ColumnMaddy Hulshof

Wat een lang telefoonnummer. Geen wonder dat er niemand belt

De moeder van Maddy Hulshof is goed van geest, maar oud en haar dagen zat. Ze moet verhuizen en heeft daarover niets te zeggen.

De oude sta-op-stoel, waar ze eigenlijk alleen maar in zit, staat midden in haar nieuwe kamer. Er is een witte plek uitgesleten ter hoogte van haar achterhoofd. Zo heeft ze haar eigen aureool bij elkaar geknikkebold. Ernaast twee kleine tafeltjes. Daarop heeft mijn zus, die van de details en de lieve zorgen, mama’s vaste attributen gerangschikt. Het rode brillendoekje in een boterhamzakje, de vijl en de televisiegids.

“Er is te weinig ruimte voor de dingen waar ik nog wel over ga”, zei ze. En dat was zo, hoe moest ze ’s nachts zien waar ze was, hoe moesten de lampen aan en uit, en sowieso welke dag was het en hoe laat dan. Ze zuchtte, geknakt en moedeloos: “Ik weet het allemaal niet meer”. Even daarvoor had ze bij de ingang, die versierd was met ballonbogen waar ze dwars doorheen keek, tegen de ontvangstdames gezegd dat ze naar de tweede verdieping moest. “Die is er niet mevrouw, u moet naar één.” Met een ruk had ze zich vanachter haar rollator naar mij omgedraaid, haar ene oog boos. Zie je wel, daar begon het gedonder al. En nu was alle energie verdwenen, we konden haar nog net opvangen tussen rollator en stoel. Wiebelig en niet geaard.

Zeurend ongemak

We plakten de klok met grote grijze banen duct-tape aan de muur. Net als de schakelaar van de lamp. We kochten snel twee nachtlampjes. “Kom mam, gaan we even oefenen voor als je straks naar bed gaat.” We hesen haar overeind, ze was nog best zwaar nu zelfs het laatste restje levenslust eruit verhuisd was. In de waterige ogen van mijn zussen zag ik hetzelfde zeurende ongemak, straks moesten we haar alleen laten. De verzorgster, kordaat en met een grote intuïtie, kwam precies op tijd vragen of we naar huis wilden gaan. “We gaan het samen gezellig maken en alles komt goed.”

De volgende dag bracht ik een speculaashart voor haar mee dat onderweg was gebroken. Dat vond mijn moeder niet erg, ze was gewend aan brokken. Ze had een stijve nek, ‘van het naar buiten kijken’. Nee ze had niet goed geslapen en klopte het nou dat ze hier maar even hoefde te blijven? “Dat heb jij zelf gezegd, of zou ik dat gedroomd hebben?” “Dus dan heb je toch geslapen”, zei ik. Ze giechelde als het meisje uit vervlogen dagen.

Ze wees naar de fruitschaal waar haar post altijd ligt “Neem je dat straks mee?” Dat is mijn taak, de dochter die de boel regelt.

De vier-cijferige tijd

De enveloppe met de verhuiskaartjes lag er nog, ik had er drie naar haar zussen gebracht. De overgebleven zeven kaartjes bekeek ze een voor een. Ze zag haar nieuwe telefoonnummer. “Wat een lang nummer, geen wonder dat er niemand belt.” Het waren gewoon tien cijfers, zelf was ze blijven steken in de vier-cijferige tijd.

Ze mopperde dat de koffie te laat was. Ze wees naar de klok. “Zie je wel, het is vijf over tien.” De klok hing scheef. De duct-tape hechtte slecht. Zelf leek mijn moeder weer wat vaster en dat maakte mij gelukkig juist weer wat losser.

Maddy Hulshof is leerkracht basisonderwijs op een dorpsschool in de Achterhoek. Samen met haar zussen is ze mantelzorger voor haar 91-jarige moeder die in een verzorginghuis woont. 

Lees ook: 

Met alle oude herinneringen naar een nieuw huis

Haar ziel zat al weken onder de arm en nu moest haar zaligheid in dozen. We vroegen de verhuizers hoeveel dozen de gemiddelde bewoner nodig had. De zussen en ik dachten tussen de zes en acht. Het bleek tussen de tien en twintig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden