InterviewChristina Lamb

‘Verkrachting wordt te vaak als bijzaak gezien’

Christina Lamb Beeld DAVID HARTLEY/REX/Shutterstock
Christina LambBeeld DAVID HARTLEY/REX/Shutterstock

Hoewel het al in 1919 als oorlogsmisdaad werd benoemd, wordt verkrachting in conflictsituaties toch vaak gezien als bijzaak. Het maakte de Britse journaliste Christina Lamb enorm boos. Daarom schreef ze Ons lichaam, jullie slagveld. 

Het is niet een boek voor het slapengaan. Ook niet echt voor overdag, trouwens. In Ons lichaam, jullie slagveld. De verzwegen oorlogsmisdaden tegen vrouwen laat de Britse journaliste Christina Lamb zien hoe in oorlogen en conflicten vrouwen stelselmatig slachtoffer worden van verkrachting en seksueel geweld. Het is het goedkoopste wapen dat de mens kent, schrijft ze. “Het verwoest mensen en vaagt dorpen leeg. Het maakt paria’s van jonge meisjes die een einde aan hun leven wensen voor het goed en wel is begonnen. Het brengt kinderen voort die hun moeders elke dag aan hun beproeving herinneren en vaak door hun gemeenschap worden verstoten als ‘slecht bloed’. En het wordt bijna altijd genegeerd in de geschiedenisboeken”.

In Ons lichaam, jullie slagveld komt een groot deel van de wereld voorbij. Lamb, als buitenlandcorrespondent verbonden aan The Sunday Times, reist van Europa naar Azië, van Afrika naar Zuid-Amerika. Ze verhaalt over vrouwen die in de jaren zeventig slachtoffer werden van de Argentijnse junta, over Bosnische vrouwen die, een kwart eeuw geleden, werden verkracht door hun buurman, over Filippijnse vrouwen die tijdens de Tweede Wereldoorlog als troostmeisjes werden vastgehouden door het Japanse leger; over Nigeriaanse schoolmeisjes die, deze eeuw, als seksslavin werden verhandeld, en over jezidi-vrouwen die hetzelfde overkwam.

Christina Lamb Beeld DAVID HARTLEY/REX/Shutterstock
Christina LambBeeld DAVID HARTLEY/REX/Shutterstock

Als lezer is het moeilijk te bevatten.

“Ik wilde me eerst beperken tot een paar verhalen. Maar ik heb vervolgens besloten dat ik de enorme schaal waarop deze misdaad plaatsvindt, wil laten zien, al is mijn boek zelfs nu nog allesbehalve uitputtend. Ik had er de rest van mijn leven mee bezig kunnen zijn, kijk maar naar wat er nu in Ethiopië gebeurt. Ik wilde die vrouwen een stem geven, in hun eigen woorden laten vertellen. Ik heb me verder niet zo beziggehouden met de vraag of de lezer er wel tegen kan. Ik heb dit boek geschreven omdat ik boos ben. Dat het gebeurt, nog steeds, in de 21ste eeuw. En dat er zo weinig wordt gedaan om ervoor te zorgen dat wordt erkend wat vrouwen is aangedaan, dat ze gerechtigheid krijgen.”

Lamb, wier reportages herhaalde malen zijn bekroond, begint haar boek op het Griekse eilandje Leros, waar ze in een vervallen psychiatrische inrichting voor het eerst spreekt met jezidi’s. Het is de zomer van 2016. Eigenlijk is ze er om een algemeen verhaal te schrijven over de opvang van vluchtelingen, maar het loopt anders. Een meisje duwt haar een telefoon in haar handen met een filmpje waarop te zien hoe hoe haar zus levend wordt verbrand. Al decennia had Lamb (1965) verslag gedaan van oorlog en conflict, maar, zegt ze over die ontmoeting: “Ik heb nog nooit mensen ontmoet waarbij het zo duidelijk was dat er iets vreselijks met ze was gebeurd. Wat het precies was, wist ik nog niet, maar al het licht was uit hun ogen verdwenen, ze leken dood noch levend.”

Na Leros reist ze naar Duitsland, waar een groep van zo’n 2000 jezidi-vrouwen en meisjes onderdak heeft gekregen. Ze hoort hoe velen van hen door mannen van IS als seksslavinnen werden vastgehouden en keer op keer doorgegeven, hoe ze door strijders op internet te koop werden aangeboden, ‘naast spelcomputers en tweedehands auto’s’. Een meisje van 16 vertelt dat ze zo’n zes weken lang dagelijks werd verkracht. Maar het ergste kwam toen haar ‘eigenaar’ aankondigde een ander meisje te gaan kopen. Nu heb ik het ergste gehad, dacht ze. Maar hij kwam terug met een meisje van tien, dat ’s nachts heel hard om haar moeder schreeuwde. “Ik huilde meer om dat meisje dan ik ooit om mezelf heb gedaan”, vertrouwt ze Lamb toe.

Verkrachting werd in 1919, bij de Vredesconferentie van Parijs na de Eerste Wereldoorlog, als een oorlogsmisdaad aangemerkt. Maar tot vervolging is het niet vaak gekomen. Hoe komt dat?

“Het probleem is dat het heel vaak als minder erg, minder belangrijk wordt beschouwd. Als iets wat nu eenmaal bij oorlog hoort. Ik was in Irak waar IS-strijders werden berecht. Ik sprak met een rechter en die zei dat er geen reden is om je speciaal daarover druk te maken als er ook zoveel mensen zijn gemarteld en gedood. Hij zag niet de noodzaak om daders expliciet verkrachting ten laste te leggen als ze zich ook schuldig hadden gemaakt aan moord. Maar dat betekent dus dat verkrachting onzichtbaar blijft, dat het niet meetelt, dat het als bijzaak wordt gezien. Terwijl de levens van vrouwen kapot zijn gemaakt. Zoveel vrouwen die ik heb gesproken, maakt niet uit waar, zeiden: ‘Ik was liever dood geweest dan hiermee te moeten leven’.”

Verkrachting is bovendien de enige oorlogsmisdaad waarbij het slachtoffer gestigmatiseerd wordt, soms zelfs uitgestoten, aldus Lamb. Als iemand wordt gemarteld of diens arm afgehakt, spreekt niemand het slachtoffer daarop aan. Bij verkrachting is dat anders. In haar boek beschrijft ze een bezoek aan de Filippijnen, waar ze spreekt met diverse vrouwen, inmiddels oud en versleten, die zo’n driekwart eeuw geleden door Japanse soldaten tot seksuele slavernij werden gedwongen. Na de oorlog, aldus een van hen, ‘vroegen we ons af wie bereid zou zijn te trouwen met een vrouw die door honderden Japanners was verkracht. Sommige mensen noemden ons zoiets als tira ng hapones, Japanse afdankertjes’. Dus deden de meesten er het zwijgen toe. Jaren en jarenlang. Toen sommigen uiteindelijk toch durfden te vertellen wat hen was aangedaan, kregen ze het verwijt dat ze hun familie ten schande hadden gemaakt door hun mond open te doen.

Een vrouw vertelt Lamb over de boosheid van haar dochter, die een tijdlang zelfs niet meer met haar wilde praten. ‘Ik was dus twee keer het slachtoffer – van de Japanners en van mijn gezin.’ Ook de samenleving als geheel wil van hun lot niet weten. Een in december 2017 in Manilla opgericht standbeeld ter ere van de troostmeisjes was vier maanden later alweer verdwenen.

Is er dan helemaal geen vooruitgang geboekt als het gaat om gerechtigheid voor deze vrouwen?

“Gerechtigheid betekent niet voor iedereen hetzelfde. Niet iedere vrouw gaat het erom dat haar verkrachter voor de rechtbank wordt gesleept, het gaat vooral om erkenning van wat er met haar is gebeurd. Als het om juridische vervolging gaat, is er wel wat succes geboekt, kijk naar Guatemala, Colombia, Tsjaad. Maar iedere zaak duurt enorm lang, het vergt groot doorzettingsvermogen en moed van de slachtoffers, ze moeten keer op keer hun verhaal doen, steeds maar weer getuigen. Dat is zeer traumatisch. Ik ontdekte dat vrijwel steeds als een zaak succesvol was, er een vrouwelijke rechter of aanklager bij betrokken was. Dat kan geen toeval zijn. Het is zo belangrijk dat bij vredesonderhandelingen, bij rechtszaken na afloop van een conflict ook vrouwen een rol spelen. Anders worden ze over het hoofd gezien.

Uitspraak Internationaal Strafhof

Na dit interview deed het Internationaal Strafhof een belangrijke uitspraak in de zaak tegen de Oegandees Dominic Ongwen, ex-kindsoldaat en later commandant van het Verzetsleger (LRA). Hij werd onder meer schuldig bevonden aan grootscheepse verkrachting en het tot seksslaaf maken van vrouwen. De voorzitter van het Hof sprak over ‘ernstige, nauwelijks voorstelbare lichamelijke en psychische schade’ die vrouwen en meisjes hebben geleden.

Kijk ook maar naar de enorme belangrijke doorbraak bij het Rwanda-tribunaal, in 1998. Tijdens één van de processen vertelde een getuige bijna terloops over verkrachting. De aanklager onderbrak haar dat haar niet gevraagd was om het daarover te hebben. Maar toen greep de rechter in, de Zuid-Afrikaanse Navi Pillay, een vrouw. Die zei: hé, wacht even, vertel me meer. En dat veranderde de zaak helemaal. Het leidde ertoe dat, voor de allereerste keer, verkrachting werd erkend als instrument van genocide en vervolgd als oorlogsmisdaad voor een internationaal tribunaal.”

De internationale gemeenschap, schrijft Lamb, erkent inmiddels dat seksueel geweld vaak wordt ingezet als een doelbewuste militaire strategie, die kan worden vervolgd, maar ‘helaas heeft dat op veel plaatsen van de wereld helemaal niets beëindigd’.

“Ik heb gesproken met de vrouwen die destijds zo dapper zijn geweest te getuigen voor het Rwanda-tribunaal. En die zijn geschokt dat verkrachtingen op allerlei plaatsen nog steeds maar straffeloos kunnen doorgaan. Ze hadden gedacht dat wat zij hadden gedaan verschil zou maken. De meeste vrouwen die willen dat er recht wordt gedaan, doen dat niet zozeer voor zichzelf, maar om te voorkomen dat anderen hetzelfde moeten meemaken. Ik ben ook echt heel verdrietig om de jezidi’s. Ze hebben hun verhalen verteld aan de hele wereld en ze hebben het idee dat er daarna niets is gebeurd. De verhalen zijn verschenen, interviews uitgezonden en dat is het. Ze vragen zich af; wat voor zin heeft het gehad?”

Denkt u dat uw boek wel effect zal hebben?

“Het frustrerende is dat er de afgelopen jaren inderdaad wel diverse keren aandacht is geweest voor oorlogsverkrachtingen. Dat begon met Bosnië, dat was een shock, dat gebeurde middenin Europa. Maar er is bijvoorbeeld ook veel te doen geweest om de ontvoering van meisjes uit Chibok in Noordoost-Nigeria door Boko Haram. Dat is zeven jaar geleden, maar velen zijn nog altijd niet teruggevonden. Niemand heeft het er meer over.  Het is helaas de manier waarop nieuws werkt. Onze aandacht verslapt gauw. Ik heb altijd geprobeerd om weer terug te gaan naar plekken waar ik eerder ben geweest. Ik heb voor mijn boek vaak dagenlang met vrouwen gesproken. Steeds kreeg ik te horen: we willen niet dat straks mensen kunnen zeggen dat ze het niet wisten. Ik hoop dat mijn boek meer bewustzijn creëert. Het is geen lichte kost, maar mensen moeten het weten.” 

Christina Lamb (1965) is een veel gelauwerd Britse journaliste. Zo ontving ze in 2009 de Prix Bayeux, de belangrijkste Europese prijs voor oorlogsverslaggeving. Ze werkte eerder voor The Financial Times  en heeft als buitenlandcorrespondent van The Sunday Times verslag gedaan van tal van conflicten overal ter wereld. Ze schreef verschillende boeken en was co-auteur van de bestseller I am Malala, die ook in het Nederlands is vertaald. 

null Beeld

Christina Lamb
Ons lichaam, jullie slagveld. De verzwegen oorlogsmisdaden tegen vrouwen
Vert. Catalien en Willem van Paassen
AMBO Anthos; 432 blz. € 25,99
beschikbaar vanaf 1 maart

Lees ook

Hoogste tijd om het zwijgen over verkrachting te doorbreken, vindt Sohaila Abdulali

Maar al te vaak is het het slachtoffer, niet de dader, die door een verkrachting in een kwaad daglicht wordt gesteld. Daarom houden veel vrouwen hun mond. Hoogste tijd om dat zwijgen te doorbreken, aldus Sohaila Abdulali, auteur van ‘Waar we over praten als we over verkrachting praten’.

Zwijgen over seksueel geweld

Vluchtelingenvrouwen zwijgen over het seksueel geweld dat ze hebben meegemaakt. Ze vrezen dat praten alles vernietigt  wat hen dierbaar is, blijkt uit het onderzoek van medisch antropoloog Marian Tankink. Maar de prijs van die stilte is enorm.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden