NaschriftJonas Gwangwa (1937-2021)

Vrijheidsactivist via de schuiftrompet

Jonas Gwangwa, hier in 2019 tijdens een optreden in Johannesburg. Beeld Oupa Bopape, Getty Images
Jonas Gwangwa, hier in 2019 tijdens een optreden in Johannesburg.Beeld Oupa Bopape, Getty Images

Jonas Gwangwa kwam in 1937 ter wereld in een ­gezin van pianospelers, maar koos zelf voor de trombone. Of nou ja, koos. Hij hoopte in zijn eerste muziekgroep, de Father Huddleston Band, eigenlijk op de klarinet, maar was te verlegen om nee te zeggen toen iemand hem de schuiftrompet aanbood. Dat blaasinstrument zou hem tot een van de succesvolste jazzmuzikanten in Zuid-Afrika maken. Eentje die zijn muziek inzette voor de bevrijding van zijn land.

Gwangwa stierf op 23 januari, op 83-jarige leeftijd, na een lang ziekbed. De Zuid-Afrikaanse president Cyril Ramaphosa, zelf een groot jazzliefhebber, maakte het nieuws bekend. “De trombone die bulderde van stoutmoedigheid en moed, maar die onze ­harten evengoed verwarmde met zachte melodieën, heeft zijn levenskracht verloren”, schreef hij in een eerbetoon. Om daaraan toe te voegen: “Jonas Gwangwa stijgt nu op tot het grote orkest van ­onze muzikale voorouderen, die met hun creatieve genialiteit en hun toewijding aan de vrijheidsstrijd miljoenen Zuid-Afrikanen hebben geïnspireerd en de internationale gemeenschap mobiliseerden tegen de apartheid.”

Verfijnde zwarte stadscultuur

Gwangwa werd geboren in ­Orlando, de oudste wijk van township Soweto. Zijn muzikale carrière begon in de jaren vijftig, toen hij, na de Father Huddleston Band, deel ging uitmaken van de Jazz Epistles, de eerste zwarte Zuid-Afrikaanse jazzband die een volledig album opnam en uitbracht. Het repertoire ademde veel zaken die het in 1948 aan de macht gekomen apartheidsregime verafschuwde: een afwezigheid van zwart tribalisme, enorme zwarte creativiteit en verfijnde zwarte stadscultuur. Toch wilde menig witte Zuid-Afrikaan best op zijn tijd worden vermaakt door wat jazzklanken, zolang de zwarte bandleden hun maaltijd halverwege het optreden maar netjes opaten in de dienstkeuken van het etablissement, samen met de zwarte bediening.

Vanaf de jaren zestig begon het racistische apartheidsregime harder op te treden. Ook tegen zwarte artiesten. “Soms dwongen Boerenjongens (witte Afrikaners) je midden in de nacht om op te treden”, vertelde Gwangwa ooit. Vaak was dat om te treiteren. Gwangwa: “Dan moest je om drie uur ’s nachts opeens op straat gaan tapdansen.” Officiële jazz­optredens werden verboden.

Buiten Zuid-Afrika bleef Gwangwa optreden, zoals tijdens het Sound of Africa-concert in Carnegie Hall in 1965 naast Hugh Masekela, Miriam Makeba en Letta Mbulu. Met Makeba en Harry Belafonte werkte hij samen aan het met een Grammy bekroonde album An evening with Harry ­Belafonte and Miriam Makeba. Hij had toen ook al meegewerkt aan Zuid-Afrika’s eerste zwarte musical King Kong, die na succes in ­eigen land zijn weg vond naar theaters in Londen. Begin jaren zeventig zag Gwangwa zich gedwongen in ballingschap te gaan.

Bevrijdingsbeweging

Het ANC vroeg hem in 1980 om leider te worden van Amandla, het culturele ensemble van die bevrijdingsbeweging. Gwangwa zocht in militaire ANC-bases in Angola naar talentvolle muzikanten en toerde met hen de wereld rond om aandacht te vragen voor het verzet tegen de apartheid in Zuid-Afrika. Het apartheidsregime nam hem dat niet in dank af, hij kwam op een dodenlijst te staan. Zijn huis in Botswana werd binnen­gevallen, maar hij was op dat moment niet thuis. Ondanks die onveilige situatie wist Gwangwa de rust te vinden om in 1987 het titelnummer voor de film Cry Freedom te schrijven, over de door de Zuid-Afrikaanse politie vermoorde anti-apartheids­strijder Steve Biko. Het leverde hem twee Oscarnominaties op.

In 1991 keerde Gwangwa terug naar Zuid-Afrika. Hij bleef muziek maken en ontving vele onderscheidingen. In 2019 werd hij ­ernstig ziek, waardoor hij aan bed gekluisterd raakte. Volgens zijn biografe Gwen Ansell was hij ­echter nooit bitter. Dat zijn vrouw Violet – met wie hij zes kinderen kreeg – begin dit jaar overleed, was een klap die hij niet meer te boven kwam.

De jazzgemeenschap reageerde geschokt op zijn dood. Pianist Nduduzo Makhathini verzekerde dat Gwangwa’s ‘prachtige ver­halen, via zijn muziek, nog ­generaties lang aan kinderen en kleinkinderen in Zuid-Afrika ­zullen worden doorverteld’.

Jonas Mosa Gwangwa werd op 19 oktober 1937 geboren in Soweto en overleed op
23 januari 2021 in Johannesburg.

Lees ook: Meeslepend

Tom Waits, Bono, Elvis Costello, Ruben Bladès: het kan niet op, zoveel grote namen draven op in de Britse documentaire ‘Freedom Highway’. Succes verzekerd, voor de makers die op zoek gingen naar de relatie muziek-politiek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden