Annie Parren-Cornelissen (97) moest haar man verstoppen in de oorlog.

Interview75 jaar bevrijding

‘Toen zei Sef: ik ga me melden. Ik wil niet voor jullie ogen worden neergeschoten.’

Annie Parren-Cornelissen (97) moest haar man verstoppen in de oorlog.Beeld Ringel Goslinga

Het is vandaag precies 75 jaar geleden dat in Roermond 3000 Nederlandse mannen uit de schuilkelders van deze stad naar buiten kwamen en werden weggevoerd door de Duitsers. Annie Parren-Cornelissen (97) woont nog altijd in het centrum van die stad. Zij moest 30 december 1944 afscheid nemen van haar verloofde Sef. ‘We wisten niet of we elkaar ooit nog terug zouden zien.’

 Het eerste wat ik u vertel over de oorlog is dat er weleens gedacht wordt dat het hele zuiden bevrijd is in het najaar van 1944. Nou, niet dus. Roermond, waar ik woonde, lag aan de overkant van de Maas en daar stokte de opmars van de geallieerden. Wij hoorden die herfst wel: dit bevrijd, dat bevrijd. Dat deed pijn. Wanneer komen ze ons bevrijden, vroegen we ons telkens af. En na de zomer van 1944 werd het steeds moeilijker onder die bezetter te leven.

“De Duitsers wilden in het najaar van 1944 dat de mannen uit Roermond zich zouden melden om in Duitsland te gaan werken. Er volgde oproep op oproep, ook voor mijn verloofde Sef Parren, later mijn man. Razzia’s. Wij verstopten onze mannen, onder de vloer, achter de muren, in de kruipruimten. Kunt u zich indenken in wat voor spanning we leefden? Soms hoorde je via via: dadelijk komen ze hier naar de Hamstraat. Dan keek je uit het raam en waren ze aan de overkant al bezig.

“Sef verstopte zich altijd in een regenput op onze binnenplaats. Met een laddertje en laarzen aan stond hij onder in de put, daar was een soort uitstulpsel. Van boven zag je hem daardoor niet. Eén keer wilde een Duitser opeens een handgranaat in de put gooien. ‘Lassen Sie das’, riep ik. Hij schrok. Ik had daar een mand met wasgoed staan. Ik zei: als u die granaat in de put gooit, kan ik de was niet meer doen, dan wordt het water in de put vuil. Hij bood zijn excuses­­ aan. Kunt u zich indenken hoe je benen daarna staan te trillen. Maar eind december 1944 werd de situatie met die ondergedoken mannen onhoudbaar. 

Het gezicht van een Duitse soldaat

“Laat ik u eerst vertellen hoe het bij ons begon. Het was ochtend, 10 mei 1940. Ik was achttien jaar, woonde bij mijn ouders in Roermond. Ik hoor buiten vreemd gedreun van laarzen en schieten. Ik trek een jasje aan, vlieg naar beneden, deur open, kijk pardoes in het gezicht van een Duitse soldaat. Oh God, denk ik, daar zijn ze.

“Die Duitsers lagen al langer met hun leger vlak voor de Nederlandse grens en beweerden in de kranten dat het maar oefeningen waren. De Nederlandse regering zei ook dat wij neutraal bleven. Wij geloofden daar in Roermond niks van, we voelden de dreiging letterlijk. We hadden ook allemaal allang onze schuilkelders in orde gemaakt, en gaten in de muren geslagen zodat we door konden lopen van de een naar de ander. Nu was het dus zover.

“Mijn vader was conciërge en bode geweest hier bij de rechtbank van Roermond. Mijn moeder was huisvrouw. Toen ik twaalf jaar was, ging mijn vader met pensioen. We waren een goed rooms-katholiek gezin, zes kinderen, ik was de jongste. ’s Morgens naar de kerk, elke dag. Als puber werd ik balorig en ging ik niet meer elke dag mee. Ik volgde de Mulo en na wat cursussen werd ik secretaresse van een advocaat­­.

Waar je ook was, je vluchtte de schuilkelders in

“In 1939 was mijn oudste broer al gemobiliseerd. Hij was sergeant in het Nederlandse leger. Hij zat in Heumen bij Nijmegen. Dus toen hier de eerste echte gevechten begonnen, was het voor ons dubbel erg, want we dachten aan hém. Mijn moeder schoot telkens omhoog, bij ieder schot dat we hoorden. ‘Dat heeft Jacq nu ook’, zei ze dan.

“Na de capitulatie ging iedereen weer langzaamaan aan het werk. Wel ging het luchtalarm vaak af en waar je ook was, je vluchtte dan de schuilkelders in. Tijdens de oorlog gingen de Engelse vliegtuigen met hun bommen richting Roergebied, dat is niet ver hiervandaan. Maar ze mikten ook op het station in Roermond, zo werden ook huizen geraakt, dat heeft heel wat doden gekost.

“Sef runde met zijn moeder een wijnhandel. We leerden elkaar in 1942 kennen via de katholieke jeugdorganisatie en zijn Kerstmis 1943 verloofd. Zijn vader was toen al overleden, hij was enig kind. De katholieke kerk was een hechte organisatie, we gaven van alles stiekem door aan elkaar in die oorlogsjaren.

Sef moest aldoor in de put verstopt

“Mijn schoonmoeder is op een gegeven moment naar mijn vader toegegaan om te vragen: mag Annie niet bij ons in huis komen, want ik kan het niet meer alleen aan. De Duitsers kwamen bij haar ook om flessen wijn en cognac te vorderen, dat gaf dagelijks zoveel dreiging. Sef moest aldoor in die put worden verstopt, waar ik al over vertelde. Daarbij waren de voordeursloten stukgeslagen. De soldaten konden daardoor zomaar binnenkomen, op elk moment van de dag of de nacht. We hadden een zinken emmer met allemaal gordijnroeden erin, tegen de deur gezet. ZZZZZZ, hoorde je dan een schurend geluid als er iemand binnenkwam. Ik hoor het nu nog.

“Mijn vader stemde in en het laatste half jaar van de oorlog verbleef ik daarom hier, in het huis van Sef, waar ik nu nog woon. We sliepen met mijn schoonmoeder op een matras in het fietsenhok met de kleren aan, dicht bij de schuilkelder en dicht bij de schuilplaats voor Sef.

“Eind december 1944 ging het goed mis. Er zijn eerst dertien mannen verraden die ondergedoken waren. Ze zijn gefusilleerd. Daarna hingen er plakkaten in de stad: alle mannen tussen de zestien en zestig jaar moeten zich melden, anders­­ wacht hen hetzelfde lot. Toen zei Sef tegen zijn moeder en mij: ik ga me melden want ik wil niet voor jullie ogen worden neergeschoten.

Werden ze  vermoord?

“Anderen dachten er net zo over. Dat bleken er drieduizend. Dat een kleine plaats als Roermond duizenden in zijn kelders wist te verstoppen, dat is toch ongelooflijk. Stelt u zich eens in gedachten voor, die 30ste december, een groot plein hier in Roermond met al die duizenden mannen en hun geliefden. Duitse militairen met geweren en honden in de aanslag eromheen. Daar een vrouw met een dik buikje in verwachting, daar kinderen die huilen­­ ‘papapapa’, daar een oude moeder met haar zoon, allemaal afscheid nemend. Langs de weg stond een priester de massa te zegenen. We wisten niet waar ze heen gingen. Werden ze vermoord? Ze zijn uiteindelijk tewerkgesteld in Duitsland, op verschillende plekken. Sef, mijn broer en een vriend in Düsseldorf, op een postkantoor. Dat hoorden we later.

“De vrouwen bleven achter, maar in januari kwam het bevel dat wij ook geëvacueerd werden. Roermond was nu letterlijk frontstad, de gevechten vonden hier plaats. Daarom moest echt iedereen weg. Alle ouderen, zo ook mijn oudere vader en moeder, mochten op karren vervoerd worden. Ieder ander lopend naar een treinstation en daarna met de trein verder. Straks gaan we eraan, dachten we toen we Duitsland in reden. Toen we bij Enschede weer het eigen land binnenreden, oef, opluchting. We zijn uiteindelijk in het Friese Wijnjeterp terechtgekomen, ondergebracht bij een gezin. Daar hebben we het goed gehad.

Even dacht ik: ik hallucineer

“Ik had met Sef afgesproken toen hij weggevoerd werd: we zien elkaar op zijn naamdag weer. St. Jozefsdag: dat is 19 maart. Tegen beter weten in, want we wisten totaal niet wat ons te wachten stond. Er bestond een oud katholiek gebruik. Hieraan hielden we ons vast, dat betekende dat we zeven woensdagen voor die datum ter communie gingen. In de verwachting dat we dan gehoord zouden worden en op die datum herenigd.

“Ik lees voor uit mijn dagboek: ‘Vandaag is het 19 maart. We hebben niks meer van de jongens gehoord. Vandaag zien we ze toch niet meer terug.’ Ik zit dit te schrijven, kijk door een raam naar buiten en denk: ik zie hem staan. Even dacht ik: ik hallucineer. Maar ik kijk nog eens en dan ren ik naar buiten. Hij was het. En een schreeuw van hem: ‘Annie. Oh!’

“Bij het oprukken van de geallieerden waren onze mannen op 10 maart over de grens gezet door de Duitsers, ze hoefden er niet meer te werken. Ze gingen te voet naar Groningen. Ik had poste restante brieven op postkantoren laten leggen, die blijven daar liggen tot ze opgehaald worden. In Limburg, in Groningen. Daar stond ons adres op in Wijnjeterp. 

Zoiets geloof je bijna niet

“Uit Groningen kregen ze precies op 19 maart de mogelijkheid naar Wijnjeterp te gaan in een postauto. Zoiets geloof je toch bijna niet, maar het is echt gebeurd. Dat was me een weerzien. Die mannen zijn toen naar een apart adresje gegaan bij een andere boer.

“Pas na de bevrijding zijn we teruggegaan naar Roermond, het was toen al juni 1945. Op 28 mei 1946 zijn we getrouwd. We hebben vier kinderen gekregen, twee zonen en twee dochters, inmiddels zijn er negen kleinkinderen en dertien achterkleinkinderen. Mijn man is overleden in 1974. 

“Ik woon nog steeds in het centrum van Roermond, boven de zaak waar eerst de wijnhandel was. Ik praat eigenlijk niet graag over de oorlog. Zeker direct na 1945 niet, eerst moest het huis op orde en trouwen en kinderen krijgen. Wegdrukken die nare tijd, zo dacht ik. In privékring is er daarna weleens wat over gewisseld, maar nee, pas twee jaar geleden, toen ik meewerkte aan een documentaire over Roermond, heb ik er voor publiek over gesproken. En nu, in dit gesprek met u. En het gekke is: het roept toch emoties op, meer dan ik verwacht had.

“Maar wat heeft dat gepraat over het verleden voor zin? Nog steeds denk ik als je het nieuws in 2019 hoort: waar zijn we toch mee bezig, zoveel narigheid. Ik praat liever met mijn kinderen of kleinkinderen over wat ze vandaag beleefd hebben, over iets leuks. Ik heb een heel mooi leven. Weg met oorlogen.”

75 jaar bevrijding

Dit is de zesde aflevering van een serie interviews waarin Trouw mensen aan het woord laat die de bevrijding van de Duitse bezetters in 1944/1945 zelf meemaakten. Lees ze terug op trouw.nl/75jaarbevrijding.

Wat gebeurt er op 30 december 1944 in Roermond?

Terwijl het nabijgelegen Maastricht al half september 1944 door de geallieerde troepen is bevrijd, moet Roermond tot maart 1945 wachten. De oprukkende bevrijders blijven steken aan de Maas.De bevolking hoopt aldoor op een doorbraak maar die blijft die hongerwinter uit. De Duitsers willen intussen de nog aanwezige Roermondse mannen aan het werk zetten. Velen verstoppen zich. Half december volgt daarom een algemene oproep: alle mannen tussen de 16 en 60 jaar moeten zich voor 18 december melden. Maar slechts enkelen melden zich.In de nacht van eerste op tweede kerstdag 1944 worden 13 ondergedoken mannen verraden, opgepakt en gefusilleerd. Daarop volgt een tweede Duitse oproep, nu voor 30 december, met de heldere waarschuwing: wie niet meedoet wacht eenzelfde lot. Dat heeft het door de Duitsers gewenste effect: liefst 3000 mannen melden zich.De mannen moeten naar Duitsland lopen en worden daar in een stadion verzameld. Vervolgens gaan ze naar een werkkamp in Wuppertal. Daarna worden ze verdeeld over Duitsland om aan het vaak zeer zware werk te gaan. Enkele tientallen komen door uitputting om, de rest keert in het voorjaar van 1945, na de bevrijding, terug naar Roermond.

Lees ook:

‘Illegaal een pakje bezorgen? Och, dat doet ons Marie wel’

Het was in oktober 75 jaar geleden dat het Brabantse Vught werd bevrijd. Daar bevond zich tijdens de oorlog een berucht concentratiekamp. Marie Verbraeken-Blommaart (toen 24, nu 98 jaar oud) zat er wegens haar verzetswerk in 1944 gevangen. Wat ze daar meemaakte, krijgt ze ook na driekwart eeuw niet van haar netvlies, vertelt ze.

Toen stond de Duitser weer voor de deur: ‘Ist dein Vater da?’

Het is 75 jaar geleden dat de Slag om de Schelde - op 8 november 1944 - voorbij was en Zuidwest Nederland bevrijd. Jakob Boersma (toen 14, nu 89 jaar oud) beklom ‘s avonds het dak van de pastorie in het dorp Kloetinge op Zuid-Beveland en volgde de strijd. 

Voor de geallieerden was de bevrijding van Nederland nooit meer dan bijzaak

Liefst acht maanden duurde de bevrijding van Nederland, 75 jaar geleden. Militair historicus Wim Klinkert verklaart drie keerpunten in de strijd tegen de Duitsers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden