InterviewSander de Kramer

Weldoener Sander de Kramer: ‘Iets een druppel op een gloeiende plaat noemen is vaak een alibi om zelf niks te hoeven doen’

Sander de Kramer met op zijn schouder Euromast, een voormalige zwerfkat. Beeld Arie Kievit
Sander de Kramer met op zijn schouder Euromast, een voormalige zwerfkat.Beeld Arie Kievit

Deze week verschijnt het boek ‘Welcome to the jungle’ over het leven van de Rotterdamse weldoener Sander de Kramer. Ook ontvangt hij woensdag de prestigieuze Four Freedoms Award, die eerder onder meer aan Nelson Mandela, Kofi Annan en Michail Gorbatsjov werd uitgereikt.

Nee, had ze nog zo gezegd. “Je gaat niet. Ik vind het te gevaarlijk.” Wendy de Kramer, zestien jaar zijn partner, was er in het voorjaar van 2019 stellig in. Waarom Afghanistan bezoeken, een land met een ‘donkerrood’ reisadvies, en een gebied waar westerlingen prooien leken?

Maar Sander de Kramer ging tóch. Van Düsseldorf vloog hij een paar maanden later naar Istanbul, en van Istanbul naar Kabul. Zijn vrouw had hem toch maar laten gaan. Ze wist ook wel dat er geen houden aan was. “Ik heb het idee dat ik niet zomaar op plekken kom, maar dat een hogere macht mij er naar toestuurt”, vertelt De Kramer (Rotterdam, 1973) thuis aan tafel, in een kalme en aangeharkte Rotterdamse buitenwijk. “En weet je wat Wendy uiteindelijk zei? Ze vond het te gevaarlijk. Maar ze zei ook: ik ben het er niet mee eens, maar ik sta wel achter je. Dat is toch schitterend?”

In Kabul kwam hij destijds “helemaal gaar aan”, vertelt De Kramer, die niet van vliegen houdt. Op het vliegveld stond een auto met geblindeerde ramen en beveiligers met kalasjnikovs. Die zou hem naar een vooraf gemaakte afspraak met de minister van onderwijs brengen. De Kramer had dat gesprek via Afghanen in Nederland, die de juiste connecties hadden, weten te regelen. Hij wilde in Afghanistan uitzoeken of hij er vakschooltjes voor adolescenten kon gaan bouwen: zodat de straatarme jeugd daar een vak kon leren, zegt hij. “Zodat ze niet voor driehonderd dollar per maand voor een terroristische organisatie gaan werken, omdat ze anders geen leven op kunnen bouwen.”

‘Jij! Vier meter naar achteren, nu!’

Voor dit soort ‘belangrijk’ overheidsverkeer is op de wegen in Kabul een aparte rijstrook ingericht, vertelt De Kramer. “En toch kwamen we stil te staan in een file. Uit de verte zag ik een jongetje aan komen lopen – hij moet een jaar of negen oud zijn geweest. Aan z’n kleren en vieze handen zag je dat het een straatkindje was.” Het ventje had kauwgom bij zich, om te verkopen, en kwam steeds dichterbij. “Ik zet me al jaren in voor straatkinderen, dus ik schoof mijn raampje open.” Plotseling begon de bewaker, die naast hem in de auto zat, hard te schreeuwen. Niet naar De Kramer, maar naar het kereltje. “Jij! vier meter naar achteren, nu!”

Nog steeds onder de indruk: “Het ventje leek het gewend. Hij deed direct wat hem opgedragen werd en stapte naar achteren. Maar de bewaker voelde dat ik dacht: waarom moet dit zo gaan? Toen we eenmaal weer reden zei hij: ‘luister vriend, niets is hier wat het lijkt. Veel van deze jongetjes worden door een terroristische organisatie geronseld. Met hun rechterhand doen ze alsof ze kauwgompjes verkopen, met hun linkerhand plakken ze een kneedbom tegen je deur aan. Als ze jou opblazen, krijgen ze een paar honderd dollar.’”

De Kramer is even stil. Hij pakt de fles wijn die op tafel staat en schenkt zichzelf bij. Het is laat op de avond, zoon Krijn (5) slaapt, vrouw Wendy is naar de overburen. Het ene verhaal buitelt al een paar uur over het andere. De energie waar hij mee vertelt is tomeloos en opgewekt, al beseft De Kramer tegelijkertijd dat dit “pittige herinneringen” zijn. “Ik dacht in Afghanistan wel even bij mezelf: dit is wel de Champions League van gevaar, waar we nu in zijn beland.”

null Beeld Arie Kievit
Beeld Arie Kievit

‘Al die namen, en dan De Kramer’

Dat hij woensdag de Four Freedoms Award krijgt, een prijs die in Nederland en Amerika jaarlijks aan vier winnaars wordt uitgereikt door de Amerikaanse Roosevelt Foundation, stemt hem vooral bescheiden. Eerder ging de onderscheiding onder meer naar Mandela, Kofi Annan, Gorbatsjov, Dalai Lama en Angela Merkel. “Al die namen, en dan De Kramer”, zegt hij. “Het voelt onwerkelijk om je naam in zo’n rijtje te zien.” ‘Kramers hulp was niet altijd zonder risico en ging soms zelfs gepaard met gevaar voor eigen leven’, staat er in het juryrapport. ‘Dit heeft hem echter nooit tegengehouden.’ Net als: ‘Zijn positieve instelling en medemenselijkheid zijn een voorbeeld voor velen in een wereld waarin het individualisme lijkt te floreren.’

Vanwege corona is er woensdag van een feestelijke ceremonie geen sprake, wel van een digitale uitreiking. Voetbaltrainer Guus Hiddink speecht, als uitreiker en goede vriend van De Kramer, net als koning Willem-Alexander en minister-president Rutte. In het al opgenomen dankfilmpje draagt De Kramer de prijs op aan vrijwilligers over de hele wereld. “Want ik vind dat zoveel mensen een prijs verdienen. Al die mensen die bijvoorbeeld door weer en wind naar verpleeghuizen fietsen om daar bejaarden te wassen en verzorgen. Die verdienen óók een onderscheiding.” Want idealisten zijn er veel, maar je leven opofferen om het leven van anderen te beteren, zoals zijn grote voorbeeld Majoor Bosshardt dat deed: dat doet niet iedereen. “Daar ben ik de afgelopen jaren wel achter gekomen.”

Ken je het verhaal over het jongetje, vraagt De Kramer dan, met de zeesterren? “Dat jongetje loopt na een heftige storm op het strand. Duizenden zeesterren zijn aangespoeld. Hij pakt een zeester op en gooit ‘m in het water. Loopt weer naar het strand, pakt een nieuwe zeester en gooit die ook weer terug in het water. Opeens komt er een volwassen man langs. Die man zegt: ‘jongetje, wat ben je aan het doen? Dit heeft toch helemaal geen zin? Het hele strand ligt er vol mee!’ Dat jongetje kijkt op en antwoordt: voor de zeesterren maakt het wél uit. Voor de zeesterren die ik teruggooi verandert het hun leven.” De Kramer neemt een hap van de eerder op de avond bezorgde pizza pesto. “En dat is dus een beetje wat ik ook doe.”

Hij heeft altijd al goed willen doen, vertelt De Kramer dan. Als kind woonde hij eens een demonstratie bij voor Indianen die van hun land verjaagd werden, op het Rotterdamse Schouwburgplein. Zijn moeder, die zwemles aan mensen met een beperking gaf, had hem meegenomen. Animo was er nauwelijks, maar het maakte diepe indruk.

Zijn moeder had gelijk

De Kramer begon zich ook in te zetten voor anderen: hij verkocht zijn eigen knuffels, handelde limonadesiroop voor een dubbeltje op straat. “Mijn moeder zei: als je je kunt inzetten voor anderen die het moeilijk hebben, dan moet je dat doen.” Hij geeft haar gelijk. “Eigenlijk ís het ook wel een beetje je verantwoordelijkheid. Als je zelf een goed leven hebt, is het je plicht om het leven van mensen die het minder hebben een stukje beter te maken.”

Zeventien jaar lang was hij, van huis uit journalist, het gezicht van de Straatkrant. De Kramer werd in die tijd een bekende verschijning, kwam steeds vaker op tv, ging ook zelf presenteren. En schrijven, voor De Telegraaf. In 2007 reisde hij voor een reportage voor die krant naar Sierra Leone, dat door de Verenigde Naties was uitgeroepen tot ‘slechtste plek op aarde.’

De Kramer zag er hoe weeskinderen in diamantmijnen als kindslaven aan het werk werden gezet. Onder de indruk richtte hij thuis de Sunday Foundation op, samen met Hugo Borst. Hij moest en zou deze kinderen niet in de steek laten. “Ik wilde er een school gaan bouwen. Inmiddels staan er bijna dertig. Als niemand daar iets doet, dan doet Jan Lul uit Rotterdam het maar. Dat gevoel heb ik een beetje. Kijk: iets een druppel op een gloeiende plaat noemen is vaak een alibi om zelf niks te hoeven doen. Wij geven de mannen daar ook visnetten, en vrouwen een start-kapitaaltje, zodat de vissen kunnen worden gepekeld. Anderen verkopen die dan weer op de markt. Met een injectie van tienduizend euro helpen we een hele gemeenschap van de geeuwhonger naar zelfredzaamheid. En dat in één week tijd, hè? Dan denk ik wel eens: waar gaan al die miljarden overheidsgeld dan heen?”

Maar de Kramer is een ‘relaxte’ katholiek, zegt hij er bij. Woede is geen onderdeel van zijn repertoire, hebberigheid ook niet. In een groter huis wonen weigert hij, zelfs al is zijn Rotterdamse woonkamer maar klein en de tuin niet groot. “Maar kijk deze keukentafel toch eens. Hier hebben we de meest mooie gesprekken aan.” Alleen op lekker eten en goede wijn weigert hij te beknibbelen: “Het leven is te kort voor slecht eten. Neem nog een stuk pizza, ouwe dibbes.”

Hij heeft laatjes in zijn hoofd, vertelt De Kramer even later. “In ieder laatje zit een andere heftige ervaring.” Voor het tv-programma ‘Reisadvies Negatief’, op NPO2, trok hij lang de wereld over, langs plekken waar oorlog woedde of extreme armoede heerste. Hij ging vliegtuig in, vliegtuig uit. Oost-Congo, Zuid-Soedan. “Mensen hebben geen idee wat ik heb meegemaakt. Ik heb sindsdien een apothekerskast vol trauma’s in mijn hoofd.”

Herinneringen aan Rwanda

Herinneringen aan die ervaringen komen soms zomaar op: bij een huisbezichtiging bijvoorbeeld. In een vitrine in de woonkamer stond een schedel. “Kan hè? Misschien was de eigenaar wel een biologieleraar. Maar bij mij kwamen herinneringen aan Rwanda naar boven, waar ik in een kerk heb gestaan waarin de Tutsi’s dachten dat ze veilig waren. Omdat het een heilige plek was. Maar de Hutu’s kwamen toch naar binnen, en de mensen werden afgeslacht met machetes. Overal zag ik botten liggen, overal doorkliefde schedels. Kinderschedels ook. Het was één groot massagraf. Ik wilde meteen weg bij die bezichtiging. We hebben het ook niet gekocht: we hebben voor dit huis gekozen, een paar meter verderop.”

Sporten, goed eten en een wijntje ‘s avonds houdt de laatjes gelukkig dicht. “Ik doe het maximale wat ik kan. Echt, ik zit aan het plafond van wat ik kan bieden. Ik wil daarom in balans proberen te blijven door ook te genieten. En op deze manier is het beheersbaar.”

Hij gelooft in vrijwilligerswerk, zegt hij, maar dan alleen op gelijkwaardige basis met de lokale bevolkingen. “Vroeger nam ik, als ik in Sierra Leone was, steevast een malariapil. We aten allemaal cassavebladeren met rijst, we gaven de flessen water aan tafel gewoon aan elkaar door, en als ik mezelf ging wassen deed ik dat net als zij in de rivier. We sliepen ook allemaal in lemen hutten. Maar toch: ik was de enige met die pil. Ik bleef een beschermde Europeaan.” Het voelde niet goed meer. Hij stopte met het slikken, zelfs al werden de medische risico’s van een bezoek daardoor groter. “Ik moet sindsdien voorzichtiger doen, maar ik geloof in mijn innerlijke kompas.”

In het najaar van 2019, in het noorden van Afghanistan, toen De Kramer op een avond wat probeerde te slapen in een oude uitkijkpost, liet dat kompas hem alleen bijna in de steek. “Broer, we willen je niet bang maken", werd hij wakker geschud, “maar de Taliban staan achter de heuvel, op twee kilometer afstand maar.” Er waren hevige gevechten aan de gang. “Ik wist: als ze komen hebben we een serieus probleem.”

Een paar dagen later moest hij aan zijn vrouw toegeven. Ja, dit was gevaarlijk geweest. “Ze was natuurlijk absoluut niet blij.” Van een school bouwen kwam het nog niet. “We kwamen er al snel achter dat zo’n school op dit moment een doelwit zou worden van een terroristische aanslag.”

Toch wil hij er per se iets betekenen. Daarom laat hij nu bij lokale scholen fatsoenlijke toiletten bouwen. Die zijn daar nu niet. “Er is daar gewoon geen geld voor goede wc’s. De armoede is daar schrijnend hoor. Echt. Meisjes kunnen daar nu dus niet plassen. Daarom drinken ze de hele dag niks, om maar niet naar de wc te hoeven. Dat is hartstikke ongezond.” Dat moet anders, heeft De Kramer besloten. Opnieuw zet hij de schouders eronder, zoals zo vaak in zijn woensdag bekroonde leven. “Maar niemand mag daar natuurlijk weten dat die wc’s bij ons vandaan komen, anders worden ze daar alsnog een doelwit.”

Weldoener

Sander de Kramer krijgt woensdag de Four Freedoms Award voor zijn vrijwilligerswerk in Afrika. Deze week verschijnt een nieuw boek over zijn leven, ‘Welcome to the jungle’, geschreven door journalist Frits Baarda. Zijn in 2019 verschenen biografie ‘Chief Ouwe Dibbes’ wordt op dit moment in het Engels vertaald.

Wie winnen de Four Freedom Awards?

De Roosevelt Four Freedoms Awards worden sinds 1982 elke twee jaar uitgereikt aan mensen en organisaties die op inspirerende wijze invulling geven aan de vier essentiële vrijheden die President Franklin Delano Roosevelt omschreef in zijn historische Four Freedoms speech in 1941. De winnaars:

- Prijs voor vrijwaring van gebrek: de Nederlandse journalist en televisiepresentator Sander de Kramer.

- Prijs voor vrijheid van meningsuiting: de Filipijnse journaliste Maria Ressa.

- Prijs voor vrijheid van godsdienst: Azza Karam van de organisatie Religious for Peace International.

- Prijs voor vrijwaring van vrees: De Italiaanse burgemeester van Palermo, Leoluca Orlando.

Lees ook:

De Filipijnse Maria Ressa strijdt voor de onafhankelijke journalistiek: ‘Sociale media verdienen aan het virus van de leugen’

De Filipijnse journalist Maria Ressa krijgt dit jaar de Four Freedoms Award voor de vrijheid van meningsuiting. Ressa zet zich in voor onafhankelijke journalistiek in haar land, waar nepnieuws en haatcampagnes via sociale media een hoge vlucht hebben genomen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden