De Syrische Boodi Alnatour in gesprek met zijn vrijwillige arbeidscoach Vicky Pronk.

Reportage Inburgering

Vriend en vijand zijn het eens: vluchtelingen hebben meer hulp nodig

De Syrische Boodi Alnatour in gesprek met zijn vrijwillige arbeidscoach Vicky Pronk. Beeld Sigi van ’t Schip

Vluchtelingen met een verblijfsvergunning vinden moeilijk een baan. Cultuurverschillen, stress en het inburgeringsbeleid spelen hun parten. Vrijwilligers van Vluchtelingenwerk helpen bij de zoektocht.

Trots laat de Syrische Boodi Alnatour (28) zijn visitekaartje zien. ‘Enthousiast’, staat er op het blauwe kaartje van adviesbureau Jonge Honden, ‘leergierig’ en ‘verantwoordelijk’. Alnatour loopt stage bij het office management van de Utrechtse organisatie, waar hij meekijkt, de taal leert en went aan het reilen en zeilen op een Nederlandse werkvloer. “Ik krijg een kans”, zegt hij. “Ik kan leren.”

Naast hem op het bankje rondom een oude boom in de Utrechtse binnenstad zit Vicky Pronk (44). Ze neemt het spiksplinternieuwe visitekaartje van hem aan. “Dankjewel”, zegt ze, terwijl ze het kaartje in haar tas stopt, “die ga ik goed bewaren.” Pronk is behalve fotograaf en antropoloog ook vrijwilliger voor Vluchtelingenwerk. Ze begeleidt Alnatour op weg naar een betaalde baan, de twee spreken elkaar elke week om te zien hoe het gaat.

Moeilijk aan 't werk

Vluchtelingen met een verblijfsvergunning komen moeilijk aan werk, bleek onlangs uit onderzoek van de Sociaal-Economische Raad (SER). Van de mensen die in 2014 een verblijfsvergunning kregen, heeft slechts een kwart betaald werk. Tweederde van de volwassenen is afhankelijk van een uitkering. Naarmate mensen langer in Nederland zijn vinden ze vaker een baan, maar dan nog is de kans dat vluchtelingen in armoede eindigen groot.

De SER is niet de enige die concludeert dat statushouders moeilijk hun draai kunnen vinden in Nederland. Eerder trokken de Nationale Ombudsman, het Kennisplatform Integratie & Samenleving en de Rekenkamer dezelfde conclusie. Dat is geen kwestie van onwil bij nieuwkomers, maar ligt deels aan de dubbele achterstand die ze hebben omdat ze én migrant zijn én vluchteling, en aan het starre Nederlandse inburgeringsbeleid. Meerdere onderzoeken stellen dat de manier waarop Nederland de boel regelt mensen eerder in de weg zit dan dat die hen verder helpt.

Statushouders lopen vast in het ondoorzichtige woud van inburgeringsbureaus waarin ze zelf hun weg moeten vinden, het duurt lang voor ze een huis krijgen toegewezen en ze worden regelmatig geplaatst in een gemeente ver van het asielzoekerscentrum waar ze gewoond hebben, waardoor ze niets hebben aan het netwerk dat ze soms al hebben opgebouwd. Wat ook niet helpt is dat vluchtelingen vaak al lang hebben gewacht tegen de tijd dat ze een positieve beslissing van de IND krijgen, een periode waarin ze amper kunnen werken of leren.

Meer hulp nodig

Dus, vindt inmiddels vriend en vijand, hebben vluchtelingen meer hulp nodig. Alnatour, die vier jaar geleden naar Nederland vluchtte, is op weg geholpen door het VIP-project (‘Vluchtelingen investeren in participeren’) van Vluchtelingenwerk Nederland. Tweeduizend nieuwkomers krijgen niet alleen groepstrainingen, waarin ze bijvoorbeeld leren hoe een cv in Nederland eruitziet en hoe de arbeidsmarkt werkt, maar ook intensieve begeleiding van een van de vele vrijwilligers waar Vluchtelingenwerk op kan rekenen.

“We gaan ervan uit dat elk mens uniek is, en dat elk mens dus maatwerk nodig heeft”, zegt Shahiera Sharif, landelijk projectleider van VIP. Toch zijn er een aantal zaken waar veel vluchtelingen tegen aan lopen. Sharif: “Een cv bijvoorbeeld is voor veel mensen een onbekend concept. Vluchtelingen zijn vaak niet gewend hoog op te geven over hun kwaliteiten, terwijl werkgevers dat wel verwachten. In sommige landen is het een teken van respect om iemand niet aan te kijken, terwijl dat in Nederland precies andersom werkt.” Wat statushouders ook leren: als je werk hebt, moet je zelf komen. Wanneer je ziek bent, is je broer of neef sturen niet de bedoeling. “In sommige landen is dat heel normaal. Als je ziek bent, stuur je iemand anders.”

Er zijn meer cultuurverschillen die zorgen voor misverstanden tussen Nederlandse werkgevers en buitenlandse werknemers. Op de laatste training van een VIP-traject in Hilversum worden ze nog maar eens besproken: kom op tijd, vraag je baas of collega om een nieuwe klus als je klaar bent, zeg het als je iets niet snapt. “In mijn land is het niet goed om de baas iets te vragen”, legt Georgiër Giorgi Lomsadze uit. “Dan denkt hij: hij wil mijn stoel. Hij wil mijn baan inpikken.” In Nederland daarentegen komt het vreemd over als iemand eindeloos gaat zitten wachten op een nieuwe opdracht.

Op tijd komen

Adhanet Gebregzabiher uit Eritrea vertelt dat ze moest wennen aan het heilige ‘op tijd komen’. Ze was medisch laborant en haar baas kwam altijd te laat, zegt ze. Eigenlijk kwam iedereen altijd naar eigen goeddunken. “Als je een afspraak hebt, bijvoorbeeld bij de dokter, moet je altijd wachten. Twee uur wachten. Hier is het beter.”

Die cultuurverschillen komen nog bovenop eventuele trauma’s waar vluchtelingen mee kampen, stress omdat ze wachten op de rest van hun gezin of verdriet om omgekomen vrienden of familie en het verlaten van hun huis en haard. “Het vinden van duurzaam werk heeft tijd nodig”, zegt projectleider Sharif. En dat woord ‘duurzaam’ is belangrijk. Vluchtelingenwerk wil voorkomen dat mensen in arren moede vast blijven zitten in slecht betaalde baantjes waarin ze hun ambitie niet kwijt kunnen en waar de samenleving uiteindelijk ook niets aan heeft.

Zo kunnen fysiotherapeuten, leraren of verpleegkundigen wegkwijnen in een distributiecentrum of in de schoonmaak, waar ze zelf niet gelukkig zijn en waar ze ook nog eens weinig Nederlands hoeven te spreken. “We hebben in verschillende sectoren grote tekorten”, zegt Sharif. “Laten we de kracht van nieuwe mensen daar inzetten.”

Droombaan en broodbaan

Dat betekent niet dat iedereen alleen maar genoegen moet nemen met zijn droombaan. Tijdens de VIP-trainingen formuleren vluchtelingen met hulp van hun vrijwillige arbeidscoach hun ‘droombaan’ en hun ‘broodbaan’. Voor de Syrische Alnatour is zijn droombaan een eigen bedrijf, hij werkte in de Syrische hoofdstad Damascus jarenlang in het autobedrijf van zijn vader. 

Maar voor nu is hij blij met zijn broodbaan, een plek in het office management van Jonge Honden. Die kreeg hij aangeboden dankzij de pitch die alle vluchtelingen doen aan het einde van hun trainingen. Daarin vertellen ze wie ze zijn, wat ze kunnen en wat ze willen. “Na mijn pitch kwam Jonge Honden naar mij toe, of ik stage wilde lopen”, vertelt hij. “Ik kende Jonge Honden niet maar ik zei meteen ‘ja’. Ik wil niet op de bank zitten. Daarna ging ik ze opzoeken op internet.”

Sinds hij bij het bureau werkt, gaat het beter met Alnatour en gaat zijn Nederlands met sprongen vooruit. Want dat is nog wel het grootste struikelblok in het vinden van werk: de taal. Een ingewikkeld probleem, want om de taal te leren is werken en veel contact met Nederlanders essentieel. Maar om werk te vinden moeten mensen de taal eigenlijk al goed spreken. Vandaar dat veel vluchtelingen starten met vrijwilligerswerk of een stage. Dat maakt de drempel om hen aan te nemen iets lager. Of dat uiteindelijk ook zal leiden tot betaald werk, moet nog blijken. 

Taal en leeftijd

“Je hoort altijd een paar keer ‘nee’ voor iemand wordt aangenomen”, zegt Pronk, op het bankje bij de Utrechtse boom. Ze heeft naast Alnatour ook een Syrische vrouw onder haar hoede. Pronk zoekt en belt mogelijke werkgevers en bespreekt waar de twee tegenaan lopen en hoe ze problemen kunnen aanpakken. “De taal is vaak een probleem, maar leeftijd speelt bijvoorbeeld ook mee. Het helpt dat Boodi jong is. Maar dat verschilt niet erg van de situatie voor Nederlanders. Voor hen is het ook niet makkelijk om op hun 50ste hun baan te verliezen. Soms is het vak dat iemand uitoefent in zijn thuisland heel anders dan hier: een van mijn medevrijwilligers begeleidt een boekhouder die nooit met een computer heeft gewerkt.”

Nederlanders hechten veel waarde aan diploma’s, zegt Alnatour terwijl hij op het kantoor van Jonge Honden thee zet voor Pronk. “Vluchtelingen hebben veel ervaring maar niet altijd het juiste diploma”, zegt hij. “Ik heb ervaring met tachtig verschillende modellen auto’s. Maar daar heb ik geen diploma voor, iedereen wil hier altijd een diploma.” Nederland zou een soort ervaringsschool moeten hebben, zegt hij, waar vluchtelingen voor hun werkervaring een certificaat kunnen krijgen.

Diplomawaardering 

Behalve de diplomawaardering zijn er meer hobbels op weg naar fijn werk. Zo is het Nederlandse inburgeringsbeleid er lang op gericht geweest dat mensen eerst de taal leren en dan pas gaan werken. Inburgeringsbureaus houden zelden rekening met de mogelijkheid dat mensen werken, waardoor cursussen midden op de dag plaats kunnen vinden. Dat helpt niet in de zoektocht naar werk.

Dat gaat, als het goed is, veranderen. In het nieuwe inburgeringsbeleid, dat in 2021 in had moeten gaan maar waarover de onderhandelingen tussen gemeente en het Rijk in mei stuk liepen op geld, moeten statushouders leren en werken gaan combineren. Gemeenten krijgen weer de verantwoordelijkheid over de inburgering en iedere statushouder krijgt een eigen programma. 

Dat is volgens VIP-projectleider Sharif een goede stap. Ze hoopt dat gemeenten, COA en werkgevers straks, onder het nieuwe inburgeringsbeleid, meer willen samenwerken met Vluchtelingenwerk om mensen aan een baan te helpen. “Maatwerk kost veel tijd, en dankzij onze vrijwilligers is die tijd er”, zegt ze. “Wat wij doen, is voor de gemeente in termen van tijd en geld niet haalbaar. Onze vrijwilligers zijn onze grote kracht.”

Natuurlijk, zegt vrijwilliger Pronk, het is fijn om iemand te helpen met het vinden van een baan. “Maar het grotere goed vind ik dat iemand hier welkom wordt geheten. Vluchtelingen zijn er, daar kun je van alles van vinden, en je kunt ze maar beter helpen een plek te vinden in de samenleving.”

“Zelf vind ik het leuk dat ik op deze manier veel nieuwe mensen leer kennen. Zowel vluchtelingen als andere vrijwilligers. Als je van mensen houdt, is dit een mooie manier om contact te maken.”

Lees ook:

De inburgering gaat op de schop, met een heus persoonlijk inburgeringsplan
Geen ontheffingen meer, strengere boetes en iedereen moet meedoen. Het inburgeringsstelsel gaat op de schop. Onder meer de eigen lening voor statushouders verdwijnt.

SER: Vluchtelingen hebben meer hulp nodig bij zoeken naar werk

In de week dat de gesprekken tussen gemeenten en het ministerie over het nieuwe inburgeringsbeleid mislukten, legde de SER opnieuw bloot waarom vluchtelingen moeilijk werk vinden

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden