null

Fraudejacht

Wantrouwen en willekeur: over de vlijmscherpe randen van de fraudewet

Beeld Maus Bullhorst

Wie een bijstandsuitkering krijgt, valt nogal eens ten prooi aan wantrouwen en willekeur bij de gemeente. Vakbond FNV stuurt er deze week een in allerijl opgestuurd zwartboek over naar minister Koolmees.

De moeder van JanDirk Keuter (56) uit IJmuiden zat tweeënhalf jaar geleden even krap bij kas. Geen nood, zei haar zoon. Hij zou de boodschappen van 40 euro wel even betalen; dan kon ze het bedrag volgende week terugstorten op zijn rekening. Niet lang daarna fietste hij met een vriend door de duinen bij Bergen aan Zee. Hij schoot hem voor 20 euro iets te eten voor. Gewoon, zoals dat bij bijna iedereen wel eens gaat.

Met die 60 euro bleek Keuter zich nogal wat gedoe op de hals te halen. Dat lag niet aan zijn moeder en vriend, die keurig binnen enkele dagen terugbetaalden. “Toen ik een half jaar later bij de gemeente Velsen een afspraak had over mijn bijstandsuitkering, begonnen ze er ineens moeilijk over te doen”, blikt hij terug. Hij moest inzage geven in zijn bankafschriften. De gemeente controleert namelijk of hij niet bijverdient naast zijn uitkering, of over een behoorlijk eigen vermogen beschikt. “Zij zagen de 60 euro als bijverdiensten, en hielden die in op mijn uitkering. Onzin natuurlijk: als ik 40 euro had uitgeleend en er 140 had teruggekregen, dan zou ik het begrijpen. Maar ik heb hier geen cent aan verdiend.”

Hardvochtige overheid

Het voorbeeld van Keuter is bijna te pietluttig om waar te zijn. Maar een uitzonderlijk geval is hij allerminst, benadrukt Kitty Jong, vicevoorzitter van FNV. De vakbond stelde de afgelopen weken een zwartboek op met verhalen van uitkeringsgerechtigden die te maken kregen met een wel erg hardvochtige overheid. Directe aanleiding was de situatie van een vrouw in de gemeente Wijdemeren, die tussen Kerst en oud en nieuw tot veel verontwaardiging leidde. Zij moet 7000 euro aan bijstand terugbetalen omdat haar moeder met regelmaat haar boodschappen financierde.

“We merken dat de maatschappelijke verontwaardiging over dit soort zaken toeneemt”, aldus Jong. “Door de toeslagenaffaire komt er gelukkig meer politieke aandacht voor de schrijnende verhalen achter dit beleid. Maar die verhalen zijn niet nieuw: we hebben daar ook regelmatig over aan de bel getrokken. Denk bijvoorbeeld aan alleenstaande ouders die gekort worden op hun uitkering zodra hun zoon of dochter achttien wordt.”

Misschien nog wel het zwaarst op de maag, benadrukt Jong, ligt de manier waarop mensen met een bijstandsuitkering worden bejegend. “Het hele systeem is op wantrouwen gebaseerd”, constateert Jong. “Zelfs een keer de boodschappen doen voor je moeder moet worden verantwoord. En maak je daarbij een fout, dan kun je zomaar als fraudeur te boek komen te staan. Terwijl het juist voor mensen in een kwetsbare positie gewoon ingewikkeld is. Mensen die minder weerbaar zijn, laten het er misschien bij zitten, maar hebben dan wel een aantekening in hun dossier. Dat strenge sanctiebeleid moet stoppen. De nood is enorm groot: dit leidt tot menselijke drama’s.”

Premier Rutte praat op het Plein in Den Haag met ouders die de dupe zijn van de toeslagenaffaire, november vorig jaar.  Beeld Werry Crone
Premier Rutte praat op het Plein in Den Haag met ouders die de dupe zijn van de toeslagenaffaire, november vorig jaar.Beeld Werry Crone

Schilder met woekerrente

Zoals bij een 54-jarige man uit Gouda, die het zwaard van Damocles boven zijn hoofd heeft hangen. Hij moet mogelijk tienduizenden euro’s aan bijstand terugbetalen omdat hij zo nu en dan bijverdiende als schilder. Hij kon niet anders, zegt hij. “Ik zit met een huis dat onder water staat en een hypotheek met woekerrente”, vertelt hij. “Ik heb daardoor ongeveer 1500 euro per maand nodig om in leven te blijven. Dat red ik niet met alleen bijstand.”

Over die situatie was hij altijd open naar de gemeente. Diverse werkcoaches – hij versleet er zeven in de afgelopen zes jaar – knepen daarom een oogje toe als hij het huis van zijn moeder of vrienden schilderde. “Ik kreeg te horen dat het zo eigenlijk niet mocht: ze moesten me daarop wijzen. Maar ze zagen ook wel dat ik niet anders kon: mijn huis was onverkoopbaar.” Bovendien was schilderen zijn meest kansrijke weg uit de bijstand. “Ik ben een non-conformist, heb altijd moeite gehad om voor een baas te werken. Met mijn leeftijd en jobhopper-cv wordt het ook lastig om iets anders te vinden.” In overleg met een van die zeven werkcoaches startte hij een traject om als zzp’er aan de slag te gaan. Een ander vond dat weer geen goed idee, en hield hem aan zijn sollicitatieplicht.

“Met veel van die werkcoaches had ik best goed contact. Tot ik er een kreeg met wie het helemaal niet boterde. Die wilde me in een traject stoppen voor mensen met een arbeidshandicap, terwijl ik daarin helemaal niet thuishoorde. Ik moest tekenen, anders zou mijn uitkering worden stopgezet. Dat heb ik geweigerd. Toen zijn ze me gaan doorlichten, en waren mijn bijverdiensten ineens wel een probleem.”

Voor de Gouwenaar – inmiddels beginnend ondernemer – dreigt nu een schuld van tienduizenden euro’s en een aantekening als fraudeur. Maar heeft hij dat toch niet een heel klein beetje aan zichzelf te wijten? Hij wist dat bijverdienen niet mocht. En hij was soms lastig: niet het type dat overal ja en amen op zegt. Maar tegelijkertijd waren er al die verschillende werkcoaches, met hun soms tegenstrijdige boodschap. Fraudeur of niet: het ligt er maar net aan wie je treft.

Amsterdam of Amstelveen

Sterker nog: waar je woont kan ook een wereld van verschil maken. Neem de 60 euro van JanDirk Keuter uit het begin van dit verhaal. Zelfs als dat werkelijk bijverdiensten zouden zijn, zou hij er in Amsterdam nooit mee in de problemen zijn gekomen. De hoofdstad hanteert een ondergrens van 100 euro per maand: tot dat bedrag mogen mensen bijverdienen zonder dat dat gevolgen voor hun uitkering heeft. 

“De verschillen tussen gemeenten zijn enorm”, constateert FNV-voorvrouw Kitty Jong. “Waar Amsterdam vrij mild is, staat Amstelveen juist als ongelooflijk streng bekend. Gemeenten hebben beleidsvrijheid en gaan elk op hun eigen manier met de regels om.” 

Hoe groot die verschillen precies zijn? Dat weet eigenlijk niemand, constateerden onderzoekers Melissa Sebrechts en Thomas Kampen van de Universiteit voor Humanistiek zo’n anderhalf jaar geleden. Zij maakten een eerste vergelijking tussen het beleid en de ervaringen van bijstandsgerechtigden in acht (geanonimiseerde) gemeenten. Wat daaruit vooral bleek: lokale overheden gaan heel verschillend met de bijstand om. Waar de ene gemeente twintig uur werk eiste als tegenprestatie, hield een andere gemeente het op vier uur. En die grote verschillen bleken de respondenten zelfs veel onrechtvaardiger te vinden dan hun persoonlijke situatie.

‘Onwenselijke hardheden’

Het besef dat het beleid rondom bijstand en fraude aan herziening toe is, leeft ook op het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). In een recente brief aan de Tweede Kamer schreef toenmalig staatssecretaris Bas van ‘t Wout al de ‘onwenselijke hardheden’ te willen aanpakken. ‘De menselijke maat moet centraal staan. Het maken van een foutje mag je niet bestempelen als fraude’, schreef hij. Hij wil daarom een definitie van uitkeringsfraude in de wet laten opnemen. Daarmee moet de grens tussen het doelgericht overtreden van de regels en een vergissing duidelijker worden.

Maar in hoeverre biedt dat daadwerkelijk een oplossing voor de willekeur die in de bijstand besloten ligt? Zo is de morele grens bij het voorbeeld van de man uit Gouda lastig te trekken. Want wanneer is alleen bijstand niet genoeg om van te leven? En wanneer heeft iemand zo veel andere inkomsten dat het vangnet van de bijstand niet meer noodzakelijk is? Bij het antwoord op dat soort vragen maakt het erg veel uit wie er naar zo’n casus kijkt en in welke gemeente dat gebeurt.

“We hebben de uitvoering van de wet bij gemeenten gelegd omdat zij het dichtste bij de inwoners staan”, laat een woordvoerder van minister Wouter Koolmees (SZW) weten. Hij nam het bijstandsdossier onlangs van Van ‘t Wout over toen die op zijn beurt de afgetreden minister Eric Wiebes (Economische Zaken) opvolgde. “Gemeenten kunnen daarom het beste maatwerk bieden.” 

Wel wil hij met gemeenten om tafel om tot duidelijker richtlijnen te komen, juist als het gaat om giften die mensen in de bijstand bovenop hun uitkering krijgen. “Of zo’n gift in het kader van de bijstandverlening verantwoord is, is een complexe afweging die van meerdere factoren afhankelijk is. Daardoor kan het ook voor de bijstandsgerechtigde onduidelijk zijn waar hij aan toe is. Dat is onwenselijk.”

Die duidelijkheid heeft JanDirk Keuter inmiddels wel: hij vocht de beslissing over de 60 euro aan bij de gemeentelijke bezwarencommissie, die hem in het gelijk stelde. Eind goed al goed dus, met het recht dat uiteindelijk toch zegeviert? Toch niet helemaal. “Ik blijf het belachelijk vinden dat een gemeente er 1000 euro aan advocaatkosten voor over heeft om zo’n procedure te voeren over een bedrag van 60 euro. En dan ben ik nog zo mondig dat ik een jurist van de vakbond heb ingeschakeld. Er zijn ook mensen die dat niet doen of kunnen, en die 60 euro gewoon onterecht kwijt zijn.”

Correctie 03-02: In een eerdere versie van dit stuk stond dat de man uit Gouda zeven verschillende werkcoaches had bij het UWV. Dit was niet het geval bij het UWV, maar bij de gemeente.

De naam en contactgegevens van de 54-jarige man uit Gouda zijn bij de hoofdredactie bekend.

Lees ook:
Hoe gemeenten onderling verschillen in bijstandsbeleid? Niemand weet het

Zoveel gemeenten, zoveel verschillende soorten bijstandsbeleid. De bijstandsgerechtigde snapt daar helemaal niets van, zien twee onderzoekers die die verschillen nu onderzoeken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden