Een mijngebied aan de Zuid-Afrikaanse westkust. De organisatie Protect The West Coast verzet zich hier tegen de mijnbouw.

ReportageProtestbeweging

Verzet tegen de mijn kan je het leven kosten in Zuid-Afrika

Een mijngebied aan de Zuid-Afrikaanse westkust. De organisatie Protect The West Coast verzet zich hier tegen de mijnbouw.Beeld Hollandse Hoogte / EPA

Wie actie voert tegen de komst van een mijn in Zuid-Afrika krijgt vaak te maken met bedreigingen. Ook Nonhle Mbuthuma. En zij weet dat het menens is: een medeactivist werd in 2016 vermoord.

Een paar keer per jaar krijgt Nonhle Mbuthuma (43) berichtjes van een ongeregistreerd nummer: dat zij de volgende zal zijn, dat zij op een dodenlijst staat en dat haar lot hetzelfde zal zijn als dat van Sikhosiphi Rhadebe indien zij haar verzet tegen de komst van een titaniummijn in haar dorp Xolobeni niet stopt. Rhadebe werd in 2016 in zijn huis geliquideerd terwijl zijn zoon machteloos toekeek. Hij was voorzitter van het Amadiba Crisis Committee, een organisatie die zich namens de lokale gemeenschap verzet tegen de komst van de mijn. Mbuthuma volgde hem op.

Xolobeni ligt in een gebied dat de Wild Coast heet, in het zuidoosten van Zuid-Afrika. Al sinds 1996 heeft het Australische mijnbedrijf Mineral Commodities (MRC) er grootse plannen. Maar de lokale boeren en vissers steken daar tot nu toe een stokje voor. “De mijn zal extreem veel water gebruiken, waardoor er niet meer genoeg voor ons overblijft”, legt Mbuthuma uit. En ze vreest de milieuvervuiling. “Na 22 jaar zal de mijn zijn uitgeput en worden wij achtergelaten met alle problemen.”

Meerdere boerenfamilies zullen hun land bovendien moeten verlaten als de mijn er ooit werkelijk komt. “En ook enkele graven van onze voorouders dienen te worden geruimd”, zegt Mbuthuma. “Dat is onbespreekbaar binnen onze cultuur. En het betreft de graven van mensen die zich tijdens de twintigste eeuw fel verzetten tegen de Britse kolonisatie en de apartheid. Moeten uitgerekend hun laatste rustplaatsen nu verdwijnen vanwege de belangen van een buitenlands bedrijf?”

Het protest van het in 2007 opgerichte Amadiba Crisis Committee heeft al veertien jaar lang succes. In 2018 bepaalde de rechter zelfs dat de regering pas mijnrechten in het gebied mag uitgeven wanneer zij daarvoor formele instemming heeft ontvangen van de lokale gemeenschap. Maar juist dit succes lijkt aan de basis te liggen van alle bedreigingen. Want de economische belangen zijn groot, niet alleen voor het Australische mijnbedrijf, ook voor de lokale politiek.

Moord is geen uitzondering

Bedreigingen als die aan het adres van Mbuthuma – en zelfs moorden zoals die op Rhadebe – zijn geen zeldzaamheid in Zuid-Afrika. Onderzoek van organisaties Human Rights Watch (HRW), Earthjustice, Centre for Environmental Rights en groundWork wees in 2019 uit dat bedreigingen en geweld tegen milieuactivisten ook schering en inslag zijn in veel andere mijngebieden in het land.

Hoe serieus de situatie is die zij beschrijven in hun rapport ‘We know our lives are in danger’, bleek eind vorig jaar opnieuw toen de 65-jarige activiste Fikile Ntshangase in haar woning werd doodgeschoten. Niemand twijfelt eraan dat haar verzet tegen de uitbreiding van een steenkolenmijn naast Hluhluwe-iMfolozi, het oudste natuurpark van Zuid-Afrika, de aanleiding was. Temeer omdat een paar maanden eerder ook al het huis van een andere activist, Tholakele Mthethwa, was beschoten en er eveneens een aanval was uitgevoerd op het huis van Sabelo Dladla. Die gaf daarna zijn verzet tegen de uitbreiding van de mijn op. Hij noemde zorgen over zijn veiligheid als belangrijkste reden.

De dader wordt zelden gevonden

Wie er achter de talloze bedreigingen aan het adres van milieuactivisten in de Zuid-Afrikaanse mijngebieden zit, is lastig te zeggen. Na de liquidatie van Ntshangase haastte het bedrijf achter de steenkolenmijn, Tendele Coal, zich om die moord te veroordelen.

De kans is klein dat de mijnbedrijven achter de liquidaties zitten. De directeur van Tendele opperde dat het geweld waarschijnlijk voortkomt uit de angst die binnen de lokale gemeenschap zelf bestaat voor het verlies van banen. Tendele waarschuwt al tijden dat zonder grondige uitbreiding zijn steenkolenmijn bij Hluhluwe-iMfolozi niet langer winstgevend zal zijn, en dat bij een sluiting 1.600 mensen hun werk zullen kwijtraken.

Toch valt Tendele volgens Arnold Tsunga van het Southern Africa Human Rights Defenders’ Network zeker niet geheel vrij te pleiten. Tsunga legde na de moord op Ntshangase in Zuid-Afrikaanse media uit dat het mijnbedrijf bewust publiekelijk duidelijk maakte wie binnen de gemeenschap tegen de uitbreiding van zijn mijn was. Daarmee wakkerde het dus nadrukkelijk de lokale spanningen aan, die het na de moord op Ntshangase nota bene zelf als hoofdoorzaak aanwees.

Hoeveel milieuactivisten als Ntshangase en Rhadebe precies in Zuid-Afrika worden vermoord, is lastig te zeggen. In een land met 21.000 moorden per jaar, waarvan een aanzienlijk deel nooit wordt opgelost, is het niet altijd eenvoudig het motief achter een misdaad vast te stellen. Toch benadrukt Katharina Rall van HRW dat het probleem groter is dan het op het eerste gezicht lijkt. “Veel mensen durven geen aangifte te doen van de intimidatie waarmee ze te maken krijgen”, zegt zij.

Tijdens haar onderzoek in verschillende mijngebieden voor het rapport uit 2019 sprak Rall meerdere activisten die overwogen hun verzet tegen mijnprojecten op te geven, omdat zij zich niet langer veilig voelden. Daarin schuilt volgens haar een groot gevaar voor de grondbeginselen van de Zuid-Afrikaanse rechtstaat. De regering zou het probleem daarom ‘veel serieuzer’ moeten nemen.

Cruciaal is volgens Rall in de eerste plaats dat de politie meer moeite gaat doen om moorden als die op Ntshangase en Rhadebe op te lossen. Zulke moordzaken moeten prioriteit krijgen, omdat alleen op die manier het vertrouwen in de rechtstaat kan worden hersteld. Zelfs voor de moord op Rhadebe is vijf jaar na dato nog altijd niemand opgepakt. En Mbuthuma heeft bijvoorbeeld nooit veel interesse kunnen ontdekken bij de politie om te achterhalen wie haar nu eigenlijk bedreigt.

Vreedzaam overleg wordt ‘met klem gestimuleerd’

Ook de Minerals Council, een Zuid-Afrikaanse koepelorganisatie voor mijnbedrijven, riep de politie na de moord op Rhadebe op de zaak zo snel mogelijk op te lossen. En zij sprak zich meerdere keren openlijk uit tegen het geweld en de intimidatie aan het adres van activisten, benadrukt Tebello Chabana van de organisatie. De Minerals Council moedigt de bij haar aangesloten mijnbedrijven bovendien aan om specifiek beleid te implementeren waarbij de bezwaren van lokale gemeenschappen tegen de komst van mijnprojecten beter wordt meegewogen en waarin vreedzaam overleg met civiele organisaties en de lokale gemeenschappen met meer klem wordt gestimuleerd.

Volgens Rall is dat allemaal te weinig, te vaag en te vrijblijvend. En ook Mbuthuma is niet onder de indruk. Zij is zelf intussen druk met het tegenhouden van alweer een nieuw project in haar regio: de aanleg van een snelweg, die zij moeilijk los kan zien van de door de overheid verlangde titaniummijn.

De geplande aanleg van de snelweg is volgens haar het bewijs dat de regering de komst van die mijn in Xolobeni – en de daaraan verbonden belastinginkomsten – nog altijd niet uit haar hoofd heeft gezet.

“Het doet mijn bloed koken”, zegt ze. “De regering kiest voortdurend de kant van de mijnbedrijven. Het gaat steeds weer over hoeveel banen het oplevert en hoe goed het is voor de lokale economie. Het vermindert onze armoede, zeggen ze dan. Maar wat is armoede? Onze gemeenschap is volledig zelfvoorzienend. Terwijl de regering door heel Zuid-Afrika voedselpakketten moest uitdelen aan het begin van de coronacrisis, hadden wij hier ruimschoots genoeg om te eten.”

Mbuthuma piekert er dus niet over om te stoppen met haar activisme, hoeveel doodsbedreigingen ze ook ontvangt. Amnesty International riep de Zuid-Afrikaanse regering enige tijd geleden op om persoonsbeveiliging voor haar te regelen. Maar daar is nog altijd niets van terechtgekomen.

Lees ook: Bijna nergens ter wereld is de lucht zo vervuild als in het Zuid-Afrikaanse Kriel

In de Zuid-Afrikaanse plaats Kriel is de lucht meer vervuild dan op de meeste plekken elders op aarde. Dat is een gevolg van een hele rits steenkolencentrales en -mijnen. Toch weigert staatsenergiebedrijf Eskom om over te schakelen op duurzame energie.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden