InterviewCaribische eilanden

Staatssecretaris Knops: ‘Op de eilanden hoor ik hoop, maar vooral diepe frustratie’

Willemstad op Curaçao lijkt door corona wel een spookstad. Beeld Arie Kievit

Tien jaar na het opheffen van de Nederlandse Antillen is de feeststemming van destijds geheel verdwenen. De autonome Caribische landen verkeren in crisis. Staatssecretaris Knops wil helpen, maar wel onder strenge voorwaarden: “Ik ben bij eilandbewoners op bezoek geweest die geen eten hebben, geen baan, geen enkel perspectief. Voor hen doen wij dit.”

Het was toenmalig CDA-leider Sybrand Buma die zich tijdens de kabinetsformatie tot partijgenoot Raymond Knops richtte: jij moet staatssecretaris van binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties worden. Het aanbod verraste Knops; de Limburger had tot dat moment geen bijzondere affiniteit met de Caribische eilanden. “Ik was er in 2005 één keer geweest, als Kamerlid.” Daar hield zijn band met de Antillen wel zo’n beetje op.

Eind oktober 2017, een dag na zijn beëdiging, sprak Knops in het Torentje met de gouverneur van Sint-Maarten, de gezaghebber van Bonaire en met de gevolmachtigde minister van Aruba. Een soort ‘speeddate’, zegt de staatssecretaris. Een snelcursus Koninkrijk der Nederlanden. “Wat me direct opviel: dit gaat over mensen, over het welzijn van tienduizenden mensen in kwetsbare situaties. Sommige ministeries zijn wetgevingsmachines. Het koninkrijk is dat niet. Mijn werk betekent veel reizen naar de eilanden, relaties opbouwen. En proberen zo goed mogelijk samen te werken.”

Het is morgen exact tien jaar geleden dat het koninkrijk grondig werd verbouwd. Op 10 oktober 2010 verdween het land ‘de Nederlandse Antillen’. Curaçao (160.000 inwoners) en Sint-Maarten (40.000) kregen autonomie, iets waar ze lang voor hadden gestreden. Aruba (110.000) heeft die status aparte al sinds 1986. De drie kleine eilanden Bonaire (20.000), Sint-Eustatius (3000) en Saba (1900) werden bijzondere ‘gemeenten van Nederland’.

De juichstemming is geheel verdwenen

De ontmanteling van de Antillen werd op de Cariben gevierd als een soort Bevrijdingsdag. Toenmalig prins Willem-Alexander en prinses Máxima vlogen naar Willemstad, Curaçao, om daar het feest bij te wonen. Nu, tien jaar later, is die juichstemming geheel verdwenen. Zowel in de West als in Nederland.

Knops stapte in 2017 ‘volstrekt neutraal’ in, vertelt hij in zijn werkkamer op het ministerie. “Ik durf te zeggen dat ik na drie jaar een aardig beeld heb van de onderlinge verhoudingen en de moeilijkheden. Laat ik kort zijn: het is er in de autonome landen in die tien jaar niet beter op geworden.”

Nederland en de eilanden zijn de afgelopen jaren herhaaldelijk met elkaar in botsing gekomen. Curaçao, Sint-Maarten en Aruba bleken de overheidsfinanciën niet op orde te hebben, tot onvrede van ‘Den Haag’. Curaçao en Sint-Maarten kregen premiers die hun rug naar Nederland keerden. Hoognodige structurele hervormingen op de eilanden bleven uit. Nederland werd na iedere bemoeienis steevast beschuldigd van ‘neokolonialisme’.

Raymond Knops: ‘Ben ik moedeloos? Nee. Ik weiger me neer te leggen bij de situatie en blijf strijden voor verbetering.’ Beeld ANP

Is het wel mogelijk om met elkaar een koninkrijk te vormen, met landen die zo ontzettend van elkaar verschillen?

“Als je hier buiten op straat aan mensen vraagt wat ze van de Caribische eilanden vinden, denken ze aan vakantie. Er is weinig echte interesse. Aan iedere relatie moet je werken. Mijn vrouw leest dit wellicht ook, haha. Als alles goed gaat, is er niets aan de hand. Arjen van Rijn, hoogleraar staatsrecht, noemt dit ‘mooi weer-autonomie’. Hij heeft een punt. Als het tegenzit door een natuurramp of een dodelijk virus komen alle zwaktes van de eilanden naar boven. De kwetsbaarheid van de bevolking, de afhankelijkheid van het toerisme, politici die lang niet altijd denken aan het algemeen belang. Als het gaat over rechtsstaat, solidariteit en het opkomen voor de zwakkeren moet er op die landen nog heel veel gebeuren.

“Het is herhaaldelijk gebeurd dat ik met Curaçao of Sint-Maarten een afspraak had gemaakt over iets en dat er vervolgens niets gebeurde. Heel bijzonder. In Nederland is toch de cultuur dat afspraak ook betekent dat je handelt. Op Sint-Maarten is zelfs sprake geweest van tegenwerking. Echt opmerkelijk. Als ik op de eilanden ben, spreek ik zoveel mogelijk met de lokale bevolking. Daar hoor ik verhalen van hoop, maar vooral van diepe frustratie. Er is heel veel cynisme over de eigen politici.”

U zei eerder dit jaar in een Kamerdebat dat Aruba, Curaçao en Sint-Maarten hun eigen autonomie niet kunnen dragen. Dat betekent dan toch het einde van het huidige koninkrijk?

“Ik trok een harde conclusie, zeker, maar vooralsnog heb ik de hoop dat de eilanden dit met hulp van Nederland kunnen oplossen. Ik spreek geen faillissement over het koninkrijk uit. Wat er nu ligt is een politiek compromis uit 2010. Sint-Maarten wilde per se een autonoom land worden. Dat moest en zou gebeuren.”

En nu blijkt dat bestuurders u tegenwerken. Wat is hier de oplossing?

“In een relatie kan een van de partners altijd concluderen: ik stop ermee. Het bijzondere aan ons koninkrijk is dat drie van de vier landen dit kunnen zeggen, maar Nederland niet. Dat heeft met de geschiedenis te maken, de toekomst van de eilanden is aan de eilanden zelf. Als zij hun autonomie willen behouden zullen zij de komende jaren er echt alles aan moeten doen om te hervormen. Dat is ook de essentie van het voorstel dat het Nederlandse kabinet op tafel heeft gelegd.”

Knops doelt op de steunpakketten die Nederland aanbiedt aan Curaçao, Sint-Maarten en Aruba om de klappen van de coronacrisis op te vangen. Er liggen honderden miljoenen euro’s klaar, maar Knops is niet van plan om dat zonder nadere afspraken op bankrekeningen in de West te storten. De eilanden zullen akkoord moeten gaan met hervormingen. Zo eist Nederland dat salarissen in de (semi-)overheid fors omlaag gaan. En Sint-Maarten moet bijvoorbeeld de pensioenleeftijd verhogen van 62 naar 65 jaar. De eilanden, die op hun rug liggen, beschuldigen Knops van machtsmisbruik. Knops op zijn beurt zegt dat Curaçao, Sint-Maarten en Aruba nu moeten doen wat ze jarenlang hebben nagelaten.

Knops: “Ik hoor dat verwijt van neokolonialisme herhaaldelijk voorbij komen. Laatst nog, in het parlement van Curaçao. Ze blijven die bal het veld intrappen en ik zal die bal iedere keer terugtrappen. Als ik dat niet doe is er altijd wel iemand die roept dat dit onze agenda is. Er is in Nederland niemand, echt he-le-maal niemand die denkt aan rekolonisatie. Ik ben bij eilandbewoners op bezoek geweest die geen eten hebben, geen baan, geen enkel perspectief. Voor hen doen wij dit.”

Met Curaçao en Aruba wordt onderhandeld. Sint-Maarten voldoet niet aan eerder gemaakte afspraken. Wat kan Nederland nog?

“Eigenlijk zijn de onderlinge verhoudingen sinds 2010 altijd ingewikkeld geweest. Als ik mensen op Sint-Maarten spreek, ook ondernemers, vertellen ze mij dingen die ze daar niet hardop durven roepen. Ze zijn bang. Het is de cultuur, de kleinschaligheid van het eiland. Iedereen kent elkaar. Je hebt een officier van justitie die een voormalig klasgenoot voor de rechter moet brengen, dat soort dingen. In Nederland is dat ondenkbaar. Kan zo’n eiland wel zelfstandig zijn? Er wonen 40.000 mensen. Ik ben wethouder geweest van een gemeente met dat aantal inwoners. Bij het in stand houden van een autonoom land komt zoveel meer kijken. Wat natuurlijk niet helpt is dat politici actief tegenwerken. Ik noem het voorbeeld van de luchthaven. Er lag een kant-en-klaar aanbod van Nederland om het vliegveld dat door orkaan Irma zwaar is beschadigd, te herstellen. Dat werd gewoon genegeerd door bestuurders met eigen belangen.”

Het Rode Kruis laat op Curaçao voedselpakketten bezorgen bij bewoners die door de coronacrisis in grote financiële problemen zijn geraakt en hun baan zijn verloren. Beeld Arie Kievit

Bent u al moedeloos?

“Ik houd me vast aan dingen die wel goed gaan. Op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba zie je veel goede resultaten. Het gaat niet perfect natuurlijk, maar er zit vooruitgang in. Ben ik moedeloos? Nee. Ik weiger me neer te leggen bij de situatie en blijf strijden voor verbetering. Ik ben dat ook verplicht aan de mensen op de eilanden die zich nu niet gehoord voelen.

“Het is niet verstandig om nu een discussie te starten over staatkundige verhoudingen. Als je tegen gemeenten in Nederland begint over herindelingen, gaat iedereen in de weerstand. Het zuigt alle energie op waardoor er niets meer gebeurt. De mensen op de straten van Curaçao en Sint-Maarten zijn niet bezig met autonomie, ze hebben ook helemaal geen autonomie. Zij zijn volstrekt afhankelijk van anderen. Je zou willen dat we de stekker er even uit kunnen halen en er terug in kunnen stoppen. Gewoon een harde reset. Dit is helaas iets ingewikkelder. Premier Eugene Rhuggenaath van Curaçao zei onlangs dat als er een moment is om dingen anders te doen, dat nu is. Dat getuigt van introspectie en realiteitszin. Het begint met dit besef.”

Het Koninkrijk der Nederlanden in een notedop

Het koninkrijk omvat vier zelfstandige landen (Nederland, Curaçao, Sint-Maarten en Aruba) en drie Caribische ‘gemeenten’ die bij Nederland horen (Bonaire, Sint-Eustatius en Saba).

Deze constructie bestaat sinds 10 oktober 2010. Op die dag werd het land ‘de Nederlandse Antillen’ opgeheven en kregen Curaçao en Sint-Maarten hun zo gewenste autonome status. Aruba heeft die al sinds 1986. De drie andere eilanden werden formeel toegevoegd aan Nederland, omdat ze simpelweg te klein zijn voor zelfstandigheid.

Autonomie is geen onafhankelijkheid. Het ‘Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden’ regelt dat de vier landen een zekere verantwoordelijkheid dragen voor elkaar. Nederland, Curaçao, Sint-Maarten en Aruba overleggen daarover in de rijksministerraad, die op vrijdagen plaatsvindt op het Binnenhof, voorafgaand aan de reguliere ministerraad. De rijksministerraad bestaat uit de leden van het Nederlandse kabinet en drie gevolmachtigde ministers die namens de drie andere landen aanschuiven. Daar bespreken ze bijvoorbeeld de overheidsfinanciën en eventuele bestuursproblemen.

Dit heeft de afgelopen jaren diverse keren tot ingrepen geleid. Curaçao, Sint-Maarten en Aruba zijn door de rijksministerraad onder financieel toezicht geplaatst vanwege oplopende begrotingstekorten. Sint-Maarten ligt bovendien onder een vergrootglas vanwege corruptie binnen de politiek.

De eilanden protesteren op hun beurt tegen hun minderheidspositie in de rijksministerraad. De kabinetsleden van Rutte III zijn veruit in de meerderheid, dus in feite beslist Nederland.

Van de drie Caribische ‘gemeenten’ worstelt vooral Sint-Eustatius met de nieuwe situatie. Nederland heeft in 2017 het lokale gezag aan de kant geschoven vanwege ‘grove taakverwaarlozing’. Het is de bedoeling dat daar later deze maand voor het eerst weer verkiezingen plaatsvinden.

Lees ook:

Hoe kan de crisis in het koninkrijk worden gekeerd?

De Caribische landen binnen het koninkrijk bezwijken onder de problemen. Er is slechts één oplossing, zeggen deskundigen: maak er Nederlandse gemeenten van

Je moet in Den Haag met een lampje zoeken naar oprechte interesse in de Caribische eilanden

Niet het wanbeleid aan de overkant van de oceaan is het grootste gevaar voor het koninkrijk, dat is het chronische gebrek aan interesse aan deze kant.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden