Paralympische Spelen

‘Sorry ik zit in een rolstoel.’ In gastland Japan staan gehandicapten aan de zijlijn

Drievoudig paralympisch kampioen Miki Matheson zwaait tijdens de Olympische Winterspelen van 1998 met de Japanse vlag. Beeld Hollandse Hoogte / AFP
Drievoudig paralympisch kampioen Miki Matheson zwaait tijdens de Olympische Winterspelen van 1998 met de Japanse vlag.Beeld Hollandse Hoogte / AFP

Dinsdag beginnen de Paralympische Spelen in Japan, waar mensen met een beperking vaak ‘onzichtbaar’ zijn. De hoop is dat de Spelen daar voor een structurele verbetering zorgen.

Miki Matheson zei jarenlang ‘sorry’ als ze zich ergens vertoonde in het openbare leven in Japan. Sorry als ze wilde passeren, sorry als ze iemand de weg ging vragen. Sorry voor al het ongemak. De reden? Ze zat in een rolstoel, en voelde zich anders. Een realiteit waar Matheson mee moest dealen, zelfs nadat ze in 1998 op de Winterspelen in Nagano drie keer paralympisch kampioen werd bij het ijssleeracen. Pas toen ze voor de liefde naar Canada verhuisde, voelde ze zich ‘vrij van handicap’. “Voor het eerst hoefde ik niks uit te leggen.”

De Paralympische Spelen, het grootste evenement voor mensen met een beperking, strijken vanaf dinsdag neer in een land waar het geen vanzelfsprekendheid is dat mensen met een handicap als gelijkwaardig worden gezien. In Japan heeft één op de twintig mensen een handicap. Zij groeiden jarenlang op aan de zijkanten van de samenleving, en zaten onder meer op aparte scholen.

Matheson weet hoe het voelt om als ‘anders’ te worden gezien. Op haar twintigste werd ze op een zonnige oktoberdag aangereden door een vrachtwagen. De chauffeur was achter het stuur in slaap gevallen. In één klap werd ze een persoon in een rolstoel. Voor haar als persoon veranderde dat weinig. Ze kon alles, alleen niet lopen. Maar de perceptie van de mensen om haar heen veranderde. “Wanneer je een beperking hebt, ben je in Japan zielig. Dan moet er voor je worden gezorgd.”

Mensen met een handicap worden gestigmatiseerd, zegt Matheson via Zoom vanuit haar huis in Canada, waar ze inmiddels woont met haar Canadese man en kinderen. Ze is voorvechter voor de rechten van gehandicapte mensen en ze sprak meerdere malen de Verenigde Naties toe. Als projectmanager bij de Nippon Foundation probeert ze via educatie op scholen aandacht te genereren voor de paralympische sporters. Om te laten zien dat mensen met een handicap niet anders zijn. “Mensen met een beperking hebben een onnodig zoeklicht op zich gericht staan.”

Soms leidt een stigma tot extreme si­tuaties. Vijf jaar geleden sloeg in Sagami­hara, even buiten Tokio, een man met een hamer een raam in bij een tehuis voor verstandelijk gehandicapten. Als oud-werknemer wist hij de weg. Gewapend met een mes bond hij slachtoffers vast en stak negentien slapende mensen dood. 27 anderen raakten (zwaar)gewond. Na zijn daad gaf Satoshi Uematso zich lachend over. Het is beter dat gehandicapten verdwijnen, zei hij. “Ze hebben toch geen nut in de maatschappij.”

Het bloedbad schokte een land dat juist meer was gaan doen voor mensen met een beperking. Bijvoorbeeld in de inrichting van de infrastructuur. Het legde vlakke opgangen aan en plaatste aangepaste toiletten. Wie als persoon in een rolstoel nu een sportwedstrijd wil bezoeken, zit in de nieuwe stadions op de beste plekken. Er is in Japan een pas waarmee gehandicapte mensen eenvoudiger toegang krijgen tot bijvoorbeeld attracties of musea. Ze krijgen korting in het (bijna overal aangepaste) openbaar vervoer.

Verzonnen gehandicapten

Aan de andere kant zijn er nog genoeg hobbels te nemen en is de uitzonderingspositie nog altijd springlevend. Uit onderzoek van de Japanse overheid blijkt dat 87 procent van de bevolking van mening is dat mensen met een beperking worden gediscrimineerd. 79 procent van de jongeren zegt niemand met een handicap te kennen. In 2019 verzon de Japanse overheid dat ze 3700 gehandicapte werknemers in dienst had. Maar in werkelijkheid was er niemand aangenomen, iets dat volgens de wet wel verplicht is.

Matheson: “Veel van de beleidsmakers in Japan zijn niet op de hoogte van het leven van iemand met een handicap. Dat is al generaties zo. Japan is geen divers land. Aanpassen vergt moeite. Dat is het culturele systeem, maar verandering start heel langzaam. Zelfs hechte familie of vrienden van mij hebben nog geen volledig idee wat gehandicapt zijn betekent.”

De Paralympische Spelen kunnen in dat opzicht een katalysator zijn voor inclusiviteit, net zoals dat in 1998 zo was, en in 1964, toen voor het eerst de Olympische en Paralympische Spelen in Tokio werden georganiseerd. Tribunes zaten afgeladen vol, mensenrechtenbewegingen kregen een (kleine) voet aan de grond. Voor het eerst kreeg de sporter met beperking een plaats in de schijnwerpers. En dat, zo zegt Matheson, is zo belangrijk en iets waar ze graag over spreekt. “Het is echt waar: de kracht van sport doet veel. Mensen met een handicap zijn niet afhankelijk.”

Hulp van NOC-NSF

Tokio 2020, zoals de Spelen nog steeds heten, moet niet alleen nu een feest zijn, maar ook in de toekomst leiden tot een structureel verbeterde positie voor mensen met een beperking in de Japanse maatschappij. Daarom vroeg Japan hulp aan de Nederlandse sportkoepel NOC-NSF. Met Nederlandse assistentie zijn de afgelopen vier jaar in de wijken Edogawa en Adachi en in de stad Nishitokyo drie projecten opgezet en begeleid om mensen met een beperking in aanraking te laten komen met sport.

Ook is het de bedoeling dat bestuurders en gehandicapte mensen met elkaar in contact komen. In Adachi is een loket opgericht waar mensen met een beperking kunnen vragen naar sportactiviteiten en eventuele hulpmiddelen daarvoor.

Rita van Driel, projectleider en lid van het bestuur van het Internationaal Paralympisch Comité, kan geanimeerd vertellen over de eerste keer dat Japanse ambtenaren in gesprek gingen met gehandicapten over wat zij nodig hadden om te sporten. Een van de mensen met een beperking had een grote tas bij zich. Wat bleek: het was een oud-tafeltenniskampioen, die zijn oorkondes en bekers kwam tonen. “Je had het gezicht van de ambtenaren moeten zien. Zij wisten niet dat iemand met een handicap dat kon presteren.”

Voormalig paralympisch sporter en ambassadeur Aki Taguchi (rechts) en gouverneur van Tokio  Yuriko Koike (midden) tijdens de fakkelceremonie voorafgaand aan de opening. Beeld AFP
Voormalig paralympisch sporter en ambassadeur Aki Taguchi (rechts) en gouverneur van Tokio Yuriko Koike (midden) tijdens de fakkelceremonie voorafgaand aan de opening.Beeld AFP

Van Driel ziet dat het gesprek in vier jaar tijd veranderde. “Veelal praatten bestuurders over mensen met een handicap, maar niet met hen. Toen ik eens vertelde dat ik bij een volgende bijeenkomst echt mensen met een handicap aan tafel wilde, zat iemand letterlijk met de handen in het haar. Hoe vind je zo iemand, vroeg hij zich af.

“In Nederland ga je dan bij de supermarkt staan. Maar in Japan zie je veel minder gehandicapte mensen boodschappen doen. Toch zaten er drie maanden later veel mensen aan tafel. Het was maar mooi gelukt.”

Dankzij de Nederlandse inbreng is er nu op verschillende plekken in Tokio een begin gemaakt om sporten voor mensen met een beperking eenvoudig te maken. Een goed begin, erkent ook Matheson, die vanwege haar werk ook zijdelings bij het project is betrokken. Aan de andere kant wil ze ook af van het idee dat je als gehandicapte alleen kan schitteren op het sportveld. Alsof er daarnaast geen andere rol bestaat in de Japanse maatschappij. Matheson: “Gehandicapt zijn staat bijna gelijk aan paralympiër zijn, terwijl ik allang een zakenvrouw ben. Elke keer als ik op het vliegveld sta, zijn er mensen die vragen in welke competitie ik meedoe. Kan je je voorstellen wat dat doet met mensen die niet aan sport willen doen? Die blijven horen dat ze meer moeten trainen om beter te worden.”

Onderdanigheid

Bovendien, zegt Matheson, moeten ook de sporters af van onderdanigheid. “Media zien ook de paralympische sporters nog steeds als mensen die iets ergs hebben meegemaakt. De sporter gaat daarin mee: ik ben diep gevallen, maar de sport hielp me weer opstaan. Dat moet stoppen. Zoals ik het zie: een rolstoel is een onderdeel van mij, maar het is geen symbool voor wie ik ben.”

Matheson kijkt uit naar de Paralympische Spelen, ook omdat er rolmodellen kunnen opstaan. De vraag is of de aandacht blijvend is. Wat gebeurt er na 5 september, als het vuur van de Paralympische Spelen is gedoofd?

Matheson hoopt dat er genoeg tijd is geweest om aandacht te genereren voor de mensen met een beperking in Japan. De twijfel blijft. “Het coronajaar kwam niet slecht uit. We hebben meer kunnen onderwijzen. Ik hoop, maar vrees tegelijk.”

Het project van NOC-NSF loopt nog tot februari. Van Driel: “Er is in ieder geval een raamwerk dat bestendigd zou kunnen worden. Als de ambtenaren die we nu langzaam hebben overtuigd worden overgeplaatst, zou alles net zo snel weer in elkaar kunnen zakken als het is opgebouwd.” Matheson: “Cultuur is nu eenmaal moeilijk te veranderen”.

Lees ook:

Vals spel in het parazwemmen: ‘Ik moest het afleggen tegen iemand die niets mankeert’

In een wereld zonder Covid-19 waren deze week in Tokio de Paralympische Spelen begonnen. Voor de zwemmers Thijs van den End en Simon Boer betekende het jaar uitstel van dat evenement het einde van hun carrière. Eindelijk kunnen ze nu vrijuit praten over de misstanden in de gehandicaptensport.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden