Analyse Michael P.

Welke straf is hoog genoeg na onpeilbaar leed?

Beeld Studio Vonq

Komende vrijdag besluit het gerechtshof welke straf Michael P. in hoger beroep krijgt voor het verkrachten en ombrengen van Anne Faber. Bestaat er wel een rechtvaardige straf na zulke gruwelijke delicten?

Zijn dochter werd verkracht, gemarteld en vermoord. En toch kan hij in Nederland niet de garantie krijgen dat de man die daarvoor verantwoordelijk is nooit meer vrij komt. Onbegrijpelijk, zegt Wim Faber.

Het is eind mei. Faber leest zijn slachtofferverklaring voor tijdens het hoger beroep in de zaak tegen Michael P. (29). Faber heeft zich na de dood van zijn dochter Anne (25) verdiept in het Nederlandse rechtssysteem en hij ziet ernstige hiaten. Zo is levenslang niet meer absoluut, omdat het als inhumaan wordt gezien om iemand op te sluiten zonder perspectief op vrijlating.

“Dat vind ik heel eenzijdig gedacht”, zegt Faber tegen het gerechtshof in Arnhem. “Wat is Anne’s perspectief? En mijn perspectief? En dat van andere nabestaanden en vrienden? Zijn daden zijn onmenselijk. Ik vind het onmenselijk om met het idee te moeten leven dat P. ooit vrij zou kunnen komen.”

Het relaas van de vader van een omgebrachte jonge vrouw roept de vraag op of zoiets als een rechtvaardige straf eigenlijk wel bestaat. Anne Faber werd in september 2017 van haar fiets gereden, verkracht, geslagen, vastgebonden en uiteindelijk met een mes gedood.

In gruwelijkheid is de zaak bijna onovertroffen, zegt de advocaat-generaal (de aanklager in hoger beroep). Hij vindt een gevangenisstraf van 28 jaar en tbs met dwangverpleging op zijn plaats. Op 5 juli volgt het vonnis en wordt duidelijk of het hof het daarmee eens is.

Levenslang

Wat als rechtvaardig wordt gezien, is niet alleen cultuurafhankelijk – het stapelen van straffen zoals in de Verenigde Staten zodat er celstraffen van honderden jaren ontstaan, kennen we hier bijvoorbeeld niet. Het denken over rechtvaardigheid wordt ook bepaald door de tijdgeest. Er zijn golfbewegingen waar te nemen, en je zou kunnen zeggen dat we tegenwoordig surfen op de golf van streng, strenger, strengst.

Kijk naar de veranderende opvatting over levenslang. Tot begin deze eeuw werd dat woord niet letterlijk genomen. Maar inmiddels is de politiek tot de overtuiging gekomen dat dat wel moet en dat levenslang ook echt levenslang moet betekenen.

Dat veroordeelden nu toch na 25 jaar het verzoek mogen doen te beginnen aan een re-integratietraject, waarna ze om gratie kunnen vragen, is het gevolg van een tik op de vingers die Nederland kreeg van de Europese rechter. Al is het de vraag of die tik ook daadwerkelijk tot meer vervroegde vrijlatingen gaat leiden – advocaten merken er tot nu toe niets van, zeiden ze kort geleden in Trouw.

Ook voor veel andere misdrijven gingen de maximale straffen de afgelopen jaren omhoog, of zijn zwaardere straffen inmiddels aangekondigd – zoals op het bedreigen van burgemeesters, geweld tegen hulpverleners en kindermishandeling.

In opdracht van het ministerie van justitie en veiligheid wordt nu bovendien onderzocht of de maximale tijdelijke gevangenisstraf van dertig naar veertig jaar zou moeten. Dat maximum werd in 2006 op aandringen van de Tweede Kamer al verhoogd van twintig naar dertig jaar.

Celstraffen als warme broodjes

Dat gebeurde vooral omdat het gat tussen twintig jaar en levenslang als te groot werd gezien, maar verder is die dertig jaar zo willekeurig als het lijkt, zegt strafrechtgeleerde Wiene van Hattum. “Het idee achter twintig jaar was dat er een generatie overheen is gegaan als iemand vrijkomt. En als dat is gebeurd, dan kijk je anders tegen iemands misdaden aan. Dertig jaar komt vooral voort uit de wens om zwaarder te straffen.”

Van Hattum is voorzitter van het Forum humane tenuitvoerlegging levenslange gevangenisstraf. Zij ziet de ‘enorme verharding’ in het politieke en maatschappelijke denken over straf met zorg aan. “Er wordt tegenwoordig over celstraffen van twintig of dertig jaar gepraat alsof het warme broodjes zijn.”

Een belangrijk uitgangspunt in de rechtsstaat is dat je een verdachte mag straffen, maar niet mag vernietigen, benadrukt ze.

Als voorbeeld van de steeds zwaardere straffen noemt ze de Molukse treinkapers. Die kregen in de jaren zeventig veertien jaar cel voor een dagenlange gijzeling waarbij drie gijzelaars werden gedood. Zou de maatschappij nu ook genoegen nemen met die straf? Een retorisch bedoelde vraag.

Een faler, een monster

Maar waarom worden lange celstraffen tegenwoordig eigenlijk als rechtvaardiger gezien? Historicus Henri Beunders, die het boek schreef ‘Hoeveel recht heeft de emotie?’, wijt het aan de succesmaatschappij, waar falen genadeloos wordt afgestraft.

“Lange tijd was het de gewoonte dat de daad werd bestraft, maar de persoon werd gezien als medemens die uiteindelijk weer een plek in de maatschappij zou krijgen. Nu wordt de dader niet meer gezien als medemens, hij is faler, een monster, iemand die uit de weg geruimd moet worden. Het onpeilbare leed van het slachtoffer moet vergolden worden. Maar welke straf kan er tegenover onpeilbaar leed staan? Dat is niet te doen.”

Genoegdoening bestaat niet voor veel slachtoffers, zegt ook Wiene van Hattum. “Je kunt met een straf niet iemand teruggeven die er niet meer is. Zelfs niet met de doodstraf.”

Het ingewikkelde is dat juist slachtoffers de afgelopen jaren een veel prominentere rol hebben gekregen in het strafproces. Zo bestaat er sinds 2016 het onbeperkte spreekrecht. Dat houdt in dat slachtoffers en nabestaanden zich nog voordat de rechter zich heeft gebogen over de schuldvraag mogen uitspreken over de strafmaat. Elk slachtoffer gaat daar anders mee om, maar regelmatig klinkt de roep om zeer lange celstraffen bij zaken die juridisch gezien nooit voor zulke zware straffen in aanmerking komen.

Ook het Openbaar Ministerie stelt zich meer op als vertegenwoordiger van het slachtoffer en minder als die van de maatschappij. “De rechtszaak is meer een zaak geworden tussen dader en slachtoffer”, zegt Beunders. “Het idee dat wij als samenleving straf opleggen, is voor een groot deel verdwenen. Dat idee brengt namelijk ook met zich mee dat je iemand uiteindelijk weer een kans moet geven om terug te keren in die samenleving.”

Verkrachting in Rotterdam

Hoe het belang van het slachtoffer en dat van de samenleving tot verschillende afwegingen kunnen leiden, bleek bijvoorbeeld in de rechtszaak rond een brute verkrachting in Rotterdam. Het geweld dat vorig jaar zomer bij die verkrachting was toegepast, was zo heftig dat het slachtoffer het maar ternauwernood overleefde.

Voor het OM was dat reden om het advies van gedragsdeskundigen de negentienjarige verdachte Gerson F. te berechten volgens het adolescentenstrafrecht naast zich neer te leggen. Want dat zou een maximale straf van twee jaar in jeugddetentie betekenen en volgens de officier van justitie stond die straf in te groot contrast met het leed dat van het slachtoffer.

Maar de rechter koos toch voor de jeugddetentie, plus jeugd-tbs. Vergelding is niet het enige doel van het opleggen van een straf, motiveerde de rechtbank. Uiteindelijk gaat het ook om het beschermen van de maatschappij. En die is gebaat bij een passende en snelle behandeling van een verdachte als F., iemand met grote psychische problemen en het emotionele niveau van een kind.

Diepgevoelde behoefte

De belangen van het slachtoffer en de samenleving verschillen van elkaar, constateert ook Pauline Schuyt, hoogleraar sanctierecht aan de Universiteit Leiden. “Veel slachtoffer en nabestaanden hechten aan een heel lange celstraf. Maar vanuit de samenleving kun je je afvragen wat je daar uiteindelijk mee wint. Zo’n lange straf heeft vooral nut op het moment dat die wordt opgelegd. Omdat dan duidelijk wordt gemaakt: dit kan niet, en leed wordt vergolden.”

Maar op de lange termijn vervaagt dat belang voor de samenleving, zegt Schuyt. Dan kunnen ook negatieve gevolgen van straffen opspelen, zoals dat mensen hun werk, woning of sociale leven hebben verloren als ze terugkeren in de maatschappij. “Iemand vasthouden is dan eigenlijk alleen nog te rechtvaardigen als de veiligheid van de samenleving in het geding is en iemand nog steeds gevaarlijk is.”

Juist daarom is de vraag wat een rechtvaardige straf is ook zo moeilijk te beantwoorden, gaat Schuyt verder. “Want rechtvaardig volgens wie? Volgens het slachtoffer? De verdachte? Zijn moeder? Dat kan nogal verschil maken.”

De vader van Anne Faber heeft een “diepgevoelde behoefte om evenredig en gelijkwaardig te willen straffen”, zo schrijft hij in het naschrift van het boek van haar oom, ‘Anne. Kroniek van een zoektocht’. Daarbij komt niet alleen de optie van de doodstraf langs. Faber bekijkt het ook zo: gezien de gemiddelde levensverwachting van vrouwen, had zijn dochter nog 58 jaar te leven. Zou dat dan een rechtvaardige termijn voor P. zijn, die haar die jaren heeft ontnomen?

Wraakgevoelens

Dat klinkt als ‘oog om oog, tand om tand’, zegt historicus Beunders. Maar die bekende bijbelse norm wordt volgens hem vaak verkeerd uitgelegd. “Het betekent niet dat je precies hetzelfde oplegt aan de dader als wat jou is aangedaan, het betekent dat je niet méér mag vergelden dan jou schade is berokkend.”

Juist om te voorkomen dat wraakgevoelens overheersen, laten we het opleggen van straf aan rechters over, en niet aan een volkstribunaal, een jury of iets dergelijks. Schuyt: “De rechter moet de redelijkheid bewaren, de belangen van het slachtoffer en van de verdachte meewegen, maar tegelijk ook voorkomen dat er een al te grote kloof ontstaat tussen het idee over de mate van de straf in de maatschappij en dat in de rechtszaal.”

En dat is lastig. Want al doen rechters steeds beter hun best hun vonnissen goed uit te leggen, de maatschappij lijkt tegenwoordig niet zomaar genoegen te nemen met wat de rechter kennelijk een rechtvaardige straf vindt, ziet Schuyt. Wat het hof ook oplegt in de zaak Michael P., het zal eigenlijk nooit goed zijn, voorspelt Schuyt. Daarvoor roept de zaak in de samenleving te veel walging op.

Zulke emoties weerklinken ook in de zittingszalen. De geschokte rechtsorde krijgt er steeds meer gewicht, stelt de hoogleraar. Het risico is dat dat ten koste gaat van andere afwegingen, bijvoorbeeld de vraag in hoeverre een delict de verdachte te verwijten valt. “Lange tijd bepaalde de ernst van het feit en de mate van verwijtbaarheid voor een groot deel wat rechtvaardig is. Nu is daar van alles bijgekomen, waaronder de emoties uit de samenleving.”

Computers

In al dat emotionele ‘geweld’, moet de rechter zijn rug recht houden. Al is het onzin om te verwachten dat alle emoties uit de rechtszaal gehouden moeten worden, vindt Sigrid van Wingerden, die aan de Universiteit Leiden onderzoek doet naar de publieke opinie en straftoemeting.

“Dan moet je de rechters vervangen door computers. En dat doen we niet, omdat in ons rechtssysteem de menselijke maat belangrijk is.”

Want rechtspreken is geen kwestie van een rekenformule op een zaak loslaten, zegt Van Wingerden. Het is uiteindelijk ook een uitdrukking van een gevoel van wat rechtvaardig is. Dat betekent dat een rechter de emotie van een zaak best mag voelen. “En dat gevoel mag hij laten weerklinken in de strafmaat, die moet namelijk bij de ernst van het delict passen.” Maar de rechter moet met die emoties wel verstandig omgaan en zich er niet door laten meeslepen.

Lees ook: 

Levenslange straf is juist onmenselijker geworden, zeggen advocaten

Volgens hen negeert het kabinet adviezen die zijn bedoeld om de levenslange celstraf te verzachten

Levenslang, cel, tbs: de plussen en minnen in het hoger beroep tegen Michael P.

Dat Michael P. (29) schuldig is, staat wel vast. Nu is het aan het gerechtshof in Arnhem om zich tot de uitspraak op 5 juli te buigen over de vraag welke straf passend is. De overwegingen in vier citaten. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden