Kees de Jager kijkt door de merzkijker van de Utrechtse sterrenwacht, 1953.

InterviewSterrenkunde

Astrofysicus Kees de Jager draaide honderd rondjes om zijn zon

Kees de Jager kijkt door de merzkijker van de Utrechtse sterrenwacht, 1953.Beeld Sonnenborgh

Vrijdag werd bekend dat astrofysicus Kees de Jager, enkele weken na zijn honderste verjaardag, is overleden. Enkele weken geleden sprak Rob Buiter nog uitgebreid met de vermaarde zonnekenner en bestrijder van pseudowetenschap. ‘Was mij nog eens honderd jaar gegeven, dan zou ik heel graag onderzoeken wat er nou vóór de oerknal was.’

Met de onthulling van een bronzen plaquette-met-portret op de buitenmuur van de Utrechtse sterrenwacht Sonnenborgh, werd donderdag de honderdste verjaardag gevierd van Kees de Jager, emeritus hoogleraar astrofysica aan de Universiteit Utrecht. De broze gezondheid van De Jager liet het niet toe dat hij zelf aanwezig was bij de feestelijkheden in Utrecht. Via Zoom zag hij wel hoe onder anderen de voorzitter van Internationale Astronomische Unie, de Leidse hoogleraar sterrenkunde Ewine van Dishoeck, hem alle lof toezwaaide vanuit de oude collegezaal van Sonnenborgh.

De Utrechtse sterrenwacht was lang het thuis van Kees de Jager. Als student dook hij er in de Tweede Wereldoorlog onder, om aan de tewerkstelling te ontkomen. Later was het veertig jaar lang letterlijk het thuis voor het gezin De Jager.

In het tijdschrift Skepter beschreef De Jager, die voorzitter was van de Vereniging Skepsis, in 1999 zijn woning op geheel eigen wijze. Beginnend bij ‘de westelijke muur van de gangkast’, kroop hij met een rolmaat over de vloer, om de afstanden te meten tot verschillende markante punten.

Wanneer hij één jaar gelijkstelde aan 5 millimeter op zijn rolmaat, dan correspondeerde de afstand tot het eind van de loper in de gang, 4 meter, precies met het jaar van de kroning van Karel de Grote in 800. De afstand tot de rand van de deur naar het toilet correspondeerde wonder boven wonder met het begin van de Franse Revolutie in 1792, terwijl de Russische Revolutie uit 1917 werd gemarkeerd door de afstand tot de drempel naar de woonkamer. De voor- en achterrand van de voet van zijn schemerlamp in de woonkamer markeerden respectievelijk niet alleen het begin, maar ook nog het eind van de Tweede Wereldoorlog, maar pas nadat De Jager, ‘door een kosmische kracht gedreven’, deze lamp 15 centimeter had verplaatst.

De onthulling van de plaquette ter gelegenheid van de honderdste geboortedag van Kees de Jager aan de Utrechtse sterrenwacht Sonnenborgh. Beeld Marieke Wijntjes
De onthulling van de plaquette ter gelegenheid van de honderdste geboortedag van Kees de Jager aan de Utrechtse sterrenwacht Sonnenborgh.Beeld Marieke Wijntjes

Met deze ironische kruiptocht over de vloer van Sonnenborgh, nam De Jager de ‘piramidologen’ op de hak, die tot op de dag van vandaag menen dat de afmetingen van de gangen in de piramide van Cheops niet alleen de geschiedenis, maar ook de toekomst van de mensheid beschrijven. ‘Mijn onderzoek leidt zelfs tot een voorspelling van het tijdstip van het einde van ruimte en tijd. Dat moment blijkt te vallen in het jaar 2764, op 16 maart, te 03 uur 56 minuten Wereldtijd. Een bijproduct van mijn onderzoekingen is de ontdekking dat Jezus Christus nooit heeft bestaan’, zo schrijft De Jager met een dikke knipoog in zijn verenigingsblad.

Het lijkt een nogal frivole exercitie voor een man die verschillende bloedserieuze piketpalen in de astronomie heeft geplaatst. Toch tekent ook dit verhaal-met-knipoog de wetenschapper De Jager. “Wetenschap bestaat bij de gratie van scepsis”, stelt hij tijdens een gesprek in zijn woning in Den Burg op Texel, enige tijd voor hij na een val en een botbreuk met de nodige complicaties naar het plaatselijke verzorgingstehuis moet verhuizen.

In de armen van klimaatontkenners

Tot dat ongelukkige moment was De Jager volop actief in de wetenschap. Zo stortte hij zich ruim na zijn emeritaat op bestudering van het aardse klimaat. Op 83-jarige leeftijd verliet hij met zijn vrouw Sonnenborgh om terug te keren naar Texel, het eiland waar hij in 1921 werd geboren. “Daar bood de toenmalig directeur van het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee, Jan de Leeuw, mij een werkplek aan. De voorwaarde was dat ik mij zou verdiepen in de rol van de zon in de fluctuaties van ons klimaat.”

Die rol is aanzienlijk, becijferde de Jager. “Sinds 1610 zijn de telescopen en zonnekijkers zo goed, dat mensen waarnemingen kunnen doen aan zonnevlekken, de relatief koele, donkere plekken op het oppervlak van de zon. Hoe meer van die vlekken, hoe actiever de zon is. Als je de activiteitspatronen van de zon, met een cyclus van een jaar of elf, naast een grafiek van de geregistreerde temperatuur op het noordelijk halfrond van de aarde legt, dan blijken die lijnen elkaar keurig te volgen, met een vertraging van een jaar of zestien. Zie je meer zonnevlekken, dan weet je dat het zestien jaar later wat warmer zal zijn op aarde.”

Die strakke relatie tussen de activiteit aan het oppervlak van de zon en het klimaat op aarde dreef De Jager in de armen van mensen die ontkennen dat de mens een oorzaak is van klimaatverandering.

De emeritus zit daar niet mee. Hij benadrukt dat de zonneactiviteit niet het hele verhaal is, of beter, nu niet meer. “Tot 1920 was de verandering van het klimaat goed te verklaren door de veranderingen in de activiteit van de zon. Na 1920 komt er een component bij het zonne-effect. De gemiddelde temperatuur op aarde is nu een hele graad hoger dan je op basis van de zonneactiviteit mag verwachten. Een hele graad. Dat lijkt misschien niets, maar is als wereldwijd gemiddelde heel veel!”

De scepsis van klimaatontkenners kan De Jager nog wel waarderen. “Een goede wetenschapper vraagt zich continu af: is dit wel zo? Maar een klimaatscepticus moet niet gaan roepen dat de opwarming er niet is. Bovenop de verwarming en ook de afkoeling door de schommelende zonneactiviteit, is er wel degelijk een hele graad bijgekomen!” Over de oorzaak van die extra graad laat De Jager zich niet uit. “Het kan goed zijn dat die graad door de mens wordt veroorzaakt. Maar ik ben astrofysicus, geen meteoroloog, dus ik laat mij daar gewoon niet over uit.”

Overdag aan de natuurkunde, ‘s avonds aan de sterrenkunde

Onder de vleugels van de Vlaamse hoogleraar astrofysica Marcel Minnaert studeerde en promoveerde De Jager aan de universiteit van Utrecht, waar hij later zelf hoogleraar astrofysica werd.

Al had het weinig gescheeld of De Jager was niet in de sterrenkunde terechtgekomen. Kort na zijn doctoraalexamen, een paar maanden na de bevrijding in 1945, kreeg hij een baan als assistent in de theoretische natuurkunde. Professor Minnaert zag met lede ogen aan hoe een talentvolle student voor de sterrenkunde verloren dreigde te gaan en bood hem een extra, onbezoldigde baan aan. En zo kon De Jager van 9 tot 5 aan de slag in de theoretische natuurkunde en ’s avonds van 10 tot 2 in de sterrenkunde.

De interesse van De Jager voor de zon begon al in zijn kindertijd, op het noordelijkste puntje van Texel. “Wij woonden in De Cocksdorp, waar mijn vader mij een keer het noorderlicht liet zien. Op dat moment is mijn fascinatie voor de zon en andere sterren definitief aangewakkerd.”

De zon is maar een fractie ouder dan de aarde: 4,6 miljard jaar tegenover 4,5 miljard. “Honderd miljoen jaar verschil is maar een peulenschilletje”, zegt De Jager. “De zon is ontstaan uit een van de vele miljoenen gaswolken in het heelal, die onder invloed van hun eigen zwaartekracht een bal gingen vormen. De gaswolk werd dichter en dichter en daarmee warmer en warmer. Bij een bepaalde dichtheid komt kernenergie vrij, doordat waterstofatomen samensmelten tot heliumatomen. Dat proces van kernenergie gaat tot op de dag van vandaag door en gaat van de kern van de zon langzaam naar buiten. Zodra de waterstof­atomen in de kern allemaal zijn samengesmolten tot helium, verplaatst de kernreactie zich verder naar buiten, waar nieuwe waterstofatomen klaarliggen.”

Kees de Jager in 2020. Beeld Bob Bronshoff, Hollandse Hoogte
Kees de Jager in 2020.Beeld Bob Bronshoff, Hollandse Hoogte

De zon is nu op de helft van haar levenspad. Over nog eens 4,5 miljard jaar is alle waterstof op. Tegen die tijd is het leven op aarde allang verdwenen. Omdat de kernreactie langzaam naar buiten verhuist, wordt de zon steeds groter en gaat zij steeds feller stralen. De Jager: “Over 500 miljoen jaar zal de gemiddelde temperatuur op aarde al zijn gestegen tot boven de vijftig graden. Over 4 miljard jaar zal de uitdijende zon de dichtstbijzijnde planeten Mercurius en Venus hebben opgeslokt.”

Of ook de aarde dat lot wacht, daar twijfelt de wetenschap nog over, aldus De Jager. “Er zijn verschillende scenario’s, waarin de aarde net wel of net niet in de buitenste lagen van de zon zal verdwijnen. Maar het is zeker dat onze planeet veel eerder al volstrekt onleefbaar zal zijn.”

Van zonnevlammen naar stroombogen

De jonge onderzoeker De Jager zette al snel sterrenkundige mijlpalen in de boeken. “Toen ik bij professor Minnaert begon, liet hij mij als een van de eersten naar het spectrum van het zonlicht kijken. Uit de details in dat spectrum kun je informatie halen over de fysische gegevens, zoals de samenstelling van de gassen in de zon en andere sterren. Later voegden wij daar röntgenonderzoek aan toe. Dat onderzoek nam een vlucht toen wij een zelfbedacht, en samen met Philips gebouwd instrument mee konden sturen met een satelliet van de Nasa. Daarmee konden we onder andere gedetailleerde opnames maken van zonnevlammen.”

Met behulp van dit nieuwe instrument ontdekte De Jager zogeheten stroombogen. “Dat zijn een soort zonnevlammen waar maar liefst duizend miljard ampère aan elektrische stroom doorheen gaat. We konden zien hoe twee van die stroombogen aan het oppervlak van de zon kortsluiting maakten en daarbij heel kort een temperatuur van vijftig miljoen graden bereikten, terwijl de normale temperatuur aan het oppervlak maar vijftienduizend graden is. Zoiets was nog nooit aangetoond!”

Op de vraag wat je met deze kennis kunt, in praktische zin, blijft De Jager kenmerkend nuchter. “Niets, denk ik. Ik wil dit soort zaken gewoon begrijpen, vanuit mijn fundamentele wetenschappelijke nieuwsgierigheid.”

“Als mij nog eens honderd jaar gegeven zou zijn, zou ik heel graag onderzoeken wat er nou voor de oerknal was, bijna 14 miljard jaar geleden.” Die term oerknal, waarmee het moment wordt aangeduid dat alle materie uit één heet punt in het heelal is ontstaan, blijkt ook uit de koker van De Jager te komen. “In de Engelstalige wetenschappelijke literatuur werd al langer over de Big Bang gesproken. Ik stelde voor om daar in het Nederlands oerknal van te maken. En zo is het gekomen.”

De Jager heeft op 29 april niet alleen honderd rondjes om de zon volgemaakt. In 1977 is een asteroïde ontdekt die naar hem is vernoemd. De grote steen, die sindsdien ‘3798 De Jager’ heet, geeft hem eeuwigheidswaarde op de menselijke schaal.

Lees ook:

‘Het niets is geen mysterie meer’

In dit interview laat de Amerikaanse fysicus Lawrence Krauss zien waarom er iets is in plaats van niets. Het niets brengt voortdurend iets voortbrengt, en dat dit iets kan uitgroeien tot een heelal. ‘Het niets is ingewikkelder dan we dachten.’

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden