null Beeld
Beeld

ColumnJan Beuving

Aalbessenijs is zo’n lasagnesauswoord

Als ik lasagne maak, raak ik altijd even in de war van de wiskunde in het recept. Als er drie laagjes lasagnebladen zijn, heb je vier lagen saus nodig: saus-lasagne-saus-lasagne-saus-lasagne-saus. Dat begrijp ik nog. In het recept staat: ‘vet de ovenschaal in, verdeel een kwart van de saus over de bodem van de schaal en bedek die met een laag lasagnebladen.’ Tot zover niets aan de hand. (Pas als de lasagne klaar is, is er iets aan de hand, ­namelijk de ovenwant.) Vervolgens staat er: ‘Doe nu een derde van de overgebleven saus in de schaal en bedek met lasagnebladen. Voeg vervolgens de helft van de saus toe, bedek weer met ­lasagnebladen, en verdeel daarna de resterende saus over de schaal.’

Ik weet wat hier aan de hand is, en toch denk ik altijd even: een kwart plus een derde plus de helft is al meer dan 1, en dan moet er ook nog saus resteren – hoe dan? Wat hier gebeurt, is dat het ­geheel van de saus in de pan steeds kleiner wordt, dus de steeds even grote hoeveelheid saus die je voor elke laag eruit schept, wordt een groter deel van het geheel in de pan. (Je hebt een kwart uit de pan gehaald, er blijft driekwart over, en als je weer een gelijke hoeveelheid saus wilt, moet je nu dus een derde van driekwart toevoegen. Enzovoort.)

In zekere zin is het probleem verwant aan het moppentrommelraadsel hoeveel boterhammen je uit een heel brood kunt snijden. Antwoord: één boterham, want daarna is het geen heel brood meer. Als de lasagnereceptschrijver een instructie voor het snijden van een brood zou ­maken, staat er waarschijnlijk: Snijd 1/24 van het brood af. Hak vervolgens 1/23 van de resterende homp. Bik daarna 1/22 van het overgebleven stuk. Zaag aansluitend 1/21 van het overschietende brok. Snoei nadien 1/20 van de achterblijvende massa. Voor je het weet heb je geen kook-, maar een synoniemenwoordenboek.

Het probleem is: als in het ­lasagnerecept na de eerste zin (verdeel een kwart van de saus over de bodem van de schaal en bedek die met een laag lasagnebladen) zou staan: herhaal dit twee keer, en sluit af met de resterende saus, zou een te precies lezende koker een sausverdeling van 1/4 - 3/16 - 9/64 - 27/64 hebben. Ruim 40 procent van de saus zou dan bovenop zitten. (Met die 9/64 is het trouwens wel moeilijk om de hele oppervlakte van de schaal te vullen, maar waarschijnlijk zou het toch prima lasagne opleveren. Mijn moeder zou ­bovendien zeggen: ‘Het gaat toch stuk in je mond’.) Een duidelijke manier om dit op te lossen is ‘verdeel de saus gelijk over vier bakjes’, maar dan heb je weer zoveel afwas. Je kunt natuurlijk ook maar twee lagen lasagne doen, waarvoor je eerst een derde, en daarna de helft van de resterende saus moet doen. Dat is al overzichtelijker.

Valsspelen

Ik vroeg me af of we in de taal lasagnesauswoorden kunnen vinden. Woorden waar je eerst een kwart, daarna een derde en daarna de helft vanaf kunt halen, en dat er telkens een bestaand woord overblijft. Je zou kunnen beginnen met een woord van vier letters: omen-ome-om-o. (Het kan overigens ook van de andere kant: omen-men-en-n.) Maar je hebt altijd flink wat saus nodig om die lasagne gaar te laten worden, dus delen van één letter zijn een beetje mager voor een lasagnesauswoord. Acht letters is al ­beter. Wat te denken van lasteren-laster-last-la. Of eindigen-­eindig-eind-ei. Leuker is het ­natuurlijk als de betekenissen heel verschillend zijn, zoals bij ­geneveld-­Genève-gene-ge. Van twaalf letters heb je zo een lasagnesauswoord als aalbessenijs(-aalbessen-aalbes-aal) geformeerd, maar dat voelt toch ­gemakkelijk. Meesteressen(-meesteres-meeste-mee) is al ­beter.

Maar een echte taalkeukenprins weet natuurlijk een lasagnesauswoord van twaalf letters te formeren dat in vieren én in drieën verdeeld kan worden. Een beetje programmeur heeft dat zo met een paar commando’s uit een woordenlijst gedestilleerd, maar dat voelt als valsspelen. Na drie uur proberen kwam ik zelf niet verder dan geldoperatie, dat via gel, geldop (de dop op de gel) en geldopera (driestuiver, bijvoorbeeld) in vier delen gaat, en via geld en geldoper (dominee die water te vloeibaar vindt?) in drie. Dat kan natuurlijk veel beter, maar ik kan geen lasagnesaus meer zien.

Jan Beuving is wiskundige en cabaretier. Hij speelt in zijn column met natuurwetenschappen en taal. Eerdere columns van Jan Beuving.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden