NaschriftTon Ramaker

Variété zat bij Ton Ramaker (1942-2020) in zijn bloed

Ton RamakerBeeld Tamy Pimentel

Gepensioneerd manager Ton Ramaker speelde jarenlang in zijn vrije tijd clown en fakir. Zijn laatste wens was een grootse uitvaart om zijn uitbundige leven te vieren. De coronacrisis gooide echter roet in het eten.

Ton Ramaker genoot van aandacht. Het allerliefst stond hij als de klungelige, betweterige clown Antonio of fakir Ali Ben Rama op het podium. Hij bracht graag vrolijkheid en plezier in het leven van anderen. Enkele weken voor zijn overlijden vertelde hij aan een journalist van ‘People of Maastricht’ wat voor hem de ultieme levenshouding was: “Ga naar buiten, kies voor leven, laat je zien en horen, durf te delen met anderen, reis, leer, geniet en wees er voor elkaar. Want soms kan het leven een drastische wending nemen en dan is ‘er zijn voor elkaar’ het enige waar we op kunnen bouwen.” Op zijn visitekaartje stond niet voor niets: Ton Ramaker – posimist.’

Ton wist dat zo’n levenslustige instelling niet iedereen gegeven was. Na de vut was hij vrijwilliger bij Eenzame Uitvaarten. Hij stond dan als enige naast de kist van een persoon die door de gemeente gecremeerd werd, met in zijn hand wat bloemen die hij onderweg kocht. Voorafgaand aan de sobere plechtigheid zocht hij op internet naar gegevens om toch een persoonlijke toespraak te schrijven. Ook vroeg hij altijd om een open kist om zoveel mogelijk verbinding te maken met de overledene. Nooit had hij kunnen bevroeden dat zijn eigen uitvaart ook eenvoudig zou worden; door de coronacrisis waren alleen zijn vrouw, hun twee dochters en schoonzoons, zijn kleinkinderen en de hond erbij.

Al jong besloot Ton dat hij zelf iets van zijn leven moest maken. Hij werd in 1942 geboren in een Amsterdams arbeidersgezin. Hij was een zogeheten ‘moetje’, waardoor zijn ouders jong trouwden. Vader Ton was een man van twaalf ambachten en dertien ongelukken en moeder Truus zorgde voor hem en zijn veel jongere broer en twee zusjes. Het huwelijk was verre van gelukkig en Ton ontvluchtte vaak hun volle tweekamerwoning in West. Als negenjarig schoffie trad hij met vriendjes op met zijn circus Vitalis – voor een stuiver kregen buurtgenoten een voorstelling met Ton als directeur, clown en goochelaar. Dan zette hij even een denkbeeldig masker op, werd hij iemand anders.

Zijn overgrootvader noemde zich boeienkoning Holdini

Variété zat in zijn bloed. Zijn overgrootvader was boeienkoning Holdini en zijn opa en oma hadden een poffertjeskraam op de kermis en in de Kalverstraat en traden op met cabaret. Hij erfde de goochel-verdwijnkist en de toverstaf van zijn opa en nam die vanaf toen bij ieder optreden mee. Ook legde hij een boekencollectie aan over clownerie en goochelen. Ton was breed geïnteresseerd en intelligent genoeg, maar mocht van zijn ouders na de mulo niet doorleren – iets wat hem altijd dwarszat en later naar tientallen opleidingen en cursussen leidde.

De dag na zijn achttiende verjaardag stapte hij op een koopvaardijschip waar hij als bediende werkte. Altijd op zoek naar avontuur en vertier werd hij later barman in The Blue Note, de eerste nachtclub van Nederland met toplessdanseressen – zijn geliefde tante Anns was de eigenaar. Daarna koos hij weer voor de vaart, nu bij de Koninklijke Marine: “Als je eenmaal zout water geproefd hebt, raak je ’t nooit kwijt”, zei hij daarover. Hij werkte 22 maanden als hofmeester op een onderzeebootjager die lang in de wateren bij Nieuw-Guinea lag.

Weer aan wal werd hij kippenbrader, chef vleeswaren en wijninkoper bij Albert Heijn tot hij personeelsmedewerker werd bij het Amsterdamse Wilhelmina Gasthuis, waar hij in 1970 receptioniste Liesbeth Schmalhausen ontmoette: een net Goois meisje dat op haar zestiende wees was geworden. Elke dag deden ze samen boodschappen en luisterden naar elkaars verhalen. Ze vulden elkaar goed aan en na hun eerste kus in het Rosarium in het Vondelpark bleven ze tot zijn dood innig gelukkig.

Met zijn vrouw en twee dochters

Ze kregen twee dochters, Femke en Sandra, en verhuisden naar Leiden waar Ton aan de slag ging als beheerder in het Academisch Ziekenhuis. Vanaf dat moment pakte hij zijn optredens als clown weer op – vaak geassisteerd door zijn dochters – en richtte met studenten straattheatergroep De Tontonellis op. Zijn toverspreuk bleef onveranderd: “Hatsie Kielewatsie Ploef!”

In 1984 stuurden zijn dochters een brief naar de krant: ‘Onze liefste wens is optreden samen met papa in een echt circus’. Waarna ze warempel in de piste van het Wintercircus van Martin Hanson stonden: een onvergetelijke ervaring die voor veel publiciteit zorgde. Hij bleef met zijn dochters optreden tot Femke ging studeren en ermee stopte. Die twee deelden zeker de liefde voor variété en bezochten samen menig musical, theater en musea, maar Sandra bleef ruim 25 jaar optreden met haar vader: ze waren eens te gast in het tv-programma ‘Man bijt hond’.

Om ook volwassenen te plezieren ging Ton optreden als fakir Ali Ben Rama – gehuld in glimmende gewaden en met gouden tulband. Hij liep op glasscherven, lag op een spijkerbed. Al die jaren verbeterde hij zijn acts middels cursussen in theaterhypnose, grimeren, buikdansen en variété-technieken. Toch koos hij nooit professioneel voor variété: dan zou hij zijn baard moeten afscheren – iets wat hij niet wilde – en hij vond zo’n bestaan te onzeker.

Voor Ton stond zijn gezin op nummer één: op de verjaardagen van zijn dochters nam hij vrij en in het weekend doken ze onder een deken op de bank om samen oude films te bekijken. Lekker smullend van zijn knakworst-broodjes. Ton kon fantastisch koken en hun gezin werd een zoete inval voor vrienden en bekenden.

Na een teleurstellende overstap naar het Sofia Kinderziekenhuis in Rotterdam ging Ton op zoek naar nieuw werk. Dat vond hij in Maastricht, al moesten de Limburgse medewerkers bij het ministerie van Vrom en later bij de Arbeidsinspectie flink wennen aan de directe aanpak van hun manager. Hij was recht voor zijn raap en liet zich door niets en niemand van de wijs brengen.

Oog voor een ander

Tot na de vut bleven Ton en zijn dochter optreden, ze kachelden samen door heel Limburg en omstreken. Tot Sandra een nierziekte kreeg, de aanvragen terugliepen en de economische crisis intrad. Toch was er van stilzitten geen sprake: hij meldde zich aan als voorlees-opa bij de bibliotheek en werd uitvaartspreker voor de Humanistische Uitvaart Begeleiding, waarvoor hij meer dan tweehonderd levensverhalen optekende. Een andere liefhebberij was het verzamelen van spullen, meestal cadeaus voor zijn vijf kleinkinderen: hij raakte bijkans verslaafd aan Marktplaats. Een kleinzoon heet Servaas, dus alles waar die naam op stond bestelde hij. Zo raakten de schuur en de zolder voller en voller.

Hij was zorgzaam, had oog voor een ander: elke week kwam er een Ghanese man bij hun eten om beter Nederlands te leren en iedere dag serveerde hij zijn vrouw ontbijt op een dienblaadje. Ton vierde graag hun liefde, zoals elk jaar op ‘koffertjesdag’: de dag waarop Ton met zijn koffertje op de stoep had gestaan bij Liesbeth om bij haar in te trekken. Over zichzelf zat hij niet erg in: al had hij jarenlang last van huidkanker, daar hoorde je hem niet over. Meer zorgen maakte hij zich over zijn dochter, die dit voorjaar een niertransplantatie onderging en om een van zijn kleindochters met diabetes. Als eerste leerde hij hoe hij kon helpen met insuline spuiten.

De laatste maanden ervoer Ton veel stress omdat hij vorig jaar plots werd ontslagen als begeleider van Eenzame Uitvaarten. Hij had tot vervelens toe erop gehamerd dat de gemeente Maastricht meer moest doen om nabestaanden te vinden, bijvoorbeeld door het plaatsen van een annonce zoals in andere regio’s gewoon was. En kon hij wellicht een vergoeding krijgen voor de bloemen die hij aanschafte? Het conflict liep zo hoog op dat ontslag volgde. Dat onrecht schoot verkeerd. Hij deed het juist omdat ‘we niet alleen op aarde zijn voor onszelf, maar ook voor anderen’, vertelde hij aan De Limburger.

Ton spande een zaak aan, die nog steeds loopt. Hij voelde zich gekrenkt en was dag en nacht met het dossier bezig. Zijn vechtersmentaliteit stond op het randje van doorslaan. Hij probeerde zich op positieve dingen te richten, zoals de aanstaande verjaardag van zijn kleinzoon, voor wie hij alvast een afgekeurde Ajax-stoel uit het oude stadion op internet had gekocht. De dag voor zijn overlijden ging hij voor zijn jaarlijkse check-up naar de huisarts: alles leek in orde. De volgende dag, na het middagslaapje van Liesbeth, vond zij hem beneden in zijn stoel.

Ton Ramaker werd geboren op 2 maart 1942 in Amsterdam en stierf op 13 maart 2020 in Maastricht.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden