Gais Meinsma in 2015 met haar biografie 'Gais' van Dick Witte. Op de achtergrond de kerk van Jorwerd.

Naschrift Gais Meinsma (1926-2019)

Verdriet gaf Gais Meinsma vaak de kracht om verder te leven

Gais Meinsma in 2015 met haar biografie 'Gais' van Dick Witte. Op de achtergrond de kerk van Jorwerd.

Ze was beroemd in haar geboortestreek en ver daarbuiten. Dat begon bij het boek ‘Hoe God verdween uit Jorwerd’ van Geert Mak, waarin de krachtige Friezin een rol speelde. Verdriet gaf haar vaak de kracht om verder te leven. 

Negen jaar oud is Geiske Greydanus – altijd Gais genoemd – als vader Cees haar erop uit stuurt om de verkoop van een van zijn koeien te regelen. Ze moet er een flink eind voor fietsen. Onderweg oefent ze hardop het zinnetje: ‘Geluk met de verkoop van de koe’, waarna ze een harde klap geeft op de hand van de boer. Dat het haar lukt, vindt ze prachtig. Voldoen aan haar vaders wens is het mooiste wat er is. Ze gedraagt zich eerder als oudste zoon dan als oudste boerendochter. Gais ziet zich graag als gelijke: in haar lange leven spant ze zich in voor meer invloed van vrouwen op de werkvloer, in de kerk en in de politiek.

Gais, geboren in 1926, helpt vader graag met de koeien en ze mag al jong mee naar de veemarkt. Gais is echt zijn oogappel. Ze trekt er vaak alleen op uit, zwemt gerust in haar nakie, houdt van school en heeft genoeg vriendinnen. Tot de oorlogsjaren lacht het leven haar toe. Als ze in 1942 langs het huis fietst van haar vriendinnetje Erna Rozenberg, ziet ze op hun voordeur een lint met: ‘Jude abgefuhrt!’ Als verstijfd blijft ze staan kijken en beseft dat ze op transport zijn gezet.

Gais Meinsma als 17-jarige.

Verzetswerk

Als haar vader, beschuldigd van clandestien vlees verkopen, een jaar later gevangen wordt gezet, is Gais in een klap volwassen. Ze helpt haar moeder Tryntsje zo goed mogelijk met het gezin: ze heeft vier jongere zussen en een broertje. Maar wat is ze blij als vader weer terugkeert uit Kamp Amersfoort. Hij vertrouwt haar direct alles toe en betrekt haar bij lokaal verzetswerk – zelfs moeder weet van niets. Als koerierster, ze is dan zeventien, brengt ze wapens rond, simpelweg verstopt in haar fietstassen. Met haar ondeugende lach knikt ze zelfverzekerd naar geüniformeerde mannen langs de weg. Bang is ze niet. Ze ziet het haast als een spel.

Bij het verzetswerk is ook hun boerenknecht betrokken, hoewel hij getrouwd is, valt hij als een blok voor haar en Gais raakt zwanger. In het grootste geheim wordt ze door vader in allerijl naar familie gebracht en daar bevalt ze maanden later van een zoon. Gais voelt zich erg alleen. Iedere avond wandelt ze door de weides en kijkt naar de zonsondergang; in de natuur vindt ze troost. Ze beseft dat ze het alleen moet rooien, maar weet ook dat ze sterk is. Dat zei vader per slot van rekening altijd tegen haar. In haar biografie ‘Gais’, geschreven door auteur en goede vriend Dick Witte (2015), zegt ze: “Je moet vasthoudend zijn in het leven, het niet door je vingers laten glippen. Er zit in een mens meer kracht dan je van tevoren dacht.”

De knecht gaat terug naar zijn eigen gezin en Gais blijft op de boerderij werken. Bij haar toneelgroep ontmoet ze de negen jaar oudere Hindrik Meinsma, schilderszoon uit Jorwerd. Haar vader, diep teleurgesteld dat ze geen boer trouwt, verschijnt niet bij haar huwelijk, maar gaat gewoon naar de veemarkt. Dat raakt haar, maar ze kiest voor de liefde. Hindrik is lief, grappig, speelt graag accordeon en erg belangrijk: hij snapt Gais. Samen runnen ze zijn schilderszaak en krijgen drie kinderen: Tineke, Jan en Ids. Haar oudste zoon Cor voedt hij op als zijn eigen zoon. Maar de jongen blijft trekken naar pake en is vaker op de boerderij van zijn grootouders te vinden.

Met de voor haar zo kenmerkende vlecht rond haar hoofd.

Raadslid Fryskje Nasjonale Partij

Het huishouden is geen droomtoekomst voor de dynamische Gais. Al snel is zij degene die de schilderswinkel bestiert en rekeningen int in het dorp, een unicum in die tijd. Ook haalt ze haar middenstandsdiploma. Eind jaren vijftig gaat ze in de gezinsverzorging aan de slag en wordt actief in de politiek. Als iemand haar ergens voor vraagt, zegt Gais nooit ‘nee’. Zo is ze voor de Fryske Nasjonale Partij het eerste vrouwelijke raadslid in de gemeente en jaren later de eerste vrouw in de kerkenraad.

Op haar 25ste is ze het enige vrouwelijke bestuurslid van de stichting ‘Iepenloftspul’ – het jaarlijkse openluchtspel waar ze tot op hoge leeftijd actief voor is. En ze wedijvert voor het dameskaatsen, toen nog een mannensport. Gais doet de dingen waarvan ze denkt dat ze goed zijn en laat zich daarbij niet snel van de wijs brengen. Haar biograaf noemt het de ‘fluwelen revolutie van Gais’: ze kan in haar optreden heel buigzaam zijn, maar ook dominant en zeer vasthoudend. Haar ompraten lukt bijna niemand. Ze is lastig te regisseren.

Op haar huwelijksdag met Hindrik Meinsma.

Werkende moeder

Al haar werkzaamheden, betaald en vrijwillig, doet ze met de grootste toewijding. Ze is op haar best als ze iets kan betekenen voor een ander. Ze oordeelt niet en dat maakt haar geliefd onder haar collega’s, vaak jonge gezinsverzorgsters, die bij moeder Gais alles kwijtkunnen. Over haar werkende moederschap wordt in die begintijd in het dorp wel geschamperd. Ook haar eigen kinderen zijn haar eeuwige paraatheid soms zat; bij elke maaltijd gaat wel de telefoon voor Gais, die kort daarna wegspurt. Later in haar leven vindt ze het jammer dat ze er niet altijd was voor haar kinderen.

Haar gezin, zeker met de komst van Jan die autistisch is, vraagt veel aandacht. Hij is haar zorgenkindje. Zakelijk zit het tij ook tegen: met de komst van bouwmarkten en de doe-het-zelf-cultuur in de jaren zeventig gaat het slecht met de schilderszaak. Compleet overrompeld is ze als haar man in 1978 een einde aan zijn leven maakt. In dat verdriet is ze eenzaam. Ook nu komt ze tijdens lange avondwandelingen door de natuur met dat verlies in het reine. Later zegt ze daarover: “Er kwam een soort kracht in mij en ik dacht: mij krijgen ze er niet onder.”

Die houding helpt haar als jaren later haar zoon Jan eenzelfde dood verkiest en nog weer later haar jongste zoon Ids sterft aan multiple sclerose. Gais weet inmiddels dat ze alleen kan overleven als ze positief in het leven staat. Haar activiteiten helpen daarbij. Ze zoekt altijd de zon in elke situatie: “Dat je je kinderen overleeft, is haast niet te accepteren. Maar je moet verder, dat is een heilig moeten, het leven moet de dood overwinnen. Voor die opdracht sta je. Het verdriet mag jou niet doodslaan. Het behoort je juist prikkels te geven om verder te leven.”

Vrije geesten

Ook helpt het haar om aan religieuze gespreksgroepen deel te nemen en volgt ze soms een stilteweek in een klooster – Gais geeft haar geloof modern vorm. Jaren later geven enkele reizen naar Zuid-Amerika haar dieper spiritueel inzicht. Ze laat zich het liefst inspireren door andere vrije geesten: kunstenaars, dominees, vrije denkers. Al is het vaak Gais zelf die met de raakste wijsheden komt.

Op een dag ontmoet ze een man die wat rondscharrelt bij haar geliefde kerk. Gais is er als de kippen bij en spreekt hem aan. Het blijkt de schrijver Geert Mak, drukdoende met research voor zijn nieuwste boek. Ze raken aan de praat en zo krijgt Gais een hoofdrol in ‘Hoe God verdween uit Jorwerd’. De immense populariteit van het boek vindt ze prachtig, niet voor zichzelf, maar voor haar dorp. De stroom toeristen die volgt leidt ze, als zelfbenoemde dorpsverteller, maar al te graag rond. En na een bezichtiging van de kerk staat bij haar thuis de koffie klaar.

Alzheimer

Na haar pensioen komt er geen rust. Ze gaat theologie studeren en wordt vrijwilliger bij het inloophuis voor dak- en thuislozen. ‘Beppe Gais’ heet ze inmiddels. Dik in de tachtig is ze als ze in haar autootje wekelijks naar Leeuwarden rijdt, het is bijna niet meer verantwoord. Ze woont nog steeds in haar vertrouwde huis achter de kerk, inmiddels met schoondochter Geartsje – de weduwe van Ids – en haar drie kleinkinderen: een groot plezier voor haar. Wel merken haar geliefden dat ze steeds vergeetachtiger wordt.

Als de alzheimer zich sterker openbaart, verhuist ze naar een zorgboerderij. Vanuit haar luie stoel kijkt ze als altijd naar de zonsondergang. En als het even kan scharrelt ze naar de stal. Daar tussen de koeien voelt Gais zich thuis.

Geiske Meinsma-Greydanus is geboren op 21 november 1926 in Jorwerd en overleed op 13 augustus­­ 2019 in Blessum.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden