Deja VuEconomieles

Voordat Arnold Heertje kwam was economieeen moeilijk en een beetje verdacht vak

Arnold Heertje.Beeld anp

Generaties scholieren groeiden op met het leerboek ‘De kern van de economie’ van de zaterdag overleden econoom Arnold Heertje. Ver voor hem probeerden vakgenoten het vak al te vertalen voor geïnteresseerde jongelingen. Nicolaas Pierson publiceerde in 1875 bijvoorbeeld ‘Grondbeginselen der staatshuishoudkunde’.

Pierson was een man van de wetenschap en de praktijk. Hij doceerde staatshuishoudkunde (destijds de term voor het vak economie) aan een Handelsschool en aan de Universiteit van Amsterdam. Maar de telg uit een ondernemersfamilie was ook directeur van een handelsfirma, een bank, uiteindelijk zelfs De Nederlandsche Bank, minister van financiën en tussen 1897 en 1901 in wezen premier van Nederland (al heette dat toen nog niet zo).

Kortom: Pierson wist waar hij het over had. Daarmee was zijn leerboek niet per definitie een geslaagd project. Achteraf moest hij toegeven dat zijn verreikende inzichten in de werking van economische systematiek de meeste leerlingen en docenten boven de pet gingen. Hij had het niveau van beide groepen te hoog ingeschat.

De wetten van de markt lieten zich voor eenvoudige geesten niet gemakkelijk doorgronden, meende Pierson en met hem meer deskundigen. Bovendien was economie een jonge tak van wetenschap en nog volop in ontwikkeling. Moest je scholieren wel willen lastigvallen met inzichten die voortdurend in beweging waren?

Niet verplicht op gymnasia

Enige afkeer van economie was bovendien voelbaar tijdens politieke debatten over de wenselijke vakken in het voortgezet onderwijs. De moraal was soms ver te zoeken in de staatshuishoudkunde. Misschien dat het daarom geen verplicht vak werd op de gymnasia, die waren doortrokken van een humanistische geest. Op de hbs kregen leerlingen er wel onderricht in, maar daar zaten dan ook de jongens die later ondernemingen moesten runnen.

Baltus Pekelharing, een hoogleraar die in Delft naast recht, staatshuishoudkunde doceerde vond het vak dermate ingewikkeld dat het alleen geschikt was voor de leerlingen in de laatste twee jaren van de vijfjarige hbs. Die van de driejarige hbs moest je er niet mee lastigvallen. Een klein tipje van de sluier kon misschien worden opgelicht tijdens onderricht in aardrijkskunde, geschiedenis of staatsinrichting.

De Haagse advocaat/procureur Moor van der Flier, die zelf ook staatshuishoudkunde had gegeven, hekelde in 1916 in een betoog de stiefmoederlijke behandeling van het vak. Vaak kreeg het net een uurtje per week op het lesrooster. Leraren brachten het in de schaarse tijd, die ze tot hun beschikking hadden, ook nog eens erg abstract.

Zo kon van groeiende liefde voor het vak bij de leerlingen geen sprake zijn, meende Van der Flier. “Veel doelmatiger schijnt het mij, ook voor het prikkelen der belangstelling, achtereenvolgens eenige onderwerpen van den dag, practische bovenal, ter sprake te brengen…” Alleen op die manier zou volgens de jurist het belang en de aanwezigheid van economie in de twintigste-eeuwse maatschappij voor de leerlingen helder worden.

De crisis van 1929

Van grote invloed was een toespraak van de Tilburgse Martin Cobbenhagen, hoogleraar staatshuishoudkunde en een van de oprichters van de RK-Handelshooge­school in Tilburg (voorloper van de latere universiteit) op een nationale bijeenkomst van verenigingen op het gebied van economisch onderwijs in 1932. Benadruk het cultureel-vormende van het vak, was zijn belangrijkste argument. Het materiële en het geestelijke vormden twee kanten van dezelfde medaille. Tot dan toe werd economie in zijn ogen veel te veel gezien als een soort beroepsonderwijs.

Cobbenhagen had het tij mee. Misschien wel mede door de wereldwijde crisis, begonnen in 1929, was de belangstelling voor het vak gegroeid. En toch moest een volwaardige plek voor economie in de pakketten voor voortgezet onderwijs nog wachten tot 1968. In dat jaar trad de Mammoetwet in werking en zagen de nieuwe schooltypes havo en vwo het licht.

Paul van der Steen bekijkt wekelijks het nieuws door een historische bril.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden