Tweede Kamerleden en woordvoerders koninkrijksrelaties Ronald van Raak (SP) en André Bosman (VVD).

InterviewAfscheid

Van Raak en Bosman stoppen bij Koninkrijksrelaties: ‘Verdrietig hoe slecht het met de eilanden gaat’

Tweede Kamerleden en woordvoerders koninkrijksrelaties Ronald van Raak (SP) en André Bosman (VVD).Beeld Werry Crone

Ronald van Raak en André Bosman waren altijd welkom bij de burgers op de Caribische eilanden, ondanks hun harde woorden. Maar er zijn genoeg lokale politici die opgelucht ademhalen nu deze Kamerleden stoppen met hun werk.

Wie carrière wil maken in de Tweede Kamer, moet geen woordvoerder koninkrijksrelaties worden. Debatten vinden meestal plaats in de luwte, politici halen er zelden het nieuws mee. “Toch heb ik het een grote eer gevonden dat ik me hier zoveel jaren mee bezig mocht houden”, zegt SP’er Ronald van Raak. “Het koninkrijk is onder mijn huid gaan zitten en daar blijft het. Die liefde zal niet overgaan.”

“Het gevaar is dat je dit als een dossiertje gaat zien dat je er even bij doet”, zegt VVD-collega André Bosman. “Maar het is belangrijk om je met passie op dit onderwerp te storten. Het gaat over mensen, over onze gezamenlijke historie. Als je als Kamerlid hier niet door wordt gegrepen, krijg je heel fletse debatjes.”

Dat gevaar ligt wel op de loer, nu zowel Ronald van Raak (51) als André Bosman (56) de Tweede Kamer verlaat. De twee mannen domineerden de afgelopen tien jaar het debat over de toekomst van de eilanden, met hun soms vergaande voorstellen en harde woorden over lokale politici en ondernemers. Beiden benadrukken: ze hebben altijd het beste voor gehad met de bewoners, die in hun ogen slachtoffer zijn van het gedrag van de eigen bestuurders.

Van Raak voerde het woord over het koninkrijk sinds 2006, Bosman vanaf 2010. Nu de Kamerleden afscheid nemen, maken ze de balans op. Het is geen vrolijk verhaal. Van Raak zei recent nog dat hij in de vijftien jaar dat hij zich bemoeit met de eilanden nog nooit zo somber is geweest.

Dat is een nogal trieste constatering. Kennelijk heeft u de situatie ook niet kunnen verbeteren.

Van Raak: “Ja, dat is ook erg. Er is heel veel geld in de eilanden geïnvesteerd en toch staan ze er slechter voor dan in 2006. Het maakt me somber. Ik zie het niet snel goed komen.”

Wat is de kern van het probleem van het koninkrijk?

Van Raak: “De onderlinge verhoudingen zijn niet goed geregeld. Curaçao, Aruba en Sint-Maarten zijn autonome landen met een eigen regering, eigen wetten en een eigen parlement. Maar uiteindelijk blijft Nederland verantwoordelijk. Dat is vragen om ellende. André en ik hebben meegemaakt dat de minister van justitie van Sint-Maarten tegen ons zei: ‘Als onze problemen maar groot genoeg zijn, worden het problemen van Nederland’. Dat ging over de lokale gevangenis waar mensenrechten worden geschonden. Die houding, daar gaat het mis.”

Bosman en Van Raak verwijzen naar de gebeurtenissen in 2010, toen de staatkundige verhoudingen binnen het koninkrijk werden opgeschud (zie kader). In het Statuut is geregeld dat Nederland, als voormalig kolonisator, verantwoordelijk blijft voor goed bestuur. Een weeffout, vinden de VVD’er en SP’er.

Bosman: “Je ziet dat de eilanden zich op dun ijs begeven, bestuurlijk en financieel. Als er iets gebeurt, komt Nederland al heel snel in beeld. Toen in 2017 orkaan Irma Sint-Maarten trof en onze mariniers te hulp schoten, was de premier van het land nergens te bekennen. Hij verdween gewoon een week van de radar. Je ziet het nu ook in deze coronacrisis, dat de eilanden hun begrotingen totaal niet op orde hebben. Bestuurders denken alleen aan de korte termijn. Ze willen hun neven, nichten en ooms aan een baan helpen en ‘vergeten’ om hun eigen economie weerbaar te maken. We proberen al tien jaar lang het aantal ambtenaren op Aruba terug te dringen. We kunnen niets afdwingen. Maar nu Aruba in financiële nood verkeert vanwege corona, trekt Nederland fors de portemonnee. Begrijp me niet verkeerd, de hele Tweede Kamer steunt dat. Maar de verhoudingen zijn nu gewoon slecht geregeld.”

Van Raak: “Het trieste is dat een groot deel van de bewoners nu afhankelijk is van voedselhulp die door Nederland wordt gefinancierd, terwijl de eilanden geen arme landen zijn. Sterker, ze zijn rijker dan sommige landen in het oosten van de Europese Unie. Alleen is er een ongekende tweedeling tussen rijk en arm. Probeer maar eens als alleenstaande moeder rond te komen op Curaçao, dat gaat je niet lukken. De rijken zijn niet bereid om hun aandeel te leveren. Er wordt nauwelijks belasting betaald. Als er problemen zijn, kijken de mensen naar Nederland. En als ‘Den Haag’ vervolgens te hulp schiet, klinkt al heel snel het verwijt van kolonialisme. Het is een soort catch 22. Ik noem dit het knellend verband van het koninkrijk.”

U heeft samen voorgesteld om er een gemenebest-constructie van te maken, zoals het Verenigd Koninkrijk heeft, zodat Nederland niet voor alle problemen verantwoordelijk is. Daar is weinig enthousiasme voor.

Bosman: “Toen Piet Hein Donner nog de verantwoordelijk minister was, in 2011, vroegen we hem naar een toekomstvisie op het koninkrijk. Hij antwoordde: ‘Die komt er niet, daar gaan de eilanden zelf over’. Daarom hebben Ronald en ik toen dit plan op tafel gelegd. Laten we die discussie vooral voeren, zeiden we.”

Van Raak: “Wij willen in het koninkrijk samenwerken op basis van gelijkwaardigheid. Ons voorstel is om de bevolking zelf te vragen welke verhouding ze met Nederland willen. Welke taken wil het eiland zelf op zich nemen, wat moet ‘Den Haag’ doen? Dat levert dan per eiland een verdrag of statuut op. Hoe het heet, doet er niet toe. Bedenk dat Aruba onvergelijkbaar is met Sint-Maarten, Saba lijkt in niets op Sint-Eustatius. Dat vraagt om aparte afspraken. Ik moet de eerste politicus op de eilanden nog tegenkomen die dit geen goed idee vindt. Het lastige is dat wij in de wandelgangen, achter de schermen, enthousiaste reacties krijgen. Maar voor camera’s is dit een soort taboe.”

Misschien omdat het kan betekenen dat de eilandbewoners hun Nederlandse paspoort verliezen.

Van Raak: “Dat is hun keuze. Ik zou het toejuichen als ze dat paspoort willen behouden. We hebben niet alleen een gedeeld verleden, maar wat mij betreft ook een gedeelde toekomst. Aan dat paspoort zijn dan wel voorwaarden verbonden en dat moet bespreekbaar worden.”

Er zijn genoeg critici die waarschuwen dat je de eilanden niet van je af moet duwen. Hoogleraar staatsrecht Paul Bovend’Eert wijst erop dat ze omringd worden door corrupte landen, die geïnteresseerd zijn in de strategisch gelegen Caribische gebieden.

Van Raak: “De mensen op de eilanden weten heel goed waar ze wonen. Ze weten wie hun buurlanden zijn. Ze mogen er ook voor kiezen om onderdeel van Nederland te worden, net als Bonaire, Sint-Eustatius en Saba in 2010 hebben gedaan. Prima, gaan we regelen. Willen ze onafhankelijk worden? Ook goed, moeten we mogelijk maken. Wij willen dat de keuze bij de bevolking zelf ligt, niet bij de bestuurders die alles blokkeren.”

Bosman: “Als er niets verandert, blijven we in dit hybride systeem zitten. En dat werkt aantoonbaar niet.”

Ronald van Raak zegt dat het koninkrijk is mislukt. Gaat u ook zo ver?

Bosman: “Ik vind mislukt een groot woord. We werken nog steeds met elkaar samen, zoals nu in de coronacrisis. Maar het gaat niet van harte.”

Van Raak: “Met ‘mislukt’ doel ik op de situatie waarin de bevolking moet leven. Er zijn daar genoeg bestuurders die met deze omstandigheden uitstekend uit de voeten kunnen, die hun falen steeds vakkundig afschuiven op Nederland. Het kan niet zo zijn dat zoveel mensen geen toekomstperspectief hebben, en geen uitzicht op fatsoenlijk werk. Dat is het falen van ons koninkrijk.”

Bosman: “Het falen slaat trouwens ook op Nederland, als je ziet hoe moeizaam de armoedebestrijding op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba gaat.”

En waarom lukt dat niet?

Bosman: “Het zijn kleine eilanden, op Saba bijvoorbeeld wonen 1800 mensen. Maar alle regels en wetten worden bepaald op de ministeries in Den Haag. Ik heb eerder voorgesteld om er regelvrije zones van te maken. Dat gebeurt niet. Dus wordt er eindeloos gediscussieerd over wegen op Sint-Eustatius, met onderzoeken en speciale consultants. Want die wegen moeten wel Europees worden aanbesteed. Houd op!”

Van Raak: “Op die ministeries hier – ik noem het altijd de tien torens van Den Haag – werken echt schatten van ambtenaren. Ze weten alles van wetgeving. Maar ze weten niets van kleinschalig bestuur op de Cariben. Ik kan me nog herinneren dat er op Saba een sportleraar nodig was. Voor het eiland was dat belangrijk, er is daar een medical school die echt een probleem heeft zonder zo’n sportleraar. Maar wat er dan gebeurt, je gelooft het niet.”

Bosman: “Je krijgt te maken met Nederlandse regels. De vacature moet formeel worden opengesteld, terwijl iedereen op het eiland weet dat die sportleraar daar niet rondloopt. Dan start de termijn van zes weken voor mensen om te reageren. Er is nul flexibiliteit.”

Van Raak: “Voor Nederland is dit logisch. Maar niet voor Saba! 99,99 procent van de Nederlandse wet- en regelgeving kan zo de Caribische Zee in, die zijn daar volkomen nutteloos. We hebben er debatten over gevoerd, soms met drie of vier bewindslieden. Het is ons in al die jaren niet gelukt om hier doorheen te breken.”

Zijn er veel mensen op de eilanden die blij zijn dat jullie stoppen?

Bosman: “Vast wel, vooral lokale bestuurders. Niet de bevolking. Ronald en ik zijn er vaak geweest, tot in de armste buurten aan toe. We hebben nooit beveiliging nodig gehad, de mensen waren blij dat we kwamen. Ze werden pas boos toen wij over de lokale overheid begonnen. Daar zit hun frustratie.”

Van Raak: “Het is altijd een warm bad. Op de eilanden zijn we wel bekend ja, vermoedelijk bekender dan hier in Nederland. Mensen vertellen ons alles, hun problemen, hun ergernissen. Het lastige is dat ik niet hun volksvertegenwoordiger ben; toch zien ze mij zo. Als ik vraag waarom ze niet naar hun eigen parlementariërs gaan, antwoorden ze dat zoiets geen zin heeft. Dat is verdrietig om te constateren.”

U deinst er niet voor terug om er hard in te gaan. In een debat over coronasteun aan de eilanden hekelde u, meneer Bosman, de afhankelijkheid van de eilanden. U zei: ‘Het is alsof je een alcoholverslaafde iedere keer weer een beetje alcohol geeft’.

Bosman: “CDA-collega Chris van Dam maakte er direct een alcoholprobleem van, maar daar ging het niet over. Als je de eilanden iedere keer weer geld geeft, komen ze nooit van hun geldprobleem af, dat was mijn punt. Ik zeg gewoon hoe het zit en kan niet tegen onrecht. Als mensen zich vervolgens gekwetst voelen, is dat erg makkelijk. Dan hoef je het namelijk niet over het probleem te hebben, maar gaat het weer over André Bosman. En dan vallen al snel de woorden koloniaal en racist. Zo lossen we nooit iets op. De autonome eilanden hebben al tien jaar lang hun financiën niet op orde. Dat moet gezegd kunnen worden.”

Is dit niet een verkeerd moment om te vertrekken, als de verhoudingen zo slecht zijn?

Van Raak: “We hebben wel iets achtergelaten. Als de coronacrisis voorbij is, ligt er nog een aangenomen motie van ons, waarin de drie autonome eilanden worden gevraagd om een visie op het koninkrijk. Die discussie, over hun eigen toekomst, moet worden losgetrokken. Wij zullen dat helaas niet meer meemaken als Kamerleden. Maar de noodzaak is groter dan ooit.”

Het Koninkrijk der Nederlanden in vogelvlucht

Het koninkrijk omvat vier autonome landen (Nederland, Curaçao, Sint-Maarten en Aruba) en drie Caribische ‘gemeenten’ die bij Nederland horen (Bonaire, Sint-Eustatius en Saba). Deze constructie bestaat sinds 10 oktober 2010.

Autonomie is geen onafhankelijkheid. Het ‘Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden’ regelt dat de vier landen een zekere verantwoordelijkheid dragen voor elkaar. Nederland, Curaçao, Sint-Maarten en Aruba overleggen daarover in de Rijksministerraad. Daar bespreken ze bijvoorbeeld de overheidsfinanciën en eventuele bestuursproblemen.

Dit heeft de afgelopen jaren diverse keren tot ingrepen geleid. Curaçao, Sint-Maarten en Aruba zijn door de Rijksministerraad onder financieel toezicht geplaatst vanwege oplopende begrotingstekorten. Sint-Maarten ligt bovendien onder een vergrootglas vanwege corruptie binnen de politiek.

Lees ook:

Staatssecretaris Knops: ‘Op de eilanden hoor ik hoop, maar vooral diepe frustratie’

Tien jaar na het opheffen van de Nederlandse Antillen is de feeststemming van destijds geheel verdwenen. De autonome Caribische landen verkeren in crisis. Staatssecretaris Knops wil helpen, maar wel onder strenge voorwaarden: “Ik ben bij eilandbewoners op bezoek geweest die geen eten hebben, geen baan, geen enkel perspectief. Voor hen doen wij dit.

Hoe kan de crisis in het koninkrijk worden gekeerd?

De Caribische landen binnen het koninkrijk bezwijken onder de problemen. Er is slechts één oplossing, zeggen deskundigen: maak er Nederlandse gemeenten van.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden