ReportageZuid-Afrika

Thuisonderwijs in de townships: geen internet, laptop of bureau

Tebogo Moloto neemt met haar dochter Bonolo rekenopdrachten door op de stoep voor hun huis.  Beeld Bram Lammers
Tebogo Moloto neemt met haar dochter Bonolo rekenopdrachten door op de stoep voor hun huis.Beeld Bram Lammers

Door corona ging voor arme Zuid-Afrikaanse kinderen het afgelopen schooljaar grotendeels verloren. Want online onderwijs is voor hen niet mogelijk, aangezien ze geen toegang hebben tot internet. Ook nu gaan de meeste van hen nog slechts de helft van de tijd naar school.

Negen mensen wonen er in het kleine huisje van 6 bij 6 meter in het Zuid-Afrikaanse township Bram Fischerville: Tebogo Moloto (31), haar vier kinderen, haar ouders en haar twee zussen. Het grootste deel van de woning doet dienst als gemeenschappelijk slaapvertrek. Een brede kast, met daarin het servies en een oude televisie, schermt dat deel af van een eenvoudig keukentje en een woonruimte van slechts 4 vierkante meter waarin precies één bank past.

Op die bank zit Moloto met haar dochter Bonolo van zeven. De twee hebben zich over een boek met rekenopdrachten gebogen. Het is donderdag, maar Bonolo kan vandaag niet naar school. Ze gaat om de dag. “Vanwege corona moet er genoeg afstand tussen de leerlingen in de schoolklassen bestaan”, legt Moloto uit. “De klassen op haar school zijn groot. De leerlingen zijn opgesplitst in twee groepen: de ene helft krijgt de ene dag les, de andere helft de dag erop.” En Moloto weet: het kan nóg erger. Haar oudste zoon van twaalf gaat maar één dag per week naar school: vandaag, op donderdag.

Bonolo telt op haar vingers, en op die van Moloto’s twee jongere kinderen, die voortdurend bij hun moeder op schoot proberen te kruipen. Het is lastig concentreren, maar Moloto zet verwoed door. “Ik probeer Bonolo zoveel mogelijk te helpen met de stapels extra huiswerk die ze meekrijgt. Al is dat niet altijd eenvoudig, want ik ben geen leraar.”

Online lessen zijn er niet. Ja, wel op dure privéscholen in de rijkere wijken van het nabijgelegen Johannesburg natuurlijk. Maar in een township als Bram Fischerville is praktisch in geen enkel huis wifi te vinden, of een functionerende laptop, niet eens een bureau om aan te werken. Wat wil je ook: de straten zijn er niet eens verhard.

‘Corona slaat een gat in de kennis en vaardigheden’

Corona richt een enorme onderwijsschade aan onder met name de armste bevolkingsgroepen binnen de Zuid-Afrikaanse samenleving. Professor Educatiewetenschappen Chika Sehoole, van de Universiteit van Pretoria, waarschuwde begin dit jaar dat de coronamaatregelen ‘een gat in de kennis en vaardigheden’ van de huidige generatie leerlingen slaan. De gevolgen daarvan zullen niet direct zichtbaar zijn, voorspelde hij, maar wel over een jaar of tien, tegen de tijd dat de leerlingen volwassen zijn geworden en zij hun op school opgedane kennis in praktijk moeten gaan brengen.

Kinderen als Bonolo misten ook vorig jaar door corona al een groot deel van hun schooljaar. Maandenlang waren toen zelfs alle scholen volledig gesloten. Volgens onderwijsexpert Vijay Reddy van de Zuid-Afrikaanse Human Sciences Research Council ging in 2020 zo’n 65 procent van alle lesuren verloren. Het zal de reusachtige ongelijkheid binnen het Zuid-Afrikaanse onderwijs verder vergroten, vreest zij. Want op scholen waar de onderwijskwaliteit toch al het laagst was – met hun grote klassen en geen laptops of internet – zullen de coronamaatregelen de ernstigste problemen opleveren.

Vooral op scholen in zwarte plattelandsgebieden en in de townships rond de steden is de onderwijskwaliteit dramatisch. Het racistische apartheidsregime sloot zwarte Zuid-Afrikanen begin jaren negentig uit van alle goede banen en investeerde daarom decennialang ook vele malen minder geld in de scholing van zwarte kinderen dan in die van hun witte landgenootjes. Want, zo stelde Hendrik Verwoerd, vaak de ‘architect van de apartheid’ genoemd: “Wat is nu het nut ervan een Bantoekind (een zwart kind, N.P.) wiskunde te leren, als hij die kennis toch nooit in praktijk zal kunnen brengen?”

Na de afschaffing van de apartheid verbeterde het onderwijs voor een beperkt aantal zwarte kinderen: het deel van wie de ouders na 1994 tot de nieuwe zwarte middenklasse ging behoren. Maar de meerderheid van de zwarte Zuid-Afrikanen leeft nog altijd onder de armoedegrens van 2,50 euro per persoon per dag. De schoolvoorzieningen voor hun kinderen bleven erbarmelijk. En een rapport van Amnesty International, dat vlak voor de corona-uitbraak verscheen, stelde begin vorig jaar dat nog altijd 16.897 van de 23.471 overheidsscholen in het land geen toegang hebben tot internet.

Wie geld heeft, stuurt zijn kind liever naar een privéschool

Dat het onderwijs op traditioneel achtergestelde plekken in Zuid-Afrika nog steeds pijnlijk te wensen overlaat, komt deels doordat het Zuid-Afrikaanse onderwijssysteem log is. Het biedt les aan 12 miljoen kinderen. Veranderingen binnen zo’n reusachtig overheidsapparaat kosten tijd. Maar de publieke onderwijssector is ook berucht om haar grootschalige corruptie. Wie geld heeft stuurt zijn kind in Zuid-Afrika daarom meestal liever naar een privéschool. Het maakte het Zuid-Afrikaanse onderwijsstelsel volgens Amnesty International al voor de coronacrisis een van de ongelijkste ter wereld. En ook vandaag de dag hangt de kwaliteit van het onderwijs dat een kind krijgt in Zuid-Afrika nog sterk af ‘van waar dat kind wordt geboren, hoe rijk zijn ouders zijn en wat zijn huidskleur is’.

Iemand als Moloto heeft bijvoorbeeld geen geld om haar dochter tijdens of na de coronacrisis wat extra bij te laten scholen. Ze heeft geen werk en leeft van de 1840 rand (circa 100 euro) aan kinderbijslag die zij elke maand voor haar vier kinderen ontvangt. Om wat bij te verdienen verkoopt ze ijsblokjes. Niet iedereen in de buurt heeft een vriezer. Een bordje langs de weg prijst de ijsblokjes aan. In de tuin van de woning, die haar ouders twintig jaar geleden, net zoals miljoenen andere Zuid-Afrikanen na de apartheid, gratis van de ANC-regering ontvingen, staat een krot gebouwd van golfplaat: om te verhuren. Maar het staat sinds kort leeg. “De kerel die erin zat, betaalde zijn huur niet.”

Moloto is intussen met haar dochter buiten gaan zitten. De twee beginnen op de stoep voor hun huis aan een nieuwe lading sommen. De verf bladdert van de muren en het dak bestaat uit asbestplaten, maar de tuin oogt opvallend verzorgd. Het is buiten makkelijker ademhalen dan in de benauwde ruimte binnen. Alleen rennen in de tuin niet alleen Moloto’s eigen twee jongere kinderen rond, maar ook de kinderen van de buren. Ze voetballen er met een plastic balletje in het gras. Het betekent: nóg meer afleiding, maar tegelijkertijd ook nóg meer vingers om op te tellen.

Motivatie weg

Bonolo had het vooral moeilijk toen de scholen, tijdens de uiterst strenge lockdown in Zuid-Afrika van eind maart tot juni vorig jaar, hun deuren volledig sloten. Maandenlang was er totaal geen les – zelfs geen huiswerk, geen opdrachten, niks. “Ze hing de hele dag maar een beetje thuis rond”, vertelt Moloto. “Ze speelde natuurlijk wel met de andere kinderen uit de buurt, maar ze leerde al die tijd helemaal niets. En dat terwijl ze juist net was begonnen met lezen en schrijven. Haar ontwikkeling stokte. Ze verveelde zich, ze was ongemotiveerd. Ik maakte me grote zorgen.”

Die zorgen lijken terecht. Want leren lezen is een stapsgewijs proces, waarin je niet zomaar een fase kunt overslaan. Basil Manuel, directeur van de National Professional Teachers’ Organisation of South Africa, legde dit aan het begin van het nieuwe schooljaar – half februari, twee weken verlaat vanwege corona – nog maar weer eens uit in de media. “Wie denkt dat we nu al een groot probleem hebben met de leesvaardigheid in dit land, zal schrikken van de toekomst.”

Al voor corona een van de ongelijkste schoolsystemen

Zuid-Afrika’s extreem ongelijke schoolsysteem is een inbreuk op de eigen grondwet van het land en op internationale mensenrechtenverdragen over onderwijs. Dat was begin vorig jaar de vernietigende conclusie in het Amnesty International rapport Broken and Unequal: The State of Education in South Africa. “Ondanks het feit dat er sinds het einde van de apartheid vooruitgang is geboekt op het gebied van de toegankelijkheid van educatie, haalt het ministerie van Onderwijs zijn eigen doelstellingen met betrekking tot de infrastructuur en leerfaciliteiten bij herhaling niet.”

Amnesty International leverde kritiek op de ‘slecht onderhouden schoolgebouwen’, waarvan vele ‘uit de apartheidsperiode dateren, of zelfs van daarvoor’. Ze zijn vaak onhygiënisch, fysiek gevaarlijk voor de kinderen en gebouwd met behulp van materialen als asbest. Klassen zijn groot en in veel gevallen zijn er niet voldoende lesboeken. Ruim vierduizend scholen hadden bovendien geen veilige toiletten, maar zogenaamde pitlatrines, waar kleine kinderen in kunnen vallen. Zij verwonden zich daarbij niet zelden ernstig. Twee kinderen stierven de afgelopen jaren zelfs na een val in zo’n toilet.

De overvolle klassen, slechte leeromstandigheden, veelvuldige afwezigheid van leraren en het gebrek aan leermaterialen op scholen in arme gebieden, leidt ertoe dat de onderwijsresultaten in Zuid-Afrika al voor de coronacrisis dramatisch waren. Onderzoek uit 2017 wees uit dat ruim driekwart van de 9-jarige kinderen in Zuid-Afrika niet goed begrijpend kan lezen. En op het gebied van wiskunde-onderwijs doen scholen het weliswaar veel beter dan vlak na de apartheid in 1994, maar Zuid-Afrika blijft ook op rekengebied tot de slechtst scorende landen ter wereld behoren. Bovendien stopt zo’n 40 procent van alle kinderen in het land al voor zijn eindexamen met school.

Onderwijsexpert Reddy geeft toe dat ook zij niet precies weet hoe door corona veroorzaakte leerproblemen zijn op te lossen. Maar de overheid had volgens haar vanaf het begin van de crisis in ieder geval meer moeten inzetten op het uitzenden van extra educatieve programma’s op televisie en radio. Want een televisie is zelfs in de meeste arme huishoudens te vinden. Ook bij Moloto hangt een schotel boven de deur. “Uiteraard weet je niet of een kind ook de kans krijgt om naar die programma’s te kijken of te luisteren in een groot huishouden”, zegt Reddy. “Maar alle beetjes helpen.” Want het is een utopie te denken dat kinderen als Bonolo de komende maanden opeens wél toegang krijgen tot online onderwijs. En de huidige situatie, met slechts de helft van de lessen, kan nog zeker wel dit hele jaar aanhouden. Het vaccineren in Zuid-Afrika gaat vooralsnog erg langzaam.

De weg naar school

Moloto loopt na het huiswerk met haar dochter de tuin uit. Ze wil de route laten zien die ze samen met Bonolo naar school loopt op de dagen dat haar dochter wél les heeft. De route leidt eerst omlaag door hoog gras, dan hink-stap-sprong over wat stenen dwars door een vervuild riviertje, dat in een geul dwars door het township stroomt, en vervolgens weer omhoog via een open vlakte, tussen ladingen illegaal gedumpt afval door en langs een groepje drugsverslaafden.

Inmiddels lijkt Bonolo de draad weer goed op te pikken, zegt Moloto tijdens de wandeling. Haar gezicht straalt. Ja, dat heeft haar enorm opgelucht. “Bonolo vindt lezen heel leuk”, legt ze uit. “Dus dat doet ze veel, waardoor ze haar opgelopen achterstand op dat vlak zelf nu lijkt in te halen.”

Maar van wiskunde houdt ze minder. Moloto’s taak als huiswerkbegeleidende moeder zal daarom ook de rest van dit coronajaar vooral zijn: zorgen dat Bonolo blijft doortellen op die kleine vingertjes van haar – en op die van haar broertje, zusje en alle spelende buurkinderen in de tuin.

Lees ook:
Corona maakt het meest ongelijke land ter wereld nog ongelijker

Zuid-Afrika is het land met de grootste economische ongelijkheid ter wereld. De coronapandemie lijkt die alleen maar verder te vergroten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden