Killer robots

Robot op het slagveld kan nog niet veel

De Milrem met een machinegeweer in de Oostenrijkse bergen. Beeld Defensie

Militairen experimenteren met robotwapens om tijdens bezuinigingen verloren vuurkracht terug te brengen bij het Nederlandse leger. Van ‘killer robots’ lijkt nog lang geen sprake. Voordat de wapens zelfstandig taken kunnen uitvoeren, is een doorbraak in kunstmatige intelligentie nodig. 

Groepjes militairen rennen door het Oostenrijkse berglandschap naar voren. Achter hen schiet een klein voertuig op rupsbanden met een zwaar machinegeweer om dekking te geven. Twee militairen blijven een stukje achter het karretje staan. Een van hen kan het voertuig besturen met een afstandsbediening die lijkt op die van de bestuurbare auto’s waar kinderen mee spelen. De ander heeft een afstandsbediening voor het machinegeweer.

Het zijn beelden van een van de eerste testen die de Nederlandse landmacht dit jaar met onbemande wapensystemen uitvoerde. In de toekomst moeten die een belangrijke rol in het wapenarsenaal vormen. Tijdens oefeningen van 13 Lichte Brigade uit het Brabantse Oirschot gaan tegenwoordig twee van deze voertuigen mee. Voorafgaand aan de proef in Oostenrijk waren ze er ook al bij in de Schotse Hooglanden. Daar werden ze gebruikt om onder andere bepakking van infanteristen te vervoeren.

Beeld Defensie

Tegenstanders van deze systemen spreken vaak van toekomstige oorlogen met ‘killer robots’ die zonder menselijke tussenkomst de trekker overhalen. Bij defensie kiest men liever voor de term RAS (Robotica en Autonome Systemen). De eerste tests vinden dit jaar plaats met twee Milrems, voertuigen genoemd naar de fabrikant in Estland. Dat bedrijf richt zich vooral op onderhoud van gewone bemande voertuigen van het Estse leger, maar probeert met een zelf ontworpen onbemand voertuig een niche aan te boren in de door grote bedrijven gedomineerde internationale wapenhandel.

Wie bij de Milrem denkt aan een geavanceerd onbemand wapen dat zelf zijn weg vindt op het slagveld, wacht vooralsnog een teleurstelling. Niet alleen zijn er twee militairen nodig voor de bediening, ook het bereik is beperkt, zegt luitenant-kolonel Juliën den Ouden. Hij is een van de militairen die de testen met RAS in Oirschot leidt. Die afstandsbediening heeft een bereik van circa honderd meter, en moet een directe zichtlijn naar de Milrem hebben. “Het voertuig voor je uit een hoek om laten rijden, gaat dus nog niet.”

Ook aan de functie van transportvoertuig voor zware bepakking zitten nog nadelen. De Milrem heeft een hybride aandrijving, waarbij de accu het ongeveer anderhalf uur volhoudt. Daarna neemt een dieselmotor het weer over. Dat klinkt alsof een van de militairen op een brommer patrouilleert.

Gevechtskracht

Toch hebben Den Ouden en een aantal van zijn collega’s hun hoop gevestigd op de Milrem of vergelijkbare voertuigen. Met ongeveer vijftien mensen onderzoeken ze welke waarde onbemande systemen kunnen hebben voor de landmacht van de toekomst. “De brigade in Oirschot is ideaal om te beginnen”, zegt Den Ouden’s collega luitenant-kolonel Martijn Hädicke. 

“Na jarenlange bezuinigingen was de gevechtskracht van de eenheid verdwenen, dus mensen zijn gemotiveerd om te innoveren en nieuwe spullen uit te proberen.” Tien jaar geleden beschikte de brigade nog over tanks en zware gevechtsvoertuigen. In 2011 gingen de tanks er als bezuinigingsmaatregel uit. Drie jaar later werden de net aangeschafte gevechtsvoertuigen aan Estland verkocht. Nu moeten de militairen het doen met pantserwagens met mitrailleurs. In 2013 was de gedachte dat in die bezuiniging nog een voordeel zat: met lichtere voertuigen zou de brigade geschikt zijn voor missies in Afrika en het Midden-Oosten. Volgens een dit jaar door Defensie gepubliceerde evaluatie is de Navo uiterst kritisch over het nut van de aangepaste brigade. Ze mist vuurkracht om bij te dragen aan verdediging van bondgenoten tegen Rusland, iets wat het bondgenootschap wel van Nederland verwacht.

Vorig jaar schreef minister van defensie Ank Bijleveld dat die extra vuurkracht een van de prioriteiten is. Maar voorlopig is er voor deze wens nauwelijks geld beschikbaar. Het bedrag dat het kabinet dit jaar bovenop het regeerakkoord voor de krijgsmacht uittrekt, gaat naar extra F35-straaljagers, en de bedoeling is van de JSF’s nog meer te kopen, als er weer eens geld bijkomt. De landmacht moet dan ook hopen op een flinke verhoging van het normale defensiebudget, wil zij ooit weer eens zwaardere wapens kunnen kopen.

Nederlandse militairen krijgen uitleg over het besturen en onderhouden van de Milrem. Beeld Marno de Boer

Het doel van Den Ouden en zijn eenheid is de geesten rijp te maken om eventuele extra investeringen in onbemande systemen te steken. Dat past ook binnen de in 2018 gepubliceerde toekomstvisie van de landmacht. Daarin staat de wens om technologisch voorop te lopen met robotica en kunstmatige intelligentie. Niet alleen om tegenstanders te verslaan. Onbemande systemen zouden deels een oplossing kunnen zijn voor het personeelstekort bij de krijgsmacht.

Als Nederland zou kiezen de oude vertrouwde bemande tanks te bestellen, dan duurt het jaren voordat die geproduceerd zijn en bemanningen zijn opgeleid, zegt Den Ouden. “Dan proberen we om in 2030 weer de middelen te hebben die in 2011 zijn afgeschaft.” Veel beter is het volgens hem om grootschalig in te zetten op onbemande voertuigjes. “Dat is de toekomst, een moederstation dat een zwerm van deze voertuigen controleert. Wij zijn nu te licht bewapend om het op te nemen tegen een Russische brigade. Maar als je aan een infanteriecompagnie tien Milrems met anti-tankraketten toevoegt, dan wordt het een ander verhaal.”

Mee op missie 

Zover is het nog niet, maar ook in de huidige primitieve vorm kan de Milrem al nuttig zijn, aldus kapitein Tom. (Zoals gebruikelijk bij defensie verschijnt iemand van zijn rang niet met achternaam in de media.) “Om één gewonde af te voeren of dekkingsvuur te geven heb je zonder Milrem acht mensen nodig. Een Milrem met een brancard of een zwaar machinegeweer erop kan die taken ook uitvoeren. Zo hebben we meer gevechtskracht.” De brigade wil het gebruik van de voertuigen opvoeren, aldus Den Ouden. “Volgend jaar krijgen we er een paar extr,a zodat één peloton van dertig mensen er dagelijks mee kan werken en ze kan inzetten tijdens een grote oefening. In 2021 willen we ze kunnen meenemen op missie.” Nederland doet mee aan de Navo-missie die de Baltische Staten en Polen tegen Rusland moet beschermen.

Andere landen voeren ondertussen vergelijkbare testen uit. Estse militairen hebben een Milrem meegenomen naar Mali, waar zij een Franse legerbasis bewaken. In een ander experiment schoten defensiebedrijven dit jaar een antitankraket met het voertuig af.

Toch is de vraag of de techniek zover is dat defensie binnen afzienbare tijd gebruik kan maken van aanzienlijk geavanceerder voertuigen dan de huidige Milrem. Om één grote groep voertuigen onder toezicht van een militair zelf vijandelijke tanks aan te laten vallen, zijn flinke ontwikkelingen in kunstmatige intelligentie nodig. Een voertuig moet dan redelijk zelfstandig door het terrein kunnen rijden.

Lastig terrein

Dat is volgens Subramanian Ramamoorthy, onderzoeker naar autonome robots aan de Universiteit van Edinburgh, lastig. “Er zijn nog veel problemen met zelfrijdende auto’s. En daarbij heb je tenminste nog goede wegen en duidelijke kaarten. Een militair voertuig zal zich door moeilijk begaanbaar terrein moeten begeven in een gebied waar geen gedetailleerde kaarten van zijn. De ontwikkelingen die dat mogelijk zouden maken, zijn nog ver weg. Bij autonome robots en kunstmatige intelligentie is alles wat je zegt met een horizon van meer dan vijf jaar speculatie, maar ik zie die ontwikkeling het komende decennium niet gebeuren.”

Grondvoertuigen zijn volgens Ramamoorthy fundamenteel anders dan onbemande vliegtuigen. Die zijn bij veel krijgsmachten in gebruik, en kunnen vaak al redelijk autonoom vliegen. “In de lucht heb je weinig obstakels. Los van de incidentele vogel die in je motor terechtkomt, gebeurt er ook weinig ongebruikelijks. Maar autonomie in de ongecontroleerde en chaotische wereld op aarde is nog steeds erg lastig.”

Chaotisch slagveld

De meeste verwachtingen heeft hij van het idee dat een onbemand voertuig als lastdrager met een groep militairen meegaat. “Dan moet je denken aan een voertuig dat je zo kunt instellen, dat het een militair die twintig meter voor hem loopt volgt. De mens heeft dan veel keuzes over welk pad begaanbaar is gemaakt.” Mary Cummings, ex-straaljagerpilote bij de Amerikaanse marine en nu onderzoeker aan Duke University, betoogt in diverse artikelen al jaren dat de vooruitgang bij zelfrijdende voertuigen erg langzaam gaat. “De aanname dat kunstmatige intelligentie zo ver is gevorderd dat het de manier waarop krijgsmachten opereren dramatisch verandert, klopt wellicht helemaal niet.”

Zij wijst op de problemen met zelfrijdende auto’s in de commerciële sector. “Daar is al meer dan 100 miljard dollar in geïnvesteerd, maar ze werken nog steeds niet naar behoren.” Computers hebben bijvoorbeeld grote moeite objecten te herkennen, zeker als die maar deels of via een andere hoek in beeld komen. Dergelijke situaties zullen volgens Cummings veel voorkomen op een chaotisch slagveld.

Zij vermoedt dat doorbraken in autonome wapens op de grond zullen achterlopen bij de civiele sector, omdat daarin meer geld wordt geïnvesteerd. Maar ook omdat het burgerverkeer eenvoudiger te begrijpen is voor robots dan een onoverzichtelijke oorlogssituatie. “De gemiddelde Amerikaan zal waarschijnlijk eerder over een zelfrijdende auto beschikken dan een militair op het slagveld.”

Lees ook: Onbemand en dodelijk. Hoe ver gaan we met militaire robots?

Een groot aantal landen komt deze week in Genève bijeen om te praten over een mogelijk verbod op robotwapens. Maar grootmachten zijn niet geneigd om hun streven naar militair voordeel door regels te laten beperken.

Defensie koopt nog negen JSF’s, maar kan er niets extra’s mee doen

Jarenlang beweerde Defensie met 37 nieuwe straaljagers de taken van de F-16 over te kunnen nemen. Nu blijken daarvoor 46 toestellen nodig te zijn. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden