Coronavirus

Bloeddonoren laten zien: groepsimmuniteit is een onrealistisch streven

Een medewerker van het Robert Koch Instituut in Duitsland houdt een buis met bloed voor een coronatest omhoog.Beeld AFP

Een miljoen Nederlanders hebben het nieuwe coronavirus gehad. Groepsimmuniteit is nog ver weg.

Ongeveer één op de twintig bloeddonoren heeft antistoffen tegen het coronavirus ontwikkeld. Dat blijkt uit de meting die bloedbank Sanquin bij 7.000 donaties tussen 10 en 20 mei heeft uitgevoerd. De gemeten 5,5 procent is een lichte stijging ten opzichte van de drie procent die in april is gemeten en laat het effect van de lockdown-maatregelen zien.

Eens te meer maakt deze meting duidelijk dat groepsimmuniteit een onrealistisch streven is. Pas als meer dan zestig procent van de bevolking immuun is voor het virus, kunnen alle lockdown-maatregelen worden afgeschaft. Elke uitbraak zal dan vanzelf uitdoven omdat het virus te weinig slachtoffers vindt om zich goed te kunnen verspreiden. In dit tempo duurt het nog zeker twee jaar voordat die zestig procent wordt bereikt. Bovendien gaan virologen ervan uit dat verworven immuniteit niet blijvend is en dat mensen die Covid-19 hebben gehad, na een paar jaar opnieuw kunnen worden besmet. Ook is nog niet duidelijk hoeveel garantie antistoffen bieden op immuniteit.

Anderzijds draagt ook een geringe groepsimmuniteit – van tien of twintig procent – al bij aan het dempen van de epidemie. Maar zoals het er nu naar uitziet zal alleen een vaccin het virus kunnen stoppen. Zo’n vaccin is er naar verwachting niet eerder dan over één à twee jaar.

Onzekerheden

Aan de meting van Sanquin kleven enkele onzekerheden. Het onderzoek is nog niet afgerond waardoor op de gevonden 5,5 procent nog een foutenmarge van 0,5 procent zit. Daarnaast is de steekproef niet representatief. Sowieso mogen alleen mensen tussen 18 en 75 jaar bloed geven en nu kwam daar nog de beperking bij dat men op het moment van doneren twee weken klachtenvrij moest zijn geweest. Je kunt uit deze studie dus niet concluderen dat 5,5 procent van de Nederlandse bevolking – ofwel zo’n één miljoen Nederlanders – besmet is geweest door het nieuwe coronavirus.

Het resultaat komt wel overeen met metingen van het RIVM. Dat maakte vorige week de eerste uitkomsten bekend van de zogeheten Pienter Corona-studie. Bij ruim 2.000 mensen, in de leeftijd van drie tot negentig jaar was bloed geprikt: 75 personen hadden antistoffen tegen het virus, bijna vier procent. Het virus heeft volgens dit RIVM-onderzoek evenveel mannen als vrouwen besmet, en nauwelijks jongeren onder de 19 jaar.

Eerdere metingen van Sanquin en het RIVM gaven ook een beeld van de regionale spreiding van het virus. In Friesland bleek minder dan een procent van de bevolking antistoffen te hebben, terwijl het in Zuidoost-Brabant om acht à negen procent ging. Sanquin verwacht over twee weken het onderzoek te hebben afgerond en een update per regio te kunnen geven.

Lees ook

Versoepelt Nederland niet te snel?

Critici vrezen dat het coronavirus zich als een veenbrand door Nederland blijft bewegen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden