. Beeld Getty Images

Gezonde Zin Peter Henk Steenhuis & Daan Breederveld

Voor de millennial is een burn-out niet hét probleem

‘Millennial, probeer je werk eens als een baantje te zien’ kopte de Volkskrant vorige week.  Aanleiding vormde het boek ‘Werken met millennials’ van psycholoog Thijs Launspach, die bezorgd was over het hoge aantal burn-outs onder de groep. Launspach (1988) behoort zelf tot de millennials, de generatie geboren tussen 1980 en 2000.

Millennials, zijn dat niet jongeren die met een laptop onder de arm van koffietent naar koffietent hoppen? Druk bezig – ja, met wat eigenlijk? Integendeel, Launspach ziet een ambitieuzere en harder werkende generatie vergeleken met de voorgaande. Het probleem zit volgens Launspach in de hoge verwachtingen die ze van hun carrière hebben: “Millennials zijn opgegroeid met het maakbaarheidsideaal”. En: “Ouders en leraren hebben altijd gezegd: je kunt alles worden wat je wilt, als je maar je best doet”. Fijn als dat lukt, maar wat als je je ambities en idealen niet haalt? Bekruipt je dan niet het gevoel een loser te zijn? Launspach: “Hierdoor ontstaat er een taboe op falen en het vragen om hulp.” Hij brengt dit fenomeen in verband met het hoge aantal burn-outs in deze leeftijdsgroep.

Dat laatste is een misvatting: er is geen sprake van een groeiend aantal burn-outs bij millennials. ‘Een groeiend aantal’ veronderstelt namelijk een toename van een fenomeen dat systematisch is bijgehouden. Wie iets beter kijkt naar hetgeen beschreven wordt in de statistieken, komt tot een andere conclusie. Het gaat hier om een door werknemers zelf gerapporteerde burn-out, in de nationale enquête arbeidsomstandigheden (Hooftman et al., 2019).

Nu biedt deze enquête prima stof voor beleidsmakers, maar betrouwbare cijfers over de prevalentie - hoe vaak de ziekte voorkomt - van burn-out levert het niet op. Media nemen deze constateringen  graag over en concluderen vervolgens dat er een epidemische toename van een gediagnosticeerde ziekte zou zijn. Dat heeft dan weer alles te maken met de definitie van burn-out, waarbij sprake is van een syndroom van een opeenstapeling van klachten.

Ambities

Afgelopen mei maakte de Wereldgezondheidsorganisatie, de WHO, bekend dat burn-out ook in de nieuwe International Classification of Disease (ICD-11) weer een plek zou krijgen. Daar werd in een niet mis te verstane verklaring van de WHO aan toegevoegd: ‘burn-out is not a disease’. De verzameling klachten wordt geclassificeerd als een syndroom. Dit eufemisme voor ziekte is, zoals veel medische definities, afkomstig uit het Grieks, waarbij sundromè is samengesteld uit ‘samen’ en ‘loop’. Letterlijk een samenloop van klachten dus. De wat ambivalente beschrijving van de WHO biedt geen duidelijkheid over aan wie het stellen van de ‘diagnose’ is voorbehouden, noch wat nu de status van het ‘syndroom’ precies is.

Is er dan niets aan de hand met dat baantje van de millennial? Zeker wel. Door hun  hoge ambities ligt de teleurstelling voor de hand. Maar teleurstellingen vormen nog geen syndroom. Of toch? Met de ‘goed nieuws show’, zoals een patiënt de uitingen van ieders carrière op sociale media ooit treffend benoemde, wordt door een grote groep zorgvuldig een veel te positief beeld neergezet. Een leugen naar de buitenwereld, waar de millennial zelf ook in gaat geloven. Veel meer dus, dan uitsluitend te hoge verwachtingen.

Somberheid

Voormalig denker des Vaderlands, René Gude, sprak een aantal jaar geleden al over stress als gevolg van competitie, selectie en concurrentie. Gude: “De individuele winnaar neemt alles en is gelukkig, maar de verliezer - vaak dezelfde persoon, maar iets later - heeft niets en wordt treurig.”

Somberheid ligt vervolgens op de loer en het lichaam waarschuwt dat de ingeslagen koers leidt tot uitputting. En dan maar hopen dat dit besef op tijd komt, want het invoeren van deze klachten op een willekeurige test op internet leidt al tot een hoge score op de schaal van burn-out. De burn-out melding in de nationale enquête arbeidsomstandigheden is daarmee een feit.

De oplossing die Launspach aandraagt, is mooi. Om teleurstellingen te voorkomen, adviseert hij leidinggevenden hun werknemers te waarschuwen dat het carrièrepad niet altijd steil omhoog loopt.  Launspach: “Millennials hebben torenhoge verwachtingen van het leven. Ze willen overal goed in zijn en een gewone baan die bij hen past, is niet voldoende: het moet een droombaan zijn. Maar de keiharde waarheid is: ze gaan over het algemeen een minder rooskleurige toekomst tegemoet dan hun ouders. Een beetje verwachtingsmanagement kan daarom geen kwaad.”

Dit is een terecht advies aan leidinggevenden, zoals Launspach er in zijn boek meer geeft.  Het boek komt op een goed moment, want wij zien in de praktijk nog zo'n beetje het tegendeel gebeuren: de leidinggevende maakt hier toch nog meestal een probleem van de werknemer van, die misschien wat aan mindfulness moet gaan doen om minder gestrest te worden. En misschien moet hij of zij ook niet zo zwaar tillen aan zijn baan.   

Niet wachten

Dit lijkt ook de strekking van het artikel in de Volkskrant : “Millennial, probeer je werk eens als een baantje te zien.” Hier wordt het probleem weer afgeschoven op de werknemer, die anders moet leren kijken naar zijn carrière. Dat blijkt ook uit de voorbeelden die de Volkskrant aanhaalt: jonge werknemers die ervoor kiezen de werklat lager te leggen en zingeving uit andere activiteiten te halen. Niks mis mee, alleen zo wordt het echte probleem toch weer verschoven, en laat de werkgever bovendien een groot potentieel onbenut. Net als wij in de praktijk zien gebeuren, lijkt de oplossing zich hier te beperken tot keuze uit twee mogelijkheden: zo doorgaan en eraan gaan, of terug in functieniveau en je voldoening ergens anders vandaan halen.

Als de werkgever er voor open staat, moet er meer te kiezen zijn. Dat is ook de strekking van het boek van Launspach. Laten werkgevers en werknemers zich samen richten op ‘gezonde zin’ in het werk. In gesprek met elkaar moeten veel meer mogelijke oplossingen boven water te halen zijn. Wacht niet tot millennials uitvallen of vertrekken. Start de dialoog over wat ze meer zin zou kunnen geven. En wees vooral bereid om hun ideeën daadwerkelijk door te voeren in de organisatie.

Hebben we nog ‘gezonde zin’ in ons werk? Dat onderzoeken bedrijfsarts Daan Breederveld en journalist Peter-Henk Steenhuis in een nieuwe serie columns. Daarbij maken zij gebruik van de inzichten van de in 2015 overleden ‘Denker des Vaderlands’ René Gude (1957-2015).

Reageren? Een vraag stellen over ‘gezonde zin’? Mail naar henk@zinverzetten.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden