Leestips

Cadeautip voor de feestdagen: lekker lezen over wetenschap

Beeld Fadi Nadrous

Wie dezer dagen een leuk boekje over wetenschap cadeau wil doen heeft een paar goede opties. En het leukste boek is zelfs gratis te downloaden.

Eric-Jan Wagenmakers, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Amsterdam, werd door een van zijn promovendi uitgedaagd om Bayesiaanse statistiek uit te leggen aan kinderen. Dat is onmogelijk, stelde de promovendus. O ja?, dacht Wagenmakers, en ging aan het werk, samen met illustrator Viktor Beekman. Het resultaat is het vermakelijke en kraakheldere ‘Bayesiaans Denken voor Peuters’ (hier gratis te downloaden).

In een ver land wonen twee meisjes, die allebei heel veel van dinosaurussen weten, zeggen ze. Tante Truus heeft koekjes gebakken voor de beste dinosauruskenner. Maar wie van de twee is dat? En hoe komt tante Truus daar achter? De methode die zij vindt is een oude; hij werd ontdekt door Thomas Bayes, een Britse wiskundige in de achttiende eeuw. 

Bayes ontwikkelde een kansrekening die rekening hield met kennis en ervaring die je opdoet. Kansrekening met perfecte dobbelstenen leert iedereen op school. Makkie. Maar hoe bereken je kansen als je weet dat een van de dobbelstenen scheef is of een buts heeft, waardoor niet alle uitkomsten meer even waarschijnlijk zijn? Bayes maakte de wiskunde daarvoor. 

Je kunt precies volgen hoe die werkt als tante Truus vragen gaat stellen aan de twee jonge dino­sauruskenners. In zo’n veertig prachtig getekende pagina’s maak je kennis met Bayesiaanse wiskunde, die in veel vakgebieden wordt gebruikt en die moeilijk in het hoofd van volwassenen past, maar verrassend goed aansluit bij het denken van peuters.

Het allerkleinste

Dirk Ridder is een tekenaar, die na zijn schooltijd tot de ontdekking kwam dat leren erg leuk is, als onderwerpen maar beeldend worden uitgelegd. Daar heeft hij zijn vak van gemaakt, en van zijn hand is nu ‘Het allerkleinste’ verschenen, een ‘reis langs de bouwstenen van alles’. De strip is een reis door de materie, van het heelal tot de elementaire deeltjes. De reis wordt geleid door fysicus Robbert Dijkgraaf. Het boekje is gebaseerd op diens colleges bij ‘De Wereld Draait Door’, en Dijkgraaf heeft aan deze stripversie meegewerkt.

De samenwerking van fysicus en ­illustrator is geslaagd. Je krijgt in verhelderende tekeningen en weinig tekst een overzicht van de wetenschap van dode en levende materie. Het korte verhaal laat veel onbesproken, uiteraard, maar maakt nieuwsgierig naar meer. ‘Het allerkleinste’ is voor 15 euro te krijgen in de boekhandel of in de webshop van de Nederlandse editie van ­wetenschapstijdschrift NewScientist, die de strip uitgeeft.

De wiskundetrompet

Margriet van der Heijden promoveerde in de deeltjesfysica en had een collega van Robbert Dijkgraaf kunnen zijn, ware het niet dat zij koos voor de journalistiek en het schrijven over wetenschap. Dat doet Van der Heijden onder meer voor NRC Handelsblad, waar ze de rubriek ‘Vormen en getallen’ verzorgde. Uit die rubriek kwam eerder de bundel ‘Het wiskundehondje’ voort , en nu ‘De wiskundetrompet’ (uitgeverij Nieuwezijds), opnieuw met illustraties van Iris Rijsman.

Het is weer een vermakelijk en leerzaam boekje, met niet alleen raadsels, maar ook wiskundige weetjes en stukjes wiskundegeschiedenis. Er staan een paar bekende in, zoals het raadsel van de wandeling over de bruggen van Königsberg, dat door de vermaarde wiskundige Leonhard Euler werd opgelost, en een paar puzzels van de Amerikaanse wiskundeschrijver Martin Gardner, maar ook veel onbekende. En het is niet de bedoeling dat je die passief tot je neemt; je wordt in veel gevallen uitgedaagd zelf te denken alvorens door te lezen. Het is wel opletten, want de teksten van Van der Heijden zijn soms erg beknopt.

Een van de vermakelijke raadsels is dat van de kippen in een kring. Het werd in een wiskundewedstrijd door een Amerikaanse jongen van dertien opgelost in 1 seconde. Honderd kippen staan in een kring, en ineens pikken ze allemaal de buurvrouw links of de buurvrouw rechts, geheel willekeurig. Hoeveel kippen in de kring worden niet gepikt? 

Bij ondergetekende was de seconde al ruim voorbij voor het begon te dagen dat er voor iedere kip in de kring vier mogelijkheden zijn: ze wordt gepikt van links, van rechts, van links én rechts, of van geen van beide kanten. Vier gelijke kansen, en dus zijn er 25 van de 100 kippen die niet worden gepikt. Een kind ziet dat meteen.

Wat is Leven?

Paul Nurse is een 71-jarige Britse bioloog, die negen jaar geleden met twee collega’s een Nobelprijs kreeg voor onderzoek naar de ­genen en eiwitten die de deling van cellen starten en in goede banen leiden. Een fundamenteel proces, want alle levende organismen groeien doordat hun cellen delen; celdeling maakt het verschil tussen levende en dode materie. 

De celdeling is een centraal thema in een boek dat Nurse dit jaar ­publiceerde en dat nu in het Nederlands is vertaald: ‘Wat is leven?’ (uitgeverij De Geus). Een opmerkelijk boek: het is dun, vlot geschreven, en een mooie mengeling van biologie en persoonlijke herinneringen, anekdotes en opvattingen. Voor wie veel van biologie weet zijn de persoonlijk notities van Nurse leuk om te lezen, en voor wie niets van bio­logie weet is dit boek een prachtige basiscursus.

Dat was ook de bedoeling, schrijft Nurse in zijn inleiding. Een basis­cursus in vijf stappen: de cel, het gen, evolutie, de chemie van het ­leven, en leven als informatie. De vijf stappen leiden naar de vraag in de titel: wat is leven? Nurse heeft

die niet zelf bedacht, maar overgenomen van Erwin Schrödinger, die in 1944 een boekje publiceerde met die titel. Er zijn sindsdien vele boeken verschenen over die vraag, en er ­zullen nog vele volgen, want het moet nog blijken of er een antwoord is.

Schrödinger was een fysicus en stortte zich op de vraag van het ­leven, omdat hij hoopte dat de kwantummechanica, de natuurkundige revolutie die hij mee had ont­ketend, nieuw inzicht zou kunnen ­geven in de werking van levende ­materie. Een moedige poging, zeker als je bedenkt dat toen, in 1944, de genetische code en de chemie van het leven nog grotendeels ontdekt moesten worden. Maar Schrödinger moest concluderen dat er een nieuwe wetenschap nodig was om het mysterie van het leven te doorgronden. 

Dat is nog steeds zo, schrijft ­Nurse, en het zal niet één, nieuwe wetenschap zijn: ‘Als de geestes­wetenschappen en de natuurwetenschappen meer elkaars taal zouden spreken (...), zouden we in een ­betere uitgangspositie verkeren om te kunnen begrijpen hoe en waarom de evolutie ons in staat stelde om ons te ontwikkelen als chemische en informatieverwerkende systemen die zich op de een of andere manier ­bewust werden van hun eigen bestaan. We zullen kortom elk greintje verbeeldingskracht en ­creativiteit nodig hebben om te ­begrijpen hoe verbeeldingskracht en creativiteit tot stand konden ­komen.’

Lees ook:

Kunnen we eigenlijk bedenken wat ‘bewustzijn’ is?

Bewustzijn: je weet dat het er is, maar wat is het? Jacob Jolij ging buiten de gebaande paden van de psychologie, zijn vakgebied, op zoek naar een antwoord.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden