De buurt Wuheli in Shanghai.

Reportage Shanghai

Slopen of toch renoveren in Shanghai?

De buurt Wuheli in Shanghai. Beeld Matjaz Tancic

Veel oude wijken in Shanghai maken plaats voor beton, glas en staal. Langzaam dringt de waarde van historisch erfgoed door tot de autoriteiten. Maar renovatie is duur, sloop is veel efficiënter.

Een elektriciteitskastje bungelt doelloos aan de muur. Rechts staat het laatste groepje huizen nog overeind, links staat een bulldozer op een berg puin. In de verte, voorbij de braakliggende grond, is de nieuwe brug al te zien.

Chen Gong, een kleine, jong ogende man heeft het er maar druk mee. Als opzichter leidt hij het sloopwerk in goede banen. In augustus zal Wuheli, zoals dit buurtje uit 1928 heet, zijn verdwenen. Na de zomer rijdt het verkeer vanaf de gloednieuwe brug zo het district Jingan in.

In de paar steegjes die nog over zijn, trekken sierlijke gevels de aandacht. Van dit soort Shikumen-wijkjes zijn er nog maar weinig over. De overheid onteigende de statige panden in de jaren vijftig, en ging er liefdeloos mee om. Binnen is het donker, met moeite zijn onder het stof de vloertegels in blauw, geel en rood zichtbaar. De gracieuze maar dof geworden donkerrode trapleuning leidt naar de eerste verdieping.

Gevelstenen

De kamer waar Chen met zijn vrouw woont, is verrassend netjes. Een twijfelaar in de hoek, magnetron op tafel en een ventilator op het nachtkastje. De vergeelde airconditioning aan de muur werkt niet meer. Chens vrouw wuift dat de kamer niet op de foto mag. Ze is aan de telefoon met haar kinderen van 9 en 15, die bij hun opa en oma in Chongqing wonen, in het midden van China. Op de tafel staan hun portretten in fotolijstjes. “Ze waren toen nog jonger”, zegt Chen.

Als opzichter heeft hij de mooiste kamer. Hij haalde een bataljon slopers uit zijn netwerk in Chongqing, en ieder van hen heeft zijn intrek genomen in de verlaten kamers. Op de dag dat ze deze huizen slopen, staan ze dus allemaal op straat. In de ruimte naast Chens kamer klinken vrolijke stemmen. De slopers hebben hun kinderen op bezoek nu de zomervakantie is begonnen. Voor Chen, de opzichter, is dat niet toegestaan. “Dat leidt af”, bromt hij. Een vrouw zet een teiltje onder de kraan op de gang. Ze heeft water nodig om groenten voor de lunch te wassen. Elektriciteit is er niet meer.

Xiao Hong poseert voor de verveloze deur van haar ouderlijk huis. Beeld Matjaz Tancic

Een eeuw geleden woonden bijna alle inwoners van Shanghai in laantjes als deze. Ze hebben iets weg van de hutongs, de smalle straatjes in Peking, maar hebben hun eigen, typische architectuur. Shikumen zijn een mix van het oude China en buitenlandse invloeden. Het Verdrag van Nanjing (1842) opende de haven van Shanghai voor buitenlanders. De Amerikanen, Britten en Fransen bedongen een concessie, wat inhield dat ze een stuk land van de lokale autoriteiten pachtten en daar hun eigen regels invoerden. In de decennia die volgden bouwden ze woningen volgens hun eigen, westerse stijl, maar aangepast aan de Chinese omstandigheden. Vooral de latere shikumen, die zo’n honderd jaar geleden werden gebouwd, hebben hele specifieke, decoratieve elementen.

Veel van die kenmerkende gevelstenen en poorten overleefden in de jaren vijftig en zestig de oproepen van Mao Zedong om het oude te vernietigen, maar moesten de afgelopen decennia alsnog in rap tempo plaatsmaken voor grote glazen, betonnen en stalen kantoorpanden of winkelcentra. Daar valt meer geld mee te verdienen.

Protesten

Buiten hangt Xu Hai Xing (36) op zijn scooter. Vroeger was dit zijn huis. “Nee, nee”, gebaart Chen. Een toegesnelde man in wit T-shirt stelt zich niet voor, maar trekt met een grimmige blik snel de poort dicht als Xu naar binnen wil. Hij is beducht voor protesten van bewoners die niet wilden verhuizen, zoals jaren geleden gebeurde. De sloop van shikumen is nog altijd een gevoelig onderwerp.

“Ik wil alleen even de ingang laten zien”, lacht Xu in een poging het gezellig te houden. Dan vertelt hij hoe lang geleden zijn grootouders het hele huis bezaten, met beneden een ruime hal. Toen de regering het huis onteigende zette ze er allemaal vreemden in. Er werden kamertjes gemaakt die de Communistische Partij toebedeelde aan families die Xu’s familie niet kende.

Tot drie jaar geleden woonde hij hier met zijn familie van negen mensen. De man met donkere krullen werkt als makelaar, maar komt hier nog vaak terug om een beetje rond te hangen. Als kind ging hij bowlen in de zaal hierachter, later speelde hij er pool en mahjong. Zijn eerste vriendinnetje vond hij hier, vertelt hij.

In augustus zal Wuheli, zoals dit buurtje uit 1928 heet, verdwenen zijn. Beeld Matjaz Tancic

De bowlingzaal wist vijftien jaar lang tegen te houden dat de woningen eromheen gesloopt werden. Nu staat ze eenzaam met haar markante, bolle dak tussen het puin. Een rij wasbakken herinnert aan de oude functie als ontmoetingscentrum.

Xu’s familie bestond uit drie gezinnen ten tijde van de verhuizing. Ieder gezin kreeg een flat en een schadevergoeding. Met korting, voor een derde van de marktprijs konden ze alle drie nóg een appartement kopen, in hetzelfde gebouw een paar straten verderop. Ze zijn bij lange na niet de enige familie die haar bedompte vervallen familiehuis met genoegen achterliet voor een flat ver boven de grond, waar alles nieuw is.

Xiao Hongs grootouders lieten zich al eerder uitkopen. In een felgele jurk en grote zonnebril laat de vrouw zich door haar al even stijlvolle vrienden fotograferen terwijl ze poseert tegen de houten, verveloze deur van haar ouderlijk huis. Tot 1982 woonde ze hier bij haar opa en oma. “We speelden hier met springtouwen en elastieken”, vertelt ze lachend, terwijl ze huppend voordoet hoe dat ook alweer ging. “Mijn school was dáár, de Jiangningstraat Nr 3 School”, wijst ze.

Toen ze vijftien was verhuisde ze naar haar ouders in Hefei, de hoofdstad van de provincie Anhui. “Ik ben hier wel verdrietig over. Iedere keer als ik hier kom, ongeveer om de vijf jaar, ben ik de weg kwijt en kan ik dingen niet meer terugvinden.”

Lucratieve niche

Shanghai draait de laatste jaren wat bij. Het is niet meer slopen wat de klok slaat, af en toe mag ook wel eens iets blijven staan, maar concreet beleid is er nog niet. Toch is de waarde van historisch erfgoed langzaam maar zeker ook tot de autoriteiten doorgedrongen. Vooral in de centraal gelegen districten van de stad beschermen ze de oude wijkjes.

“De bedoeling is om de lokale cultuur en architectuur niet verloren laten gaan”, vertelt Tim van Bogaert van het Belgische architectenbureau AWG, die renovatieprojecten in Shanghai jarenlang bestudeerde. “De hamvraag voor de overheid is hoe je dat economisch rendabel maakt.”

Voor sommige wijken is het makkelijk. Neem Xintiandi, een wijkje dat ‘oud’ suggereert, maar grotendeels nieuwbouw is. Toeristen komen er wel, ook omdat hier de eerste vergadering van de Communistische Partij plaatsvond en het daarmee een soort bedevaartsoord is. In Tianzifang waren het de lokale bewoners, de kunstenaars die hun stegen wilden behouden en er galerieën in vestigden. De shikumen van Jianyeli vonden een lucratieve niche door de panden om te bouwen tot chique hotels.

Woonruimte behouden is een kostbare optie, want renovatie kost geld, en levert niet veel op. In het wijkje Chinxingli experimenteert de regering ermee. De grootscheepse renovatie begon dit voorjaar, maar de aanzet werd twaalf jaar geleden al gegeven. In 2007 bezocht Xi Jinping, toen de lokale Partijsecretaris, de wijk. “De keukenrenovatie is gemakkelijk. Het moeilijkste dat ik hier zie, is het toiletprobleem”, zou hij gezegd hebben. Ook in 2019 gebruiken veel bewoners nog steken om hun behoefte in te doen – bij gebrek aan een eigen badkamer.

De Shanghai Daily citeert projectmanager Wang Xinyu die vertelt dat de structuur en de gevels van de shikumen intact blijven, maar dat het houten interieur gestript wordt. De 261 woningen krijgen er ruim 3 vierkante meter aan keuken en badkamer bij, en een balkon of patio geeft daglicht meer ruimte. Huizen met een hoog plafond krijgen een vide.

De oude bewoners mogen ervoor kiezen om na de renovatie terug te keren. Geen voor de hand liggende keuze, want de piepkleine huisjes staan dicht op elkaar en ‘de bouwkwaliteit is niet altijd even goed’, zegt de Nederlander Daan Roggeveen. Ruim tien jaar geleden richtte hij samen met Robert Chen MORE Architecture op in Shanghai. “Veel woningen zijn lastig geschikt te maken voor de behoeften van het moderne leven. En de eigendomsrechten kunnen binnen één blok zeer gecompliceerd zijn door de herverdeling van woningen na 1949.”

Niet ieder wijkje heeft een duidelijk verdienmodel; Wuheli bijvoorbeeld valt ten prooi aan de sloopkogel. In dit geval is het een graafmachine, legt Chen uit. “Het is nu heel makkelijk, want alles werkt mechanisch.” De machine doet het zware werk, waarna zijn mensen het puin sorteren: glas bij glas, en staal bij staal.

Superrijken

Op aandringen van Chen neemt Xu het bezoek mee naar de volgende straat. Het wijkje Tong Anli is volgens hem nog veel mooier. Het blijkt eenzelfde netwerk van laantjes, uit het begin van de twintigste eeuw. De houten, roodgeverfde gevels tonen Japanse invloeden. Hier breken de werklui niets af, er wordt druk gerenoveerd. Om de openbare toiletten timmert een arbeider een houten huisje voor de werkmannen.

In een van de huisjes liggen vogelkooitjes, krukjes en een groot poppenhoofd. Binnenkort wordt hier een film opgenomen, vertelt de opzichter. Meer weet hij er ook niet van. Wat hier precies het langetermijnplan is, kan niemand vertellen. Xu hoopt dat er winkeltjes in komen. “Dit geeft een beter gevoel dan Meilongxineng – je weet wel, dat grote winkelcentrum.”

De tijd dat het eigendomsrecht van dit soort huisjes niet veel voorstelde, en afhankelijk was van de grillen van de regering, is voorbij, zo laat zijn eigen verhaal zien. Werden zijn grootouders nog door de Communistische Partij onteigend, zijn ouders en hij hielden er een stevig gevulde portemonnee aan over.

Dat betekent niet dat hij zich geen zorgen maakt over de toekomst van de shikumen. “Het is niet eerlijk als de superrijken komen en dit opkopen”, wijst Xu naar de gevels boven zijn hoofd. Zijn goedlachse gezicht staat nu zorgelijk. “Dat is niet volgens de ideeën van het communisme.”

Xu denkt dat Shanghai opdracht kreeg uit Peking om gebouwen te behouden – een lastige opdracht voor de megastad die zo dol is op marmer en staal. “Het is het verschil tussen geld uitgeven en geld verdienen.”

Lees ook:

Wat gebeurt er met de duizend jaar oude porseleinstad Jingdezhen?

Marktdenken deed de Chinese porseleinstad Jingdezhen in de jaren negentig bijna de das om. Nu is ze bezig aan een comeback met hulp van de overheid, maar die staatsbemoeienis baart de vakmensen zorgen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden