Tien GebodenTofik Dibi

Tofik Dibi: ‘Ik was jaloers op de vrijheid die andere mensen voelden om zichzelf te zijn’

Tofik Dibi.Beeld Mark Kohn

Tofik Dibi (Vlissingen, 1980) was tot 2012 Tweede Kamerlid voor GroenLinks. Sinds oktober 2018 is hij bestuursadviseur van het Amsterdamse stadsdeel Nieuw-West. In 2015 debuteerde hij als schrijver met het autobiografische ‘Djinn’, onlangs verscheen bij Prometheus zijn roman ‘Het Monster van Wokeness’.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

“Met Allah heb ik nooit een issue gehad; het zijn moslims die me hebben afgewezen.”

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

“Mijn relatie met Allah is zeer particulier en wordt zeker niet beïnvloed door mensen die het bijvoorbeeld nodig vinden om gekke ­tekeningetjes van de profeet Mohammed te krabbelen. Het raakt me niet. Doe je ding. Gaap. Dat is alles wat ik er op te zeggen heb: gááp.”

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

“Je mag van mij van alles roepen over Allah of over zijn profeet, over moslims, over homo’s, mensen van kleur of wie dan ook, maar dat betekent niet dat ik nooit iets terug zal zeggen. In mijn boek, ‘Het Monster van Wokeness’, laat ik zien dat mensen – lees: minderheden en vrouwen – nu via so­cial media hun mond opendoen als ze bespot of bekritiseerd worden. Grote bedrijven, politieke partijen of bekende merken zijn bang dat bepaalde berichten viral gaan en dat die hun geld of stemmen gaan kosten. Kijk maar naar zo’n programma als ‘Veronica Inside’ dat, sinds die opmerking van Johan Derksen over Akwasi (VI, 15 juni 2020: Derksen, bij het zien van man, geschminkt als Zwarte Piet: ‘Weten we zeker dat dit niet Akwasi is?’, AV) vleugellam is geworden. Adverteerders werden opgeroepen zich terug te trekken, de omroep voerde ernstige gesprekken met de makers en er kwam een speciale VI-uitzending over racisme. Ik denk dat Johan Derksen zo’n ‘grap’ voorlopig niet meer zal maken.”

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

“Er zijn mensen die denken dat het corona-virus van Allah komt, maar ik heb ook al eens horen zeggen dat het moeder natuur is die terugslaat. Ik geloof in een mix van die twee dingen. Het is in ieder geval duidelijk dat onze omgang met dieren ervoor zorgt dat we dit soort infectieziekten oplopen.

In die zin hebben we het aan onszelf te danken. Hetzelfde geldt voor de klimaatverandering. Het is actie reactie, karma. Het belangrijkste wat ik er, tot nu toe, van heb geleerd is dat we allemaal met elkaar verbonden zijn. Een rijk persoon wordt net zo ziek als een arm persoon. De overheid vindt het ineens belangrijk om Irma, de gebarentolk, tijdens de persconferenties in te schakelen. Dat is niet vanuit de goedheid van hun hart, nee, het is puur pragmatisch: als die groep niet goed wordt geïnformeerd kunnen mensen ziek worden en anderen aansteken. Ineens is naar elkaar omkijken wél belangrijk – omdat het je de kop kan kosten.

Nee, dit virus heeft mij niet per se milder of socialer gemaakt. Ik ben altijd al een lieve jongen geweest.”

V Eer uw vader en uw moeder

“Ik was acht toen mijn ouders besloten uit elkaar te gaan. Mijn moeder vertrok naar Amsterdam. Wij bleven bij mijn vader in Vlissingen wonen. In de Marokkaanse gemeenschap krijgt een vrouw altijd de schuld; zij werd erop aangekeken, kon niet zomaar aan een nieuwe relatie beginnen, terwijl mijn vader binnen een jaar weer een vrouw uit Marokko had laten overkomen.

“Ik hou van mijn moeder, ze heeft me nooit afgewezen, heeft alle narigheid die mijn coming-out haar bezorgde getrotseerd. Ik eer haar. Ik verwen haar. Met een vakantietje op z’n tijd of een tas van Louis Vuitton. Vroeger was ik bang voor haar. Inmiddels heb ik wel begrepen dat ze haar frustratie over de toestand waarin ze na haar scheiding kwam te verkeren toch op iemand moest afreageren. Het is onzin natuurlijk, gaat ook echt niet gebeuren, maar ze kan nog steeds op die manier kijken, dat ik denk: o jee, ze zal me toch niet gaan slaan?

“Mijn vader heeft me maar één keer een tik gegeven. Ik zat met een vriendinnetje achterin de tuin. We speelden met My Little Pony. Ik voelde dat hij me in de gaten hield, ik denk dat ik me ervoor schaamde dat ik zo meisjesachtig was... Op een zeker moment gaf hij me een klap en viel ik voorover in de modder. Ik liep huilend naar de wasbak om me te wassen en ineens stond hij daar, pakte mijn handen, maakte ze schoon en zei sorry.

“Ik deed ontzettend mijn best voor hem. We dronken samen van die vieze, gore thee, ik wilde altijd bij hem in de buurt zijn. Ik denk dat hij wist dat ik anders geaard was, en dat hij me op een of andere manier wilde beschermen.

“Op een avond – mijn broers en ik lagen al in bed – hoorden we mijn stiefmoeder schreeuwen. We holden naar beneden en ik zag mijn vader op de grond liggen. Er waren inmiddels twee vrienden van hem gearriveerd, de ambulance werd gebeld, maar het was al te laat. Hij had een hartinfarct gehad. Ik was tien. Ik begreep niet wat er was gebeurd. Niemand had me verteld dat je ook dood kon gaan. Ik heb dagenlang door Vlissingen gezworven; ik móest mijn vader zien te vinden. Vanaf dat moment ben ik ook gesprekjes met Allah gaan voeren, begon ik te geloven dat ik mijn vader kon zien als ik naar de hemel, naar de maan en de sterren keek. Die gedachte troostte me, jarenlang, al de tijd dat er niet over mijn vaders dood werd gesproken. De laatste jaren praten we, als broers, weer vaker over hem.

“Mijn vader was een avonturier. Hij had een kleine tattoo en een paar gouden tanden. Hij rookte shag en dronk af en toe een biertje. Mijn ­vader was een atypische moslim, een atypische Marokkaan. Net als ik. Soms, heel soms, schaam ik me nog voor wie ik ben, maar het dominante gevoel is toch: dit is wie ik ben en I love it.”

VI Gij zult niet doodslaan

“Doden is nooit geoorloofd, absoluut niet. Zelfs over het lot van de meest walgelijke variant van de mens op dit moment, Donald Trump, hebben we niks te zeggen. Bovendien: overal lopen Trumps rond. Bij ons heet hij Thierry Baudet. Het zijn monsters die we zelf hebben gecreëerd en ik kan alleen maar hopen dat we er via een soort zelfreinigend vermogen ook weer vanaf zullen komen. Misschien moeten we eerst het antwoord vinden op de vraag hoe we het zo ver hebben kunnen laten komen? Hoe racisme, homofobie en intolerantie weer zo veel ruimte konden gaan innemen... Het probleem met types zoals Trump is echter dat er geen bodem meer lijkt te zijn; hij trekt zich van niemand iets aan. Trump zegt nu dat hij een nederlaag in november niet zomaar zal erkennen. Wat nu als hij besluit om gewoon in het Witte Huis te blijven zitten? Dan zal hij verwijderd moeten worden, maar hoe? Het eerlijke antwoord is: ik weet het niet.”

VII Gij zult niet echtbreken

“Soms zie ik ergens een jong koppeltje zitten en denk: dat had ik ook kunnen hebben. Vlinders, verkering, samen in de botsautootjes. Ik kan wijzen naar de boze buitenwereld, naar de mensen die me niet accepteerden, maar ik heb vooral mezelf tekortgedaan. Ik heb anderen die macht gegeven. In de afgelopen vijf jaar heb ik geprobeerd die verloren tijd in te halen door te flirten en soms te zoenen met al de jongens over wie ik toen fantaseerde. Het is bijna niet te geloven hoe groot het verschil is tussen die twee levens. Ooit leefde ik als een non, nu ben ik een prostitué geworden. Bij wijze van spreken dan, hè?

“Eigenlijk hou ik wel van de manier waarop veel homo’s het doen: tak, tak, tak, heel direct. Geen gedoe. No strings attached. Als iemand blijft slapen, denk ik al snel: blijf op je eigen helft van het bed, alsjeblieft! Het liefst wil ik na de seks weer zo snel mogelijk alleen zijn. Doen alsof er nooit iets is gebeurd. Net zoals vroeger: onder de douche springen en alle smerigheid van me afspoelen. Vieze, vuile homo. Nooit meer doen! En de volgende dag deed ik het weer...

“Het is nog niet te laat; ik kan voor één persoon kiezen, een monogaam leven leiden, maar ik moet je eerlijk zeggen dat ik het wel fijn vind zo. Ik vermaak me, ik maak veel lol. Mijn associatie met geluk is nooit geweest: twee mensen voor altijd samen. Ik ben het gelukkigst in een huis vol familie en vrienden.”

VIII Gij zult niet stelen

“Vroeger ging ik vaak snoepjes proeven bij de Jamin, maar ik ben inmiddels zo’n goede klant dat ik die schuld al lang heb ingelost. En ik heb de neiging om af en toe zwart te rijden met het openbaar vervoer. Dat gedrag stamt nog uit de tijd dat ik student was en ik echt te weinig geld had. Ik weet precies op welke tram geen conducteur meerijdt dus ik... o god, dit moet ik helemaal niet zeggen! Hier krijg ik een hoop gezeik mee. Laat dit maar weg. O nee, nu ga je dít natuurlijk óók opschrijven. Ik krijg de tekst nog voor publicatie te lezen, toch? Oké, over dit antwoord ga ik heel lang met je onderhandelen... Shit, ik had natuurlijk gewoon mijn mond moeten houden over die tram.”

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

“Misschien ben ik wel doorgeslagen: van voortdurend liegen over mijn geaardheid naar een neiging om helemaal niets meer te verbergen, om overal eerlijk over te zijn. Het is ongelooflijk om te bedenken dat ik vijfendertig jaar lang met een leugen heb rondgelopen, maar ik loog om te overleven. Als bekend zou worden dat ik – een gelovig moslim – homo was, dan... Ik deed er wel iets aan, maar dan stiekem. Ik herinner dat we een keer met GroenLinks bij Die Grünen in Berlijn op werkbezoek waren. ’s Avonds ging ik meteen naar een beroemde gay-bar in de stad, maar daar werd ik gespot door een Nederlander die het meteen doorspeelde aan GeenStijl en een jaar later, in New York, werd ik ook ergens door twee land­genoten herkend. Het werd steeds moeilijker om te zwijgen. Ik begon er ook problemen mee te krijgen dat juist ik, een vrijgevochten, progressieve politicus die álle onderwerpen bespreekbaar wilde maken, over zijn eigen geaardheid niks durfde te zeggen. Ik kwam helemaal klem te zitten. Ik hoopte dat anderen me voor zouden gaan; ik ken meerdere moslims die nog in de kast zitten... maar het gebeurde niet. In die tijd stelde ik me kandidaat voor het lijsttrekkerschap van GroenLinks. Toen dat helemaal was misgelopen en ik niet veel later de Kamer verliet, wist ik dat het moment gekomen was: ik kon de partij geen schade meer berokkenen. Sterker nog: ik kon dingen gaan repareren, door eerlijk te vertellen hoe het zat. Ik was sterk genoeg om ermee naar buiten te komen.

“Ik heb mijn familie in de problemen gebracht; nu moesten zij zich ook verweren tegen de kritiek van hun omgeving, maar het mooie van mijn verhaal is dat ze me altijd zijn blijven steunen. Dat is echt een unicum in de Marokkaanse samenleving. Ik ken maar één vrouw die na haar coming-out niet door haar familie werd verstoten. Weet je trouwens dat ik, vijf jaar na dato, nog steeds het gevoel heb dat ik niet in de echte wereld rondloop? Dat ik door een maas ben geglipt, dat er straks iemand naar me toekomt en zegt: hee, vuile flikker, terug in de kast jij! Daarom denk ik vaak: je kan er maar beter van genieten zo lang het duurt.”

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

“Het was ijdelheid, compensatiedrift. Ze wilden me niet horen, niet zien, ik mocht niet bestaan. Door zo veel mogelijk op te treden in de media, door ambitieus te zijn, kon ik misschien alsnog de liefde, de erkenning en het respect verdienen. Niet van iedereen, maar vooral van de haters die me afwezen. Ik was nooit jaloers op mensen die er minder moeite voor hoefden te doen om geaccepteerd te worden, maar wel op de vrijheid die ze voelden om zichzelf te zijn. Een beetje zoals de bezoekers van een club die totaal aritmisch, met de meest afstotende bewegingen – helemaal los, schijt aan alles – op de dansvloer staan. Daar kon ik vroeger ademloos naar kijken: wauw, dat je zoiets durft! Ik ben nu veel onbeschaamder.

“Veel mensen worden vrijer als ze hun oorspronkelijke omgeving ontvluchten, maar ik ben nooit weggegaan en word dus constant geconfronteerd met wat mij onvrij heeft gemaakt. Een deel van mijn familie keurt mijn gedrag nog altijd af, ik leef volgens hen niet zoals een goede moslim zou moeten leven. Ooit klonken die stemmen heel luid, nu is het gemurmel op de achtergrond. Op deze manier is het goed te verdragen. Ik voel niet langer de behoefte me te verbergen, te compenseren of te bewijzen.

“Ik probeer de laatste tijd te bedenken wat ik uiteindelijk zal achterlaten. Wat zullen mensen onthouden? Niet welke baan ik heb gehad, niet hoeveel geld ik heb verdiend of hoe vaak ik in de media heb opgetreden, maar vooral: hoe ik met anderen ben omgegaan. Of ik voldoende mijn best heb gedaan om mensen te helpen. Of ik een lieve jongen ben geweest.”

Lees ook: Tofik Dibi: Ik ben zo geschapen, en ga zo verder

Na de coming-out van Tofik Dibi en de verschijning van zijn boek over de innerlijke strijd van iemand die moslim wil zijn en homo is, komt de discussie onder moslims los.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden