null Beeld werry crone
Beeld werry crone

ColumnJan Beuving

Blij dat het systeem toch klopt, betaal ik mijn boete

Ik heb al zeventien jaar een rijbewijs, maar afgelopen maand kreeg ik voor het eerst een bekeuring. Voor een wiskundige is een bekeuring het begin van het einde. Het zwart-op-witte bewijs dat hij of zij de regels niet gevolgd heeft, en dus af is als wetenschapper. Een persoonlijke nederlaag tegen het systeem. Een nagel aan je doodskist. (Ik zal me bedwingen deze litanie niet 600 woorden vol te houden.)

Ik had te hard gereden. 5 kilometer per uur te hard, wat me op een milde boete van enkele tientjes kwam te staan. Het drama vond plaats ter hoogte van de Zuiderzeeweg in Amsterdam, aan het einde van de Piet Heintunnel. Toepasselijk, want van Amsterdamse vrienden begreep ik dat die flitspaal al jarenlang een zilvervloot binnenhaalt voor de staat. Ik vroeg de foto’s op via de site van het CJIB, wat twee ontroerende portretten van mijn grijze auto opleverde, vergezeld van een heerlijke hoeveelheid getallen. Tussen de twee foto’s zat een fractie van een seconde, en mijn auto was een stukje verplaatst. Ik heb het nagerekend, en ik kwam inderdaad op 55 kilometer per uur uit.

In de Piet Heintunnel mag je 70 kilometer per uur rijden, en dat had ik dan ook braaf gedaan. Vlak na de tunnel komt de kruising met de Zuiderzeeweg. Daar mag je maar 50. Het bord dat deze snelheidsvermindering aankaart, staat – bleek na een kwartiertje meten op de satellietfoto’s van Google Maps – op ongeveer 50 meter voor de flitskast.

11.000 boetes ongeldig verklaard

Nu is ieder verkeersbord dat een nieuwe maximumsnelheid aankondigt per definitie verwarrend. Zoals ik ooit heb uitgelegd in een van mijn theaterprogramma’s: als je 100 rijdt, en je ziet een bord met ‘vanaf hier 120’ mag je pas versnellen als je dat bord voorbijrijdt. In de eerste honderd meter na dat bord is het dus onmogelijk om legaal 120 te rijden. Dus dan denk ik: zet dat bord dan 100 meter verder neer.

Bij een snelheidsverlaging speelt het omgekeerde probleem: je moet wettelijk gezien al remmen vóór het bord. Dat had ik overduidelijk niet gedaan, maar ik was er wel mee bezig blijkens de gemeten snelheid. Nu is het Openbaar Ministerie de beroerdste niet, en hanteert het een coulanceregeling voor automobilisten, die erin voorziet dat je binnen een bepaald aantal meters na een bord niet bekeurd mag worden. Hoeveel meter dat is, hangt af van de snelheid op het bord. Die moet je omrekenen in meters per seconde (ongeveer 14, in mijn geval), en dan vermenigvuldigen met 10. Binnen 140 meter na een 50-bord mag je dus niet bekeurd worden voor een snelheidsovertreding. In Eindhoven zijn zo een keer 11.000 boetes ongeldig verklaard, omdat de paal te dicht op het limietbord stond. Deze coulance is logisch, omdat je nu eenmaal een paar meter nodig hebt om af te remmen.

Er gloorde weer hoop voor Jan-de-wiskundige! Er was een regel die de regel die ik overtreden had, ontregelde! Zo kon ik toch nog regelen dat ik geen financiële strafregels hoefde te schrijven. Ik klom al in de bezwaarschriftpen, toen ik me afvroeg: maar als deze paal er al jaren staat, waarom is dan nog niemand op dit lumineuze idee gekomen? Toen bleek er een andere regel te zijn, die zegt dat ingeval van een kruising er binnen de coulanceregelafstand toch geflitst mag worden, omdat van een automobilist verwacht mag worden dat hij met veilige snelheid de kruising oprijdt. En toen was ik gek genoeg een soort van opgelucht! Opgelucht, omdat het systeem blijkbaar klopt. Want voor een wiskundige is een systeemfout nog veel erger dan een persoonlijke fout.

Bovendien, bedacht ik: als ik nou een column over dit flitsrekenwerk schrijf, mag ik de boete misschien wel aftrekken van de Belastingdienst. Ik heb het immers gebruikt als inspiratie voor betaald werk. Ik legde dit voor aan mijn accountant, waarbij ik wel even een afweging moest maken omdat haar uurtarief niet mals is. Als ze een kwartier bezig was, zou mijn winst al verdampt zijn. Gelukkig mailde ze binnen een minuut terug: ‘De reden dat de boete niet aftrekbaar is, is niet omdat het geen zakelijke kosten zijn, maar omdat je een strafbaar feit hebt begaan. Dat blijft zo, ­ondanks de column.’ Nederig opende ik hierna mijn internetbankieren.

Jan Beuving is wiskundige en cabaretier. Hij speelt in zijn column met natuurwetenschappen en taal. Eerdere columns van Jan Beuving.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden