EssayZwaarder straffen

Bezint eer ge begint? Zo rationeel denken daders doorgaans niet

Beeld Koen Verheijden

Met het naderen van de verkiezingen klinkt ook de roep om zwaardere straffen weer. Die populistische wens stoelt volgens criminoloog en hulpverlener ­Marijke Drogt op een versimpeling van de realiteit.

Het is een gevleugelde boevenuitspraak: If you can’t do the ­time, don’t do the crime. Ofwel, pleeg geen delicten als je niet bereid bent een eventuele gevangenisstraf uit te zitten. Maar de suggestie dat een potentiële dader goed moet nadenken over de consequenties van wat hij doet, stemt niet echt overeen met de praktijk. Al vele jaren werk ik met veroordeelde daders en de realiteit blijkt een stuk ingewikkelder: de instelling van veel (ex-)gedetineerden is gericht op het nu. Ik zie vaak een verlangen naar een rustig bestaan zonder criminaliteit, maar dat botst met de mentaliteit die ze zich eigen hebben gemaakt.

Politici leggen graag een verband tussen hardere straffen voor daders en veiligheid. Het klinkt aannemelijk: een dader zit langer opgesloten en zolang hij vastzit, wordt onze veiligheid niet bedreigd. Bovendien zal er een afschrikwekkend effect vanuit gaan. Deze dat-zal-ze-lerenretoriek wordt schreeuwend gebracht en vindt gretig aftrek. Dit kortetermijndenken over veiligheid is begrijpelijk, maar voor de lange termijn domweg niet vol te houden.

De redenering dat een straf afschrikwekkend werkt, rust op de aanname dat een potentiële dader de voor- en nadelen tegen elkaar afweegt, inclusief de strafdreiging. De mens als Homo economicus dus. Het lijkt zo eenvoudig, maar juist hier ligt de crux. De mens is vaak niet zo’n rationeel wezen en gedrag is niet uitsluitend het gevolg van gedegen afwegingen. Dat veel daders helemaal niet zo bezig zijn met de eventuele consequenties van hun gedrag, kom ik nogal eens tegen in mijn werk met ex-gedetineerden.

Deze mensen doorlopen een intensief traject nadat zij (een deel van) hun straf hebben uitgezeten, met als doel hen succesvol terug te laten keren in de samenleving. Daarvoor moeten ze de gewoontes uit hun voormalige boevenbestaan afleren en mij is opgevallen dat al die verschillende mensen iets gemeenschappelijks hebben: een overlevingsmentaliteit. Een modus die gericht is op vandaag; de zorgen zijn voor morgen, en dus ook de consequenties. Dit zie je terug in hun ­criminele carrière, maar ook in het dagelijkse leven.

Hoe moeilijk is het om je aan een afspraak te houden?

Wie een begeleidingstraject aangaat, moet zich aan veel afspraken houden. Geen alcohol- en drugsgebruik en regelmatige controle daarop; toezicht accepteren en altijd doorgeven waar je bent; bereikbaar zijn en communiceren over je reilen en zeilen. Op het oog simpel, maar het zijn vaak juist die basisafspraken, waarmee ex-gedetineerden moeite lijken te hebben. Ze scoren bijvoorbeeld positief op een urinecontrole en hebben dus verboden middelen gebruikt, of ze komen geregeld te laat en reageren onverschillig als zij daarmee geconfronteerd worden. Ze handelen vaak op basis van kortetermijnbeslissingen, die snel bevrediging geven. Frustrerend voor de hulpverleners, want hoe moeilijk kan het zijn om je aan wat afspraken te houden?

Dit gedrag getuigt enerzijds van berekendheid; risico’s worden afgewogen, maar te licht bevonden. Anderzijds is het juist exemplarisch voor beperkte rationaliteit; een groot deel van de doelgroep heeft last van structurele zelfoverschatting. Ze denken de dans van consequenties en straf wel te zullen ontspringen. Er is vaak sprake van sociale en psychische kwetsbaarheid, gebrekkige zelfcontrole en een hoge mate van beïnvloedbaarheid. Het is een gegeven dat mensen met een lichte verstandelijke beperking oververtegenwoordigd zijn in de strafrechtsketen.

Het vraagt geduld om de patronen van een overlevingsmentaliteit te doorbreken; bij de dag leven zit er vaak al vroeg in. Hoe breng je mensen ertoe die instelling in te wisselen voor iets wat beter past bij de waarden en normen van onze samenleving? Ik durf wel te beweren dat die transitie een van de lastigste aspecten is van de resocialisatie van ex-gedetineerden. Hoe laat je die oude waarden los en wat is het alternatief? Als hulpverlener kun je perspectief proberen te bieden, maar de ander moet vooral ervaren hoe het is om anders met een situatie om te gaan.

Het zal niet verbazen dat wij kleine stapjes al zien als winst. Ik denk aan de deelnemer die eerst ontkent dat hij heeft geblowd en zich beroept op allerlei excuses. Die ontkenning verandert in onderkenning als hij wordt geconfronteerd met het feit dat wij inmiddels alle smoesjes kennen. Wie probeert hij voor de gek te houden? Hij besluit open kaart te spelen en geeft toe dat hij het risico nam en bewust niet verder nadacht. Met zulke zelfinzichten kun je aan de slag; mogelijk leiden ze tot het herkennen van een patroon: oorzaken van problemen worden graag buiten de eigen verantwoordelijkheid gelegd. Dat had voor hem allerlei voordelen in het boevenbestaan, maar is belemmerend voor een leven in de reguliere samenleving.

Verlies van naïviteit

Ik ben op jonge leeftijd als hulpverlener begonnen met allerlei idealen. Je wilt mensen helpen, een belangenbehartiger zijn, herstellen wat gebroken is. De realiteit van dit werk vormt je en daarbij hoort het verlies van een zekere naïviteit. De praktijk kan bitter zijn, teleurstellingen zijn onontkoombaar. Ik herinner mij de deelnemer met wie ik zulke mooie gesprekken had over zijn verleden en zijn grote dromen voor de toekomst. Niet veel later zat hij weer vast, hij was zonder succes voor het snelle geld gegaan. En ik voel enorme boosheid als ik stilsta bij die ene jongen die alle hulpverleners om de tuin probeerde te leiden door te doen alsof hij goed bezig was. Uiteindelijk is hij weer veroordeeld voor zware delicten, hij zit een lange straf uit. Ik betrap mijzelf soms op cynisme als ik zomaar weer een grote mond krijg. Ik kan ook verdrietig worden als een deelnemer simpelweg meer hulp nodig blijkt te hebben dan wij kunnen bieden. Er is een groep die de verandering van mentaliteit simpelweg niet wil of kan doorlopen.

Het is een bekende onderverdeling van de gevangenispopulatie: een grote groep behoort tot de categorie sad – het leven als een aaneenschakeling van verkeerde keuzes en complexe omstandigheden. Een klein groepje behoort tot de categorie mad – mensen met een complexe psychische problematiek, die vaak levenslang ondersteuning nodig hebben. De laatste categorie is bad – de draaideurcrimineel, gepokt en gemazeld in de criminaliteit, weinig gemotiveerd om daar verandering in te brengen. Op papier lijkt dit een heldere onderverdeling, maar de praktijk is een stuk weerbarstiger. Er kan een overlap zijn tussen categorieën, of iemand laat zich moeilijk in welk hokje dan ook plaatsen. Bovendien kunnen mensen veranderen, afhankelijk van hun levensfase en omstandigheden.

Dossierkennis zegt daarom niet alles bij het beoordeling van de motivatie van een ex-gedetineerde en dat levert dilemma’s op: hoeveel kansen wil je iemand geven? Voor een buitenstaander, al dan niet in de politiek, is een oordeel wellicht snel geveld, maar voor de hulpverlener betekent dit dat je soms een kans te veel geeft en soms een te weinig. Het laat zich niet versimpelen, de ­dagelijkse begeleiding betekent maatwerk. Soms is het volgende station een baan en een huis, soms toch weer de gevangenis na een terugval in de criminaliteit.

Een gevangenisstraf dient een helder doel: een dader wordt voor de duur van de straf onschadelijk gemaakt. Ook vergelding is een legitiem doel, want er moet tegemoet worden gekomen aan ons gevoel van rechtvaardigheid. Van het afschrikkende effect van de straf moeten we ons niet te veel voorstellen. Detentie heeft niet per se positieve invloed op toekomstig gedrag, sterker nog: er zijn onbedoelde schadelijke effecten. Uit onderzoek blijkt dat vrijheidsbeneming negatieve impact heeft op het zelfvertrouwen van de gedetineerde, en het gebrek aan autonomie in de gevangenis kan leiden tot ongewenst en zelfs agressief gedrag.

Keihard straffen

Feit is dat een straf in de meeste gevallen niet oneindig duurt, en dat met enkel en alleen keihard straffen de samenleving niet veiliger wordt. De neiging van politici om de retoriek te hanteren van het harde aanpakken en lange afstraffen wordt ook wel ‘punitief populisme’ genoemd. Ze spelen in op een vermeende eensgezindheid in de samenleving en zetten het huidige strafklimaat weg als soft.

Het is een eenzijdige blik op de werkelijkheid. Voor gedragsverandering is meer nodig dan straf en daarom pleit ik onafgebroken voor een bredere kijk op de aanpak van criminaliteit, ook in het publieke debat. Een effectieve aanpak is simpelweg niet te karakteriseren als hard óf zacht en zal altijd complex blijven. Ik ken gelukkig ook veel succesverhalen van mensen die met vallen en ­opstaan hebben geleerd om weer vooruit te kijken. De jonge vader die zijn verantwoordelijkheid nam en nu een legaal inkomen voor zijn gezin binnenbrengt. De man die wellicht levenslang ondersteuning nodig heeft, maar zich nu wel elke werkdag inzet voor de ander via vrijwilligerswerk.

Een veiligere samenleving vraagt om meer dan repressie. Willen we ex-gedetineerden (weer) deelgenoot te maken van de maatschappij, dan moeten we ook blijven investeren in de mensen in de marge. 

Reageren?

Reacties (max. 150 woorden) zijn welkom via tijdgeestreacties@trouw.nl. Graag naam en woonplaats vermelden.

Marijke Drogt (Msc), 33, criminoloog. Docent toegepaste psychologie aan de hogeschool Leiden, ook werkzaam in de hulpverlening aan ex-gedetineerden bij Exodus Nederland.

Beeld Roselien Beerten
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden