InterviewAfghanistan

Tahmeena was gender-adviseur op de Nederlandse ambassade. 'Hier ben ik tenminste veilig’

Tahmeena Sattari: 'Ik heb dingen opgebouwd in mijn land, maar dat was binnen  een dag verdwenen'.  Beeld Reyer Boxem
Tahmeena Sattari: 'Ik heb dingen opgebouwd in mijn land, maar dat was binnen een dag verdwenen'.Beeld Reyer Boxem

Een week lang volgde Trouw de evacuatie van Tahmeena Sattari - gender-adviseur op de Nederlandse ambassade in Kaboel. Ze verblijft inmiddels in een opvangcentrum in Zoutkamp. Een gesprek over haar jeugd, de onderdrukking onder de Taliban en de sterke Afghaanse vrouwen.

Ze wordt weer emotioneel als ze terugdenkt aan de dag dat ze Afghanistan verliet, drie weken geleden. Tahmeena Sattari, een medewerker van de Nederlandse ambassade, wist na twee mislukte pogingen het vliegveld in Kaboel te bereiken. Ze baande zich een weg door de mensenmassa buiten het vliegveld, en dit keer stonden daar Nederlandse soldaten die haar binnenlieten. Trouw deed tijdens die cruciale week dagelijks verslag van haar pogingen het land te verlaten. De blijdschap die ze voelde toen het lukte, zal ze nooit vergeten. “Het was de moeilijkste week van mijn leven, het was ongelofelijk om mijn land in slechts een dag in handen van de Taliban te zien vallen.”

Ze blikt terug op een week vol frustratie en angst, waarin ze niet weet of ze weg zou kunnen komen. Dat ze een gele hoofddoek draagt, is opeens verdacht. Na de val van Kaboel is het straatbeeld veranderd: vrouwen zijn er nauwelijks, en als ze er zijn, dan slechts in het zwart gehuld.

De 28-jarige Sattari vertelt haar verhaal aan een houten picknicktafel op de kazerne in Zoutkamp, waar zij en haar 36 collega’s en hun families zijn opgevangen. De hoofddoek is verdwenen. De voormalige gender-adviseur van de Nederlandse ambassade in Kaboel – ze maakte zich hard voor de financiële onafhankelijkheid van vrouwen – kwam op 22 augustus in Nederland aan, samen met haar ouders en haar jongere zus.

Vlucht naar Pakistan

Het is niet de eerste keer dat Sattari voor de Taliban vlucht. Ze is een peuter als haar familie in 1993 vertrekt naar buurland Pakistan. Afghanistan is op dat moment verwikkeld in een burgeroorlog, en de Taliban zijn in opkomst. De familie vertrekt voordat Kaboel in 1996 in handen valt van de Taliban.

In Pakistan hoort ze enkel de verhalen van haar familieleden. Ze vertellen haar hoe de Taliban handen van dieven afhakt. “Ik was maar een kind, en stal ook wel eens wat, dus dat maakte grote indruk, ik was bang”, herinnert ze zich nu. De beelden van de eerste publieke executie door de Taliban, in 1999, staan in haar geheugen gegrift. “Dat beroemde filmpje van een vrouw in een lichtblauwe burka die door het hoofd werd geschoten door een Talib.”

In Pakistan moet de familie een nieuw leven opbouwen. Haar vader begint een groentewinkel, zij en haar zusjes gaan naar de lokale school. Ze kan zich 9/11 herinneren, maar een gebeurtenis een paar dagen daarvoor maakt meer indruk. Op 9 september sterft Ahmad Shah Massoud na een bomaanslag door Al- ­Qaida. Massoud was het hoofd van de Noordelijke Alliantie, de laatste groep die vocht tegen de Taliban. De guerrillaleider voerde het bewind in de Pansjir-vallei, waar zijn zoon momenteel nog vecht tegen de Taliban.

Taliban-strijders in Kaboel. Beeld AFP
Taliban-strijders in Kaboel.Beeld AFP

Een prachtig groen land

Als de Taliban in 2001 zijn verdreven, verhuist haar familie terug naar Afghanistan. “Mijn vader had ons uitgelegd dat het een prachtig land was: groen, met bomen vol met vruchten, waar we een mooi huis zouden hebben, en mensen ons beter zouden behandelen.” Maar de realiteit is anders. “Van toen we terugreden naar Kaboel, kan ik me de mooie bergen nog herinneren. Maar toen we de stad inreden, lag overal puin. Ons huis was door raketten kapotgeschoten, de gebouwen lagen in de as, alles was verbrand.”

De familie komt enigszins goed weg omdat het huis in de wijk staat die wordt getransformeerd tot de zwaarbewaakte Groene Zone – een wijk vol met ambassades en gebouwen van westerse hulporganisaties. De lokale school waar Sattari naartoe gaat, wordt gesponsord door de Amerikanen. “Ik weet nog dat ze naar onze school kwamen, ze brachten snoep, schooltassen en schriften.” Jongens en meisjes zitten daar samen in de klas. “Veel van de meisjes in mijn klas waren ouder, omdat ze eerder niet naar school mochten.”

Sattari heeft moeite om zich aan te passen, ook al is ze pas acht jaar oud. De maatschappij is conservatief, ze ziet hoe haar oudere zusjes worstelen met hun kleding. “We droegen altijd een hoofddoek, maar in Afghanistan voelden we druk om onszelf meer te bedekken, om losse kleren te dragen.” Ook herinnert ze zich de seksuele intimidatie. “Tijdens het bewind van de Taliban konden mannen geen normale relatie hebben. Toen dat eindigde voelden ze zich vrij, ze vielen vrouwen echt lastig.” Buren en leraren zoeken toenadering tot haar zusjes, slechts 13 jaar en 14 jaar oud. Ook financieel is het een zware tijd. Haar vader is in dienst van het leger, maar verdient slechts 50 dollar per maand. Het is niet genoeg om een familie van zeven te onderhouden.

Haar vader overweegt de familie mee terug te nemen naar Badakh­shan, de provincie in het noordoosten van het land waar ze oorspronkelijk vandaan komen. Daar bezit hij grond en kan de familie van de landbouw leven. Maar de verschillen zijn groot, de familie in het noordoosten is veel traditioneler. Sattari herinnert zich dat ze commentaar krijgt op het feit dat zij en haar zusjes naar school gaan en spijkerbroeken dragen. “Hij schotelde ons weer een mooi plaatje voor, maar nadat ik had gezien hoe het in Kaboel was, wist ik wel beter.” Ook haar moeder ziet een terugkeer naar Badakhshan niet zitten, en neemt de kinderen mee terug naar Pakistan.

null Beeld Reyer Boxem
Beeld Reyer Boxem

Zus aan de macht

Drie jaar later is de situatie in Afghanistan verbeterd. Hulporganisaties hebben zich in het land gevestigd. De familie verhuist terug. “Er was veel meer leven, huizen waren gerepareerd, mensen droegen andere kleren. Die drie jaar maakten veel uit”, zegt Sattari.

Ze betrekken één kamer in hun oude huis, de rest is dan onderverhuurd aan andere families. Haar oudste zus treedt in dienst bij een gasbedrijf als financieel assistent. Ze wordt kostwinner, en krijgt inspraak in de familiebeslissingen. “Zij was degene die besloot dat de onderhuurders ons huis moesten verlaten, de dynamiek veranderde,” zegt Sattari. Dat is ook het moment dat ze zich realiseert dat financiële onafhankelijkheid macht met zich meebrengt. “Het is zo belangrijk voor vrouwen om onafhankelijk te zijn; wie het geld binnenbrengt, beslist.”

Haar andere zusje vindt een baan bij een Amerikaanse hulporganisatie. “Ze werden betaald in dollars, dus het leven was goed. Ze studeerden naast hun werk, en ik maakte school af.”

Maar de veiligheidssituatie verslechtert, en langzaamaan verlaten haar familieleden Afghanistan. Haar broer, die als tolk voor het Amerikaanse leger werkt, vertrekt in 2013. “Zijn baas werd voor zijn ogen vermoord tijdens een zelfmoordaanslag. Toen gaven ze de tolken visa voor de VS.” Haar eerste zus krijgt een beurs om te studeren in Amerika en vraagt daar asiel aan. Haar andere zus vertrekt, na twee jaar te hebben gewerkt op de Amerikaanse ambassade, ook naar de VS. Sattari vindt ook een baan bij een hulporganisatie en wordt kostwinner voor haar ouders en haar jongere zusje.

Twee jaar later, in 2018, besluit ze zich op professioneel vlak met vrouwenrechten bezig te gaan houden. Ze treedt in dienst van een Amerikaanse hulporganisatie en probeert seksuele intimidatie op universiteiten tegen te gaan. Ook de volgende baan, bij een andere hulporganisatie, staat in het teken van vrouwen. Ze bezoekt provincies om seksueel geweld te bespreken. Dat is niet altijd eenvoudig. Soms besluit haar baas de mannelijke collega’s op pad te sturen, als hij denkt dat het te gevaarlijk is voor Sattari. “Daar heb je dus weinig aan, want de vrouwen daar mogen niet met vreemde mannen praten,” zegt ze, nog steeds gefrustreerd over deze gang van zaken.

Terwijl ze het gesprek probeert aan te gaan over seksueel geweld, blijkt dat de vrouwen hele andere problemen aan hun hoofd hebben. “Hun kinderen waren werkloos, ze hadden niet genoeg te eten, of hadden behoefte aan medicijnen. Daar wilden ze over praten, niet over hoe mannen met hen omgingen.” Vrouwen in de provincies zijn zich vaak niet bewust van hun tweederangspositie, zegt Sattari. “Zelfs mijn eigen familieleden uit de provincie zeiden dingen als: als je man je slaat, is het voor je eigen bestwil; waarom zou je iets doen waardoor hij je moet slaan? De man heeft het recht om met je te doen wat hij wil.”

In Kaboel is de situatie beter, er is meer werk beschikbaar voor vrouwen. Ze krijgen beter onderwijs, en komen vaker in leidinggevende posities, zegt Sattari. Omdat ze financieel onafhankelijk zijn, vinden ze hun stem. “Ik had een aantal vriendinnen die de enige kostwinner waren voor hun families. Ik was dat ook. Sinds 2016 ondersteun ik mijn ouders en mijn jongere zusje. Ze zijn mijn verantwoordelijkheid.”

Sattari realiseert zich maar al te goed hoeveel geluk ze heeft gehad dat haar ouders haar hebben gestimuleerd om te leren. Haar moeder heeft ervoor gevochten dat haar dochters konden studeren. “Ze heeft zelf haar school afgemaakt, zelfs nadat ze op haar achttiende trouwde. Dat was heel bijzonder. Mijn vader werd er op aangesproken. Zijn familie zei dat we slechte vrouwen waren, omdat we spijkerbroeken droegen, en door wilden studeren. Maar toen hij zag dat we groeiden en onafhankelijk werden, begon hij de waarde ervan in te zien.”

Afghaanse vrouwen protesteren tegen de overname van Afghanistan door de Taliban.  Beeld AP
Afghaanse vrouwen protesteren tegen de overname van Afghanistan door de Taliban.Beeld AP

Vrouwen kennen hun kracht

Als ze bij de Nederlandse ambassade wordt aangenomen in 2019, strijdt ze voor financiële onafhankelijkheid van vrouwen. “Recent droegen we bij aan een initiatief om honderdduizend handtekeningen op te halen in alle provincies, bedoeld om vrouwenrechten mee te nemen in de vredesonderhandelingen (met de Taliban, red.). Vrouwen wilden daar onderdeel van uitmaken,” vertelt ze. In samenwerking met hulporganisatie Cordaid organiseerde ze een vrouwennetwerk in 15 provincies, waarin vrouwen leren opkomen voor hun rechten. Ze maakt zich zorgen over de voortgang. “De Taliban geven niks om mensenrechten, laat staan vrouwenrechten.”

Toch denkt ze dat het werk dat de afgelopen twintig jaar door de internationale gemeenschap is gedaan, vruchten heeft afgeworpen. Natuurlijk was het niet makkelijk, er was weerstand vanwege de conservatieve cultuur en de culturele verschillen. Dat heeft ze in haar eigen werk en leven ook gemerkt. Maar er zijn ook successen. “Ik zag vrouwen die hun hele leven lang zoveel rechten waren ontnomen, die nu samenkwamen om hun situatie te veranderen. Ze kennen hun eigen kracht beter.”

Die bewustwording ziet ze terug in de vrouwen die de straat op gaan om te protesteren tegen de Taliban. Ze heeft grote bewondering voor hun moed. “Deze vrouwen protesteren tegen mensen die hen zouden kunnen vermoorden. Dat is vanwege het werk dat de internationale gemeenschap heeft gedaan. Ze zijn hoger opgeleid, ze zijn zich bewust van hun rechten en ze laten zich niet terug in de tijd duwen.”

Negen eenpersoonsbedden

Haar eigen toekomst is ongewis. “Toen we hier naartoe kwamen, zei mijn vader: Ik weet hoe erg het is om een vluchteling te worden. Ik hoop dat het hier niet hetzelfde zal zijn.” Ze wonen vooralsnog op de Kazerne in Zoutkamp. Dat is wennen. De familie deelt een kamer. Er staan negen witte eenpersoonsbedden van staal, iedereen heeft een stoel en een lichtgrijze kast. Iedereen worstelt met het gebrek aan privacy, op sommige kamers hebben families de kasten in het midden gezet om een splitsing te maken tussen mannen en vrouwen. “Ik hoop dat we zo snel mogelijk een huis krijgen toegewezen”, zegt Sattari. Wanneer dat gaat gebeuren is onduidelijk. Het is lastig om een huis te vinden voor statushouders, en het coa heeft al gewaarschuwd dat de komst van zevenhonderd Afghanen dit probleem alleen maar zal verergeren.

Het gesprek met de marechaussee is achter de rug, nu is het wachten op de IND. Ze hoopt zo snel mogelijk op Nederlandse les te kunnen. Maar ze weet dat er een lange weg te gaan is. “Ik moet opnieuw beginnen. Ik heb universiteitsdiploma’s en werkervaring, maar ik weet niet of dat hier zal worden geaccepteerd. Ik moet mezelf opnieuw bewijzen.” Alle Afghanen die nu naar Nederland zijn gekomen hadden geen keuze, benadrukt ze. Als ze niet in levensgevaar verkeerde, was ze niet gegaan. “Hier ben ik tenminste veilig. Ik heb dingen opgebouwd in mijn land, maar dat was binnen een dag verdwenen. Ik heb liever zekerheid dan dat je hard voor iets werkt en het opeens in elkaar stort.”

Lees ook:

Dagboek uit Kaboel: ‘Ik weet niet wat voor leven ik ga krijgen’

Ik heb een beetje meer hoop, omdat ik heb gehoord dat er een vliegtuig onderweg is om ons te evacueren. Misschien gaan we vanavond al, of morgenochtend. Het wachten is slopend, en kost veel energie. Maar ik ben niet meer zo bang als de eerste paar dagen. De Taliban hebben gezegd dat ze mensen twee weken de kans zullen geven om het land te verlaten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden