altijd wel een boom komt met al die toeters en belletjes.

Op de VU checken we niet bij de deur welke religie iemand aanhangt, grap ik altijd. Maar we ontkennen religie ook bepaald niet, het is een deel van wie je bent. Onze gebedsruimte wordt intensief gebruikt. Die is wat groter geworden, na verzoek van de studentenraad. Want tijdens het islamitische vrijdaggebed is het erg druk, met soms wel tachtig mensen. Er zijn op de VU trouwens ook andere stilteruimtes, bestemd voor iedereen.”

3 Leve de Nokia

“Ik zie de druk bij studenten. Geen basisbeurs, het leenstelsel, een bindend studieadvies na het eerste jaar, verwachtingen van ouders, het leven dat succesvol moet zijn volgens de sociale media. Ik spreek voortdurend met studenten, loop rond en praat met studieverenigingen. Ik hoor de verhalen. Ik kwam uit een land waar maar weinigen naar de universiteit konden. Voor de techniekstudie die ik in New Delhi wilde doen, werden er van de 200.000 scholieren die een selectietoets deden zo’n 1500 toegelaten. Later had ik ook nog het geluk met een beurs naar de VS te kunnen.

Vijf jaar geleden, met de basisbeurs, was de druk op studenten minder. Maar de veelomvattende stress van nu is lastig meetbaar. Wel wordt er een veel groter beroep gedaan op studentpsychologen. We breken ons het hoofd hoe we de druk van de ketel kunnen halen, terwijl we de lat hoog blijven leggen. Studenten ondersteunen, helpen bij het maken van keuzes, maar ze ook wijzen op hun eigen verantwoordelijkheid.

Om zelf een beetje te ontstressen heb ik zo’n Nokiaatje gekocht voor in het weekend. Met hetzelfde nummer als mijn smartphone, dus iedereen kan mij bellen, maar ik hoef niet meer naar appjes of Twitter of mijn mail te kijken. Thuis zijn ze ook blij. Maar soms mis ik wel mijn Dikke van Dale-app, die ik geregeld raadpleeg om mijn Nederlands te verbeteren. Het laatste woord dat ik ergens hoorde en heb opgezocht is ‘verschillig’. Oh nee: ik bedoel ‘onverschillig’. Een fantastisch mooi woord, precies wat het is: dat het je geen verschil maakt.”

Beeld Merlijn Doomernik

4 Houd sommige studies Nederlandstalig

“Ik begrijp de bezwaren tegen de verengelsing van het onderwijs. Ik kan me voorstellen dat je je als student ergert aan een Engelstalige master die over het Nederlands onderwijs gaat, waarin je je internationale medestudenten eerst het Nederlands onderwijssysteem moet uitleggen. We kijken daar goed naar. Onze faculteit sociale wetenschappen ontwikkelt nu een nieuwe opleiding maatschappelijke vraagstukken die helemaal in het Nederlands wordt gegeven. Dat is een bewuste keus. Want het gaat over kwesties die in Nederland spelen. Nederlands recht moet je ook niet verengelsen. Een Engelstalige studie kunstmatige intelligentie is juist wel weer logisch.

Het gekke is dat van onze tweetalige opleidingen, zoals psychologie, de Engelstalige versies het populairst zijn. Die vinden studenten vaak uitdagender. Er was dit jaar veel tumult over het verdwijnen van onze bachelor ‘literatuur en samenleving’. Maar we hebben sinds 2012 al geen bachelor Nederlands meer. >>

We doen veel aan Nederlands bij verschillende studies, maar je kunt er niet op afstuderen. Er kwamen te weinig studenten op af. In sommige disciplines zijn we als VU klein. Je moet keuzes maken.

Taal is zo wezenlijk. In Göttingen werkte ik op het Max Planck Instituut. We deden al ons biofysisch onderzoek in het Engels, en toch leerde ik in mijn vrije tijd Duits op de Volkshochschule – om in Duitsland te kunnen aarden en om te kunnen communiceren met collega’s en studenten.”

5 Onderschat cultuurverschillen niet

“Ik ben maandenlang bezig geweest om de samenwerking tussen onze bètafaculteit en die van de UvA te laten slagen. Ik lag er zelfs van wakker. Want we hadden de kans om iets te creëren van wereldklasse. Als Amsterdamse natuurkundigen hadden we dan echt kunnen concurreren met prestigieuze faculteiten in het buitenland. Ik heb de cultuurverschillen tussen VU en UvA onderschat. De bestuurlijke fusie tussen de ziekenhuizen van VU en UvA is gelukkig wel volop gaande.

We hebben als VU belangrijke beurzen binnengehaald en de studentenaantallen zijn toegenomen. Dat geeft rust, maar ook weer zorgen. Want het is een volle bak. Onze ambitie was 25.000 studenten, er zijn er nu 26.500. Geneeskunde, tandheelkunde en criminologie hadden altijd al een numerus fixus. Psychologie komend studiejaar nu ook. Ik ben er niet dol op, ik vind zo’n selectie niet fijnmazig genoeg.

Er wordt geklaagd over het te hoge aantal internationale studenten, maar het is voor ons geen verdienmodel. Studenten van binnen de EU betalen evenveel collegegeld als Nederlandse. Van buiten de EU betalen ze meer, op basis van alle meerkosten. We kunnen het bedrag verder verhogen, maar ben je dan nog toegankelijk en inclusief? Vorig jaar kwam bijna een vijfde van alle universitaire studenten van buiten de EU. Op de VU was dat 12 procent. Hét grote probleem is huisvesting.”

6 Ken je buurt

“Vijf jaar geleden kwam ik in de Amsterdamse Plantagebuurt wonen – we bezichtigden verschillende huizen en ik stond op een gegeven moment op mijn vrouw en dochter te wachten die nog ergens binnen waren. Ik had een sweatshirt aan en een pet op. Een agent kwam vragen wat ik daar deed. Ik verstond hem niet meteen. ‘Wat doet u hier?’ ‘Ik wacht op mijn vrouw.’ Achteraf besefte ik dat dat misschien een geval van etnische profilering was: omdat ik gekleurd ben en in een Joodse buurt rondliep, was ik verdacht. Later bood de hoofdcommissaris van politie mij persoonlijk zijn excuses aan.

In de VS heb ik dat nooit meegemaakt. In Nederland daarna ook nooit meer. Maar ik ben nu ook een oude man, ik ben niet gevaarlijk meer, ha. Ik ken natuurlijk de beladen geschiedenis van de buurt. Ik heb me erin verdiept. Als ik hier ’s avonds in de buurt wandel, dan zie ik al die Stolpersteine.”

Beeld Merlijn Doomernik

7 Er is meer dan techniek

“Weet je wat het geweldige is van mijn werk? Dat ik elke dag iets nieuws leer. Laatst hadden we een symposium over ‘water in tijden van klimaatverandering’. Dan denk je: dat organiseren aardwetenschappers. Maar er waren wetenschappers van allerlei disciplines bij betrokken. De ‘groene’ patriarch van de Oosters-Orthodoxe Kerk uit Istanbul was er, en ook theologen en natuurlijk water- en klimaatmensen. Waarom theologen? Omdat water een rol speelt in elke religie. Als bron van leven. Als bedreiging, en ter reiniging.

De vraag is: hoe verbind je de techniek met de mens? Daar heb je ook niet-technici voor nodig. Zeg ik als techneut. De politiek moet disciplines niet tegen elkaar uitspelen. Investeren in techniekstudies is goed voor de kenniseconomie, maar moet je daarom geld weghalen bij medische wetenschappen? Bij geestes- en sociale wetenschappen? Nee! Weet je wat de kracht is van kunstmatige intelligentie? Dat informatici samenwerken met taalwetenschappers, economen, sociologen én filosofen.

Thuis zijn we een stelletje bèta’s bij elkaar, ja. Mijn vrouw is net als ik ingenieur in de elektrotechniek, ze werkt voor een multinational die onder meer alles maakt wat in een meterkast zit. Mijn dochter wil oncoloog worden, ook al is ze pas elf, ze weet het zeker. Twee jaar geleden kreeg mijn vrouw borstkanker. Een moeilijke tijd. Het is goed afgelopen, maar het vertrouwen in je lichaam is weg. Het heeft ons een heel ander perspectief op het leven gegeven. Familie woont ver weg – in India en de VS – dus wij zijn met z’n drieën nog hechter geworden.” <<

Vinod Subramaniam (Madras, India, 1967) werd in 2015 benoemd als rector-magnificus van de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij studeerde elektrotechniek aan de Amerikaanse Cornell University en promoveerde in 1996 aan de universiteit van Michigan in de technische natuurkunde, op de toepassing van laserspectroscopie voor eiwitonderzoek. Daarna was hij verbonden aan het Max Planck Instituut voor Biofysische Chemie in Göttingen, Duitsland en in 2002 vertrok hij met zijn vrouw naar het Verenigd Koninkrijk waar zij haar baan bij General Electric voortzette en hij ging werken bij biofarmaceut AstraZeneca. In 2004 werd hij hoogleraar in Twente, waarmee hij zijn loopbaan in Nederland vervolgde. Subramaniam gaf zijn Indiase paspoort op om Nederlander te worden en hier naar de stembus te kunnen. Hij woont met zijn vrouw en dochter (11) in Amsterdam.

Trouw vraagt wekelijks een bekende of minder bekende Nederlander: welke levenslessen heeft u geleerd?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden