Patrick Cammaert.

Interview Patrick Cammaert

Waarom we wél naar het ‘gorgelputje’ van jihadisten in Mali moeten

Patrick Cammaert. Beeld Phil Nijhuis

Patrick Cammaert staat bekend als een geharde militair die geen blad voor zijn mond neemt, maar ook als een vurig pleitbezorger voor meer vrouwen bij VN-missies. Ook Nederland moet volgens hem blijven bijdragen.

 Hij loopt al tegen de zeventig, toch kwam generaal buiten dienst Patrick Cammaert (1950) dit jaar weer in het nieuws vanuit een conflictgebied. In Jemen­­ leidde hij voor de Verenigde Naties een missie om de implementatie van het vredesakkoord tussen Houthi-rebellen en het door Golfstaten gesteunde regeringsleger in goede banen te leiden. Op 17 januari namen onbekende schutters zijn konvooi onder vuur nabij de door beide partijen begeerde havenstad Hodeida­­.

De marinier is nog steeds actief voor vredesmissies­­ en de Verenigde Naties (VN). Als Trouw hem spreekt heeft hij op een kazerne in Den Haag net een cursus gegeven aan vrouwen uit alle delen van de wereld die binnenkort op missie gaan. ‘Van macho tot feminist’, schetst Esther Bootsma de generaal in haar onlangs verschenen boek ‘Kijk niet weg – de missie van generaal Patrick Cammaert’. Dat motto komt van Cammaert zelf. Hij vindt dat landen, ook Nederland, meer moeten doen om met VN-missies bij conflicten in te grijpen, en dat zulke missies staan of vallen met goede leiders die risico’s niet uit de weg gaan.

Zelf leidde hij van 2005 tot 2007 de VN-missie in het oosten van Congo waar allerlei milities actief waren. Daarvoor had hij als militair commandant toegezien op een vredesakkoord tussen Ethiopië en Eritrea, en op het hoofdkantoor in New York gewerkt als adviseur van secretaris-generaal Kofi Annan. Hij stond bekend als kundig militair, maar ook als iemand die ongezouten zijn mening kon geven.

“Ik vind het leuk om mensen te leiden bij operaties in het veld. Op een stoffig ministerie papier van links naar rechts schuiven zou mij niet op het lijf geschreven zijn. Je maakt een beleidsnota, en als er dan na een paar maanden een nieuwe bezuinigingsronde plaatsvindt, begin je weer opnieuw. Ik ben niet iemand die zwijgt, en dan als het fout gaat, zegt: ‘Dat had ik altijd al gedacht.’ Als je ideeën hebt om iets te veranderen, moet je op gepaste wijze zeggen dat zaken niet goed gaan.”

De Verenigde Naties staan bekend als een bureaucratische en stroperige organisatie. Hoe was dat voor u?

“Het ministerie van defensie en de Europese Unie zijn ook bureaucratische organisaties. Als je in Den Haag een bepaald stuk uitrusting of materieel nodig hebt, dan ben je wel even zoet voordat er iets gebeurt. De kritische geluiden over de VN moet je in perspectief plaatsen.

“Het is een club van 193 landen, dus je moet niet verbaasd zijn dat er bureaucratie is. Zeker als het om geld gaat is men voorzichtig. Voor je het weet ben je in corruptie verzeild, en je kunt een dollar ook maar één keer uitgeven. Daarom zijn er goede procedures. Als je de VN wat beter kent, leer je ook hoe je wat makkelijker door alle procedures heen schuift. Ik heb er nooit ernstig onder geleden.”

Nederlandse militairen in Mali klaagden dat de Verenigde Naties erg omslachtig waren­­, vergeleken met de Navo.

“Het gaat me te ver als iemand die een paar maanden in Mali is geweest en nooit eerder voor de VN heeft gewerkt, oordeelt dat de VN altijd zus of zo werken. Ik heb verschillende operaties geleid en heb niet het gevoel gehad dat er veel zaken niet konden. Toen ik divisiecommandant was in Congo hadden we vijftien operaties per dag, met aanvalshelikopters erop en eraan. Maar kennis van de organisatie is essentieel.

“Ik kan ook voorbeelden noemen over wat er aan schort bij operaties van de Navo. In Afghanistan mag het ene land dit niet, en de Duitsers willen daar niet heen. Iedereen heeft zijn eigen hokje om in te opereren, maar zeg niet tegen een land dat ze ergens anders heen moeten.

“Nederland trekt nu zijn zes militairen terug uit Zuid-Soedan, omdat men hier in Den Haag Juba te gevaarlijk vindt. Alle burgermedewerkers van de VN blijven daar gewoon. Zij begrijpen niet waarom de Nederlanders weggaan. Als je om politieke redenen niet meer in een land aanwezig wilt zijn, zeg dat niet dat er wat mis is met de VN of dat het te onveilig is. Dat is gewoon niet zo.”

In Nederland ontstond na een aantal dodelijke ongelukken discussie over de missie in Mali. Uiteindelijk trok het kabinet de militairen voortijdig terug uit de stad Kidal, omdat het VN-ziekenhuis niet goed was. Was men daar ook te strikt?

“Ik hoor dat soort kritiek nooit als er onder leiding van de Navo slachtoffers vallen bij missies in Irak of Afghanistan. Men gaat met wapens, munitie en springstoffen om. En dat in hoge temperaturen. In die keten van munitie die over de hele wereld heeft gezworven, waarbij fouten zijn gemaakt, bereik je een keer een culminatiepunt. Dat was nu toen iemand in Mali een granaat in een mortier laadde en het ding ontplofte. Dat is verschrikkelijk, maar dat gebeurt heel soms in elk land waar je met dat soort wapens werkt.

“Natuurlijk moet je kijken of een hospitaal aan de eisen voldoet, en als dat niet zo is moet er wat aan gebeuren. Dat is overigens ook gebeurd. Maar we gaan als Nederlanders wel over de hele wereld met vakantie. Als je dan op een zee-egel stapt moet je ook naar de lokale dokter.

“Dat we nu weggaan uit Mali is heel spijtig, want we hebben bij de krijgsmacht hele goede militairen.Natuurlijk kun je zeggen dat de hele krijgsmacht de afgelopen jaren door het ijs is gezakt, maar kunnen we niet een paar mensen ophoesten? Het is ook slecht voor de werving, want jongelui komen voor het avontuur en niet om op de Oirschotse hei rondjes te draaien.”

Laat men het vuile werk aan andere landen over?

“Als het kabinet niet naar Mali wil omdat het vindt dat Nederland daar niks te zoeken heeft, be my guest. Maar er gaan wel een heleboel mensen dood, en Mali is het grootste gorgelputje van alle ongure elementen in de wereld. We denken dat we ze in Libië en Syrië verslagen hebben, maar we hebben een klap op de kakkerlak gegeven en de restanten zitten nu in Mali. Als ze hard spugen, komt de ellende in de Europese en Nederlandse achtertuin. We kunnen ons steentje bijdragen om daar iets aan te doen.”

“Westerse landen wilden niet naar Kidal toen er problemen waren. Dan zegt men, laat die lui uit Tsjaad maar gaan. Dat is een club van heb ik jou daar, maar ze véchten wel. Ze zitten in een omgeving waarvan wij zouden zeggen, in zo’n kamp ga ik niet zitten. De Tsjaadiërs kwamen aangereden, kregen nog niks van de Verenigde Naties of vanuit huis, maar begonnen wel met hun werk.”

Tegenwoordig bent u actief als pleitbezorger van meer vrouwen bij VN-missies. Wat voegen zij toe?

“Vrouwen kunnen tien keer beter met de lokale bevolking communiceren dan mannen. Zeker met hen die slachtoffer van seksueel geweld zijn. Die praten niet met mannen, want dat zijn de daders. Dat geldt ook als de slachtoffers mannen en jongens zijn. Daarbij kunnen vrouwen beter spanningen deëscaleren dan mannen.

“Daarom geven we cursussen aan vrouwen die op missie gaan. Ik heb het belang daarvan ingezien. Ze kijken op een andere manier naar dingen. Bijvoorbeeld als je mensen gaat ontwapenen, hoe doe je dat met kindsoldaten. Vrouwen zeggen, het zijn nog koters. Die moeten niet meer bij die volwassenen, want ze worden veel te makkelijk beïnvloed. Die invalshoek komt bij een man minder snel voor.

“Bij onderhandelingen zien vrouwen de temperatuur in de ruimte stijgen, en stellen voor om even koffie te drinken of de benen te strekken. Een man denkt daar niet aan, omdat hij nog vol vuur bezig is zijn eigen argument door te zetten. Mannen gaan vaker recht op het doel af. Een vrouw kan makkelijker met een grapje de spanning doorbreken, omdat ze net wat anders is in een groep met mannen.”

In het boek komt ook uw eerste uitzending in Cambodja aan bod. Toen was u niet enthousiast­­­ dat er drie vrouwen meegingen­­.

“Aanvankelijk niet. Ik kreeg te horen dat ik dan maar enthousiast moest worden. Dat heeft even geduurd, maar vervolgens ben ik dat ook echt geworden. Ik begon te zien hoe belangrijk het is dat er vrouwen mee zijn. Dat legde de basis voor mijn ervaringen in Congo, waar ik er echt mee geconfronteerd werd.”

Wat was de reden dat u de vrouwen niet mee wilde naar Cambodja?

“De kampen waar we zaten waren daar volstrekt niet op toegerust. Daarom zei ik nee. Ik had niets tegen die vrouwen zelf. Toen ze eenmaal mee moesten, werkten ze in het veldhospitaal. Daar was het makkelijker een eigen douche en wc te creëren.

“We zeiden, je kunt naar de eenheden in het veld als ze daar geschikte voorzieningen hebben. Na verloop van tijd kon dat. Dat men er nu een beetje lacherig over doet, zo van je was gewoon tegen vrouwen, mogen anderen zeggen.”

Is uw blik op vrouwen bij missies ingeburgerd bij de Verenige Naties?

“De Verenigde Naties trachten er alles aan te doen. Maar als Nederland geen vrouwen stuurt, dan kan de secretaris-generaal op het hoofdkantoor in New York hoog en laag springen, maar gebeurt er niets.”

“Westerse landen zeggen wel dat ze meer vrouwen bij missies willen, maar zonder doeltreffende maatregelen voor bijvoorbeeld kinderopvang stappen veel vrouwen uit de krijgsmacht als ze kinderen krijgen. Voorlopig zie ik geen budget voor kinderopvang op de kazerne van Schaarsbergen.

“Landen als Rwanda, Kenia, Ghana en Ethiopië sturen wel veel vrouwen naar VN-missies. Men gaat daar anders met de gezinssituatie om. Ouders, broers en zussen wonen in de buurt en helpen bij de opvoeding.”

Wat heeft in uw carrière de meeste indruk gemaakt?

“Hoe conflicten worden uitgevochten over de hoofden van de burgerbevolking. Burgers zijn altijd het slachtoffer. Waar je ook kijkt zie je drommen burgers die op de loop gaan. Vrouwen met kinderen op de rug en een jerrycan­­ met water op het hoofd naar waar het veilig is. Dat is vaak een compound van de VN. Omdat mensen bescherming verwachten. En als je hen teleurstelt, dan verliest­­ men het geloof in de Verenigde Naties.

“Dat heeft mij het meest aangesproken in operaties die ik heb meegemaakt. Het geeft mij energie en motivatie om te blijven lesgeven en uitleggen waarom we wél aan dat soort missies moeten deelnemen. Waarom we wel naar het gorgelputje van de jihadisten in Mali moeten. Waarom we wel met officieren in Juba moeten blijven. Om de vrouwen op de cursus hier te vertellen dat ze een verschil maken, en net zo goed zijn als hun mannelijke collega’s.”

Patrick Cammaert

Generaal-majoor buiten dienst Patrick Cammaert (1950) begon in 1968 aan de officiersopleiding bij het Korps Mariniers. In 1992 kreeg hij het bevel over een mariniersbataljon bij de VN-missie in Cambodja. Later diende hij bij VN-missies in Bosnië, Eritrea en Congo. Ook was hij de militair adviseur van secretaris-generaal Kofi Annan. In 2007 ging Cammaert als militair met pensioen, maar hij bleef actief voor de VN. Hij geeft bijvoorbeeld trainingen aan vrouwelijke militairen en deed onderzoek naar het functioneren van de missie in Zuid Soedan. Hij werkte mee aan de dit jaar verschenen biografie ‘Kijk niet weg – de missie van generaal Patrick Cammaert’ (Esther Bootsma, uitgeverij Atlas Contact).

Lees ook: 

‘Defensie moest van ver komen, maar we doen wel degelijk mee’

Defensie moest ‘van ver komen’, zegt minister Ank Bijleveld zelf. Maar de rust lijkt terug. Aan internationale verzoeken kan Nederland nog lang niet altijd voldoen ‘Maar we doen wel degelijk serieus mee.’

Niemand kan zeggen dat Nederland de Malinezen in de steek laat

De vooraf gevreesde klacht dat Nederland Mali in de steek zou laten, klinkt nauwelijks nu Defensie de missie per 1 mei stopt. Nederland nam geen verantwoordelijkheid voor één provincie en droeg taken geleidelijk over aan bondgenoten. Die aanpak werkte. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden