Prijsvraag Yep - Jop - Vitalo

Yep wordt jop, maar vitalo is nóg beter

Beeld Sander Soewargana

Mensen in de ‘derde levensfase’ zijn nog niet oud, maar hoe noemen we ze dan wel? De jury worstelde met meer dan duizend alternatieve woorden.

Laten we dit stuk eens beginnen met een welgemeend excuus. Een sorry aan al die lezers en luisteraars die zich groen en geel hebben geërgerd aan dat vermaledijde woord ‘yep’, de afkorting van Young Elderly Person. Waarom, schrijven zij in groten getale, moet er wéér een Engels woord aan onze prachtige Nederlandse taal worden toegevoegd?

“Van harte hoop ik dat u terugkomt op de dwalingen uws weegs”, laat lezer Willem de Zeeuw weten. “Stop toch met die verloedering van onze taal met al dat overbodige Engelse gedoe. Ik kreeg zelfs de indruk dat u nogal tevreden bent over wat er voor yep staat.” En Nely Boezaart schrijft: “Haal dat yep alstublieft zo snel mogelijk weg, voor het ingeburgerd raakt”. En lezer G. van der Veen sommeert: “Als u een naam voor deze groep wilt bedenken, schaf dan per direct dat akelige, Engelse yep af en gebruik dat nooit weer”. 

En dan is er nog M.M.C. van der Weide-Douwes, 80 jaar. “Wat is er eigenlijk mis met het aloude woord bejaard?” Op die vraag is een antwoord.

In de maanden september en oktober besteedden we in Trouw extra aandacht aan de zogenoemde derde levensfase. Gingen mensen vroeger met 65 jaar met pensioen en brachten ze daarna nog een paar jaar op een bankje in het park door, vanwege de gestegen levensverwachting volgt er tegenwoordig na het pensioen een geheel nieuwe levensfase van soms wel vijftien tot twintig jaar, waarin ze rijker, gezonder en hoger opgeleid zijn dan ooit. 

De gepensioneerde feestvierders moeten hun oude dag zelf vormgeven

In die extra levensfase kan van alles, er is echter één maar: tegen de tijd (zeg in het jaar 2040) dat de afhankelijkheid nadert, is er niemand meer die voor hen zorgt. Er dreigen enorme personeelstekorten in de zorg en de mantelzorgers worden zelf ook een dagje ouder. De gepensioneerde feestvierders moeten hun oude dag straks dus voor een groot deel zelf vormgeven, bleek uit de verhalen die we afgelopen weken publiceerden. En dat doen ze ook.

Bij het schrijven van die artikelen, struikelden we over het feit dat er voor die nieuwe groep jonge ouderen in de derde levensfase amper woorden bestaan. Voor kinderen en jongeren is er voor elke levensfase een heel specifiek woord, volwassenen worden vervolgens taalkundig in subgroepen ingedeeld. Maar na het 55ste levensjaar is iedereen ‘oud’, ongeacht de kenmerken, activiteiten en de gezondheidstoestand van de mensen in kwestie. Ze gaan na soms wel dertig jaar ‘oud’ te zijn geweest de kist in, al wil mevrouw Van der Weide-Douwes dat in de laatste fase ook best bejaard noemen. Maar meer smaken zijn er niet.

Om de mensen in de derde levensfase toch van een naam te voorzien, hebben we uit nood maar de term yep verzonnen, die het zeker in de frase ‘De yep van tegenwoordig’ goed doet, in onze ogen. Yep verwijst naar het succes en de vitaliteit van de yup, en geeft opgenomen in die ene zin ook een knipoog naar de ‘jeugd.’ Daarmee waren we er niet, wisten we. We nodigden de lezers van Trouw en de luisteraars van radioprogramma ‘De Taalstaat’ op Radio1 uit mee te denken over nieuwe woorden voor de mensen in deze nieuwe levensfase. Er komen er in de toekomst immers steeds meer van.

Een Engelse term moet het dus niet worden, staat in de reacties te lezen. Maar het is de vraag of zoveel mensen op de oproep hadden gereageerd als we de term yep níet hadden gelanceerd. De ergernis bracht maar liefst 538 mensen ertoe een mail te sturen met suggesties, en daarnaast ontving de redactie van Trouw tientallen brieven en kaarten. Omdat veel mensen in een creatieve mindset (sorry: bui) méérdere woorden bedachten, gingen er meer dan duizend alternatieven naar een deskundige jury: Ton den Boon (hoofdredacteur van de ‘Dikke van Dale’ en Trouw-columnist), Nelleke Noordervliet (schrijver en Trouw-columnist), Frits Spits (presentator van De Taalstaat en schrijver) en Pieter Hilhorst (van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving).

Beeld Sander Soewargana

Wonderjaren

Opvallend is: veel inzenders stuurden niet alleen nieuwe woorden, maar ook hun gehele levensgeschiedenis en visie op de periode na hun pensioen. Lezer Douwe de Joode beschrijft de mensen in de derde levensfase poëtisch als een generatie die een steile berg heeft beklommen, en nu geniet van het fantastische uitzicht, maar in de verte ook de horizon ziet. 

Willemien van Lith heeft het over wonderjaren, waarin alles mag en niets moet. “Meestal worden daarmee de kinderjaren bedoeld, voor veel mensen de beste tijd van hun leven. Nu we steeds ouder worden, komen er nieuwe wonderjaren aan.” En Marlies Wijnen verwijst zelfs naar Hannah Arendt die analyseerde dat een samenleving vrijgestelde burgers nodig heeft die niet meer als animal laborans (zwoegende dieren) hun dagen moeten invullen, maar vrijgesteld zijn van werk. “Zij hebben de tijd om zich als actieve burgers met de wereld bezig te houden, met hoe we willen samenleven en de publieke ruimte moeten benutten.”

Een antropoloog zal zijn vingers aflikken bij deze sociaal-culturele bloemlezing, maar uiteindelijk gaat deze prijsvraag natuurlijk over taal. De jury deelde de inzendingen grofweg in naar een aantal categorieën: oude woorden als ‘senior’ en ‘nestor’ werden afgestoft en opnieuw ingestuurd. Niks mis mee, volgens de inzenders. Dan waren er de afkortingen: acroniemen als ‘jasser’ (jonge actieve senior) en porte-manteauwoorden (samenstellingen) als ‘krasper’ (kras persoon).

Lezers lepelden ook volstrekt nieuwe woorden op of gaven bestaande woorden een nieuwe betekenis, als ‘twinnyloaders’ (naar het fietsenrek), ‘chronologisch begaafden’, ‘steunpilaren’, ‘welzijnskampioenen’ en ‘grijzigers’, dat zowel met lange als met korte ei kan worden geschreven en daardoor iets van betekenis verandert: greizigers. Het nadeel van dit woord is wel dat niet alle yeps grijs en reislustig zijn. 

Poëtisch werd het ook, met ‘kwiekzilveren’, en ‘herfstbloeiers.’ Af en toe kwam zelfs de turbotaal om de hoek kijken, met woorden als ‘derdo’ (derde levensfase). En de term ‘herfst­tijer’ verdient nog een bijzondere vermelding, als afleiding van herfsttij in de figuurlijke betekenis ‘laatste levensfase’ (weer afgeleid van Johan Huizinga’s ‘Herfsttij der Middeleeuwen’).

Beeld Sander Soewargana

Genderneutraal

De jury nam in haar beoordeling als uitgangspunt dat het woord dat yep moet vervangen min of meer nieuw moet zijn. Reden daarvoor is dat bestaande woorden als medior, nestor en senior al een betekenis en gevoelslading hebben en soms een beetje belegen zijn en daardoor ongewenste associaties kunnen oproepen. Nestor is bijvoorbeeld bepaald geen genderneutrale term voor ouderen en medior heeft al andere betekenissen (onder andere ‘iemand van middelbare leeftijd’), die in dit geval voor verwarring kunnen zorgen. 

Daarnaast hebben de juryleden vooral gekeken naar de succes- en faalfactoren van (nieuwe) woorden. Succesfactoren van woorden zijn onder meer de kortheid, transparantie, dekkendheid, welluidendheid en de vraag of zij relevante associaties oproepen.

‘Zilvervossen’, ‘doorlopers’, ‘greizigers’ en ‘herfstbloeiers’ werden het daarom net niet, en dat geldt ook voor de afkorting ‘WZEB’ers’ (We Zijn Er Bijna), hoewel goed bedacht. In de top-10 staan ook ‘jouderen’ en ‘eminen’, herfstige ‘asters’, ‘veeljarigen’, en wat te denken van ‘rimpelridders’ – een fijne alliteratie. Ook ‘medior’ en ‘plusser’ haalden het niet. Nee, de strijd ging tussen twee andere woorden.

Het woord ‘jop’ (afkorting van jeugdige, of­ ­jongere, oudere persoon) was onder de inzendingen de vaakst aangetroffen ‘vertaling’ van yep, zegt jurylid Ton den Boon. “Als letterwoord is jop per definitie intransparant, maar de uitgeschreven vorm ‘jeugdige oudere persoon’ is daarentegen wel volkomen doorzichtig. Het woord is kort en klinkt fris en roept associaties op met zijn hippe, jeugdige tegenhanger: yup.”

De associatie met het leenwoord job (baan) benadrukt volgens Den Boon de actieve rol die de jeugdige oudere persoon nog altijd speelt in de maatschappij. “Jop heeft wel als risico dat je het woord associeert met de mansnaam Job (de bijbelse persoon die op de proef werd gesteld), waardoor het minder gemakkelijk ook voor vrouwen wordt gebruikt. Een ander nadeel vind ik de meervoudsvorm: joppen klinkt niet zo fijn.” Met een sterke campagne kan jop ongetwijfeld ingang vinden als algemeen gangbare benaming voor de actieve jongere oudere. “Maar of het woord beklijft …”

Beeld Sander Soewargana

Dat nadeel heeft de winnaar niet. ‘Vitalo’ is een transparante turbotaalafleiding op basis van het bijvoeglijk naamwoord vitaal, dat je meteen associeert met de doelgroep (vitale ouderen). Ten Boon: “Qua vorm is het te vergelijken met andere turbotalige persoonsnamen, variërend van ‘doblo’ (dom blondje), ‘lullo’ tot ‘lokalo’, waardoor vitalo zich meteen presenteert als persoonsaanduiding. Door gebruikmaking van het niet-traditionele suffix (achtervoegsel) -o roept vitalo meteen associaties op met jeugdigheid en levendigheid. Het woord wekt daarnaast prettige mediterrane associaties met la dolce vita, het goede leven rond de Méditerrannée, waar veel vitalo’s plegen te overwinteren. Ten slotte is vitalo welluidend en kort. Het voldoet, kortom, aan alle succesfactoren van nieuwe woorden.”

Een fors aantal inzenders koos er overigens voor het woord vitalo af te korten als ‘vito’, maar daar is Ten Boon geen voorstander van. “Vito associeer ik meteen met Don Vito Corleone, ook bekend als The Godfather. Dat is weliswaar een actieve, oudere man, maar paternalistisch en bovendien wel erg mannelijk, waardoor vito wat mij betreft afvalt om een groep aan te duiden die behalve mannen ook uit vrouwen bestaat.”

 Hoe ging de jury te werk?

De vierkoppige jury ontving eerst het totale pakket met inzendingen dat consciëntieus werd doorgewerkt, waarna de leden ieder hun tien favoriete woorden selecteerden en terugstuurden, zonder deze te rangschikken. Daarna ontvingen de leden ook elkaars lijstjes, waarna zij individueel opnieuw tien termen selecteerden. In deze ronde kreeg hun favoriete woord tien punten, het woord op de tweede plaats negen, het woord op de tiende plaats één punt. Per jurylid waren er zo 55 punten te verdelen, die op de redactie in Amsterdam werden opgeteld, zodat er uit meer dan duizend woorden een top-10 ontstond.

De taal is van iedereen, de gebruiker kiest zelf

Daarmee is vitalo het woord dat de yep moet vervangen. Alhoewel, moet? De taal is natuurlijk van iedereen, het is vooral aan de gebruiker zijn of haar favoriet te kiezen onder de duizend woorden voor oud, die er in Nederland rondgaan.

Neem Ton den Boon zelf. De hoofdredacteur van de Dikke van Dale zegt: “Ik ben een groot voorstander van het beperken van Engelse leenwoorden in onze taal, maar ik vind yep uiteindelijk – als Dunglish woord – weer te prefereren boven jop.” Dat biedt toch enige hoop aan de yep.

Alles over de yep: lees terug

Op www.trouw.nl/yep vindt u alle uitkomsten van ‘De yep van tegenwoordig’, het onderzoek onder 55- tot 75-jarigen dat I&O Research deed in opdracht van Trouw. U kunt er de test doen: wat voor een yep bent u? Ook vindt u er onze podcast met Hans Marijnissen en Marten van de Wier, de makers van de cursus leefplezier. Die zesdelige cursus wijst u de weg naar een lang en gelukkig leven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden