NaschriftLiefke Munneke (1956-2021)

Voor Liefke waren de Groninger Ommelanden van onschatbare waarde

Liefke Munneke-Bos en haar Jan. Beeld
Liefke Munneke-Bos en haar Jan.

Liefke Munneke-Bos was op vele terreinen actief, maar haar grootste passie was historisch onderzoek naar Gronings erfgoed. Toen aardbevingen ernstige schade veroorzaakten, ook aan haar eigen woning, ontpopte ze zich als een onvermoeibare voortrekker in de strijd voor herstel.

Als er werd geoogst bij boerderij ‘Noorn’ deed Liefke de catering. Enthousiast stond ze pannenkoeken te bakken en maakte soep voor de mensen die meewerkten met de boer. Vorig jaar, toen de suikerbieten weggebracht werden, voorzag ze iedereen ’s nachts van koffie en broodjes. Liefke bracht gezelligheid en was gastvrij. Ze hield ervan voor vrienden en familie te koken. Vaak zaten ze buiten op het terras met uitzicht over het wijde land dat ze zo liefhad. Voor even was ze dan terug in haar eigen omgeving. Al sinds 2017 wachtten haar man Jan en zij op de terugkeer naar hun boerderij die ze noodgedwongen hadden verruild voor een tijdelijk flatje in Appingedam.

’t Noorn, gebouwd op een wierde net buiten het dorp Krewerd in noordoost-Groningen, had grote emotionele waarde voor Liefke. Haar overgrootvader was de eerste eigenaar van de kop-hals-rompboerderij. Opa Bos begon er als boer in 1916. Haar ouders Marten Bos en Antje Knol zetten het gemengde bedrijf voort. Later ging haar vader over op akkerbouw. Liefke en haar jongere broer Eltje werkten een enkele maal mee als het heel druk was, maar liever hielp ze in de bloementuin. Regelmatig vond ze oude potscherven, pijpenkoppen en kloosterstenen. Zo’n bodemschat die iets vertelde over het verleden, bewaarde ze als een kostbaar souvenir.

Op haar achttiende ging ze naar de Hogere Landbouwschool in Groningen en koos voor de richting veehouderij. Ze was een hardwerkende student, maar niet de braafste. Gaf een docent in haar ogen slecht les dan haalde ze haar vriendin over om naar de stationsrestauratie te gaan voor koffie en appeltaart.

De jonge Liefke in 1960. Beeld
De jonge Liefke in 1960.

Na afronding van haar studie verkaste ze van Groningen naar Utrecht, waar ze diergeneeskunde ging studeren. Veearts worden was haar droom. Ze trof het slecht: net in die periode werd een streng selectiebeleid ingevoerd om het teveel aan studenten terug te dringen. Hoe ze ook ploeterde, het lukte niet aan de eisen te voldoen. Na één jaar moest ze haar studie staken – het duurde een poos voordat ze over deze grote teleurstelling heen was. Maar ze herpakte zich en zei nuchter: “Je kan wel op een stoel gaan zitten kniezen, maar daar koop je niets voor.”

Een nieuwe invulling aan haar leven geven was moeilijk. Wegens slapte op de arbeidsmarkt in de jaren zeventig waren vaste banen schaars en vond ze slechts tijdelijk werk op verschillende terreinen. Zo organiseerde ze agrarische studiereizen naar het buitenland, hielp ze als verloskundige en bestrijder van zwoegerziekte op een schapenhouderij en kwam ze onder meer terecht op een accountantsbureau – een werkomgeving die haar niet erg beviel. Met meer plezier gaf ze rondleidingen in de Suikerfabriek in Groningen.

Haar sluimerende interesse in de geschiedenis van de Groninger Ommelanden ontwaakte toen ze rond haar dertigste als vrijwilliger betrokken raakte bij archiefonderzoek naar oude boerderijen in de voormalige gemeente Bierum (nu gemeente Delfzijl). Heel vaak was ze in het archief te vinden, want aan half werk deed ze niet. Na twaalf jaar resulteerde dat in 1996 in de publicatie van Het Bierumer Boerderijenboek, waarvan zij een van de coauteurs was. Wat begon als een liefhebberij naast haar kortdurende contracten, was uitgegroeid tot een “schitterende, totaal uit de hand gelopen hobby”, zoals ze zelf zei.

Liefke Munneke-Bos aan het werk in de bloementuin in 2002. Beeld
Liefke Munneke-Bos aan het werk in de bloementuin in 2002.

Ze deed aanvullende studies geschiedenis en landschap aan de Rijksuniversiteit Groningen, en volgde een cursus geologie. Zelf gaf ze cursussen archiefonderzoek. Met aanstekelijk enthousiasme bracht ze cultuurhistorische bezienswaardigheden onder de aandacht. Onder andere met haar bijdrage aan het Boerderijen- en Molensboek Appingedam; als voorzitter en secretaris van de kerkcommissie en de begraafplaats Krewerd; en als bestuurslid van Stichting Oude Groninger Kerken. Die belangstelling was aangewakkerd door haar vader. Hij was kerkvoogd van de eeuwenoude kerk in Krewerd en de stuwende kracht achter de voltooide restauratie van de kerk en het zestiende-eeuwse orgel. Liefke leidde vijfentwintig jaar excursies naar kerken in Groningen, Duitsland en Sint-Petersburg. Ze werd een bekende Groningse die op straat om de haverklap werd herkend.

Op haar vijfenveertigste, tijdens de vele uren die ze doorbracht in de archieven, ontmoette ze Jan Munneke in het kadaster. Daar deed Jan, die werkzaam was geweest in de binnen- en buitenlandse commerciële sector in medische apparatuur van Philips, onderzoek naar schepen. Eerder al had hij een genealogieboek voltooid over zijn familie, van wie veel leden schipper waren geweest. Al gauw sloeg de vonk over tussen de twee. Ze trouwden in 2003 en woonden in Roodeschool totdat ze in 2010 in haar ouderlijke boerderij in Krewerd trokken. Haar vader was overleden, haar moeder verhuisde naar een serviceflat. De resterende dertig hectare land bij de boerderij was verpacht aan een boer.

Aardbevingen

Het maakte haar gelukkig terug te zijn op de plek waar ze was opgegroeid. Maar het leven veranderde toen ze in 2012 voor het eerst te maken kregen met een aardbeving, als gevolg van gaswinning door de NAM. Nieuwe schokken volgden tot op de huidige dag. Tijdens hevige bevingen in 2013 lagen ze te schudden in bed, er klonken harde knallen, in de muren verschenen nieuwe scheuren. In 2014 was ’t Noorn de eerste zwaar gehavende boerderij die gestut moest worden. De monumentale schuur duwde het voorhuis steeds meer uit het lood. Uiteindelijk werd de situatie zo onveilig dat Liefke en Jan in 2017 een tijdelijk appartementje in Appingedam betrokken, in afwachting van de afhandeling van mijnbouwschade.

Er gebeurde weinig. De Nationaal Coördinator Groningen maakte geen haast en traineerde de voortgang. Bouwbegeleiders en taxateurs die in dure auto’s kwamen kijken, kwamen niet met oplossingen. Nu eens was de aannemer te duur of had geen verstand van zaken; dan weer zouden de scheuren veroorzaakt zijn door mollen in de tuin, de harde wind, slecht voegwerk of het waterschap dat had zitten klooien met de waterstand.

Ook de kerk in Krewerd kreeg het zwaar te verduren – ze werd optisch hersteld, maar om onherstelbare schade te voorkomen hing de klok voortaan stil. “De klok beeft wel, maar wordt niet geluid”, zei Liefke tegen de pers. Ze stond de media vaak te woord, bij demonstraties en bijeenkomsten maakte ze er een sport van in beeld te komen zodat ze haar zegje kon doen. Op hun beurt pikten cameraploegen haar er direct uit: ze was lang en had mooi haar. Een opvallende verschijning. Ze had een koppig karakter: lastig te overtuigen als ze ongelijk had, maar hier kwam het goed van pas. Strijdbaar was ze en volhardend – ze liet zich niet afschepen met vage beloftes. ‘Kop d’r veur’ noemde ze dat op z’n Gronings.

Liefke schildert een muuranker (2006). Beeld
Liefke schildert een muuranker (2006).

Jan en zij ontpopten zich als onvermoeibare voortrekkers in de strijd voor gerechtigheid en schadeherstel in de hele regio. Ze namen deel aan protestactiviteiten en bezochten onder meer de Tweede Kamer. Sociaal bewogen als ze was, kwam ze ook op voor andere gedupeerden die niet altijd zo assertief waren als zij. Soms belde iemand haar in tranen op en ging ze langs om een hart onder de riem te steken.

De slepende affaire kostte veel tijd en energie, soms dreigden Jan en zij de moed te verliezen omdat de zaak muurvast zat. Uiteindelijk werd een begin gemaakt met versteviging van de schuur, maar er moest veel meer gebeuren. De stress bleef. Afleiding vond ze toen ze het in het slop geraakte archiefonderzoek weer oppakte als redactielid van het boek Verhalen van Delfzijl dat eind 2020 verscheen. Daarnaast werkte ze aan een herziene uitgave van Het Bierumer Boerderijenboek. Dit werk kon ze niet afmaken, omdat ze ziek werd. In december kreeg ze de diagnose alvleesklierkanker.

Ze had het er heel moeilijk mee. Toch liet ze niet alles uit handen vallen. Ze ordende haar onderzoeksresultaten, zodat deze ‘panklaar’ aangeleverd konden worden aan De Groninger Archieven, in de hoop dat iemand er verder mee zou gaan. Ook in de schadeherstelkwestie wilde ze van geen opgeven weten, maar een oplossing leek niet nabij. Tot er hulp kwam, mede van burgemeester Gerard Beukema van Eemsdelta die een uitweg uit de impasse zocht vóór haar overlijden. Op 9 april kwam het tot een mondelinge overeenkomst met de Nationaal Coördinator Groningen. Liefke kon er niet meer bij zijn. Ze belde de burgemeester om hem te bedanken, maar wist dat als de boerderij op een dag weer bewoonbaar was, Jan zou terugkeren, zonder haar.

Liefke Elizabeth Munneke-Bos werd geboren op 24 mei 1956 in Appingedam en overleed aldaar op 17 april 2021.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden