Netty, de moeder van Ranomi Kromowidjojo, gaat voor het eerst niet mee naar een wedstrijd van haar dochter.

InterviewRanomi en Netty Kromowidjojo

Ranomi Kromowidjojo heeft ‘bijna alles’ aan haar moeder te danken: ‘Het was ook oké als het niet goed ging’

Netty, de moeder van Ranomi Kromowidjojo, gaat voor het eerst niet mee naar een wedstrijd van haar dochter.Beeld Patrick Post

Terwijl Ranomi Kromowidjojo op jacht gaat naar een vierde gouden medaille zit haar moeder Netty met buikpijn voor de televisie. Een gesprek over moederliefde, topsport voor jonge kinderen en het voordeel van ongeplaveide wegen.

Ouders van topsporters zijn misschien wel de minst te benijden thuisblijvers van deze sportzomer. Vaak stond hun leven jarenlang in het teken van de carrière van hun kind en nu de strijd om de mooiste medailles daar is, moeten zij op afstand blijven. In Tokio is geen buitenlands publiek welkom. Ook Netty Kromowidjojo (62) zal haar dochter via de tv moeten volgen. “Je wilt vreugde en verdriet het liefst samen delen.”

Vijf jaar geleden, bij de laatste Olympische Spelen, kroop ze nog in het zwembad onder een afzetlint door, tegen alle protocollen in. Ranomi had haar vanuit de kleedkamer in tranen opgebeld. Na het driedubbele goud in Peking (2008) en Londen (2012) miste de zwemster in Rio (2016) het podium. Geen suppoost die Netty kon tegenhouden. Die moederknuffel zou ze geven.

Ranomi Kromowidjojo is drievoudig olympisch kampioene, meervoudig Europees kampioene en meervoudig wereldkampioene Beeld Patrick Post
Ranomi Kromowidjojo is drievoudig olympisch kampioene, meervoudig Europees kampioene en meervoudig wereldkampioeneBeeld Patrick Post

Een krachtmomentje

Het zijn dierbare anekdotes van een gedeeld verleden. Normaal gesproken wil Ranomi (30) altijd weten waar haar ouders op de tribune zitten. Als ze opkomt voor een race zoekt ze even oogcontact. Een krachtmomentje noemt ze dat. Dat moet ze deze Spelen missen. Voor Netty zullen de zenuwen hetzelfde zijn als bij voorgaande toernooien. “Er zijn moeders die zich omdraaien tijdens de race. Dat zal ik nooit doen. Maar de buikpijn van tevoren blijft. Je gunt het haar zo dat het perfect gaat.”

De grootste ploeg ooit

Nederland neemt met de grootste olympische ploeg ooit deel aan de Spelen van Tokio. Team NL bestaat uit 292 sporters. In 2016 ging de ploeg met 242 sporters naar Rio de Janeiro. Dat was destijds een record. Net als in Brazilië bestaat het team in Japan uit meer vrouwen dan mannen. Team NL heeft zich gekwalificeerd in 34 van de 50 olympische disciplines (niet te verwarren met het aantal sporten).

“De grootste ploeg is nooit een doel op zich, maar het zegt wel iets over de breedte van de Nederlandse topsport”, zegt technisch directeur Maurits Hendriks van NOC-NSF. “We werken constant aan het verbreden van onze basis, willen in meer sporten naar de wereldtop. De omvang van dit team is daar een afspiegeling van.”

Chef de mission van de Nederlandse ploeg, Pieter van den Hoogenband, wil niet zeggen op hoeveel medailles hij rekent. “Ik vond het als sporter ook nooit leuk als mensen dat riepen. Maar we staan er volgens mij goed voor ten opzichte van andere landen.” Nederland won op de vorige Spelen in Rio 19 medailles.

De Nederlandse atleten worden tijdens de Spelen iedere dag getest en mogen het olympisch dorp alleen uit als ze in actie moeten komen. “Onze gemeenschappelijke ruimte zal nog belangrijker worden. Daar kunnen sporters nu ervaringen met elkaar delen”, zegt Van den Hoogenband. “Alle sporters zijn daar welkom, gevaccineerd of niet. Maar 99,4 procent van onze ploeg is gevaccineerd.”

In het sportcafé van het nationaal zwemcentrum in Eindhoven zitten Ranomi en Netty ontspannen naast elkaar. De een is net klaar met de ochtendtraining, de ander is uit Groningen gekomen voor dit gesprek. Het is de laatste keer dat ze elkaar treffen voordat de jongste naar Japan vertrekt. “Van mijn vader hoor ik altijd dat ik zo op mijn moeder lijk”, zegt Ranomi lachend. “Iets met een appel.” Ze nemen allebei graag het voortouw. En ze delen de liefde voor het water. Nooit heeft een van beiden getwijfeld of de sport alle opofferingen waard is.

Netty: “Toen Ranomi jong was, werd er vaak tegen mij gezegd dat ze zoveel mist in het leven, omdat ze zoveel traint. Maar ze heeft altijd veel sociale contacten gehad, alleen feestjes sloeg ze over.”

De support van een ouder

Ranomi: “Als je uiteindelijk succes hebt, slaat de balans natuurlijk al snel door naar het positieve. Als je tien jaar bent, of veertien, weet je nog niet hoever je kan komen. Tegelijkertijd zijn al die uren die er dan ingestopt worden wel bepalend. Ook de support van een ouder. Niet alleen voor de sportieve toekomst, maar ook voor wat je je kind meegeeft voor de rest van zijn of haar leven.”

Netty: “Ik denk dat wij als ouders er niet zo bovenop zaten. Wij zaten niet met een stopwatch op de tribune.”

Netty Kromowidjojo: ‘Omdat ik toevallig een dochter heb die ergens in uitblinkt, wil ik daar niet de hele tijd over praten.” Beeld Patrick Post
Netty Kromowidjojo: ‘Omdat ik toevallig een dochter heb die ergens in uitblinkt, wil ik daar niet de hele tijd over praten.”Beeld Patrick Post

Ranomi: “Jullie waren natuurlijk hartstikke blij als het goed ging, maar het was ook oké als het niet goed ging. Topsport voor jonge kinderen is vallen en opstaan. Twaalf keer vallen, dertien keer opstaan. Die les heb ik meegekregen.”

Ze zijn er samen ingerold, de wereld van het professionele zwemmen. Ieder jaar werd het iets serieuzer, ieder jaar kostte het nog wat meer tijd en geld. Volgens Ranomi heeft ze ‘bijna alles’ aan haar moeder te danken. “Niet alleen op het fysiek – mijn zwemtalent – maar ook praktisch. Dagelijks om vijf uur met je kind opstaan is geen vanzelfsprekendheid.”

Opscheppen

Netty zal er nooit mee pronken. Laatst nog zei een collega dat ze het zo weinig over Ranomi heeft. “Omdat ik toevallig een dochter heb die ergens in uitblinkt, wil ik daar niet de hele tijd over praten.”

Ranomi: “Ik ben daar blij om. Tussen trots zijn en opscheppen loopt maar een dun lijntje.”

Netty: “Ik zal ook nooit uit mezelf zeggen dat ik je moeder ben.”

Ranomi, met een knipoog: “Dan helpt onze achternaam niet.”

Typerend was het laatste kwalificatietoernooi in Nederland, zonder publiek. Netty liep daar rond als vrijwilligster. De moeder van de ster van het evenement deelde startlijsten uit. Prima toch? Zij kon zo haar dochter zien zwemmen.

Ranomi: “Twee benen op de grond en schouders naar achteren, dat heeft papa me altijd voorgehouden.”

Netty: “En doe wat je zelf leuk vindt.”

Ranomi: “Dat moest ik van jou altijd duidelijk aangeven. Een leven met topsport kan ingewikkeld zijn, maar jullie probeerden het simpel te houden. Jullie zijn niet zo van de overdenkingen.”

Niet van een vreemde

Netty had al snel in de gaten dat haar dochter een waterratje was. Vier jaar oud was ze, toen ze zowel haar A- als B-diploma haalde. Ranomi had het niet van een vreemde. Netty schopte het tot regionaal waterpolokampioen bij de jeugd. Als gediplomeerd zweminstructeur trainde ze later jarenlang de jongste junioren. Ranomi zat niet lang bij haar in de groep. Op jonge leeftijd vroegen de senioren estafetteteams haar om mee te doen.

Al die jaren, tot aan de Spelen van Peking in 2008, bleef Ranomi bij haar eigen vereniging in Groningen trainen. Wel ging ze één keer per week – gebracht en gehaald door Netty – naar het dichtstbijzijnde vijftigmeterbad in Drachten. Daar zwom ze met de nationale jeugdselectie.

Netty: “Ik ben blij met hoe het gegaan is. Je ziet dat je kinderen niet uit hun vertrouwde omgeving hoeft te halen. In die tijd had je nog geen opleidingscentra voor de jeugd. Ranomi heeft laten zien dat je ook de Olympische Spelen kunt halen bij een vereniging.”

Verwende voetballers

Bijkomend voordeel vormden volgens Netty juist de mindere faciliteiten in Groningen, waar het zwembad een echte klotsbak was. “Het hoeft niet allemaal perfect te zijn. Ranomi zat op een Loot-school met veel voetballers in de klas. Die jongens werden zo verwend. Maar de weg hoeft niet van jongs af aan geplaveid te zijn. Juist niet. Dan weet je dat er obstakels zijn. En die zijn er later ook.”

Toch kreeg Netty ook weleens van buitenstaanders te horen dat ze alles voor Ranomi deed. “Zo heb ik dat zelf nooit gezien. Ik probeerde zaken te regelen zodat Ranomi haar energie in het zwemmen kon stoppen. Daarom haal ik nu ook nog een stofzuiger door haar huis als ik op bezoek ben.”

Ranomi: “Jij helpt me, maar je lost niet al mijn problemen op. Als ik de jongere generatie zie, verbaas ik me soms. Jij hebt nog nooit mijn huiswerk gemaakt. Jij hebt nog nooit een trainer opgebeld om te informeren of ik wel goed bezig ben. Door dat niet te doen, heb je mij een betere sporter en een beter mens gemaakt.”

Niet meer dezelfde boeken

Op de vraag wat er in al die jaren het meest veranderd is, klinkt een verrassend antwoord. “We lezen niet meer dezelfde soort boeken”, zegt Ranomi. “Ik lees nu vooral zelf ontwikkelingsboeken. Liefst in het Engels. Boeken die mij gaan helpen met wat er na mijn zwemcarrière komt.”

Netty: “Ik lees fictie”.

Ranomi: “Ik heb mezelf de afgelopen jaren niet alleen fysiek getraind, maar ook mentaal. Ieder mens heeft onzekerheden en angsten. Ik heb geleerd om niet meer te piekeren. Dat helpt me nu in de sport, maar later ook daarbuiten.”

Ze probeert Netty ook te verleiden om af en toe uit haar comfortzone te stappen. Om uitdagingen aan te gaan. Om in de winter in een buitenbad te zwemmen bijvoorbeeld, of eens een nieuwe route te fietsen. “Ik gun mijn moeder die levensvreugde. De kick dat je iets gedaan hebt waar je misschien tegenop zag. Zodat ze voelt dat ze ook trots op zichzelf mag zijn.”

Zo draaien de rollen in sommige opzichten om. Maar deze zomer steunt Netty als vanouds Ranomi, alleen dit keer dus noodgedwongen vanaf grote afstand.

null Beeld

Lees ook onze andere verhalen in de aanloop naar Tokio 2021:

Bas Verwijlen kent de magie van de vijf ringen, Jackie Groenen hoopt die te ontdekken

Ellen van Langen en Lieke Klaver over de kunst van het hardlopen: ‘Eigenlijk is het gekkenwerk

Laurine van Riessen en Matthijs Büchli gaan als liefdeskoppel én Japankenners op jacht naar goud

Handboogschutter Steve Wijler en bondsdirecteur Arnoud Strijbis over de paradox van het Robin Hood-imago

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden