Waarom het kabinet nog altijd worstelt met een mondkapjesplicht

Beeld Hedy Tjin

Op drukke plekken in Amsterdam en Rotterdam zijn vanaf woensdag mondkapjes verplicht. Maar een landelijk draagadvies of -plicht lijkt nog ver weg. Daarmee wijkt Nederland af van meer dan 160 andere landen die mondkapjes wel nuttig vinden. Hoe komt dat? Vier dilemma’s waar het kabinet mee worstelt.

Dilemma 1

Het gebrek aan onomstotelijk bewijs dat niet-medische mondkapjes op groepsniveau beschermen

Voor een man als Jaap van Dissel, RIVM-directeur en voorzitter van het Outbreak Management Team, de experts die het kabinet door de coronapandemie moeten loodsen, is wetenschappelijk bewijs de heilige graal. Daarin verschilt hij wellicht ietsje van de bekendste Belgische viroloog, Marc van Ranst, die in maart nog zei dat mondkapjes totaal geen zin hebben, maar inmiddels het dragen van een masker tamboereert. Niet omdat er opeens onomstotelijk bewijs ligt dat mondkapjes beschermen tegen Covid-19, maar omdat hij simpelweg het nut van de maskers inziet. Hij noemde die ommezwaai een proces. Nederland zal dat proces ook doormaken, verwacht hij.

Op het eerste gezicht duurt dat nog wel even. Het laatste OMT-advies van vorige week leek bijna een exacte kopie van dat van 4 mei als het over mondkapjes gaat. De strekking: op basis van de wetenschap is er geen steun voor algemeen gebruik van niet-medische mondkapjes in de openbare ruimte. Met niet-medisch mondkapjes worden eenvoudige mondkapjes bedoeld, of zelfgemaakte. Toch liet het OMT anders dan in mei de deur op een kier. Indien het aantal besmettingen aanzienlijk toeneemt, kan het advies worden heroverwogen, zei Van Dissel.

Ook het kabinet handelde afwijkend. In plaats van volledig mee te gaan in het OMT-advies, zoals voorheen, kwam er onder druk van kritische burgemeesters een compromis. Gemeenten mogen op drukke plekken experimenteren met een mondkapjesplicht en zo het gedrag van mensen toetsen. In Amsterdam en Rotterdam geldt vanaf vandaag op sommige plekken zo’n maskerplicht.

Twijfel

De polderoplossing komt op een moment dat de wetenschappelijke studies en opinies elkaar in rap tempo opvolgen. Gemene deler: mondkapjes krijgen vaak het voordeel van de twijfel. Begin juli concludeerden deskundigen in The Lancet op basis van 172 onderzoeken dat mondkapjes tot ‘een grote reductie van infectierisico’ kunnen leiden. Een studie gepubliceerd op 14 juli in het Amerikaanse blad JAMA Network concludeert dat het dragen van mondkapjes de verspreiding van het virus kan tegengaan als mensen dichtbij anderen in de openbare ruimte moeten zijn. En een overzichtsstudie van de universiteit in Sydney  die deze maand wordt gepubliceerd, concludeert dat het dragen van mondkapjes gunstig kan zijn. Vooral bij Covid-19, omdat de overdracht van het virus soms plaatsvindt voordat iemand symptomen heeft.

De achilleshiel van de studies is dat er vaak heel wat op af te dingen valt. Zo komen al die zelfgemaakte kapjes van keukenpapier, simpel katoen of dat zachte sjaalstofje nooit voor in dergelijke overzichten. Daarnaast zijn de studies waarop de voorstanders zich baseren vaak uitgevoerd in een gesloten setting zoals een laboratorium en niet in de chaos van pak ’m beet de Albert Cuypmarkt in Amsterdam.

Onomstotelijk bewijs

Wel is er één recent onderzoek van de vooraanstaande British Academy en de Royal Society dat alles overziend stelt dat het aannemelijk is dat ook stoffen kapjes effectief kunnen zijn bij het verminderen van virusoverdracht als degene met klachten zo’n kap opzet.

Het dilemma is dat onomstotelijk bewijs op korte termijn ook niet verschijnt. Een zogeheten gerandomiseerde studie onder grote groepen proefpersonen die verschillende soorten maskers of juist geen mondkapjes dragen, dat is vragen om het onmogelijke.

De eerste observaties druppelen wel binnen. Zo zou het gebruik van mondkapjes in Peking voor een forse afname van de verspreiding van het coronavirus hebben gezorgd. Het Amerikaanse zorginstituut CDC wijst op een geval van twee kapsters die ondanks klachten nog 139 klanten hielpen. Allen droegen mondkapjes, niemand raakte besmet. Hetzelfde geldt voor een uitbraak van het virus op een Amerikaans vliegdekschip, waar mondkapjesgebruik succesvol bleek. Maar sluitend bewijs dat de mondkapjes in deze gevallen de beschermende factor waren, is er niet.

Daar staat tegenover dat er heel veel landen, regio’s en steden zijn waar het dragen van mondkapjes de norm is, maar waar het virus niet werd geëlimineerd. En dus blijven Van Dissel en zijn collega’s bij hun standpunt. Het OMT heeft altijd erkend dat er aanwijzingen zijn voor een gering positief effect bij het gebruik van mondkapjes in de open ruimte. Maar daarvoor is de maatregel te verstrekkend, aldus de beleidsadviseurs.

Beeld Hedy Tjin

Dilemma 2

De druk van buitenaf: landen om ons heen trekken andere conclusies en de samenleving wil mondkapjes

Mondkapjes zijn medisch gezien geen wondermiddel tegen corona. Maar wetenschappelijk gezien kleven er ook geen grote bezwaren aan het wél invoeren van een mondkapjesplicht. Better safe than sorry zegt men in Engelstalige landen. Dat zegt ook de prominente Britse gezondheidsprofessor Patricia ‘Thrisha’ Greenhalgh. “We kunnen niet honderd procent zeker zijn dat mondkapjes werken, maar dat mag ons er niet van weerhouden ze te dragen”, schreef ze in een opinieartikel in The Guardian. Ze verwijst naar andere maatregelen zoals handen wassen, afstand houden of contactonderzoek. Die maatregelen zijn ook niet eerst door de wetenschappelijke mangel gehaald, specifiek voor Covid-19. Nee, gebaseerd op bestaande gerespecteerde theorieën zijn ze doorgevoerd. En dan valt er voor mondkapjes ook wat te zeggen.

Steeds meer landen (meer dan 160 volgens een analyse in The British Medical Journal) hebben een vorm van een mondkapjesplicht of draagadvies. Daarbij geldt vaak het principe ‘baat het niet dan schaadt het niet’. Veel van die landen voeren dat beleid na dezelfde wetenschappelijke studies op basis waarvan het OMT het dragen van mondkapjes afwijst. Voor het Robert Koch Institut, de Duitse evenknie van het RIVM, zijn die ‘initiële wetenschappelijke inzichten’ voldoende om mondkapjes te verplichten in het openbaar vervoer en dichte ruimten zoals de supermarkt, musea, winkels en het ziekenhuis, zo schrijft het op zijn website.

Opstelsom

Er is weliswaar geen onomstotelijk bewijs, maar er zijn aanwijzingen dat mondkapjes werken. En dan telt voor andere landen de optelsom van allerlei kleine effecten op de grote groep. Het mondkapje is een aanvulling op hygiënemaatregelen: afstand bewaren en bron- en contactopsporing. Verschillende wetenschappelijke studies onderschrijven de werking van die optelsom, waaronder een onderzoek van de Universiteit Utrecht

Al die mondkapjes in het buitenland, die zien mensen in Nederland natuurlijk ook. Daardoor neemt de druk op het kabinet toe. Dat zagen we bij de burgemeesters, die geen wetenschappelijk doordacht verhaal hebben maar op basis van wikken en wegen toch mondkapjes willen. Zo refereerde de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb aan de Verenigde Staten, waar de CDC wel in mondkapjes geloofd. 

De burgemeesters acteren weer onder druk van de geluiden uit de samenleving. Horecazaken die liever hebben dat mensen verplicht een mondkapje dragen bij toiletgang, dan dat ze moeten sluiten. Winkels die zien dat het soms te druk is. Ziekenhuizen die de kapjes verplichten, zoals in vrijwel ieder ander land de norm is. En het merendeel van de Nederlanders staat inmiddels achter zo’n mondkapjesplicht, zo concludeerde Maurice de Hond vorige week op basis van zijn wekelijkse peiling.

Dilemma 3

Mondkapjes zorgen voor schijnveiligheid en worden verkeerd gebruikt (of toch niet?)

Al draagt iedereen uit zichzelf een mondkapje, dan doemt er vanzelf een nieuw probleem op. Want met zo’n kapje gaan we ons onvoorzichtiger gedragen. Met een masker op de neus zoeken we vaker de drukte op. Ze geven een vals gevoel van veiligheid, schijnveiligheid noemt men dat. Toch?!

Mark Rutte zei het, net als Jaap van Dissel en tal van andere hoogleraren. En ook de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) waarschuwt steevast voor schijnveiligheid. 

Maar het wetenschappelijke bewijs voor schijnveiligheid brokkelt af. In de analyse in The British Medical Journal, van 26 juli, verwijzen wetenschappers het verschijnsel van schijnveiligheid resoluut naar de papierversnipperaar. Sterker, ze beginnen hun artikel met een stevige waarschuwing: “Ongegronde zorgen over risicocompensatie bedreigen de volksgezondheid als ze de invoering vertragen van beschermende maatregelen zoals het dragen van gezichtsbedekkingen”.

Lichtzinnig

De wetenschappers baseren zich op 52 bronnen en concluderen dat er geen bewijs is dat mensen zich door bescherming lichtzinnig gaan gedragen. Sterker: er zijn zelfs aanwijzingen dat mensen meer gaan handen wassen en afstand houden als ze eenmaal een mondkapje dragen.

Gedragsonderzoekers van het RIVM werden begin mei gevraagd bestaande literatuur over schijnveiligheid te verzamelen. Zij kwamen toen al tot de conclusie dat er geen sterk wetenschappelijk bewijs is dat “het gebruik van mondkapjes ertoe leidt dat mensen zich zodanig veiliger voelen dat zij andere gedragsmaatregelen minder goed zullen toepassen.” Ook voor het omgekeerde effect, dat mondkapjes ons voorzichtiger maken is geen bewijs.

In aanloop naar het OMT-advies van vorige week staken de gedragswetenschappers van het RIVM de koppen weer bij elkaar. Zijn er inmiddels nieuwe inzichten? Conclusie: ja. Het dragen van een mondkapje lijkt te leiden tot voorzichtigheid en afstand houden, en er is nauwelijks bewijs voor negatieve effecten.

Het RIVM wijst bijvoorbeeld op de resultaten van een test van de Italiaanse wiskundige Massimo Marchiori. Hij droeg een riem met sensoren die meet hoe dicht mensen bij hem komen. Daarna ging hij de straat op. Het effect: als Marchiori een mondkapje droeg, hielden mensen gemiddeld 45 centimeter meer afstand. In Berlijn onderzochten wetenschappers het gedrag van mensen in wachtrijen voor winkels, ook daar hield men netjes afstand tot de gemaskerde persoon.

Voor Jaap van Dissel en de experts in het OMT bieden dergelijke studies echter te weinig houvast. Ze zijn te ‘artificieel’, schrijft Van Dissel. Zorgen over schijnveiligheid die zou kunnen optreden bij breed gebruik van mondkapjes zijn niet weggenomen, aldus het OMT, dat wijst naar een Amerikaans onderzoek waaruit blijkt dat Amerikanen woonachtig in staten met een mondkapjesplicht de neiging hebben dagelijks 20 tot 30 minuten langer naar buiten te gaan.

Verkeerd gebruik

Het OMT wijst tevens op de gevaren van verkeerd gebruik van een mondkapje. Ook daarover is weinig wetenschappelijke consensus, hoewel veel mensen gevoelsmatig wel inzien dat het juist gebruiken van een kapje moeilijk is en het kapje zelf daarmee een bron van besmetting kan worden. Want op en af, en op en af, zoals nu is bedacht in bijvoorbeeld Amsterdam en Rotterdam, dat brengt onherroepelijk risico’s met zich mee.

En dus, stelt het OMT, moet elk gebruik van mondneuskapjes vergezeld gaan van voorlichting en training in de toepassing ervan.

Dilemma 4

Stel dat mondkapjes toch verplicht worden, valt dat dan te handhaven?

“We zijn er niet op uit. Maar wie niet wil luisteren, krijgt met de sterke arm te maken”, zei burgemeester Ahmed Aboutaleb van Rotterdam vorige week tegen de Volkskrant. In de Maasstad neemt het aantal coronabesmettingen rap toe. Vanaf vandaag zijn mondkapjes verplicht in winkelgebieden in het centrum en in het overdekte winkelcentrum Alexandrium. De kapjesplicht geldt tussen zes uur ’s ochtends en tien uur ’s avonds. Op voorhand wil Rotterdam ‘coachend handhaven’. Dat wil zeggen: mensen wijzen op de plicht en ze vriendelijk vragen een kapje te kopen. Maar wie niet luistert, krijgt een boete.

Noodverordening

De experimentele mondkapjesplicht zit prominente rechtsgeleerden zoals Wim Voermans en Jan Brouwer dwars. Zij benadrukken: een mondkapjesplicht kan helemaal niet op basis van een noodverordening, want die verordening is dan in strijd met artikel 10 van de Grondwet. En dat mag niet. De overheid moet volgens de experts wachten tot de coronawet is goedgekeurd door de Tweede Kamer óf de noodtoestand uitroepen. Zolang dat niet gebeurt, sneuvelt iedere boete voor de rechter, denken de rechtsdeskundigen. De repliek van de burgemeesters: Wij dénken dat het kan, en als mensen naar de rechter stappen, dan is dat maar zo.

Ook de Nederlandse Bond voor Boa’s is kritisch. De buitengewone opsporingsambtenaar (boa) moet toezien op het mondkapjesverbod. Het werkt volgens de vakbond niet mee dat her en der verschillende regels gelden. Voer de plicht landelijk in, dat maakt handhaven gemakkelijker aldus de bond. “Regels moeten voor burgers eenvoudig en eenduidig zijn.”

De vraag is ook: gaan mensen nog wel mondkapjes dragen nu in Nederland zo vaak en zo hard is geroepen dat ze niet werken. Ondertussen zijn ze al verplicht in bus, trein, tram, metro en vliegtuig. En lokaal op drukke plekken. Gedragswetenschappers zijn het over één ding eens: consistent beleid werkt het beste.

Lees ook:

Made in Holland: de moeizame weg van het zelf produceren van mondkapjes

Een mondkapje maken: het klinkt zo eenvoudig, maar bekende bedrijven durven er hun vingers niet aan te branden. Een beddenfabrikant en een filterproducent durven dat wel, maar dan moet het ministerie ze wel bestellen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden