Verzetsvrouwen v.l.n.r.: Hannie Schaft, Maria Johanna van Klaveren, Mieke Spoorenberg, Tilly de Vries, Frieda Belinfante, Jacoba Beekhuis, Tiny Boosman, Hanna van Loghem, Hendrika Petronelle Maartje Breugelaar-Verburg, Henriëtte Henriquez Pimentel.  Beeld Noord-Hollands Archief
Verzetsvrouwen v.l.n.r.: Hannie Schaft, Maria Johanna van Klaveren, Mieke Spoorenberg, Tilly de Vries, Frieda Belinfante, Jacoba Beekhuis, Tiny Boosman, Hanna van Loghem, Hendrika Petronelle Maartje Breugelaar-Verburg, Henriëtte Henriquez Pimentel.Beeld Noord-Hollands Archief

Tweede WereldoorlogVerzetsvrouwen

Van kinderredders tot spionnen: het wordt tijd om de sleutelrol van verzetsvrouwen te erkennen

Van het redden van Joodse kinderen tot het omleggen van nazikopstukken: de afgelopen jaren belichtten talloze boeken de heldhaftige daden van verzetsvrouwen. Wat zijn we nu te weten gekomen over de rol van vrouwen in de verzetsbeweging?

Rianne Oosterom

‘Als een man’ heeft verzetsvrouw en rechtenstudent Truus van Lier ‘geen ogenblik geaarzeld haar leven te geven voor het herwinnen van onze vrijheid’. Die woorden staan in 1946 in de almanak van de Utrechtsche Vrouwelijke Studenten Vereeniging (UVSV), waarvan ‘het meisje met de vergeet-me-niet-ogen’, zoals ze later genoemd werd, lid was.

‘Als een man’? In die formulering ligt veel besloten. Het was blijkbaar niet ‘des vrouws’ om je leven op het spel te zetten in het verzet. Laat staan om verzetsdaden als die van Truus van Lier te plegen: van infiltreren tot het omleggen van een NSB-kopstuk op klaarlichte dag, daarna gewoon wegfietsen, de mensenmassa in, en de revolver opbergen in een kluisje op het Centraal Station.

Een gestage stroom aan publicaties

Maar waren vrouwen in het verzet wel zo’n rariteit? Aan dat beeld wordt al sinds de jaren tachtig getornd met een gestage stroom publicaties. Toch is het clichébeeld van de verzetsvrouw als koerierster met een krantje onder haar wapperende rok nooit helemaal omver geworpen.

Het bracht Marjan Schwegman zo’n zeven jaar geleden, als directeur van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD), tot een vlammende lezing, die ook in Trouw werd afgedrukt. Ze waren er wel, die verzetsvrouwen, maar historici hielden ze buiten de geschiedenisboeken, was haar punt. En dat moest maar eens afgelopen zijn.

Haar betoog was niet aan dovemansoren gericht. De tijd bleek rijp voor de opmars van de verzetsvrouw in de geschiedschrijving. “Juist in de laatste jaren is de hoeveelheid biografieën en studies enorm toegenomen”, zegt Schwegman. Ook de afgelopen maanden verschenen er weer verschillende boeken over verzetsvrouwen, waaronder twee over Truus van Lier.

De publicaties gaan vaak over (een aantal) individuele verzetsvrouwen en hun daden. Truus van Lier schoot een NSB’er neer. Frieda Belinfante bereidde een overval voor, enzovoorts. Die kleine geschiedenissen geven inzichten, maar roepen tegelijk de vraag op: wat weten we nu méér over de rol en functie van vrouwen in het verzet in algemene zin?

Verzetsvrouwen.  Beeld Noord-Hollands Archief
Verzetsvrouwen.Beeld Noord-Hollands Archief

Geen structurele aandacht voor de verzetsvrouw

Over die vraag heeft nog amper een historicus zich gebogen, ziet Agnes Cremers. “Voorbeelden zijn er genoeg, maar structurele aandacht voor de verzetsvrouw is er nog steeds niet.” Terwijl: juist door de verhalen aan elkaar te koppelen kun je het clichématige beeld dat vrouwen voornamelijk een ondersteunende rol hadden, toetsen, denkt de publiekshistorica.

Samen met Mark Bergsma werkt ze daarom aan een boek met deze insteek, waarvoor ze zich wentelt in de verhalen van verzetsvrouwen uit allerlei windstreken. Harde conclusies durft ze nog niet te trekken. Wel kan ze, samen met andere onderzoekers die verhalen van verzetsvrouwen uitplozen, enkele nieuwe inzichten delen.

Alie Hollander (1927-1978) kwam uit een verzetsgezin uit Limmen. Ze werkte als koerierster samen met de verzetsheld Jan Brasser.  Beeld Noord-Hollands Archief
Alie Hollander (1927-1978) kwam uit een verzetsgezin uit Limmen. Ze werkte als koerierster samen met de verzetsheld Jan Brasser.Beeld Noord-Hollands Archief

1. De koerierster was geen secretaresse

Over de koerierster met haar wapperende rok - die illegale boodschappen, kranten en soms ook wapens vervoerde - is onnodig laatdunkend gedaan. “Koeriersters zijn weggezet als vooral ondersteunend, als secretaresses, maar hun rol was ontzettend belangrijk”, zegt Cremers.

“Ze waren cruciaal voor de informatievoorziening en moesten over een flinke portie lef, doorzettingsvermogen en soms acteertalent beschikken”, zegt historicus Mart van de Wiel. Samen met zijn collega’s bij het Noord-Hollands Archief spoorde hij de afgelopen twee jaar 1430 verzetsvrouwen in Noord-Holland op voor een tentoonstelling in de Janskerk in Haarlem.

Wat hem opviel in de verslagen die verzetsmensen vlak na de oorlog opstelden, is hoe groot de rol is die vrouwen toebedeeld krijgen: juist ook de koeriersters. “Het werk dat zij deden was niet ondersteunend, maar cruciaal.” Als voorbeeld noemt hij het relaas van verzetsleider Cor van de Stam uit de Haarlemmermeer:

‘Toch denk ik dat het meest gebruikte vervoermiddel het lichaam van onze vrouwen was. Hoeveel bonkaarten, persoonsbewijzen en ondergrondse bladen zijn niet “per buik” naar hun bestemming gebracht! […] Vrachten illegaal spul zijn zo door Nederland vervoerd. Wat hadden die meisjes een lef. Wat hébben ze gesjouwd!’

Naarmate de oorlog vorderde en Nederlandse mannen zich niet meer veilig op straat konden vertonen vanwege de Arbeitseinsatz, werd de rol van vrouwen nóg belangrijker, legt hij uit. Verzetsorganisaties waren op hen aangewezen. “Zelfs de grootste machines werken niet als de ‘kleine’ raderen ontbreken”, zegt Van de Wiel.

Verzetsvrouwen verwelkomen de burgemeester op het bordes van het gemeentehuis in Zaandam, vlak na de bevrijding. Maria 'Rie' Pels zit, omdat ze haar bekken heeft gebroken bij een vlucht voor de Duitsers in april ’45. Ze was een belangrijke koerierster in de regio. Beeld Noord-Hollands Archief
Verzetsvrouwen verwelkomen de burgemeester op het bordes van het gemeentehuis in Zaandam, vlak na de bevrijding. Maria 'Rie' Pels zit, omdat ze haar bekken heeft gebroken bij een vlucht voor de Duitsers in april ’45. Ze was een belangrijke koerierster in de regio.Beeld Noord-Hollands Archief

2. Hannie Schaft was geen uitzondering

Van pistolen trekken tot het redden van kinderen en het bieden van onderdak: vrouwen deden zoveel meer dan koerieren, blijkt uit de ‘golf aan biografieën’ van de afgelopen jaren, zegt historicus Van de Wiel. Hij ziet het ook terug in zijn eigen lange lijst: niet eerder was er een historicus die het werk van zóveel verzetsvrouwen systematisch in kaart bracht.

Hij kwam vele rollen tegen: typiste bij de illegale pers, blaadjes verspreiden, het bemannen van luisterposten, spionage, administratief werk bij de bevolkingsadministratie, het vervalsen van documenten, leidinggevende functies (vooral in communistische kring), het redden van Joodse kinderen, het opzetten van onderduiknetwerken, en ga zo maar door.

“Ze zaten overal, door alle lagen van het verzet”, zegt ook historica Cremers, die inmiddels ook een lijst heeft met de verhalen van honderden verzetsvrouwen. “Er waren ontzettend veel vrouwen die een sleutelrol hadden in het verzet. Hun positie wordt de laatste tien jaar steeds meer erkend.”

“Het beeld van de Nederlandse verzetsvrouw is veel complexer en breder geworden in de loop der jaren”, zegt Marjan Schwegman. “In het gewapend verzet waren bijvoorbeeld veel meer vrouwen actief dan werd gedacht. Spionage, ook zo’n mannendomein: maar ook daar zie je nu meer verhalen over vrouwen die deelnamen.”

Dat de tot icoon verheven verzetsvrouw Hannie Schaft niet de enige was die de wapens oppakte, weet ook ook Jessica van Geel. Zij schreef het jongste boek over Truus van Lier, die een Utrechtse NSB-er omlegde en nog veel meer deed dan dat. Van Geel: “Haar aandeel in het gewapende verzet was structureel, de aanslag was geen geïsoleerde daad.”

De Amsterdamse studentenverzetsgroep CS-6, waarvoor Truus actief was, bestond voor een derde tot de helft uit vrouwen, ontdekte ze. “Dat verbaasde me wel. De vrouwen waren volwaardig en gelijkwaardig lid van de groep die uit zo’n zeventig mensen bestond. Dat had ik niet verwacht.”

Verzetsgroepen hadden vaker een redelijk egalitair karakter, ziet Schwegman. Maar dat komt niet altijd terug in de geschiedschrijving over het verzet, die veelal door mannen werd gedaan. Zij schreven hun memoires vol met heldendaden, terwijl de vrouwen weer in oude rolpatronen terugkeerden: als moeders en echtgenotes, achter het fornuis.

Vrouwen eisten zelf hun rol niet op in de geschiedenisboeken. Van Geel: “Hannie Schaft schreef niets op, Truus deed dat niet en ook haar nicht Trui van Lier, die heel veel Joodse kinderen redde via haar crèche, sprak er pas in de jaren zeventig en tachtig over”, zegt Van Geel.

Waren die vrouwen niet gewoon bescheiden? “Tja”, zegt Van Geel, “dat heeft ermee te maken, maar het was misschien opgelegde bescheidenheid. Als je niet om je daden gewaardeerd wordt, waarom zou je ze dan van de daken schreeuwen? Het beeld was heel lang dat het niet paste voor een vrouw om een wapen op te pakken. Dus logisch dat de vrouwen die dat wél deden, er niet veel over praatten.”

Dat vrouwen hun eigen rol in het verzet bagatelliseerden, is één van de verklaringen waarom hun verhalen zo onderbelicht zijn gebleven, ziet ook historica Antia Wiersma, die onderzoek deed naar verzetsvrouw Jacoba van Tongeren en diverse lezingen gaf over vrouwen in het verzet.

In één van die lezingen haalde ze een citaat van verzetsvrouw Lena Lopes Dias aan, die pas eind vorige eeuw over haar verzetswerk sprak. ‘‘De rol van vrouwen in het verzet is stellig onderschat”, zei ze. “Maar dat komt ook door henzelf. Als ik met vriendinnen praatte, zeiden die: Maar dat was toch geen verzet...”

Verzetsvrouw Hannie Schaft in 1943/44 (van kleur voorzien door Jakob Lagerweij). Ze was lang het icoon van het gewapende verzet, maar blijkt niet de enige.  Beeld NIOD
Verzetsvrouw Hannie Schaft in 1943/44 (van kleur voorzien door Jakob Lagerweij). Ze was lang het icoon van het gewapende verzet, maar blijkt niet de enige.Beeld NIOD

3. Vrouwen waren cruciaal in ‘verzorgend’ verzetswerk

Verzetsleider Cor van der Stam schreef dat hij ‘de grootste bewondering’ had voor vrouwen die ‘soms jaren achtereen onderduikers om zich heen hadden.’ “Gastvrouw zijn was helemaal niet spectaculair, maar wél groots, en getuigend van moed en vasthoudendheid, vooral als de gasten vervelende mensen waren”, zegt hij vlak na de oorlog.

Toch deed geschiedschrijver Loe de Jong het helpen van onderduikers af als verzet in de ‘huiselijke kring’ dat los staat van het ‘echte verzet’: de illegaliteit. Het gewapende verzet. “Inmiddels is de opvatting van wat verzet is veel breder. Er is meer aandacht en erkenning gekomen voor het verzorgende verzet”, zegt Marjan Schwegman.

“De memoires van Jacoba van Tongeren, waarin bij uitzondering een verzetsvrouw zelf aan het woord komt, versnelden deze verandering”, zegt Antia Wiersma. Ze verschenen in 2015. Van Tongeren was de leidster van de Groep 2000, die tegen het einde van de oorlog ruim 4500 onderduikers verzorgde.

Toch gaat de aandacht de laatste jaren alsnog meer uit naar de verzetsvrouwen met wapens, ziet zij. “Het zorgende type verzetswerk speelt nog steeds minder tot de verbeelding.” En dat wringt, zegt ze. “De meeste aandacht gaat uit naar de vrouwen die buiten de genderpatronen traden, wat op zichzelf een herbevestiging is van deze patronen.”

Koerierster Ettie Hoekstra uit Kollum, die ook actief was in Friese sabotagegroepen. Ze was bij de bevrijding nog geen achttien jaar oud.  Beeld Beeldbank WO2
Koerierster Ettie Hoekstra uit Kollum, die ook actief was in Friese sabotagegroepen. Ze was bij de bevrijding nog geen achttien jaar oud.Beeld Beeldbank WO2

4. De verzetsvrouw was best vaak getrouwd

De vrouwen die deelnamen aan het verzet waren óf jong en alleenstaand, óf ouder en ongehuwd: dat was lang het beeld. Getrouwde vrouwen in het verzet, dat ‘paste niet in wat netjes geacht werd’, zegt Marjan Schwegman. Toch waren ze er wel degelijk. “Dat is niet zozeer verdoezeld, het is tot nu toe gewoon weinig opgemerkt.”

In een studie naar Nijmeegse verzetsvrouwen kwam Schwegman opvallend veel echtgenotes tegen. Ook Agnes Cremers en Mark Bergsma kwamen er meer tegen dan ze verwacht had, in hun lijst met enkele honderden verzetsvrouwen. Van de 1430 verzetsvrouwen die Mart van de Wiel tot nu toe heeft opgespoord, is zo’n 35 tot 45 procent gehuwd, heeft hij op verzoek van Trouw berekend.

Dat deze vrouwen weinig zijn opgemerkt, heeft volgens Cremers te maken met dat lange tijd alleen fulltime verzetswerk meetelde. “Dat konden deze vrouwen niet altijd opbrengen vanwege de zorg voor de kinderen. Ik ken voorbeelden van vrouwen die hoogzwanger rondrenden voor het verzet, of die hun kinderen gewoon meenamen.”

Wat je wel vaak ziet bij de echtgenotes, zegt Cremers, is dat in de geschiedschrijving de nadruk op hun zorgrol wordt gelegd, op hoe ze hun man ondersteunden. “Dat is ook precies het narratief van die tijd als het gaat om vrouwen - dat zijn zorgende moeders. Maar hun rol was veelzijdiger dan dat.”

In haar onderzoek ziet ze dat juist dóórdat verzetshistorici dit stereotype van de zorgende vrouw uitlichten, ze belangrijk werk van deze groep over het hoofd zien. “Er zijn heel wat verzetsvrouwen verdwenen in de schaduw van hun man, die ook actief was in het verzet”, zegt Mart van de Wiel.

De eerste grote vergadering van de Binnenlandse Strijdkrachten (bundeling van verzetsgroepen richting het eind van de oorlog) op landgoed Duinlust in Overveen. Achter de mannen staan vrouwelijke koeriersters. Beeld Noord-Hollands Archief
De eerste grote vergadering van de Binnenlandse Strijdkrachten (bundeling van verzetsgroepen richting het eind van de oorlog) op landgoed Duinlust in Overveen. Achter de mannen staan vrouwelijke koeriersters.Beeld Noord-Hollands Archief

5. Geen uitzondering maar een onmisbare schakel

Alle biografieën, documentaires en studies in acht genomen, kun je wel zeggen dat het beeld van de verzetsvrouw als uitzondering niet meer vol te houden is, zegt Marjan Schwegman. “Het was gewoon vanzelfsprekend dat vrouwen deelnamen aan verzetsgroepen.” Ook Mart van de Wiel zegt: “Hun rol was structureel en veel groter dan gedacht. Ze waren onmisbaar.”

Er was overigens iemand die dat al tijdens de oorlog wist: koningin Wilhelmina, ook wel de ‘moeder van het verzet’ genoemd. Mart van de Wiel vond een bijzondere uitspraak terug, die ze deed tijdens een toespraak op Radio Oranje op 9 mei 1944 vanuit Londen, waar ze tijdens de oorlog verbleef. Met een achteraf gezien profetische blik richtte zich tot alle ‘vrouwen en moeders onder u’.

“Als eenmaal alles wat gij deedt en geduld en doorstaan hebt, bekend zal worden, en de geschiedenis van dezen verschrikkelijken tijd te boek gesteld zal zijn, dan eerst zal ten volle blijken de grootte van uw aandeel in de overwinning en zal dit een van de schoonste, aan diep menschelijk gevoel rijkste bladzijden van dit tijdperk beslaan.”

Lees ook:

Verzetsvrouwen in het Noord-Hollands Archief: ‘Ze zeiden: ik hielp maar’

De rol van verzetsvrouwen bleef na de Tweede Wereldoorlog onderbelicht. Het Noord-Hollands Archief geeft hun in een tentoonstelling vanaf maandag een gezicht. ‘Verzetsvrouwen cijferden zichzelf weg. Ze zeiden: ik hielp maar.’

Hoe vrouwen uit het verzet verdwenen

Ze waren er wel, verzetsvrouwen, maar historici hielden ze buiten de geschiedboeken. Kan een vrouw wel leiding geven als er geweld nodig is?

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden