Snelheidslimiet

Zelfs de ‘vroempartij’ moet nu gas terugnemen

Beeld Vonq

Het gaspedaal overal diep kunnen indrukken, is een kroonjuweel van de VVD. Maar steeds meer liberale oud-politici zeggen: 130 is onhoudbaar.

Als je Remco Dijkstra vraagt naar de essentie van autorijden, dan ­beginnen zijn ogen te glinsteren. “Autorijden is vrijheid. De auto is het ultieme vervoermiddel.” De verkeerswoordvoerder van de VVD somt op: “Veilig, snel, betrouwbaar. De VVD is een partij van liberalen. Vrijheid is onze belangrijkste waarde.”

Het gesprek gaat over de inperking van de maximumsnelheid naar 120 of zelfs 100, die onder druk van de stikstofproblematiek in de lucht hangt. Jaren pleitte de VVD voor een ­limiet van 130, die in 2012 werd ingevoerd. Is dat vrijheidsgevoel verleden tijd als je straks 100 mag in plaats van 130? Dijkstra, resoluut: “Ja. Rij maar eens over de A2 naar Amsterdam, een strakke vijfbaans-weg. Als ik daar 100 ga rijden, dan heb ik het gevoel dat ik uit de auto kan stappen en ernaast mee kan rennen.”

Voor de hele partij, tot aan premier Mark Rutte geldt: de VVD is de ‘vroempartij’. En dat zal die blijven, bezwoer Rutte de voorbije jaren. Tijdens persconferenties, op campagne en op VVD-congressen: “Wij hebben niet die GroenLinks-sfeer dat je alleen in een zwart-witfoto mag wonen en geen auto mag rijden.” De boodschap is helder: wie om zijn vierwieler geeft, is bij de VVD veilig.

Een opmerkelijke aanstichter

Dijkstra: “Vanmorgen was ik zelf nog één van de vijf miljoen forensen in de auto. Al sta je in de file, je zit toch in je eigen omgeving. En als je de trein neemt, dan rijdt die weer niet, of je komt natgeregend op je bestemming. Dan liever een kwartiertje langer in de auto.”

Wie het verhaal ontrafelt en op zoek gaat naar de kiem van de VVD als autopartij, moet decennia terug en komt bij een opmerkelijke aanstichter: Joop den Uyl. De meest linkse premier die het land heeft gekend, staat aan de wieg van één van de kroonjuwelen van de huidige VVD. Dat is in ieder geval de uitleg van de toenmalige VVD-leider, Hans Wiegel.

Het kabinet-Den Uyl voerde in 1974 een ­bovengrens van 100 in op de snelwegen. Daarvoor was er helemaal geen limiet. Maar Den Uyl zag zich ertoe genoodzaakt. Vooral vanwege de verkeersveiligheid; het aantal verkeersdoden was de voorgaande jaren explosief ­gestegen. Ook de oliecrisis speelde mee, er was angst dat de invoer van benzine zou stokken.

Autootje pesten

“In die tijd bepaalden wij onze koers aan de hand van de opstelling van de PvdA”, zegt Wiegel. Met de invoering van de maximumsnelheid, zag de toen jonge VVD-fractievoorzitter een prachtkans om zich te profileren. “Wij vonden het autootje pesten. Arbeiders die net een auto konden kopen, waren trots op dat ding en wilden ermee rijden. Die mensen werden ­onaangenaam bejegend door het kabinet.” Overigens zag Den Uyl dat zelf ook in, zegt Wiegel. “Die zei: ‘iedere automobilist heeft recht op een eigen auto’. Hij snapte: dit is een teer punt. Dat was het charmante.”

Terugkijkend concludeert Wiegel: zijn strategie op te komen voor de automobilist heeft de VVD geen windeieren gelegd. “Dit was één van onze plannen om langzaam kiezers van de PvdA af te nemen. Nou, je kunt inmiddels stellen dat dat is gelukt.”

De jaren daarop groeide verhoging van de maximumsnelheid uit tot een partijspeerpunt. Neelie Kroes had als minister van verkeer en waterstaat in de kabinetten-Lubbers een missie om de limiet naar 120 te krijgen. Ze vertelde destijds een anekdote dat ze het best eens geprobeerd had, 100 rijden. “Toen keek ik om me heen. Dan word je letterlijk door iedereen ingehaald!”, zei ze verbouwereerd. Ook voor Kroes was het vrijheidsgevoel cruciaal: “VVD’ers vonden dat iedereen zelf mocht uitmaken of ze kozen voor een ­auto of een bal gehakt. Dat vind ik overigens nog steeds.” Inmiddels is zij zich óók bewust van de kwalijke gevolgen van hard rijden voor het milieu.

Neuspeuteren en scheren

In die tijd lag de snelheidslimiet nog op 100, maar dat werd helemaal niet gecontroleerd. Het leidde tot een compromis tussen drie VVD-ministers. De snelheid ging naar 120, zoals Kroes wilde, maar die werd wel gehandhaafd, besloot justitieminister Korthals Altes. Niet overál werd de snelheid verhoogd. Op veel wegen bleef het 100. Dat was vooral onder ­invloed van Ed Nijpels.

Nijpels was als één van de weinige VVD’ers faliekant tegen een hogere snelheid. Vanwege het milieu, zegt de toenmalig minister van VROM, die ook een regeling invoerde waarmee automobilisten gratis een katalysator kregen bij een nieuwe benzineauto. Meer nog was hij voor 100 vanwege de veiligheid. “Toen de ­limiet naar 130 ging, zeiden veel Kamerleden dat 130 beter past bij ‘de beleving van de automobilist’. Ik zei toen: ‘ieder Kamerlid die dit zegt, moet dat ook durven vertellen aan ­ouders van een kind dat is doodgereden.” Voor Nijpels stond en staat vast: harder rijden is geen essentiële levensbehoefte of grondrecht. “Het weegt daarom niet op tegen de extra schade, doden en gewonden.”

Nijpels, die een mooie auto best kan waarderen maar ‘de pest’ heeft aan autorijden, herhaalt nog maar eens een oude verzuchting: “Je kunt er beter met de vrouw van je vriend vandoor gaan dan met zijn auto.” Hij kent de sentimenten in zijn partij maar al te goed. “De auto is natuurlijk de perfecte invulling van het ­liberale idee dat je zelf je keuzes kunt maken. Je kunt ieder moment van de dag zelf kiezen waar je naar toe gaat en hoe snel. Je kunt er in neuspeuteren en je scheren. Het is een van de grootste psychologische fenomenen van de vorige eeuw.”

Een hogere snelheid

Het kabinet Lubbers-II zou in 1989 uiteindelijk vallen over een milieumaatregel, waar de automobilist de dupe van dreigde te worden. De Telegraaf voerde volop campagne ­tegen beperking van het ‘reiskostenforfait’, een belastingaftrek voor woon-werkverkeer. De weerstand die in de VVD ontstond, leidde de val van het kabinet in.

De liberalen bleven in de decennia daarna pleiten voor een hogere snelheidslimiet. In 2002 riep Kamerlid Gert-Jan Oplaat op om op 100-wegen 120 te gaan rijden en op andere ­wegen van 120 naar 130 te gaan. Pieter Hofstra, die drie auto’s bezit, was toen verkeerswoordvoerder van de fractie. Het Groningse Kamerlid pleitte voor verbreding én een hogere snelheid op de wegen naar de noordelijke provincies. “Ik had wel bedenkingen of de snelheid overal naar 130 moest. Voor mij was filebestrijding het belangrijkste. Vooral door meer asfalt aan te leggen.”

In de nadagen van Balkenende-IV kondigde CDA-minister Camiel Eurlings een verhoging naar 130 aan op de A2. Vervolgens riep een ­Kamermeerderheid van CDA, VVD en PVV hem op te onderzoeken of de snelheid elders ook naar 130 kon. Toen die partijen vanaf 2010 het gedoogkabinet Rutte-I vormden, stond ‘130’ in het regeerakkoord. Eén van de belangrijkste redenen waarom zijn eerste kabinet er volgens Rutte één was waar “rechts Nederland zijn vingers bij aflikt”.

Een populaire maatregel

Hoewel het plan uit de koker van een CDA-minister kwam, kon VVD’er Melanie Schultz er als minister mooie sier mee maken. “Camiel had al heel veel klaargezet, wij konden het naar ons toetrekken.” En dat kwam uitstekend uit. Rutte-I viel snel en Schultz mocht op het hoogtepunt van de verkiezingscampagne het ene na het andere 130-bordje onthullen. “Het was een populaire maatregel. En, ik geef toe, het werd een symbool van de VVD.” Tot plezier ook van Mark Rutte, die later zei: “Iedere keer als je zo’n 130-bord ziet, dan denk je even aan het kabinet.” Het liefst had hij er een tekst aan toegevoegd: “Mogelijk gemaakt door de VVD.”

Het credo van Schultz was: “Harder rijden waar het kan.” Daar staat ze nog steeds achter. “Voor mij was niet die snelheid het belangrijkste. Het ging mij voornamelijk om goede infrastructuur, die belangrijk is voor de economische structuur van het land.” Aan de wegen was de jaren voor haar ministerschap veel ­gedaan, en omdat de auto’s veiliger waren ­geworden, kon de limiet volgens haar omhoog.

Ze merkte hoe positief er werd gereageerd op die 130, niet alleen door VVD-kiezers. Ze kreeg tal van positieve reacties. “Het was voor veel mensen iets heel emotioneels. Voor mij overigens niet, ook al ben ik de verpersoonlijking van 130 geworden.”

Tijdwinst is nihil

Die discussie, 120 of 130, vond Schultz eigenlijk maar ‘overdone’. “Laten we wel wezen: het verschil is niet gigantisch. Maar je hebt nu eenmaal thema’s die heel erg aan een gevoel appelleren, zoals ook de hypotheekrenteaftrek.” Als minister kreeg ze ook te maken met een onderwerp als zeespiegelstijging. “Ik dacht: jongens, laten we daar eens over praten. Dan besloten we in een commissievergadering van twee uur om tot 2050 50 miljard uit te geven aan de dijken. Niemand die ernaar keek.”

Als de stikstofuitspraak het kabinet daartoe dwingt, dan zal de snelheid (voor een deel) omlaag moeten, zegt Schultz nu. Daarmee voegt ze zich in een gezelschap van liberale oud-politici voor wie het diep indrukken van het gaspedaal niet langer heilig is. Pieter Hofstra hoorde Ed Nijpels onlangs op de radio een ‘goed verhaal’ verkondigen. “Als je kijkt naar de effecten van hard rijden op veiligheid, milieu en de eigen portemonnee én je ziet dat in een klein land de tijdwinst nihil is, dan is heel veel te zeggen voor een algemene verlaging.”

Ed Nijpels hoefde nooit overtuigd te worden van 100. Maar hij denkt dat zijn partij nu ook zal omgaan. “Politiek-psychologisch is de uitspraak van de commissie-Remkes een geweldige doorbraak. In plaats van: hoger, ­hoger, hoger, wordt voor het eerst geadviseerd om de snelheid te verlagen. En er zijn geen uitwegen. De afdeling list en bedrog is niet meer aan de orde.”

Met je auto meerennen

Neelie Kroes kwam aan het einde van haar ­ministerschap al terug op haar eerdere beslissing. Zoals ze ook voor rekeningrijden werd, nog zo’n heikel punt voor de VVD. Ze is nu voor 100 op alle snelwegen. “Uit allerlei onderzoeken blijkt dat dan de capaciteit op de weg groter wordt en het aantal files afneemt.” Om de opmerking van Kamerlid Dijkstra dat je bij 100 met je auto kunt meerennen, moet ze hartelijk lachen. “Ik geef het je te doen.”

Dijkstra ziet desondanks niets in langzamer rijden. Hij hoeft maar naar het regeerakkoord te wijzen, waarin is afgesproken dat de limiet 130 blijft. De wegen zijn veilig genoeg, en de hogere stikstofuitstoot is vooral een probleem bij enkele natuurgebieden langs de wegen, zegt hij. “Als je overal naar 100 gaat, dan doe je het niet voor het milieu, maar als symbool. Inderdaad, zoals 130 dat destijds voor ons was.”

Vraag blijft: hoe valt het bij de vrijheid- en autominnende VVD-kiezer? Nijpels hoorde laatst een poll op de radio bij ‘Spraakmakers’ – “dat zijn meestal rechtse reacties” – waar 71 procent vóór beperking was. Hans Wiegel kent als geen ander sentimenten in de achterban, maar heeft “geen idee” hoe het gaat vallen. “Ik denk wel dat het huidige partijleiderschap er moeilijk onderuit kan.”

Dat partijleiderschap kijkt, wat de maximumsnelheid betreft, uit naar een groenere toekomst. Over een paar jaar kunnen alle snelheidsborden weg, hoopt Dijkstra. “Dan zie je in het display van je elektrische ­auto hoe hard je mag. En voor de uitstoot hoef je dan niet meer 100 te rijden, want iedereen rijdt elektrisch.” Bij de presentatie van het klimaatakkoord stelde Rutte de mensen gerust. “Ik ken een partij die de voorman ooit de vroempartij noemde. En dat zal zo blijven. Maar een elektrische auto is ook een auto, alleen komt het vroem-geluid dan uit een cassettebandje en niet meer uit een benzine- of dieselmotor.”

Tijdlijn

4 februari 1974: Het kabinet Den Uyl voert de maximumsnelheid in: op de snelweg is 100 kilometer per uur de limiet, op provinciale wegen 80.

1 mei 1988: De maximumsnelheid gaat op veel wegen naar 120, een uitdrukkelijke wens van minister Neelie Kroes.

1 november 2002: VVD-Kamerlid Gert-Jan Oplaat pleit voor een maximumsnelheid van 130.

21 augustus 2010: Op tijdstippen met weinig verkeer, kan de snelheid op de A2 omhoog naar 120, zegt verkeersminister Camiel Eurlings in de Telegraaf.

24 augustus 2010: VVD, PVV en CDA willen een onderzoek naar verhoging van de snelheid op meer wegen. De VVD denkt aan 130, de PVV aan 140.

30 september 2010: In het regeerakkoord van kabinet Rutte-I (VVD, CDA en gedoogsteun PVV) is afgesproken dat de maximumsnelheid naar 130 kan.

1 september 2012: de maximale snelheid gaat op 55 procent van de wegen naar 130. Op veel wegen mag alleen op specifieke tijdstippen hard worden gereden.

25 september 2019: VVD’er Johan Remkes adviseert als voorzitter van een stikstofcommissie om de snelheidslimiet terug te brengen om de natuur te sparen.

Lees ook:
Remkes zet kabinet het mes op de keel met stikstofadvies

Drastische maatregelen zijn nodig om de uitstoot van stikstof te verlagen, zoals een lagere maximumsnelheid en minder vee.

De VVD verbouwt, dat is lastig als de winkel open is

De VVD bezint zich op haar koers. Maar kan dat wel, de winkel verbouwen terwijl je op het regeringspluche zit?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden